De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een van Davids laatste woorden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een van Davids laatste woorden

Meditatie

6 minuten leestijd

En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens, wanneer de zon opgaat, des morgens zonder wolken, ... 2 Samuël 23 : 4a.

Voor onze tweede Adventsoverdenking kozen, we een woord uit, wat we zouden kunnen noemen, het profetisch testament van de koninklijke zanger. Geinspireerd door de Geest Gods gewaagt hij van de komst van een rechtvaardig Heerser in de vreze Gods Wiens komst tot zegen zal zijn naar de belofte Gods, gegrond op het eeuwig trouwverbond des Heeren, maar Die ook ten gerichte zal komen over alle goddelozen.

Van Wie maakt hij anders in dit lied melding dan van Vorst Messias, in Wie ook dit woord vervuld wordt?

Treffend: zoals Jakob op zijn sterfbed met een door de Geest der profetie verlicht oog zien mocht op Juda's grote nazaat, zo schouwt Israels koninklijke zanger in zijn stervenslied buiten zichzelf de heerlijkheid van Zijn grote Zoon, Die ook Zijn Heere is. Het is de groet die David zijn grote nakomeling, de Messias toezendt.

Mocht over de stervende lippen van aartsvader Jakob een schone woordspeling vloeien, niet minder rijk is de beeldspraak, die we hier vinden.

En Hij zal zijn gelijk het licht des morgens ... Wanneer we ons even indenken, dat bij het aanbreken van een Oosterse morgen het licht o, zo snel opgaat, zonder een schemertijd eigenlijk, dan spreekt dit beeld nog meer ons aan.

Triomfantelijk wordt het duister doorboord en overwonnen, nog heel onverwacht. De heerschappij van de nacht moet het tegen de macht van het licht afleggen. Zo zal ook Vorst Messias in Zijn komst zijn. O, Hij is beloofd, al zo veelvuldig, en telkens opnieuw, met nadere aanduidingen, maar hoe lang zal het nog duren, eer Hij zal gekomen zijn. Maar Hij komt. Hij zal gelijk zijn . . . Neen, dat is geen vage aanduiding van een onzekere toekomst, maar uiting van de onwankelbare trouw des Heeren, Die de Waarmaker van Zijn Woord zal zijn. Maar het gaat door een lange en nachtelijk donkere wachtenstijd heen. Hoe hachelijk heeft het er menigmaal voorgestaan met de vervulling van de belofte Gods, hoe donker is het voor Israël geweest, door eigen zondeschuld en temidden van beproevingen van Gods kant. Die Zijn werk keurde in de smeltkroes der ellende.

En weet ook Gods Kerk van alle tijden daar niet van? Brak het licht van Gods genade in Christus ooit in uw hart door dan na nachten van zondeschuld, bestrijding, inhouding van Gods gunst? Ge moest toen in al uw nood en strijd immers al het uwe, ja, uzelf onder God verliezen, opdat er uitzicht alleen op en door Het Woord gewekt werd in uw ziel? Met de belofte eindigt de Kerk altoos aan de grond van alle eigen werk, opdat de vervulling zou geschieden in de weg van het wonder, door de onmogelijkheid heen.

En zie daar, nog onverwacht is het, licht opgegaan toen het nooit kon worden bezien. Zó was het nog duister, van buiten en van binnen, en zo was de nacht verdreven. Dan wordt gezongen van het licht in Hem ontstoken, tot kennis van de zaligheid, in hunne schuldvergiffenis.

Dat is een triomfantelijke opgang van het licht, als een Oosterse morgen aanbreekt. Niets vermag het licht in zijn, opgang te stuiten, hoe ook het donker probeert te overheersen.

