De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn over het Heilig Avondmaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Calvijn over het Heilig Avondmaal

II

9 minuten leestijd

De schatten van Christus.

We kunnen van harte instemmen met Calvijn wanneer deze nog eens onderstreept, dat wij niet moeten vergeten, dat het Avondmaal ons is gegeven als een spiegel, waarin wij Jezus Christus kunnen aanschouwen, gekruisigd om ons van de verdoemenis te verlossen en opgewekt om ons gerechtigheid en eeuwig leven te doen verkrijgen.

De Heere wil ons duidelijker maken wat Hij ons geeft, juist omdat wij uit onszelf onbekwaam zijn tot enig goed en er niets in ons is, dat tot onze zaligheid kan bijdragen. Daarom geeft Hij ons in het Heilig Avondmaal getuigenis, dat wij als deelgenoten aan het lijden en sterven van Jezus Christus ook alles hebben wat ons nuttig en heilzaam is. We zouden dus kunnen zeggen, dat de Heere ons in het Heilig Avondmaal al de schatten Zijner geestelijke gaven blootlegt in zover Hij ons de heilgoederen en schatten onzes Heeren Jezus deelachtig maakt.

Dezelfde genade waar het hier over gaat is ons reeds in het Evangelie aangeboden, 't Gaat in het Heilig Avondmaal niet over een andere genade of over andere schatten. Neen, 't gaat over dezelfde genade en dezelfde schatten van Christus. In het Heilig Avondmaal wordt echter meerdere zekerheid en ruimer genot hiervan ontvangen. Daartoe wil de Heere het Heilig Avondmaal door de werking Zijns Geestes gebruiken.

Wezen en grond.

Nu kunnen echter de schatten van Christus nooit ons eigendom worden zonder Christus. Daarom is het noodzakelijk dat Christus Zelf ons in het Heilig Avondmaal geschonken wordt, opdat de bovengenoemde zegeningen echt ons eigendom worden. Daarom voegt Calvijn er bij, dat het wezen en de grond der sacramenten de Heere Jezus is. De krachtige uitwerking ervan zijn dan de genadeblijken en zegeningen, die wij door Christus' tussenkomst verkrijgen.

Wat is dan de krachtige uitwerking van het Avondmaal?

Dat is, dat wij bevestigd worden ten eerste in de verzoening met God, gewerkt door Christus' lijden en sterven; ten tweede in de reiniging onzer zielen door Zijn vergoten bloed; ten derde in de gerechtigheid, die wij door Zijne gehoorzaamheid hebben verkregen. Samenvattend: in één woord bevestiging in de hoop der zaligheid, ons geschonken door alles, wat Hij voor ons heeft gedaan. Het wezen moet er dus in zijn, anders zou het vastheid noch zekerheid hebben.

Wij mogen het er dus voor houden, dat in het Heilig Avondmaal ons alles wordt voorgesteld, n.l. Jezus Christus. Hij is toch de bron en de oorzaak van alle heil. En vervolgens wordt ons er in voorgesteld de heerlijke vrucht van Zijn lijden en sterven.

Christus' lichaam eten en Zijn bloed drinken.

Door de woorden van de instelling wordt ons dit uitgedrukt. Want als Christus beveelt Zijn lichaam te eten en Zijn bloed te drinken, dan voegt Hij er bij, dat Zijn lichaam voor ons verbroken en Zijn bloed vergoten zou worden tot vergeving onzer zonden.

Wij moeten dus maar niet eenvoudig deelnemen aan Zijn lichaam en bloed zonder meer, maar de vrucht van Zijn lijden en sterven moet door ons worden gesmaakt. En vervolgens dat wij nooit tot het genot van deze vrucht kunnen komen, dan door deel te hebben aan Zijn lichaam en bloed, waardoor deze vrucht is voortgebracht.

