VRAGEN VANUIT DE Pinksterbeweging
VRAGEN VANUIT DE Pinksterbeweging 4
De groei in het geloof
De groei in het geloof.
De voorafgaande artikelen beoogden de eigen plaats van Pinksteren in de bijbelse verbanden aan de orde te stellen. Wij zagen in de Schrift de groei van de Godsopenbaring naar het Pinksterniveau, wij zagen het onherhaalbare, bijvoorbeeld in de tekenen van vuur en wind, maar wij zagen ook het wèl herhaalbare: het telkens opnieuw vervuld worden met de Heilige Geest.
Wij komen nu terug op het onderscheid, dat de Pinkstergroepen maken tussen de water- en de Geestesdoop.
Onder waterdoop verstaan zij dus de volwassendoop, die de vergeving der zonden tot inhoud heeft, onder de Geestesdoop de algehele vervulling met de Heilige Geest, die zich soms kenbaar maakt in b.v. het spreken in tongen.
Wat moeten wij daarmee aan? Is dit bijbels?
Allereerst moeten wij erkennen, dat de kerk vaak aanleiding gaf en geeft tot misverstand. Wanneer de kinderdoop zo ongeveer gelijk gesteld wordt met het onverliesbaar kindschap Gods, dan geven wij aanleiding tot misverstand. Dan wordt de belofte van het verbond, in de doop verzegeld, vaak gelijkgesteld met de zaak van de Doop: afwassing der zonden en vernieuwing van het leven.
Het is natuurlijk niet de bedoeling de kinderdoop te verachten, de belofte van het verbond te kleineren, maar het is wel de bedoeling om er de aandacht op te vestigen, dat de belofte van de Doop door de Heilige Geest dient toegepast te worden aan de harten.
Wanneer de kerk dit niet klaar en duidelijk leert, werkt zij zelf mee aan de verschraling van de kinderdoop.
De Pinkstergroepen verwerpen de kinderdoop. Daarover zou veel te schrijven zijn, maar daarop ga ik nu niet in. Wat ons wel bezighoudt is de vraag, of het geoorloofd is de Christenen in te delen in groepen: wedergeborenen èn met de Geest vervulden. Volgens de gedachten van de mensen uit de Pinksterbeweging kan iemand wedergeboren of tot het geloof zijn gebracht, maar kan hij toch de volle gave van de Heilige Geest nog missen, dus nog niet met de Heilige Geest gedoopt zijn.
Hier komt dus de vraag naar de voortgang van het geestelijk leven aan de orde. Niemand mag — dacht ik — ontkennen, dat het geestelijk leven zijn voortgang en groei kent. Men kan bezwaren inbrengen tegen allerlei classificaties van christenen, men kan met de bijbel in de hand moeilijk bezwaar maken tegen de voortgang en de groei van het geestelijk leven met de nodige snijpunten in de heilsfeiten. Wij spreken wel eens over een heilsorde. Daarmee bedoelen wij dan, dat God in de toebrenging van zondaren een bepaalde orde in acht neemt. Deze orde stellen wij niet vast. Dan zijn het menselijke schema's. Neen, deze orde dienen wij met de grootste behoedzaamheid in de Schrift te onderzoeken.
Dan zou de heilsorde een neerslag zijn van de heilsfeiten in het hart van de gemeente (geboorte, lijden, opstanding, enz.). Deze verhouding tussen heilsfeiten en heilsorde is belangrijk.
Een voorbeeld? Aan Jezus' komst ging vooraf de komst van de boetgezant. Hij bereidde de weg. Hij slechtte allerlei hoogten. Hij stelde de rechten van de Heere op het volk en riep met grote kracht tot bekering. Uit dit heilsfeit: Jezus' komst, voorafgegaan door Johannes de Doper, lezen sommigen af, dat alvorens Jezus tot ons komt. Hij de scherpe prediking van de Wet en het oordeel laat voorafgaan.
Hier ligt een zeer belangrijk waarheidselement. Hoewel God vrij is en blijft om een mens uit zijn vervreemding en Godsgemis zonder diepgaande overtuigingen van zijn schuld te trekken, is dat niet de gewone orde. God blijft vrij — maar Zijn orde is, dat Hij ons overtuigt van onze zonden en ongerechtigheden. De boetvaardigheid is dan een begin en een voortgaand werk ! Dit bedoelt men met het verband tussen de heilsfeiten en de heilsorde.
Scherper komt dit in het gezicht, wanneer Christus van geboorte tot kruis voortgaat. In het kruis snijden de lijnen elkaar. Gods lijn staat loodrecht op de aarde en wordt gesneden door de horizontale lijn. Deze snijlijnen trekt God ook door het leven van Zijn kinderen. De lijn van het oordeel Gods over ons leven wordt gesneden .door de lijn van Gods barmhartigheid. Hier is het kruis. Maar dit kruis blijft geen verre en vreemde zaak, maar raakt ons tot in , het diepst van ons leven. Christus staat ook in ons persoonlijk leven op het kruispunt van de toorn en de liefde van God.
