ROME-REFORMATIE
Kerstfeest langs de kloof
Kerstfeest in het jaar 1223.
In een der grotten van het bosrijke Greccio (Italië) staat op de avond van de 24ste december 1223 een met stro gevulde kribbe.
Ze herinnert aan de kribbe die er eens stond in de stal van Bethlehem, ja is er een nabootsing, een imitatie van.
Ze is hier neergezet door een zekere Giovanni Vellita, de eigenaar van heel het bos en dus ook van deze grot.
Hij heeft dat echter niet gedaan uit eigen initiatief, maar op het dringend verzoek van zijn vriend en begunstigde Franciscus van Assisi, een man die de r.k. kerk al sinds lange tijden vereert als een dertiende-eeuws heilige.
Sinds een reis die hij gemaakt heeft naar het heilige land heeft Franciscus een bijzondere voorliefde opgevat voor het kerstfeest, en het is nu zijn voornemen in eigen land heel het kerstgebeuren opnieuw te doen plaatsvinden. Vandaar dat hij Vellita verzocht heeft deze kribbe, met stro gevuld, alvast in de grot te plaatsen aan de vooravond van dé 25ste december. „Zet in de grot een kribbe met stro; een os en een ezel moeten er ook zijn, precies zoals in Bethlehem. Ik wil eens in volle ernst de komst van Gods Zoon op aarde vieren en met mijn eigen ogen zien hoe arm en ellendig Hij het om onzentwil hebben wilde".
Tegen middernacht komen met brandende fakkels Franciscus en zijn medebroeders naar de grot. Vergezeld van een hele stroom toeschouwers, de mensen uit de streek. Het bos wordt door de vele fakkels hel verlicht. Zo licht werd het onder de donkere eiken, zegt de geschiedschrijver, dat het leek alsof het dag was geworden.
In de grot aangekomen ontsteekt men kaarsen. Franciscus zelf treedt naar voren. Een klein man, tot op het been vermagerd door vrijwillig vasten, gehuld in een grove grauwe pij. Zijn peinzende mystieke ogen verraden, dat hij zich de kerstnacht te Bethlehem geheel inleeft, het Wonder herhaalt zich voor hem.
Boven de kribbe leest hij de mis, de kribbe doet dienst als altaar. „Opdat het goddelijke Kind onder de gestalten van brood en wijn tegenwoordig zou zijn, zoals het lichamelijk en zichtbaar in Bethlehem tegenwoordig was".
Giovanni Vellita staat er bij. Hij is toeschouwer, en het is hem wonderlijk te moede. Het komt hem voor als ziet hij een werkelijk kind in de kribbe liggen. Maar hij kan niet uitmaken of het dood is of slaapt. Hij ziet echter hoe Franciscus op het kind toetreedt en het liefdevol in zijn armen neemt. Dan ontwaakt het kind, het begint te glimlachen en het strijkt met de kleine handjes langs de baard van Franciscus, het streelt zijn ruwe wangen en zijn grauwe pij ... Toch is Vellita niet ver-
in de harten van velen dood of althans wonderd.
Was Jezus niet al sinds lang ingesluimerd en is het niet Franciscus die door zijn prediking en zijn voorbeeld het goddelijke Kind uit zijn sluimering heeft doen opstaan en tot nieuw leven heeft gewekt?
Nadat het evangelie gezongen is als deel van de mis, staat broeder Franciscus „diep zuchtend, geheel verbroken onder het gewicht van zijn vroomheid, overstroomd door een wonderbaarlijke vreugde bij de kribbe".
Hij begint te prediken van het Jezuskind, van de arme Koning, in deze nacht geboren. Telkens, aldus de geschiedschrijver Thomas van Celano, als hij de naam Jezus wilde noemen overweldigde hem het vuur van zijn liefde, zodat hij ternauwernood het woord over zijn lippen kon krijgen. Ook liet hij telkens als hij de naam Jezus had uitgesproken zijn tong langs zijn lippen glijden als het ware om de zoetigheid te proeven die deze naam op zijn lippen had achtergelaten.
Pas laat eindigde deze heilige nacht. Later werd op de plaats waar de kribbe stond een tempel gebouwd. Daarin kwam een altaar ter nagedachtenis aan de heilige Franciscus.
Totzover dit middeleeuws verhaal, een typisch staaltje van franciscaanse spiritualiteit.
Middeleeuwse Kerstvroomheid.
„De religieuze invloed van de H. Franciscus van Assisi is veel dieper gegaan dan men gewoonlijk meent. Zijn persoonlijk geestelijk leven werd de traditionele spiritualiteit van zijn Orde. Daarna werd deze zeer snel opgenomen in het gemeengoed der Kerk, en verrijkte en verjongde zij aldus de gehele katholieke vroomheid".
