Het tijdgeloof
4
Waarachtig geloof gaat onafscheidelijk gepaard met waarachtige bekeringring. Maar deze ontbreekt juist bij het tijdgeloof. Wat het uitwendige leven betreft moge een tijdgelovige zelfs voorbeeldig zijn in een onbesproken levenswandel, maar van de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens weet men wel uit de Catechismus, maar niet uit de werkelijkheid van het eigen leven.
Men vindt het wel interessant te lezen van Luthers aanvechtingen en men leest Bunyans Pelgrimsreis om de pakkende, plastische uitbeelding van zijn figuren, maar de ervaringen van Christen en Hoop zijn niet de eigen ervaringen.
Men kan daarbij wel wijzen op de verscheidenheid van karakter, tijdperk en leidingen Gods, waardoor wij de bekeringsgeschiedenis van de één niet mogen maken tot een bekeringsmodel voor anderen. Dat is terecht en het is goed om mensen, die oprecht voor God leven en die zich misschien bekommerd gevoelen, omdat God hen niet door zoveel en zo grote hoogten en diepten leidt als waarvan het levensboek van anderen gewaagt, daarop te wijzen, ook aan de hand van tal van Bijbelse voorbeelden
Maar de tijdgelovige grijpt dit al te gretig aan, om zichzelf hiermede gerust te stellen en zich al te vluchtig te toetsen aan hetgeen de Schrift zegt omtrent het enige fundament des geloofs en het zich geheel en al daarop verlaten.
Oppervlakkig is het tijdgeloof daarom ook in de toepassing van het werk verk van Christus.
De schrijvers uit de tijd van de Nadere Reformatie vestigen in de regel de nadruk er op, dat de tijdgelovige nooit de ganse Christus begeert, zoals Hij ons in het Evangelie wordt aangeboden.
Inderdaad wordt ons Christus in het Evangelie aangeboden en wel geheel en al, persoonlijk en van harte. Zo moet Hij ook door het geloof ontvangen worden : geheel en al, persoonlijk en van harte. In het bijzonder in al Zijn ambten van profeet, priester en koning. De tijdgelovige keert deze volgorde menigmaal om. Soms ziet men bijna uitsluitend op het priesterlijke ambt. Christus is volgens het Evangelie voor zondaren gestorven en heeft daarmede verzoening der schuld en vergeving der zonden verworven. Alles wat er van 's mensen kant te doen is, is deze blijde tijding te aanvaarden en voortaan te roemen in de verlossing. Dat kan de mens. Zelfs zonder moeite of strijd. Maar men doet dit zonder grondig door Gods Woord en door Zijn Geest onderwezen te zijn in de noodzakelijkheid van die verzoening,
Of — men begint zelfs met het koninklijke ambt voorop te plaatsen en meent dan, dat op grond van de uitwendige gehoorzaamheid aan sommige op eigen manier althans geïnterpreteerde geboden van deze koning. God ons de vergeving voor al onze onmiskenbare tekortkomingen, wel zal toerekenen.
Men keert daarmee de orde om, maakt de heiligmaking tot het fundament voor onze rechtvaardiging, terwijl men nooit een goddeloze is geworden die ook alleen als een goddeloze gerechtvaardigd wordt door de verlossing, die in Christus Jezus is.
Dit alles ontstaat uit de oppervlakkigheid, waarmede men wel onder het Evangelie leeft, iets van zijn liefelijke klank opvangt en zich daarin verblijdt, vooral wanneer dit op een indrukwekkende en gevoelige wijze wordt voorgesteld, terwijl men toch daarmede niet bezig is, zoals men daarmee behoorde werkzaam te zijn.
De burgerlijke onbesprokenheid kan daarbij onmogelijk het gemis vergoeden van het waarachtige leven der dankbaarheid, dat onder de indruk van de wonderlijke genade Gods aan zulk een schuldige geschonken, zegt: „wat zal ik met Gods gunsten overlaan, dien trouwe Heer voor Zijn gena vergelden!" De waarachtige dankbaarheid begeert niet alleen sommigen, maar aller zonden vijand te zijn en naar alle geboden van God te leven.
Liefde tot de deugd vinden we zelfs bij de heidenen wel. Daarbij spelen bovendien karakteraanleg, temperament, opvoeding en de erkenning van de voor treffelijkheid van een christelijk leven een grote rol.
Maar dat is iets anders dan een leven door de Geest en een wandelen door de Geest in geloofsgemeenschap met Jezus Christus, uit liefde tot God en Zijn heiligheid, in de tegenwoordigheid Gods, als vrucht van Zijn genade, in de vreze Gods en krachtens een nieuwe gehoorzaamheid.
Nu kan het zijn, dat iemand, die het woord „tijdgeloof" boven deze artikelen zag staan en die de moeite nam het tot dusver geschrevene door te nemen, begonnen is met het voorhoofd te fronsen en al meer bezwaren bij zich heeft voelen opkomen. Is het wel zo nodig, denkt iemand, om in ons milieu en in onze tijd deze zaak aan de orde te stellen?
Zijn er niet andere, meer actuele vragen? Wordt in de hervormd-gereformeerde prediking (bij de één meer dan bij de ander) niet reeds (meer dan) genoeg en met een zekere eenzijdigheid de vinger gelegd bij het hier gesignaleerde gevaar?
Is dit zelfs niet een van de kenmerkende elementen bij de herv. gereformeerden in onderscheid van andere richtingen en vele andere „gereformeerden"?
Gaat de voortdurende waarschuwing tegen deze bastaardvorm van het geloof, de zekerheid ook bij het echte geloof niet aantasten?
De oude dr. Herman Bavinck heeft eens van de na-Dordtse-periode (de tijd dus waarin het tijdgeloof zeer uitvoerig en nadrukkelijk behandeld werd) gezegd: „Nooit werd vóór of na die tijd het verborgen leven der gemeenschap met God dieper en ernstiger bespied en doorzocht".
Toch ziet hij van al die ontleding, ondanks de welgemeende en vaak inderdaad indringende leiding, betrekkelijk weinig vrucht. Het verval der kerk is er niet door gekeerd. Het waarachtige geloofsleven openbaarde zich weinig met kracht en met vrucht, maar trok zich in kleine kringen terug, de brede terreinen van het staatkundige, kerkelijke en maatschappelijke leven als reddeloos prijsgevende.
Waarom dan toch deze waarschuwing tegen het tijdgeloof voortgezet, ook nu?
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's