Vanzelf komt hierbij de vraag aan de orde hoe wij het moeten opvatten als het brood het lichaam van Jezus Christus en de wijn Zijn bloed wordt genoemd. Hierbij moeten wij het beginsel goed vasthouden, n.l. dat al de zegen dien wij in het Avondmaal moeten zoeken, niets is, tenzij Jezus Christus als wezen en fundament van alles ons er in gegeven worde. Wanneer we dus loochenen, dat in het Avondmaal ons de ware gemeenschap met Jezus Christus wordt voorgesteld, dan maken we dit Heilig Sacrament verfoeilijk en ijdel en dit staat gelijk met afschuwelijke godslastering, onwaardig om te worden aangehoord.

Hier komt nog wat bij. Als deel hebben met Jezus Christus betekent deel en erve hebben aan al de onverdiende gunsten, die Hij door Zijn dood ons heeft verworven, dan moeten wij deel hebben aan de gehele Christus, dus aan Zijn Geest, maar ook aan Zijn mensheid, in welke Hij volkomen Zijn gehoorzaamheid aan de Vader bewezen heeft tot voldoening van onze schuld. Het één kan niet zonder het ander. Want wanneer Christus Zich aan ons geeft, dan is dat opdat wij Hem geheel zouden bezitten. Christus' Geest is ons leven, maar Christus' mond heeft ook getuigd, dat Zijn vlees waarlijk spijs en Zijn bloed waarlijk drank is. Deze woorden staan er niet voor niets. Willen we ons leven in Christus hebben, dan moeten onze zielen met het lichaam en bloed van Christus gevoed worden, als met het enige voedsel, dat voor die zielen geschikt is.

Calvijn begrijpt wel dat men nu van hem weten wil of het brood het lichaam van Christus is en de. wijn Zijn bloed. Wij verklaren, zo zegt hij dan, dat brood en wijn zichtbare tekenen zijn, die ons het lichaam en bloed van Christus vertegenwoordigen. Zij hebben de naam en titel van lichaam en bloed ontvangen, omdat zij de werktuigen zijn, waardoor Christus ons Zijn lichaam en Zijn bloed deelachtig maakt.

Deel te hebben aan het lichaam van Christus is voor ons een onbegrijpelijke zaak. Maar daarom wordt het ons door deze tekenen zichtbaar aangetoond.

Calvijn geeft hiervan een voorbeeld. Bij de doop van Christus daalt de Heilige Geest op Hem neer in de gedaante van een duif. Nu zegt Johannes: ik heb de H. Geest op Hem zien nederdalen. Johannes heeft echter alleen de duif gezien, omdat de H. Geest toch in Zijn wezen onzienlijk is. Maar omdat hij wist dat de getoonde duif een zeker teken was van de tegenwoordigheid des H. Geestes, aarzelt hij niet te zeggen, dat hij de H. Geest gezien heeft, daar Deze hem naar zijn bevatting was voorgesteld.

Zo nu staat het ook met het deelhebben aan het lichaam en bloed van Christus. Dit is een geestelijke verborgenheid, die het oog niet kan zien en het menselijk verstand evenmin kan begrijpen. Daarom is het ons afgebeeld door zichtbare tekenen, zoals onze zwakheid vorderde, maar dan toch zó, dat het geen ijdel beeld is, maar overeenstemt met Zijn waarheid en Zijn wezen. Daarom wordt het brood met goed recht het lichaam van Christus genoemd, omdat het ons dit niet alleen voorstelt, maar ons dit ook aanbiedt. De naam „lichaam van Christus" wordt derhalve op het brood overgebracht in zoverre dit Sacrament een beeld is. De Sacramenten des Heeren mogen en kunnen dus beslist niet gescheiden worden van hun werkelijkheid en wezen, n.l. van Christus en Zijn volbrachte werk. Wel moeten de Sacramenten er van onderscheiden worden en ze mogen er niet mee vermengd worden. Maar ze mogen er niet van worden gescheiden. Wanneer wij het zichtbaar teken zien moet het ons doen denken aan wat het ons voorstelt en door Wien het ons is gegeven. Het brood is ons gegeven om ons het lichaam van Jezus Christus af te beelden met het gebod om het te eten. Het is ons gegeven door God, Die de zekere en onveranderlijke Waarheid is. Als God niet kan liegen of bedriegen, volgt hieruit, dat Hij alles vervult wat dit teken belooft.