Deze woorden van de franciscaner pater Gratiën (in zijn boekje Franciscus van Assisi, zijn persoonlijkheid en zijn spiritualiteit Roermond 1947) mogen niet vrij zijn van enige eenzijdigheid, een feit is het, dat de spiritualiteit (vroomheid) van Franciscus een stempel gezet heeft op heel de vroomheid der middeleeuwen.
Al door Bernard van Clairveau was aandacht gewekt voor Jezus' mensheid, zijn aardse leven, zijn lijden, maar Franciscus heeft het zijne daar nog toe bijgedragen.
Zijn verdienste is, dat hij de persoon van Jezus dichter bij de mensen heeft gebracht; daarmee velen ook de schrijnende tegenstelling heeft doen gevoelen tussen deze arme Jezus en de rijke kerk van paus Innocentius III en zijn opvolgers.
In het geheel van de geschiedenis der christelijke vroomheid neemt Franciscus ontegenzeggelijk een grote en belangrijke plaats in. Zijn invloed op de r.k. vroomheid tot in onze tijd toe is onmiskenbaar. Enkele karakteristieke elementen van Franciscus' spiritualiteit willen we nu uit het bovenstaande verhaal van zijn kerstfeestviering te Greccio uitlichten en nader beschrijven.
We wijzen in de eerste plaats op het sterk emotionele karakter van deze spiritualiteit. Franciscus was een emotioneel mens. Zijn biografen hebben het vaak over zijn zuchten, zijn wenen, zijn tranen. Ook in de kerstnacht van 1223 stond hij diep zuchtend bij de kribbe.
Voor ons tegenwoordig besef was hij zelfs niet vrij van sentimentaliteit. Het likken van zijn lippen na het uitspreken van de (zoete) naam Jezus doet ons sentimenteel en overdreven aan.
Steeds wordt in Franciscus' eigen woorden en in die van zijn broeders en volgelingen de nadruk er op gelegd, dat hij een grote liefde voor Jezus had.
Van het geloof zou hij gekomen zijn tot de liefde, als van een lagere tot een hogere trap in het christenleven. De liefde tot Jezus overweldigde hem soms geheel; hij vergat dan te eten en te drinken, voelde geen koude of hitte; kortom deze liefde verslond hem.
We wijzen in de tweede plaats op het mystieke karakter van Franciscus' spiritualiteit. Hij ervoer in de kerstnacht te Greccio heel sterk Jezus' aanwezigheid. Het was alsof hij het Kind zag liggen in de kribbe.
Typisch middeleeuws en rooms-katholiek was het de mis die voor hem Christus tegenwoordig stelde. De omgang met het Kind loopt via het sacrament, als een zeer bijzondere weg.
Mystisch is ook de ervaring van Vellita. Hij krijgt een verschijning. Als hij het Kind ziet in de armen van Franciscus, strelend diens baard en pij, is dat geen werkelijkheid, maar een gezicht.
We wijzen in de derde plaats op het armoede-ideaal dat in Franciscus' spiritualiteit zulk een dominerende rol heeft gespeeld. Als zoon van een rijk zakenman te Assisi had hij op ongeveer 25 jarige leeftijd afstand gedaan van zijn vaderlijk erfdeel en was hij kluizenaar geworden. Hij en zijn volgelingen verkochten al wat ze hadden en deelden het geld uit aan armen. Dat zij zich niet aansloten bij een reeds bestaande orde had zijn oorzaak hierin, dat ze in geen van deze orden het armoede-ideaal verwezenlijkt zagen, zoals het hen voor ogen stond. De Armoede noemt Franciscus zijn zuster, zijn bruid, of zonder meer Vrouwe Armoede. Tot aan het laatst van zijn leven is hij haar trouw gebleven als een middeleeuws ridder (pater Gratiën). Vandaar ook dat hij kerstfeest vierde in een grot, met een kribbe, met stro — alles zo armoedig mogelijk.
In de vierde en laatste plaats wijzen we op de navolging, of beter de imitatie van Jezus, van de arme Jezus als karaktertrek van Franciscus' spiritualiteit.
Het kerstfeest van Bethlehem wordt nagebootst, zo getrouw mogelijk. Het gaat om een herhaling van het kerstgebeuren. Zelfs een os en een ezel worden aangevoerd en bij de kribbe geplaatst, omdat zij volgens de middeleeuwse volksvoorstelling ook eens in de stal van Bethlehem aanwezig waren.
