De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Calvijn over het Heilig Avondmaal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Calvijn over het Heilig Avondmaal

III

6 minuten leestijd

Het behoorlijk gebruik van het Heilig Avondmaal.

Nauwkeurig zelfonderzoek.

Calvijn stelt de vraag hoe wij met eerbied deze instelling des Heeren betrachten. Wanneer iemand met minachting en zorgeloos tot dit Sacrament nadert en zich niet beijvert te volgen, waar de Heere roept, misbruikt hij het en door het te misbruiken verontreinigt hij het. Zulk een ontheiliging en bezoedeling nu van wat God zozeer geheiligd heeft is een heiligschennis, die niet geduld mag worden.

Wanneer iemand het Heilig Avondmaal onwaardiglijk gebruikt, kondigt de apostel Paulus hem niet zonder reden een verschrikkelijk oordeel aan. Omdat er in de hemel of op aarde niets van zo grote prijs en waarde is als het lichaam en bloed des Heeren, worden wij vermaand onszelven nauwkeurig te onderzoeken, opdat wij het naar behoren gebruiken.

En wanneer weten wij wat het behoorlijk gebruik is ? Als wij verstaan, hoe dit zelfonderzoek moet wezen.

Calvijn komt echter in verband met dit noodzakelijke onderzoek met een waarschuwing. Hij onderstreept, dat wij onszelf niet te naarstig kunnen onderzoeken, zoals de Heere het wil. Maar aan de andere kant wijst hij op de spitsvondige leraars die de eenvoudige zielen in een te gevaarlijke verwarring gebracht hebben of liever in een verschrikkelijk gehenna(hel). Zij hebben, ik weet niet welk een onderzoek geeist, waarvan het einde niet te bereiken is.

Hoe kunnen wij aan deze verwarringen ontkomen ? Aan zulk een zelfonderzoek waarvan het einde weg is ? Waardoor er alleen verwarring en kwelling komt ? Alleen door ons geheel aan het bevel des Heeren te houden. Wanneer wij deze enige regel volgen, zullen wij nimmer falen.

Hoe onderzoeken ?

Wanneer wij gehoorzamen aan het bevel des Heeren, dan moeten wij onderzoeken of wij waar berouw hebben in ons hart en waar geloof in onze Heere Jezus Christus. Zo onafscheidelijk zijn deze twee verbonden, dat het één zonder het ander niet kan bestaan. Lees vooral aandachtig, wat Calvijn hier verder over schrijft. Want dat is de overdenking alleszins waard. Wanneer wij belijden dat ons leven in Christus is, dan moeten wij tevens erkennen, dat wij in onszelven dood zijn. Om in Hem onze kracht te zoeken, moeten wij verstaan dat wij uit onszelf machteloos zijn. Om al ons heil in Zijn genade te kunnen hebben, is het noodzakelijk, dat wij onze ellende kennen buiten Hem. Om Zijn rust te genieten, moeten wij in onszelf niets dan kwelling en onzekerheid gevoelen.

Waar zulk een gevoel is, brengt het drie dingen voort.

Ten eerste een misnoegen over ons ganse leven. Vervolgens bekommering en vrees. Ten derde de begeerte naar en liefde voor gerechtigheid.

Wanneer toch iemand de schandelijkheid van zijn zonde kent en het verdorvene van zijn toestand en zijn hoedanigheid, zolang hij van God vervreemd is, dan gevoelt hij zulk een schaamte, dat hij gedwongen wordt misnoegd over zichzelf te zijn, zichzelf te veroordelen en van grote droefheid te treuren en te zuchten. Daar komt nog bij dat terstond het oordeel Gods komt, dat de zondige ziel tot wonderlijke angst perst, zodat zij geen enkel middel tot ontkomen ziet, en niets tot zijn verontschuldiging kan aanvoeren.

