De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Simeons zwanenlied

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Simeons zwanenlied

8 minuten leestijd

Nu laat Gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede, naar uw woord. Want mijne ogen hebben uw zaligheid gezien, Die Gij bereid hebt voor het aangezicht van at de volkeren: Een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël. Lukas 2 : 29—32.

Spreekwoordelijk was de schoonheid van Napels. Men wenste deze welgelegen en fraai gebouwde stad te zien om na de verkrijging van deze vurig gekoesterde wens te sterven.

Misschien zal de Jood en Jodengenoot deze spreuk ambitieus amenderen. Jeruzalem, die schone stad van Israels Opperheer, die Godsstad, waarvan zulke heerlijke dingen verluiden, aanschouwen en dan getroost het hoofd neerleggen.

De geschiedenis, waarin onze tekst is vervat, doet ons een uitnemender zegswijze aan de hand. Christus zien en dan sterven weltevreên.

Maar toch wel Christus zien te Jeruzalem. Als Zaligheid voor het aangezicht van al de volkeren. Bij voorbaat zijn de bewoners van Napels niet uitgesloten. Mits ze schoonheid en heerlijkheid van eigen vaderstad verlaten.

Simeon heet een mens te Jeruzalem. Mens, waarvan gezongen: In mensen een welbehagen. Niet rijk en edel naar de wereld wellicht. Veracht mogelijk. Maar uitverkoren en dierbaar bij God. Gedecoreerd van Godswege. „Van de kerk", gelijk blijkt uit de merktekenen der Christgelovigen, die hun zaligheid verwachten in Jezus Christus, gewassen door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Het glanst bij hem misschien nog zo stralend niet, omdat hij nog leeft in de adventsbedeling, maar de grondverf is toch wel aangebracht. Geloof, hoop en liefde waren in hem aanwezig.

Er was in zijn hart Pinksterbeweging. De Geest was op hem, de Geest openbaarde hem en de Geest leidde hem. Misschien spreken wij wel eens te eenzijdig over de werkzaamheden van het geloof, terwijl het werk van de Heilige Geest te zeer als post pro memorie fungeert.

De Geest des Heeren begon hem bijwijlen te drijven, lezen we in een andere, veel oudere geschiedenis. De Geest is een drijfkracht in goede zin. Een leidende instantie is de Geest Gods, een Leidsman gewis.

Wat de heilige dichter van Jozef getuigt, betreft Simeon. „Tot de tijd toe, dat zijn woord kwam, heeft de rede des Heeren — als Woord Gods gehanteerd door de Geest — doorlouterd". De Geest leidde Simeon in de Schriften met name die van Jesaja. De Geest des Heeren beduidde en getuigde tevoren van het lijden dat op Christus komen zou en de heerlijkheid daarna volgende. De Geest bad en zuchtte in hem: Verkwik mij eer dat ik henenga en niet meer ben. De Geest kwam de zwakheden te hulp, wanneer des Satans aanvechtingen geweldig waren. De Geest dreef zijn rappe oude voeten naar de tempel en zijn gladde tong tot de lieflijke tempelzang.

De troostverwachter behoorde naar ziel en lichaam den Heere en eigende Hem zich toe met de armen van zijn lichaam en de lof van zijn ziel. We lezen van een begaafde zanger, van een lenteachtige zangtijd nu de lang — en vurig verbeide Heere snellijk tot Zijn tempel kwam. Onze aandacht gaat evenwel bijzonder uit naar de zang.

Simeon zingt van zijn enige troost in het sterven. Hoewel de geduchte dood voor hem ontwapend was en als krijgsgevangene, dienstbaar aan Gods pacificatiewerken, kon Simeon toch niet heengaan. De mens kon sterven, niet de dienstknecht, voorzover we deze beide scheiden mogen en kunnen. De stellige toezegging stond uit en hoe dikwijls zal hij bezweken zijn van verlangen en hoe menigmaal amechtig door de sarrende vraag: Waar is God, Die gij verwacht?

Hij huppelt van zielevreugd. In dat éne woord „Nu" bejubelt hij de deugden des Heeren. Hij heeft gedacht aan Zijn genade, zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt; dit slaan al's aardrijks einden gade, nu onze God Zijn heil ons schenkt. Het uur nu is het kruispunt van belofte en werkelijkheid. Het moment is vol van de eeuwigheid, de hemel is op aarde. Nu weet ik waarachtig, zo zei de apostel Petrus.

Hoe goed is de Heere voor zijn personeel. Simeon wordt afgelost van zijn wachtpost. De dienstknecht blijft niet eeuwig in het huis. Na volbrachte taak is het goed rusten. Ze hebben Gods Raad te dienen, daarna mogen ze als goede en getrouwe dienaren ingaan in de vreugde van hun Heere. Hij krijgt eervol ontslag, genadig maakt de Heere hem los uit het gareel. Vrede is een woord, dat het Oude Testament meermalen bezigt ter aanduiding van de wijze, waarop de zalige doden in de Heere sterven, 't Boek Genesis spreekt van heengaan tot de vaderen in vrede en het boek Koningen van verzameld worden in hef graf met vrede. De Psalmdichter noemt het einde van die man vrede en de profeet Jeremia voorzegt: „Gij zult sterven in vrede". Misschien zijn er lezers ver op hun jaren gekomen. De vraag, die ik u voorleg, hoeft niet moeilijk te zijn al kan hij dit voor u wel wezen. Verlangt ge wel eens om ontbonden met Christus te zijn? Geen bijzondere openbaring houdt u op uw post. Gods knechten gaan welhaast eeuwig met pensioen en hun geringe verdrukking weegt niet op tegen het gans zeer uitnemend gewicht van eeuwige zaligheid en heerlijkheid. Slechts vijandschap, zo verborgen vaak, dat we het zelf niet bewust zijn, weerhoudt ons om in 's Heeren dienstverband te treden, alhoewel de aanbiedingen vele zijn en welgemeend.

