Drempel
Als we een kamer binnengaan, stappen we over de drempel. Een drempel is een noodzakelijk ding, dat zal ieder met ons eens zijn.
De drempel moet echter niet te hoog zijn.
Hoe hoog is de drempel in de kerk ? Is hij hoger of lager geworden in de loop der jaren? Gelet op het afnemend kerkbezoek, is er reden om te zeggen: de drempel is hoger geworden. Men komt er moeilijker overheen dan vroeger.
Hoe staat het nu met de minderheden in midden-orthodoxe gemeenten? Is de drempel nog zo laag, dat een Hervormd lidmaat, die in zijn eenvoud nog denkt dat de belijdenisgeschriften ook nu nog normerend zijn, er overheen kan?
O.i. is de drempel hoger dan ooit. Een vijftig jaar geleden was er meer overeenstemming tussen de kerkdiensten van predikanten van verschillende richtingen dan nu.
De verschillen raakten de leer. Dit kwam tot uiting in de prediking en de bediening van de sacramenten. Helaas. Maar de eredienst was toch in vele opzichten gelijk.
De gezangenkwestie trok een scheidslijn tussen hervormd-gereformeerden en de niet hervormd-gereformeerden.
Zo waren er nog wel meer verschillen tussen de verschillende richtingen.
Maar de ethischen en de confessionelen en de hervormd-gereformeerden konden wel bij elkaar kerken, voorzover het de eredienst betrof.
Hierin is langzamerhand toch wel een grote verandering gekomen. In 1938 werd aan de Hervormde Kerk een nieuwe gezangenbundel aangeboden. Nu ja, een gezangenbundel was er reeds, vele jaren al. (Sinds 1807).
In 1950 kregen we een nieuwe bijbelvertaling waarmee de meeste hervormdgereformeerden nog niet zo gelukkig zijn.
Het ritmisch zingen (neen, geen halszaak) werd ingevoerd. Het hoge tempo van het ritmisch zingen hier en daar doet vele Hervormd-Gereformeerden hiervoor weinig enthousiast zijn.
We kregen tot activering van de gemeente allerlei liturgische gebruiken, zoals staande zingen, het hardop meebidden van het Onze Vader, het lezen van Schriftgedeelten door leden (niet-ambtsdragers), het uitspreken van een eigengemaakte zegen (neen, niet zegenbede) na de dienst, enz. enz.
Tegenwoordig is het hier en daar heel gewoon vrouwelijke ambtsdragers te zien plaats nemen in de kerkeraadsbanken.
Jeugddiensten en andere „bijzondere" kerkdiensten werden ingevoerd om jonge mensen, randkerkelijken, buitenkerkelijken en onkerkelijken te trekken.
Een dienstboek werd ingevoerd met verschillende formulieren, o.a. voor de bediening van de H. Doop en het H. Avondmaal, zodat het voor „elck wat wils" werd.
Natuurlijk zijn sommige veranderingen van weinig belang. Men kan van de vraag of men ritmisch of niet ritmisch zal zingen, op zichzelf bezien, geen prin cipe maken. Men kan er zelfs met een goed geweten vóór zijn.
De meeste veranderingen raken echter de beginselen wel terdege. En het is voor ieder duidelijk dat deze veranderingen het voor de Hervormd-Gereformeerden langzaam hoe langer hoe moeilijker maken om kerkdiensten van midden-orthodoxe predikanten bij te wonen. Natuurlijk is in de eerste plaats de prediking van belang. En het is de vraag, hoe lang men de midden-orthodoxe prediking kan blijven beluisteren zonder aan Gods eer tekort te doen. De Koning der Kerk eist, dat we voor Zijn eer en Zijn Woord opkomen, ook in het waarachtig belang van predikant en gemeente. Dit betekent, dat men een afwijkende prediking nooit „vrijblijvend" zal mogen beluisteren. De prediking laten we nu verder rusten.
Nu is men bezig een „nieuwe laag" op de drempel aan te brengen, waardoor deze alweer hoger wordt.
De nieuwe psalmberijming kondigt zich aan. Zij is reeds hier en daar ingevoerd. Men kan zeggen: de oude is niet van remonstrantse trekken vrij, is mensenwerk en kan nu eenmaal niet de eeuwen door blijven meegaan. De inhoud en de betekenis van woorden wijzigen zich, enz., zodat telkens na een zekere tijd een nieuwe berijming nodig is. Zo moet ook de bijbelvertaling telkens weer aangepast worden aan het A. B. N. (Algemeen Beschaafd Nederlands). Om de bijbel dichter bij het volk te brengen, wordt deze al uitgegeven in de „volkstaal". En waarom niet?
Waarom niet? Het valt op, als Abraham voor God staat om voor Sodom te pleiten, dat hij zegt: „Ik heb mij onderwonden tot de Heere te spreken, hoewel ik stof en as ben". (Gen. 18 : 27). Het valt eveneens op, dat de vrome, godvrezende Job 't zelfde zegt. (Job 42).
De Heere is de Heilige, de Verhevene en Zijn Woord is daarom nimmer met het woord of geschrift van een mens te vergelijken.
Daarom zal een psalmberijming de afglans moeten zijn van de onberijmde psalmen, van het Woord van God. Bij alle gebrek is de oude berijming hierin beter geslaagd dan de nieuwe.
Intussen, de nieuwe berijming komt er en de drempel wordt hoger, de scheiding volstrekter. Wat doen wij hiertegen?
Moeten we niet doen wat we kunnen, om zover en zoveel mogelijk nog één te zijn en te blijven?
Ja, menen wij, dat moeten we.
Maar hoe gaat het met de nieuwe psalmberijming? Als we goed geïnformeerd zijn, zeggen velen: Wij zijn voorstanders van restauratie, en niet van vernieuwing.
Accoord!
Laat men psalm 1 : 4 „Op zulken, die oprecht en rein van zeden enz.", maar verbeteren.
Laat men psalm 25 : 1 „Maar die de de deugd, zonder oorzaak stout verachten", maar veranderen. Laat men in psalm 51 : 1 „Zie mijn berouw, hoor hoe een boetling pleit" maar wijzigen in b.v. „Zie mij in gunst, hoor in barmhartigheid" enz. enz.
We komen er hiermee echter niet, want het werk gaat door.
No. 1 (Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's