Deze karaktertrek vinden we in heel Franciscus' vroomheid, zoals trouwens ook in heel de vroomheid der middeleeuwen, maar bij Franciscus met een extra zwaar accent op de navolging van de arme Jezus.
„Zijn uiterste wens was de leer en het voorbeeId van onze Heer Jesus Christus te volgen", aldus Thomas van Celano. Door navolging wilde hij zich geheel met Jezus gelijkvormig maken.
Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk. Hij wilde voelen en denken gelijk Christus, handelen gelijk Christus, ja zich geheel vereenzelvigen met Jezus. Zozeer dat hij begeerde hetzelfde lijden, dat Jezus eens onderging ook zelf te ondergaan. Wat een vreugde toen hem de stigmatisatie ten deel viel, toen hij dezelfde wonden als Christus had ook zelf kreeg in eigen vlees.
Franciscus en de oecumene.
In het huidige gesprek tussen Rome enerzijds en de Reformatie anderzijds komt ook nogaleens de vroomheid ter sprake.
Soms wordt gesuggereerd, dat op dit terrein de verschillen niet zo groot zouden zijn als op dat van het dogma. Waar de leer ons van elkaar gescheiden houdt zou reeds de vroomheid ons in beginsel verenigen.
Van r.k. zijde wordt in dit verband ook wel gewezen op de middeleeuwen, en vooral op mensen als Franciscus. Hebben we niet als rooms-katholieken en protestanten Franciscus en andere heiligen gemeen? Zou hun spiritualiteit niet een geschikt uitgangspunt kunnen wezen bij het zoeken van elkaar?
Zo heeft Franciscus onverwachte betekenis gekregen voor de oecumene. Van een louter kerkhistorische is hij een actuele figuur geworden. Hij vraagt nieuwe aandacht ook van niet-roomskatholieke zijde.
De Reformatie en het kerstfeest.
Vanuit bovenstaande vraagstelling gaat men onwillekeurig Luthers en Calvijns kerstpreken met nieuwe ogen lezen.
Hoe hebben zij kerstfeest gevierd? Hoe hebben zij de gemeente het Kind voor ogen gesteld?
Wanneer we, hun preken lezend, een antwoord zoeken op deze vraag, is het eerste wat we constateren, dat ze voor een herhaling van wat er plaatsvond in de grot van Greccio zeker niets, totaal niets zouden hebben gevoeld. Het is eenvoudig onmogelijk zich Luther of Calvijn voor te stellen bij een grot die een imitatie is van de stal, bij een kribbe die een imitatie is van de kribbe van Bethlehem, en daar dan een kerstfeest te vieren dat een imitatie is van het ware en enige kerstfeest, dat heeft plaatsgevonden in de volheid des tijds.
Zowel Luther als Calvijn hebben alle nadruk gelegd op het Woord, op het kerstevangelie! Wat de Heidelbergse Catechismus leert, dat God zijn gemeente niet wil onderwezen hebben door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn Woord, gold voor de reformatoren ook op de kerstdagen.
Dat betekent niet een afwezige Christus. Integendeel. Zo nauw is de band tussen Christus en Zijn Woord, zijn evangelie, dat waar het Woord is daar ook Christus is. Zijn tegenwoordigheid behoeft niet te worden opgeroepen door onze kerstfeestvieringen, hetzij mooie kerstfeestvieringen (met veel groen, versieringen en traktaties), hetzij armelijke kerstfeestvieringen (zoals die te Greccio), ze is gave van het evangelie zelf!
Men kan in de kerk, ter plaatse waar men zit, onder het Woord het Kind ontmoeten, voor Hem nederknielen en Hem aanbidden.
Tegelijk met deze nadruk op het Woord, op het kerstevangelie valt bij de reformatoren ook de nadruk op het geloof.
Terwijl in Franciscus' leven het geloof slechts de ,,deugd" was waarmee zijn christen-zijn een aanvang nam, om later over te gaan in de liefde, als een volmaakter deugd, is bij de reformatoren het geloof de gave Gods die redt. De liefde is een vrucht des geloofs. Een onmisbare vrucht, die ook zeker er is waar het geloof levend is en krachtig, maar nooit iets hogers dan het geloof.
In Luthers kerstprediking domineert slechts één woord, bestaande uit één letter: het woordje U, ontleend aan Lukas 2 : 10: „ziet, ik verkondig u grote blijdschap". Het was voor ons dat Jezus Christus op aarde kwam. Het enige antwoord, dat op deze evangelieboodschap past is het antwoord des geloofs.
Zo krijgt men een heel andere kerstfeestviering dan die van Franciscus te Greccio.