Wat bovendien zo heuglijk was ? Gods woord was stipt uitgekomen. Zijn beloften falen nimmer. Geen overmacht gaat almacht te boven. Te leven volgens het gebiedende woord geeft de beminnaars van de wet vree, maar groter vrede is ons deel, wanneer de beloften in gunst ons gedaan ten lange leste hun vervulling geenszins missen.

Waarom gaat Simeon in vrede de weg van alle vlees? Omdat zijne ogen gezien hadden het grote heil, de zaligheid zonder einde, de eeuwige verlossing. Zeer veel had hij gedurende de jaren van zijn leven vernomen van zijn komende Goël, maar nu zagen Hem zijn ogen. Want Gods zaligheid is Iemand, is een Hij. Zaligheid is geen zaak, maar een Persoon. De zaligheid is in geen andere dan in Hem, in Wien de Vader een welbehagen heeft. Het was klein en gering, het had gedaante noch heerlijkheid, maar voor de godzalige was dit genoeg. Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven en de heerschappij is op Zijne schouder en men noemt Zijn naam: Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid. Vredevorst. Vele lofzangen uit het Oude Testament welbekend, zouden passen in de mond van Simeon. Het behoeft ons niet te verbazen, want alle beloften zijn in Christus ja en amen, Gode tot lof door veler dankzegging. Hebt ge Hem gezien als het Lam, dat der wereld zonde draagt, als de Vermorzelaar van de kop der slang, als Borg? Medicijnmeester en in talloze kwaliteiten? Het wonder wordt zo onbegrijpelijk groot, wanneer we accent leggen op de beide bezittelijke voornaamwoorden. Mijn ogen Uwe zaligheid. Hier vloeit genade over.

's Heeren zaligheid, wijl Hij is de zaligheid zelf en aangezien Hij in grote goedertierenheid deze verlossing wrocht. Hij bereidde de zaligheid voor de Zijnen en Hij bereidt hen voor de zaligheid, want beiderlei arbeid is noodzakelijk. Die ons hiertoe bereid heeft is God, die ons ook het onderpand des Geestes geschonken heeft. Hoe universeel is het heil. In Abrahams zaad zouden alle geslachten gezegend worden. Voor alle volkeren. We lezen het meervoud van het woord, waarmee bij uitstek het uitverkoren Israël werd aangeduid. Maar hier zijn de volkeren in Israël ingelijfd, dragende de naam van Sions kinderen. Al de volkeren, het volk Israël en alle andere, want het zal zijn éne kudde. De middelmuur des afscheidsels is gebroken. Wolf en lam, koe en berin, maar ook Jood en heiden zullen vredig samen verkeren in het rijk van de Messias.

Weliswaar is er in de historische gang van het evangelie over de ganse aarde een orde. Overmits Israël zich aanvankelijk het woord niet waardig keurt, is de zaligheid allereerst een licht voor de heidenen. Zo heet Christus in Jesaja 42 : 6 en Jesaja 49 : 6. Gods heil tot aan de einden der aarde. Wanneer, de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, zal gans Israël zalig worden, gelijk geschreven is. Naar Gods Woord. Hoeveel heeft deze man geleerd en geleden om zo eenvoudig, kort en toch diepzinnig de loop van het evangelie aan te geven. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods. Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen. Heiden en Jood zijn onderscheidene typen, die beide zich stoten aan het evangelie. Worden ze niet beide in ons hart gevonden? Hebben we niet van node een dubbele bekering? Van ons heidendom en van ons jodendom tot Christus? Zijn we niet te goddeloos of te rechtvaardig?

In duisternis verkeren we en duisternis hebben we in ons, ja we zijn de duisternis zelve. Het schamel beetje licht, dat we het onze noemen is duisternis. Slechts licht, licht van elders, licht van boven kan ons redden. Wil ons redden. De duisternis kan het licht niet vatten, maar het Licht verdrijft de donkerte. Wordt verlicht, o al gij heidenen, wordt verheerlijkt, o al gij Israëlieten, waarin geen bedrog.

Uit onze catechisatieboekjes kennen we wellicht het vertaalde lied van R. M. M'Cheyne: De Heere onze gerechtigheid; het wachtwoord der Hervormers. Het laatste vers luidt: „Gestorven voor mij! zal mijn zwanenlied zijn". Zo was Simeons zwanenzang: Gekomen voor mij. Mijne ogen hebben uwe zaligheid gezien. Christus zien en dan sterven. Toch wist Simeon reeds van het: Gestorven voor mij, want hij sprak van een zieldoorborend zwaard.

Simeon. Zijn naam zegt het, dat de Heere de bede hoort, daar Hij zijn beloften volbrengt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Simeons zwanenlied

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's