Zo kunnen wij ook onderscheid maken tussen de discipelen voor het kruis en na het kruis. Het zijn dezelfde discipelen met hetzelfde geloof, maar door kruis en opstanding komt hun geloof rijker en voller tot openbaring. Zij zijn meer van zichzelf afgebracht en in Christus overgebracht. Kruis en Opstanding hebben diepe insnijdingen in hun leven aangebracht.
Zo is het ook nu. De heilsfeiten zijn onherhaalbaar, maar de daarmee corresponderende heilsorde blijft. Christus blijft één, het geloof is één, maar de groei in het geloof gaat niet alleen geleidelijk, maar ook door crises en snijpunten.
Zo is er de stuwing ook in het hart van Gods kinderen naar de beleving van een ten hemel gevaren Koning, die als Voorbidder dienst doet. Dit is een geestelijke werkelijkheid, die bij de aanvang van het geloofsleven nog niet gekend wordt. De Heilige Geest, die in alle waarheid leidt, ontsluit Christus en al Zijn weldaden aan het hart.
Verder is er de stuwing naar Pinksteren. Wij mogen dit niet in schema's persen, maar wij dienen oog en hart te hebben voor de volle ontplooiing van het geestelijk leven.
De Bijbel legt in de plaatsvervanging van Christus de volle nadruk op het met Christus gemeenschap hebben. Dit is maar niet een gemeenschap in het algemeen, maar zeer concreet. Zo is er een met Christus' lijden, een met Hem gekruisigd zijn, een met Hem gestorven zijn, een met Hem opgestaan zijn en opstaan, een met Hem ten hemel gezet zijn.
Deze volgorde is niet om te keren. Daarmee bedoel ik, dat het in het geloofsleven niet te verwachten is, dat wij eerst met Hem in de hemel gezet zijn en daarna met Hem sterven. Er is een orde in de heilsfeiten èn in de heilsorde.
Tegelijk hebben wij te bedenken, dat een christen nooit een fase achter zich laat. Dit betekent, dat, ook al is uw geloof tot volle wasdom gekomen, gij met Hem blijft lijden, sterven en opstaan. Dat wil zeggen: er is een voortgang in de heilsfeiten èn in de heilsorde, maar er is ook een meegaan van alle heilsfeiten in de heilsorde, omdat de gehele Christus door het geloof omhelsd wordt en blijft. Christus is niet gedeeld, maar Hij wordt wel in al Zijn daden afzonderlijk en samenvattend gerend.
- Christus moet door de prediking tot ons gebracht worden. Hij moet de onze worden. Dat gebeurt niet alleen door de plaatsvervanging duidelijk te preken, maar tegelijk de vereniging door het geloof beslissend aan de orde te stellen.
De tijdloze prediking, wil men, de voorwerpelijke prediking, heeft bij alle waardering voor het vasthouden aan de heilsfeiten, veel kwaad gedaan! Zij heeft zonder dit te willen meegewerkt aan de vervluchtiging van de heilsfeiten, zoals deze in de nieuwere theologie, vooral de Duitse theologie b.v. bij Bultmann, tot uiting komt.
Door Wie komt alles op zijn plaats ?
Door de Heilige Geest, die Christus verheerlijkt aan en in het hart. Deze Geest legt een onverbreekbare band met Christus en in Hem met de Vader, zodat er de bewogen omgang met God plaats vindt. Hij opent de hemel, zodat wij de Zoon des Mensen zien. Hij brengt onze smekingen, dankzeggingen, gebeden omhoog en doet de woorden Gods tot ons komen.
Er is in de Schrift wel terdege sprake van een groeien in het geloof, van de maat van het geloof, van de maat der genade, van een volwassenheid in Christus, van een manlijke rijpheid, van het komen tot de volheid van Christus.
Ook is er sprake van vleselijke christenen. Dat zijn niet mensen, die buiten het geloof staan, maar bij wie de Geest niet overheersend is. Zij worden op andere plaatsen onmondigen in Christus genoemd. De zonde werkt nog sterk in hen na.
Ook zijn er, die hout, hooi en stoppelen leggen op het enige fundament Christus, wier werk zal verbrand worden. Zelf zullen zij behouden worden, doch als door vuur. Anderen, die goud, zilver of kostbaar gesteente op dit fundament leggen, ontvangen loon. Hun werk blijft.
Kortom, er zijn zuigelingen en volwassenen in de genade. Maar al deze bijbelse onderscheidingen doen niets af aan het feit, dat de brieven uitgaan van het pinksterniveau, waarop de gemeente gekomen is. Wanneer dit niet wordt verstaan, wordt alles scheefgetrokken en komen de dingen niet op hun plaats.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's