De vrouw in het ambt
De vrouw in het ambt IV
De vrouw in het ambt van diaken?
De vrouw in het ambt van diaken?
Waarschijnlijk zouden we erg vreemd opkijken en misschien wel zeer ontstemd zijn, als we aanstaande zondag een vrouwelijke diaken „in de bank" zagen zitten. En stel je voor, dat ze nog collecteerde ook! Onze eerste reactie zou wellicht zijn: Maar dat mag toch zeker niet, volgens de Bijbel?
Is dat zo? Verbiedt Gods Woord het, dat er vrouwelijke diakenen zijn? Of deden in de tijd van het Nieuwe Testament reeds vrouwen dienst als diaken in de christelijke kerk?
Om op deze vraag een antwoord te geven is heus niet zo gemakkelijk.
In de eerste plaats lezen we in Rom. 16 : 1 over een zekere vrouw, Febe geheten, die „dienares" der gemeente was. Ja, zo vertalen de Statenvertaling en ook de Nieuwe Vertaling het, maar in het Grieks van de grondtekst staat, dat zij een „diakonos der gemeente" was. Dat is precies hetzelfde woord als wat bijv. in 1 Tim. 3 : 8 staat, waar het over diakenen gaat.
Nu wordt dit woord diakonos op twee manieren gebruikt in het Nieuwe Testament. Meestal in ruime zin. Alle arbeid van mensen en engelen voor het Koninkrijk Gods wordt aangeduid met het begrip diakonos-zijn. Zelfs iemand die alleen maar een collecte overbrengt, is al een diakonos.
Maar tweemaal komt datzelfde woord diakonos voor in de betekenis van diaken. En dan wordt echt de diaken als ambtsdrager bedoeld. Zie Filip 1 : 1 en 1 Tim. 3 : 8.
Febe heet in Rom. 16 : 1 een diakonos. De hele kwestie is nu echter: welke betekenis heeft dat woord hier? Heeft het hier die eerste ruime betekenis, zodat het alleen maar betekent dat zij dienst verrichtte in het Koninkrijk Gods? Of wordt hier die engere betekenis van het woord diakonos bedoeld, zodat we in Rom. 16 lezen van de eerste vrouwelijke diaken? Dat blijft een vraag waar u en ik niet direct een werkelijk antwoord op kunnen geven.
Vervolgens wijs ik nog op een tweede Schriftgedeelte: 1 Tim. 3. Het gaat in dit hoofdstuk over de eisen - waaraan ouderlingen en diakenen moeten voldoen. Eerst wordt er heel wat gezegd over de vereisten voor het ouderlingschap (zie vers 1—7). Dan komen de diakenen aan de beurt, in vers 8—10. Maar dan, dan komt het. Opeens zegt de apostel in vers 11: „De vrouwen insgelijks moeten eerbaar zijn, geen lasteraarster", enzovoort. En dan gaat hij in vers 12 weer rustig verder met de diakenen.
Wat bedoelt Paulus nu met die vrouwen uit 1 Tim : 11? Daarvoor zijn 2 oplossingen. Ten eerste, dat dit vrouwelijke diakenen zijn. En de apostel stelt dan aan die vrouwelijke diakenen precies dezelfde eisen als aan haar manlijke collega's.
Maar de tweede mogelijkheid is, dat hier de vrouwen van de diakenen bedoeld worden. Paulus zou hier dan alleen maar willen beweren, dat het toch ook wel van belang is, welke vrouwen de diakenen hebben. Maar bij deze „oplossing" blijf je zitten met de vraag, waarom de apostel in de verzen 1—7 dan niets zegt over de vrouwen van de ouderlingen. Dat is toch niet minder belangrijk, wat voor vrouwen die hebben!
Of het Nieuwe Testament de vrouwelijke diaken kent, is dus niet met zekerheid te zeggen.
In zijn Institutie (IV, 3, 9) spreekt Calvijn ook even over een bepaald soort vrouwelijke diakenen. Op grond van gegevens uit de Schrift komt hij namelijk tot de conclusie, dat er in de kerk van het Nieuwe Testament twee soorten diakenen geweest zijn. De eerste soort diakenen bestuurden de zaken der armen. Die regelden dus de armenverzorging. Dit waren alleen maar mannen. Maar daarnaast was er een soort diakenen die zelf de armen en de zieken verzorgden. En dat waren bij uitstek vrouwelijke personen. Dat was het enige openbare ambt dat vrouwen mochten waarnemen, zo zegt Calvijn. En hij gaat verder: „wanneer wij dit aannemen (n.l. dat vrouwen zichzelf geven tot het dienen der armen), zullen er twee soorten diakenen zijn". Maar ondertussen heeft Calvijn, voor zover we weten zelf in zijn kerkorde nooit geprobeerd om die twee soorten diakenen in te voeren, en heeft ook hij alleen maar manlijke diakenen in zijn kerkeraad gehad. De vrouw in het ambt van diaken? Kan dat? Mag dat? De gegevens van de Nieuw-Testamentische kerk en de kerk der reformatie maken het ons wat moeilijk om op deze vraag ronduit „ja" of „nee" te zeggen. Maar er is nog iets anders! In onze huidige kerkorde is volkomen terecht de diaken volledig ambtsdrager. Hij is niets minder dan de ouderling. Dat houdt in, dat de diaken volop meeregeert in de kerkeraadszaken. En dat maakt het m.i. ongeoorloofd dat een vrouw diaken zou zijn. Want als zij als diaken mee zou regeren, zou dat weer in strijd zijn met het Bijbelse bevel van de „onderworpenheid".
Een vrouwelijke diaken, dat zou alleen mogelijk zijn, indien er, zoals Calvijn het een ogenblik voorstelde, twee soorten diakenen zouden zijn. Zodat de vrouw niet zou regeren, maar wel dienen. En voor zulk dienen heeft een vrouw beslist van God gaven van hart en hand meegekregen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's