Met zulk een kennis van ellende nu — aldus Calvijn — kunnen wij de goedheid Gods smaken, als wij ons leven willen regelen naar Zijn wil en afzien van geheel ons vroeger leven, om in Hem nieuwe schepselen te worden. Willen wij dus naar behoren deelnemen aan het Heilig Avondmaal des Heeren, dan moeten wij in onwankelbaar vertrouwen des harten deze Heere Jezus als onze enige gerechtigheid, ons enig leven en onze enige zaligheid aannemen. Dan moeten wij al de beloften, die ons door Hem als vast en zeker gegeven zijn, aangrijpen en aannemen, en aan de andere kant alle tegenstrijdig gevoelen opgeven, opdat wij, onszelf en alle schepselen mistrouwend, volkomen rusten in Hem en alleen op Zijn genade steunen.

De noodzakelijkheid die toch bestaat, dat Christus ons te hulp komt, zien we dan pas in, wanneer wij in het diepst van ons hart waarlijk onze ellende gevoelen, die ons naar Hem doet

hongeren en dorsten.

Wanneer we geen eetlust hebben is het dwaasheid om voedsel te zoeken. En om goede eetlust te hebben moet niet alleen de maag leeg zijn, maar deze maag moet ook in orde wezen en geschikt om haar voedsel te ontvangen. Wat blijkt hieruit ? Dat onze ziel door de honger gedrongen moet worden en de wens en vurige begeerte moet hebben om gereinigd te worden. Zo alleen zal zij door het Avondmaal des Heeren kunnen worden verzadigd.

Wanneer nu iemand Jezus Chrstus echt begeert, dan zit daar toch altijd dit in opgesloten dat wij tegelijk verlangen te leven

naar het Woord Gods .

Het leven naar het Woord Gods bestaat in het verzaken van onszelf en de gehoorzaamheid aan 's Heeren wil.

Hoe zou iemand kunnen beweren een lid van Christus te zijn, vrijgemaakt van elke band, om nu een losbandig leven te gaan leiden. Dat is toch onbehoorlijk ?

Want in Christus is niets dan kuis­ heid, zachtmoedigheid, matigheid, waarheid en alle dergelijke deugden.

Als wij dan ook Christus' leden willen zijn, dan moeten alle onkuisheid, hoogheid, onmatigheid, leugen, hoogmoed en al dergelijke ondeugden ver van ons verwijderd zijn.

Wanneer wij deze dingen met Christus zouden verbinden, doen wij Hem grote oneer en schande aan. Wij moeten altijd verstaan dat er tussen Christus en de ongerechtigheid net zó min enige overeenkomst bestaat als tussen het licht en de duisternis.

Zo stelt Calvijn ons nu voor hoe wij in het Avondmaal tot waar berouw zullen komen, als het onze bedoeling is, dat ons leven gelijkvormig worde aan het voorbeeld van Jezus Christus. Dit nu openbaart zich overal in het leven van de gelovige, maar het bestaat toch wel meer bijzonder in

de liefde.

Deze liefde wordt ons bovenal in dit sacrament aanbevolen. De liefde wordt ook de band daarvan genoemd.

Gelijk immers het brood, uit verschillende graankorrels zodanig samengesteld, dat men de een van de ander niet kan onderscheiden, aldus moet er tussen ons een onverbreekbare vriendschapsband bestaan. Wat meer zegt, aan het Heilig Avondmaal ontvangen wij één zelfde lichaam van Christus om daarvan in werkelijkheid leden te worden. Als wij dus onderling twist en tweedracht hebben, staan wij schuldig aan deze heiligschennis, alsof wij Jezus Christus in stukken scheuren.

Wanneer moeten wij dus volstrekt niet tot het Avondmaal naderen ? Als wij enige haat of wrok tegen een levend mens hebben en bijzonder tegen enig christen, die in de gemeenschap der Kerk is.

Om de inzetting des Heeren goed te houden, moeten wij iets heel anders gevoelen. Wij moeten namelijk met onze mond belijden en verzekeren hoeveel wij aan onze Redder verschuldigd zijn. En we moeten Hem danken, niet alleen opdat hierdoor in ons Zijn naam verheerlijkt worde, maar ook opdat anderen worden opgebouwd en door ons voorbeeld mogen leren, wat zij te doen hebben.

„Maar", zo hoor ik al iemand zeggen, , is er wel iemand die dit alles zonder enige zwakheid bezit en er naar leeft? "

Ook hierover laat Calvijn, zoals we zullen zien, ons niet in het onzekere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Calvijn over het Heilig Avondmaal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's