Ziet dat niet op de tegenstand van de machten der duisternis? Van ouds af is gepoogd de komst van Christus onmogelijk te maken. We denken aan de moord op Abel, de rechtvaardige, aan de zondvloed in Noachs dagen, aan Abrams roeping uit Ur, aan de verlossing van Israël uit de slavernij van Egypte, aan de scheuring van het rijk na de dood van Salomo, aan de wegvoering van Israël naar Assyrië en de dreigende ondergang van de rest, aan de ballingschap zelfs van Juda, aan de dynastie der Perzen, aan Hamans dodelijke haat jegens het uitverkoren volk, aan de heerschappij der Romeinen over het beloofde en heilige land. En dit zijn nu maar enkele momentopnamen, maar altoos lag eraan verbonden de vervulling van het Godswoord der eeuwen. Maar tevergeefs bleek al het helse pogen, de komst van de verlosser tegen te houden. David mag aanschouwen hoe Hij als het licht des morgens komen zal. Hij breekt door alle weerstanden heen, verrassend als het morgenlicht.

Was het ooit onmogelijk, ja afgesneden aan uw zijde, dat in de nacht van uw leven het morgen zou worden? En zelfs, wanneer ooit uitzicht op Hem werd verkregen, moest Hij doorbreken in uw hart, door alle donkerheid van verlorenheid en bestrijding heen. Toen hadt ge nooit kunnen bezien nog zo in het donker te verkeren. Maar het was, opdat des te meer dé triomf van het licht des morgens openbaar zou worden.

En dan bovendien zelf nooit anders te hebben gedaan dan tegengewerkt, want ge wilde het in uw weg, niet in Gods weg. Maar het licht bleek sterker, ook dan uw eigen duister verzet, dat is het wonder.

Nu bezingt David de heerlijkheid van de Messias zelfs als de opgang van de zon. Dat tekent Hem inzonderheid in de heerlijkheid van Zijn gerechtigheid. We weten dat zon en gerechtigheid naar Oosterse maar ook Bijbelse symboliek bijeenhoren. Maleachi zal eeuwen later van Hem gewagen als van de Zon der gerechtigheid die zal opgaan voor degenen die de Naam Gods vrezen. En Zacharias noemt Hem in zijn lofzang de Opgang uit de hoogte.

Hij maakt eerlijk zalig in de weg van het recht. En Hij brengt gerechtigheid aan voor een volk, dat niet anders dan ongerechtigheid heeft en alle eigengerechtigheid leert kennen als een wegwerpelijk kleed. En Hij wordt ook in de weg van recht geschonken. Sion wordt door recht verlost. En in die weg zal Hij worden de HEERE, hun gerechtigheid. In Hem alleen rechtvaardig voor God, daar God in Hem bevredigd is.

Werdt ge ooit verlegen om een Zaligmaker, niet die u uitkomt, maar Die God aangenaam is? Dan werdt ge door liefde voor recht ingewonnen. En dat

God nu zelf voor zo'n Verlosser heeft leeft gezorgd. David ziet Hem komen bij God vandaan, als de opgang van de zon. 

En dan ziet hij Hem stralen aan een wolkenloze hemel, in ongekende kracht acht en glans, stralend over Zijn volk. Onbelemmerd doet de zon zich gelden en zijn werking gevoelen. Hij brengt alles met Zich mee.

Spreekt David te groot van Hem? Kan hij overdrijven? Neen, hier is profetische verrukking. David verliest zich helemaal in de aanschouwing van zijn Zoon en Heere. Hij zingt het lied van zijn Koning. Kon hij te hoog van Hem opgeven? Hier drijft de Geest zijn tong.

Bij Zijn komst in het vlees zal Johannes van Hem stamelen: en wij heb­ben Zijne heerlijkheid aanschouwd.. ...

Nog is het Advent. Is Hij uw verwachting? Zijn glans straalt nog van Hem uit. Dezelfde Zon doet het asfalt op de weg smelten, maar maakt de modder hard.

Is er bekering op Zijn prediking, of verharding? Ge verkeert nimmer vrijblijvend onder Zijn getuigenis.

Maar voor wie Hij opging is Hij alles, steeds meer. En eens zal Zijn glans aan een hemel zonder wolken ten volle gezien worden, als Zijn tweede komst een feit zal zijn.

Tot dat ogenblik wordt, is en blijft het de Adventsbede van Zijn Kerk:

Houd ons gemoed voor U bereid,

Opdat het blij Uw komst verbeid'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een van Davids laatste woorden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's