Vruchten.

Calvijn gaat dan nog nader in op de zegen van het Avondmaal. Hij vat dit samen door te wijzen op enkele vruchtten, die het ons van Godswege aanbrengt. In de eerste plaats wijst hij er op dat wij kunnen zeggen, dat Jezus Christus ons er in wordt aangeboden, opdat wij Hem zouden bezitten en in Hem de ganse volheid van genade, die wij kunnen begeren. Hierin hebben wij dan ook een goede hulp om onze zielen te bevestigen in het geloof, dat wij in Hem moeten hebben.

De tweede vrucht, waarop gewezen wordt is deze, dat het H. Avondmaal ons vermaant en opwekt om beter de weldaden te erkennen, die wij van de Heere Jezus ontvangen hebben en dagelijks nog ontvangen, opdat wij Hem naar behoren mogen prijzen. We zijn immers uit onszelf zo onachtzaam, dat het een wonder is, wanneer wij aan Gods goedheid gedenken, als Hij ons niet uit onze traagheid opwekt en aanzet om onze plicht te doen. Daarom geeft Hij ons in het H. Avondmaal een meer levende prikkel dan door woorden. Hij geeft ons als 't ware te zien, te tasten en te genieten dat Hij ons voedt, n.l. met Zijn eigen wezen. Dit verzegelt Hij ons, wanneer Hij ons beveelt Zijn dood te verkondigen totdat Hij komt. Dit is een belangrijke zaak tot bevordering der zaligheid. Daarom moeten we nimmer de genade Gods miskennen of deze vergeten. We moeten er tegenover anderen van roemen, opdat wij onderling gesticht worden.

Hier vinden we nog een andere vrucht van het H. Avondmaal. Het bewaart ons voor ondankbaarheid en belet ons het heil te vergeten, dat Jezus Christus door Zijn dood voor ons verworven heeft. Het brengt ons er toe Hem te danken en als door openlijke belijdenis te verklaren hoezeer wij aan Hem verknocht zijn.

Nu volgt nog een ander nut, dat we beslist niet over 't hoofd moeten zien of vergeten. In het H. Avondmaal worden wij nadrukkelijk vermaand om heilig te leven en boven alles de barmhartigheid en de broederlijke liefde onder elkander te bewaren. Als leden van Jezus Christus, ingeplant in Hem en met Hem als met ons hoofd verenigd, is het behoorlijk, dat wij aan Christus gelijkvormig worden, in Zijn reinheid en onschuld, en vooral ook, dat wij onder elkander die liefde en overeenstemming hebben, die tussen de leden van hetzelfde lichaam moet bestaan. Ten overvloede wijst Calvijn er nu nog op, dat we niet moeten denken dat de Heere alleen door dit uitwendig teken onze harten waarschuwt, opwekt en aanvuurt.

Neen, het voornaamste is, dat de Heere in ons werkt door de Heilige Geest, die Hij gesteld heeft als een instrument, waardoor Hij Zijn werk in ons volbrengt. In zoverre nu de kracht des Heiligen Geestes met de sacramenten verbonden is, als we die behoorlijk ontvangen, hebben wij er een goed middel en steun in te verwachten, om ons te doen geloven en ons in heiligheid des levens en bijzonder in de liefde te doen toenemen.

Een volgende keer zien we wat Calvijn zegt over het behoorlijk gebruik van het Heilig Avondmaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Calvijn over het Heilig Avondmaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's