De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oudejaarsavond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oudejaarsavond

5 minuten leestijd

Oudejaarsavond, dat is de laatste avond van het jaar. De laatste avond — daarin schuilt mogelijk de behoefte van de familie om in huiselijke kring bij elkander te komen en te overdenken, wat het jaar heeft gebracht, met name stil te staan bij de herinnering aan degenen, die door de dood werden weggerukt.

Er is echter nog veel meer dan deze huiselijkheid, dat bij de Oudejaarsavond schijnt te behoren. Ja, dat zich er zó zeer op heeft vastgezet, dat het de kerk in alle eeuwen niet is gelukt velerlei heidense gebruiken uit te roeien, die op de Oudejaarsavond, veelal onbegrepen en als overblijfsel uit oude tijden, nog een kans krijgen. We noemen slechts velerlei lawaai, dat om twaalf uur losbreekt, vuurwerk, enz. Men krijgt zo de indruk, dat de boze geesten moeten worden weggejaagd.

Dr. J. J. Mak deelt mede, dat de kerkelijke viering van de Oudejaarsavond werd gestimuleerd door een synodaal schrijven van de Nederd. Hervormde Kerk in 1817. Hij is van mening, dat deze kerkelijke herdenking in hoofdzaak moet worden beschouwd als een concessie aan de onuitroeibaar gebleken traditie. (Chr. Enc. dl. 5, blz. 342). Hij merkt daarbij op, dat de gedachte aan het einde, of aan de volheid der tijden, oorspronkelijk een belangrijk, zo niet het hoofdaspect van de Advent was, beheerst als die was door de Parousie, t.w. Christus' wederkomst. Dit is wel mogelijk, maar dat is in de practijk niet bepaald het thema van de Oudejaarsavondpredikatie.

Het verdient echter aanbeveling dit stuk in de Adventsweken te behandelen en de gemeente bij de wederkomst des Heeren te bepalen.

De necrologie is ook een voornaam stuk van de Oudejaarsavond-herdenking. Dominees, die in het ten einde spoedende jaar werden opgeroepen, regeringspersonen, grote mannen in de wereld, schrijvers, kunstenaars, enz. Voorts algemene leiding van radio en televisie, waarbij het openbare leven vrijwel voor de hand ligt. Dat alles laten we hier buiten beschouwing, hoewel we daarmede niet willen zeggen, dat het ons alles onverschillig kan zijn en dat ons Christelijk geloof daarmede niets te maken heeft. Wij kunnen onze verantwoordelijkheid vanuit ons geloof in de Christus der Schriften waarlijk niet afschudden in hoogmoedige onverschilligheid. Die een gezin heeft met kinderen ervaart dit en komt onder de indruk van de moeilijke taak der o.pvoeding. Welk een voorrecht, als hij bidden geleerd heeft.

Wij komen alweer tot de kerk, of juister uitgedrukt tot het geloof. Het geloof. Dat is een bekend geloof. Het overgeleverd geloof. Het Schriftgeloof, zoals we dit uit de Catechismus hebben geleerd. Het geloof onzer belijdenis, die wij noemen de Drie Formulieren van Enigheid. Kennen wij ze nog? Zo even vond ik een „oecumenisch" blaadje in de bus. Ik kende het niet, maar het herinnert aan een onderwerp, dat in verschillende kringen op Oudejaarsavond de aandacht heeft. Wij zijn in het geheel niet enthousiast van deze beweging, die zich druk maakt om zo mogelijk alle kerken en — wat zich kerken noemt — in „oecumenisch" verband te vergaderen, d.w.z. enige gestalte te geven aan dé idee wereldkerk.

Daarom deed het ons zo bijzonder goed, dat het „Oecumenisch Maandblad" (Vuur, advent '64, 8e jrg. nr. 10) een opmerking maakt, die raakt aan ons bezwaar. Wij lezen op blz. 5:

„De Kerken hebben in het algemeen een bekering nodig op een ander gebied. Daar voltrekt zich de laatste tientallen jaren een belangrijke omwenteling in de gerichtheid op de wereld. In dit opzicht zijn velen in de tweede wereldoorlog wakker geschud. We moeten alleen zeer ernstig uitkijken voor allerlei ontsporingen in de vorm van overdrijvingen op dit gebied, een mede-menselijkheid, die alleen maar een vervaging is van het christen-zijn. En dat laatste is dan helaas ook allerwege aan de hand.

Een nieuwe golf van verstandelijke vervaging gaat door de theologie en de kerken. Het geloof is veranderd in menselijkheid. Het gebed is vervangen door menselijke daad en levenshouding. De verhouding met God is volkomen opgegaan in horizontale menselijke verhoudingen. Wat God zelf betreft: men weet het niet meer. Wat de daden Gods betreft: de handelende God in de geschiedenis kent „men niet meer". Tot zover.

Wat kan de betekenis van een oecumenisch verband zijn, als er geen geestelijk leven is, dat verenigt ? zo vragen wij.

Als de kerk leeft uit het Woord, als er geloof is, geleid door de Heilige Geest, dan is er gemeenschap ook in oecumenische zin. Maar als dat ontbreekt, is er geen verwachting.

Rome! Ja, Rome heeft bijzondere aandacht gehad in het oude jaar. Ongetwijfeld Roomsen, die — dat is duidelijk gebleken — toch wel anders willen. De wijsgerige invloeden van de laatste eeuwen, de veranderingen in levensopvatting, de uitvindingen, de bewegingen in het openbare leven, die met een en ander verband houden, hebben in het protestantse land grote veranderingen teweeggebracht, maar zijn niet zonder invloed gebleven op de Roomse bevolking.

Dat is in het tweede Vaticaans Concilie wel tot uiting gekomen, al hebben de voorstanders van decentralisatie, die b.v. de blik ook naar de andere Christelijke kerken willen wenden, teleurstelling geboekt. Dat zal ook de protestanten, die er bijzondere belangstelling voor hadden, zijn tegengevallen.

Gelet op het zo even aangehaalde oordeel van oecumenische zijde over de vervaging van het Christen-zijn in oecumenische kringen — en niet alleen in oecumenische kring — is in deze dingen geen grond voor verwachting.

Wij brengen onze jaren door als een gedachte. Aangaande de dagen onzer jaren daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet. Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

(Psalm 90)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Oudejaarsavond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's