Men komt dan ook niet zo gemakkelijk meer tot een verheerlijking van de armoede.
Ze ontbreekt in de prediking van Luther en Calvijn allerminst. Maar ontdaan van haar apotheose; ze wordt niet verheerlijkt. Ze is niet meer een ,,deugd", waarmee wat voor God te verdienen valt.
Zeer reëel zijn de reformatoren in hun kerstprediking bij het schilderen van de uitermate arme en ellendige omstandigheden waaronder de Zoon Gods op aarde kwam. Maar deze armoede en ellende worden in verband gebracht met de zonde. De schuld en vloek die op ons lag, heeft Hij op zich genomen. De arme Jezus is niet in de eerste plaats voorbeeld. Hij is veel meer. Hij is gekomen tot verzoening, als Zaligmaker, om zijn volk te redden van de zonde.
Luther heeft op zijn eigen manier daar uitdrukking aan gegeven, toen hij zei: „Christus is allereerst sacramentum en dan pas exemplum. Primair is, dat Hij ons het heil bracht, pas in de tweede plaats komt, dal Hij ook voorbeeld is".
Op kerstfeest komt het er niet in de eerste plaats op aan, dat wij wat doen, maar dat we wat ontvangen, n.l. Gods gave, zijn eigen Zoon.
Is er dan geen navolging van Christus? Die is er, maar behoeft niet een imitatie te zijn. De imitatie is zelfs een ontaarding van de ware navolging van Christus. Weliswaar is Christus de overste Leidsman, maar dan des gelóófs. Zijn voetstappen drukken betekent Hem aanhangen met waarachtig geloof, vurige liefde en een onwankelbare hoop.
Het is vooral Calvijn geweest die in zijn kerstprediking gewezen heeft op de noodzaak, dat wij worden zoals Christus was. Maar hij heeft dat niet bedoeld in deze zin, dat wc uiterlijk ons zouden moeten gaan gedragen zoals Jezus zich gedroeg in zijn leven op aarde, of dat we innerlijk vereenzelvigd zouden moeten worden met Jezus, zodat Zijn lijden ons lijden wordt, Zijn voelen en denken ons voelen en denken. Calvijn bedoelde het veel geestelijker. Bij de arme, nederige Heiland past enkel een arm, nederig, verootmoedigd zondaar. Een ijdel, hoogmoedig mens en het Kind in de kribbe passen niet bij elkaar. Een mens die nog wat anders heeft waarop hij vertrouwt tot zaligheid kan niet in Jezus vinden wat God in Hem gegeven heeft.
Het verdrietige van heel de middeleeuwse vroomheid (ook kerstvroomheid) is, dat de mens nog zoveel overgehouden heeft. Daar valt zelfs de armoede van Franciscus onder.
Op dit punt ligt het grote verschil tussen de rooms-katholieke vroomheid (ook die der beste vertegenwoordigers) en de reformatorische.
Calvijn heeft de reformatorische kerstvroomheid wel bijzonder treffend vertolkt als hij zegt in een preek over Matth. 1 : 1—16: „Laten wij leren ons te verootmoedigen, als wij willen genieten van het goed, dat ons door onze Heere Jezus is verworven. Want gelijk Hij zich heeft moeten vernederen, ja vernietigen, zo moeten ook wij ontbloot zijn van alle hoogmoed en verwaandheid om tot Hem te komen; kortom wij hebben er geen toegang dan in nederigheid". „Alle trots moet worden uitgewist uit onze harten en wij moeten bekennen, aangezien de Zoon Gods heeft gewild, dat Zijn glorie een tijdlang verborgen zou zijn, dat dit was, opdat wij Hem alleen maar onze armoede, onze ellende, onze smaad, onze schaamte zouden brengen, en dat Hij voor dat alles genezing zou geven om ons deelgenoot der heerlijkheid te maken".
Er mag geen ander vertrouwen zijn dan alleen het vertrouwen in Jezus Christus. Dat is de ware armoede! Wat Franciscus zelf heeft willen doen, door een voorbeeld van armoede te geven, dat is in werkelijkheid het werk van de Geest. Hij is het die ons ontdekt aan onze ware armoede, waarbij we niets overhouden, gans arm het evangelie horen waarin ons alles geschonken wordt.
Deze armoede is veel radikaler dan die van Franciscus; inaar de verwondering en vreugde (ontdaan van Franciscus' sentimentaliteit) over het Kind, de eeuwige Zoon des Vaders, is des te groter.
Er wordt aan beide kanten van de kloof Rome-Reformatie toch nog verschillend kerstfeest gevierd. Jammer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's