De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KERK

IV

6 minuten leestijd

Wel verstaan is de kerk een geestelijke grootheid, die door God wordt vergaderd en Hem alleen bekend is. Zeker, wij kunnen op aarde iemand voor een geestelijk mens houden en geloven, dat hij een kind van God is. Dat geloof zal ook wel eens juist zijn, maar welen is in dit opzicht niet bij ons. En — dat wil dan zeggen: weten is ook bij de kerk op aarde niet. De aardse kerk is een mengeling van personen, gelovigen door onderwijs en opvoeding, ongelovigen, die er openlijk voor uitkomen, hypocrieten, die doen alsof, en kinderen Gods, die door Woord en Geest zijn onderricht geworden in de dingen, die des Geestes Gods zijn.

Wij kunnen deze laatsten niet in een register apart zetten en evenmin een kerkje van kinderen Gods samenstellen. Er zijn we! mensen, die dat graag zouden willen doen, maar dat kan niet, om de eenvoudige reden, dat de kinderen Gods, of liever de tot het kindschap Gods gepraedestineerden of uitverkorenen, bij de Heere bekend zijn van voor de grondlegging der wereld. (Vgl. Efeze 1 : 4), maar bij ons niet bekend zijn. Dat wil niet zeggen, dat we in dit leven geen mensen leren kennen, van wie wij geloven, dat zij onder Gods kinderen zijn geteld, maar weten doen wij dat niet. Daarom zegt men, dat de kerk naar haar geestelijke zijde, d.i. in haar ware leden, onzichtbaar is. Zoals we gezegd hebben, de kerk is een voorwerp des geloofs. De geestelijke goederen: het geloof, de wedergeboorte, de bekering, de gemeenschap met God, kan men met het natuurlijk oog niet zien.

Bovendien is er kaf onder het koren.

In dit opzicht kan men dus spreken van zichtbaar en onzichtbaar. De kerk op aarde is een vergadering van mensen en als zodanig zichtbaar. De eigenlijke kerk, d.w.z. de vergadering der kinderen Gods, die daarin schuilt, is echter niet zichtbaar.

Men spreekt van de kerk als van een vergadering der gelovigen, of een ver­ gadering van geroepenen en gedoopten. Toch is dit geen onverschillige zaak. Geroepen zijn of gedoopt zijn, zegt eigenlijk nog niets omtrent de ware geestelijke staat, waarin iemand verkeert. Heel anders is dit met de Schriftuurlijke uitspraak. Mark. 16 : 16: ,,Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden".

Daarom is de eigenlijke kerk een vergadering van gelovigen. Het is dan ook juister om die uitdrukking te gebruiken en niet vergadering van geroepenen of van gedoopten.

Als vergadering van gelovigen is de kerk op aarde tegelijk zichtbaar en onzichtbaar. Zij is een vergadering van mensen en is als zodanig kenbaar b.v. aan de dienst des Woords en de bediening der Sacramenten. Die vergaderingen en diensten zijn samenkomsten en handelingen van mensen, in kerkgebouwen en als zodanig zichtbaar. De gelovigen openbaren zich in geloof en belijdenis en in hun levenswandel. Zij staan in de wereld en zijn als zodanig ook zichtbaar.

Het zichtbare van de kerk kan ons dus niet vreemd zijn.

Maar wat weten wij nu omtrent de geestelijke toestand van de kerk, van diezelfde kerk, de vergadering der gelovigen?

Zou iemand willen zeggen, dat hij de vergadering der gelovigen, maar nu naar hun geestelijke staat, zou kunnen beoordelen: de kinderen Gods a part, degenen, die. mogelijk zo straks, over enige tijd of langer, tot 't geloof komen, ook a part, of zo men wil daarbij geteld. Vervolgens de hypocrieten en de onverschilligen, die er dus niet bij behoren.

Men zal inzien, dat in geestelijk opzicht de kerk voor ons een onbekende grootheid is. En dat heeft men willen uitdrukken met de term onzichtbaarheid.

Wij hebben begrepen, dat het rechte geloof dus het kenmerk der kerk is ; d.w.z. dat het rechte geloof iemand tot lid van de kerk maakt. Dat kenmerk is echter voor ons hier op aarde niet voldoende, want hoe weten wij, dat iemands geloof echt is. Wij kunnen dat nooit toetsen, zodat er geen vergissingen zouden plaats vinden. Wij zijn geen kenners der harten. Het gaat om zekerheid.

De Hervormers (en latere theologen) zijn met deze vraag bezig geweest. Wat is het kenteken der kerk? Het antwoord der Hervormers was het Woord Gods. Alle kenmerken der kerk maken dit duidelijk. Zonder Gods Woord geen kerk. (Spr. 29 : 18; Jes. 8 : 20; Jer. 8 : 9; Hos. 4:6). Door Woord en Sacrament vergadert Christus Zijn Kerk. (Matth. 28 : 19). De kerk is op de leer van apostelen en profeten gebouwd. (Matth. 16 : 18; Ef. 2 : 20). Door het Woord wederbaart Hij. (1 Petr. 1 : 23; Jac. I : 18). Door het Woord werkt Hij het geloof, (Rom. 10:14; 1 Cor. 4:15), reinigt en heiligt Hij (Joh. 15 : 3; Ef. 5 : 26) om maar enkele plaatsen te noemen.

Alle dienst in de kerk is dienst des Woords. Waar Gods Woord recht gepredikt wordt daar wordt ook het Sacrament zuiver bediend, de waarheid Gods zuiver, d.i. naar de mening des Geestes beleden en handel en wandel naar Gods getuigenis ingericht. Wèl te verstaan, de zuivere bediening des Woords is geen kenmerk van het oprechte geloof der leden. Zij is echter wel een kenmerk van het oprechte geloof van de kerk als vergadering der gelovigen.

De zuivere bediening des Woords is het kenteken der kerk.

Terecht waarschuwt Calvijn er tegen, dat men dit kenmerk toch niet gebruike als een middel tot willekeurige afscheiding. Al ontbreekt er iets aan de zuiverheid der leer of der sacramenten, al laat de heiligheid des levens en de trouw der dienaren veel te wensen over, mag men daarom niet aanstonds de kerk verlaten.

Men zal toch moeten toegeven, dat een ware kerk in volstrekte zin op aarde niet gevonden kan worden. Er is geen kerk op aarde, die in bediening van Woord en Sacrament, in leer en leven en in alle delen beantwoordt aan de eis Gods.

Desniettemin zag met name de Hervorming een verdeeldheid en scheuring tussen de kerken der Reformatie, die ons protestanten tot zonde en schaamte moet zijn. Aanschouw in ons land alleen maar de gedeeldheid en verdeeldheid der gereformeerde religie.

Wij vergeten daarbij niet, dat ook ten tijde der apostelen de tekenen van scheiding en scheuring reeds werden gezien. (Gal. 2 : 4; 1 Cor. 1 : 10; 11 : 18, 19).

Maar wij hebben wel een bezwaar tegen een poging om scheuringen te voorkomen, die de zelfstandigheid der plaatselijke kerken ging opofferen aan eenheidsinstituten. Dat heeft Rome gedaan en dat hebben de reformatorische kerken ook gedaan, al is het waar, dat het Calvinisme van oorsprong de zelfstandigheid der plaatselijke gemeente heeft voorgestaan. Niet te vergeten ook, dat het Calvinisme de zelfstandigheid der kerk tegenover de staat heeft verdedigd.

Daarover een volgende keer nader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

DE KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1964

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's