De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden

4 minuten leestijd

Het is, naar ik meen, nog dit jaar gebeurd. Hare majesteit koningin Juliana bracht een bezoek aan Zeeland. Ik las daarover het een en ander in mijn dagblad. Ook o.m., dat onze vorstin op een gegeven moment zich nogal geërgerd tot de vele journalisten en persfotografen had gewend. Dat heeft indruk op mij gemaakt. De vraag rees bij mij, of zij dan werkelijk zo veel last van deze lieden heeft gehad, dat een dergelijke ergernis op haar plaats was.

De laatste weken moet ik steeds weer aan dit voorval denken, nu de Veluwe op een vrij ongezonde wijze in het centrum der belangstelling is komen te staan, en ook al de publicitietsmiddelen van onze tijd gemeend hebben hierover de nodige informatie te moeten geven. Ik mag wel zeggen, dat ik iets ben gaan begrijpen van de houding van onze koningin, die mij aanvankelijk bijzonder vreemd voorkwam. Waarschijnlijk is dat daaraan te wijten, dat een eenvoudige dorpsdominee dan wel in een glazen huis(je) leeft, doch niet bezorgd behoeft te wezen, dat hij keer op keer van de zijde van de pers belaagd en achtervolgd wordt. Zo'n belangrijk personage is hij in het oog der krantenmensen nu ook weer niet, als er ten­ minste geen opvallende reden is om het leesgrage publiek met zijn fouten en tekortkomingen te confronteren. Hoogstens komt hij in het nieuws bij de een of andere officiële, kerkelijke gebeurtenis, en is men op zijn portret belust wanneer hij zijn jubileum viert of van standplaats verwisselt.

Naar aanleiding van hetgeen er de laatste weken op de Veluwe is voorgevallen, heb ik mij echter wél afgevraagd, of men in de wereld van de landelijke pers er ook een beroepsethiek op nahoudt, of niet. Ik wil de goede kranten niet op één hoop werpen met de slechte. Maar wat thans is geschied, gaat toch in vele gevallen de perken verre te buiten. Als er politiebewaking nodig is om een begrafenis ongestoord te laten verlopen, als er door een plaatselijke fotograaf aangifte moet worden gedaan van de diefstal van een negatief, en als er allerlei trucs worden toegepast om bepaalde personen op de gevoelige plaat vast te kunnen leggen, dan geeft mij dat géén hoge dunk van de manier waarop sommigen menen ons volk te moeten voorlichten. Ik heb altijd gedacht (misschien was dat al te naïef), dat men bij de moderne voorlichtingsmedia zich bewust diende te zijn van zijn verantwoordelijkheid betreffende hetgeen gepubliceerd werd. Herhaaldelijk wordt ons dat immers van die kant betuigd.

De praktijk leert echter anders. Ook in het onderhavige geval is gebleken, dat vaak maar een halve waarheid werd doorgegeven aan de abonnée's, waardoor een totaal vertekend beeld van de werkelijkheid werd gegeven. Liefst met grote koppen. Zelfs is men er niet voor teruggedeinsd om deze kwestie in het vlak van de richtingenstrijd te trekken, zoals die in onze kerk nog steeds voortduurt, ondanks het na-oorlogse optimisme. Dit suggereren alleen al is verdrietig.

Ik ben in de wereld van de journalistiek een vreemdeling. Ik beken het volmondig. Maar daarom juist interesseert het mij speciaal, of er bij de vorming van de journalist wel de nodige aandacht wordt besteed aan de ethiek van zijn werk.

Als ik 't mij goed herinner, dan wordt er in Amsterdam op universitair niveau publicistisch gedoceerd. Ook weet ik van de arbeid van dr. Prakke in München. Wat wordt daar gedaan aan het onderwijs — het zo zeer noodzakelijke onderwijs, dunkt mij — van de voorlichtingsethiek? Ik weet het: wie niet leren wil, of kan, is onverbeterlijk. Dat geldt ook op dit terrein. Maar de urgentie van belijnd onderwijs ten deze is mij eens te meer duidelijk geworden. Gods geboden zijn ook van kracht voor deze dingen!

Want wat kan niet alleen de zaak des Heeren maar ook het persoonlijk leven een slag krijgen die zowel in strijd is met de christelijke liefde van 1 Cor. 13, als ook met alle normen van humanistisch fatsoen, wanneer enkel een ongure nieuws jacht de drijfkracht is!

 

P.S. Buiten verantwoordelijkheid der Redactie.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ingezonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's