Overheid en economisch leven
Overheid en economisch leven 5
'Doorbraak' en 'Verantwoordelijke maatschappij'
„DOORBRAAK" EN „VERANTWOORDELIJKE MAATSCHAPPIJ"
De Doorbraak.
De moeite die de prot. chr. partijen vóór de tweede wereldoorlog hadden met het accepteren van de toenemende overheidsinvloed in het economisch leven, gaf haar politiek een „conservatief" karakter. De overtuiging dat volgens de „beginselen" de overheidstaak een beperkte moest blijven, maakte het voor deze partijen bijzonder moeilijk. In de loop van de tijd en vooral gedurende de tweede wereldoorlog groeide bij veel vooraanstaande figuren uit deze partijen een ongenoegen over dit conservatisme. Hieruit is na de oorlog geboren wat genoemd wordt „de politieke doorbraak". Hieronder wordt verstaan het principieel verwerpen van partijformatie op grond van een confessie. In ons land heeft de doorbraak zich in hoofdzaak gericht op het socialisme. Welke overwegingen leidden tot deze stap ?
In de doorbraak kringen wordt bezwaar gemaakt tegen het rechtstreeks verband leggen tussen bijbelse gegevens en een bepaalde politieke opvatting. Zij noemen dit „vereenzelviging". De Bijbel kan nooit tot een politiek program gemaakt worden. Aan de prot. chr. partijen wordt verweten dat zij zich aan „vereenzelviging" schuldig maken. Mr. dr. A. A. van Rhijn geeft in zijn boekje „De protestantse christen in de Partij van de Arbeid" een reeks van voorbeelden. Ik citeer: „Het Kinderwetje-Van Houten (1874), dat aan een gruwelijke kinderexploitatie een einde maakte, werd bestreden, omdat het stoelde op een revolutionaire wortel. Verzekering werd aanvankelijk door meerderen in strijd geacht met de Voorzienigheid Gods. De leerplicht betekende een schending van de rechten der ouders. De voorwaardelijke veroordeling werd door De Savomin Lohman in de Tweede Kamer en door Woltjer en Bavinck in de Eerste Kamer afgewezen, omdat strafrecht vergelding betekende en de verbetering van de misdadiger geen taak van de Staat kon zijn. Crematie werd jarenlang krachtig veroordeeld. Hetzelfde geldt voor het actieve en het passieve vrouwenkiesrecht. Maar al deze maatregelen worden thans aanvaard. Het is toch geen wonder, dat buitenkerkelijken zich op deze wijze gaan afvragen wat er overblijft van de werkelijke betekenis van die Christelijke beginselen, die toch blijvende waarde moeten hebben, maar in de practijk telkens worden losgelaten".
Het is duidelijk dat het een algemeen beeld van de verschuivingen is, dat dr. Van Rhijn hier geeft. Er zijn nog steeds vele individuele christenen die verschillende van de genoemde veranderingen niet hebben kunnen meemaken. En ook binnen de christelijke partijen is er nog steeds verschil van mening tussen verschillende groeperingen met betrekking tot sommige van de bovengenoemde punten. Maar het is zeker waar dat diverse oude zekerheden of geheel zijn losgelaten of in onzekerheden zijn overgegaan, waarover veel minder stellig wordt gesproken dan vroeger.
Wanneer we vaststellen dat de politieke doorbraak zich vooral heeft gericht op het socialisme, moeten we bedenken dat dit niet het Marxistisch socialisme is. Binnen het socialisme hebben zich een aantal veranderingen voorgedaan die de kloof met de protestants christelijke partijen hebben verkleind.
Het socialisme van de „Partij van de Arbeid" is anders dan het socialisme van de S.D.A.P. Door de Partij van de Arbeid wordt n.l. het beginsel van klassenstrijd en het historisch materialisme verworpen. (Marx).
Al met al is inet de doorbraak een breuk geslagen in het protestantisme. De vroeger min of meer bestaande eenheid in de prot. christelijke partijen is er niet meer. Al waren er dan vóór de oorlog velen die zich niet konden vinden in de „conservatieve" sociaal-economische politiek van de prot. chr. partijen, na de oorlog viel de scheiding tussen degenen die voor de P.v.d.A. kozen en zeer positief stonden ten opzichte van overheidsingrijpen en de achterblijvers.
Deze laatste groep is niet homogeen; binnen de prot. chr. partijen wordt niet eenduidig gedacht over de verhouding tussen overheid en het economische leven. De moeilijkheden die zich in de A.R. Partij voordoen en hebben voorgedaan cirkelen hoofdzakelijk om de vraag: „Krijgt de overheid niet te veel invloed op het economisch leven? " Figuren die zich verzamelen om de bladen „Tot vrijheid geroepen" en „Burgerrecht" menen dat door de A.R. Partij te weinig stelling genomen wordt tegen wat genoemd wordt de voortschrijdende socialisering. Met name hebben deze groeperingen zich gericht tegen een figuur als prof. Zijlstra, die als „bijnasocialist" wordt gedoodverfd.
De motieven van deze „bezwaarden", die nog leven in de strak geformuleerde beginselen van vóór de oorlog, zijn te verstaan, indien men bedenkt dat de „doorbraak" ook haar invloed gehad heeft op de prot. chr. partijen. Men is binnen deze partijen veel voorzichtiger geworden met het formuleren van beginselen voor een christelijke politiek, die rechtstreeks uit de Heilige Schrift zouden volgen. Men heeft ingezien dat men met het gebruik van het predicaat „christelijk" voor een bepaalde economische of andere politiek uiterst omzichtig moest zijn. Bovendien gingen de nieuwere inzichten van de economische wetenschap over de conjunctuurbeheersing aan invloed winnen, met name werden zij gedragen door jongere economen als Zijlstra c.s.
Volgens deze inzichten is het onontkoombaar om de publieke sector van het economisch leven te vergroten, wil men komen tot een stabiele groei van het economisch leven. De prijs-politiek die door prof. Zijlstra een groot aantal jaren is gevoerd, is een vrucht hiervan. Vóór de oorlog zou een dergelijke vorm van ingrijpen van de overheid in het economisch leven door de prot. chr. partijen als „socialistisch" verworpen zijn.
Door de breuk, die in het protestantse christelijke politieke leven is gekomen, is een gezamenlijk congres, zoals de Chr. Sociale Congressen van 1891 en 1919, nu uitgesloten. In 1952 is nog een poging gewaagd, maar het bleek dat de verschillende opvattingen zodanig verschilden dat van een gezamenlijk getuigenis geen sprake kon zijn. Het is gebleven bij een conferentie, zoals reeds in het eerste artikel werd opgemerkt.
De verantwoordelijke maatschappij.
Wie een volledig beeld wil krijgen van het „discussieklimaat" rondom ons probleem, zal niet voorbij kunnen gaan aan de vele rapporten van de ..Wereldraad van Kerken" over de sociaal-economische vragen. De invloed die van „het sociale denken in de oecumene" is uitgegaan, ook in ons land, is niet gering geweest. In hetgeen volgt zal worden getracht een samenvatting hiervan te geven:
Er moet met waardering gesproken worden over de vruchten van de industriële revolutie in de vorige eeuw, voorzover zij op economisch terrrein liggen, aldus één van de rapporten van de vergadering van de Wereldraad in 1948 in Amsterdam gehouden. De gerechtigheid eist evenwel dat de economische activiteit ondergeschikt is aan de sociale oogmerken.
De kerk mag geen oplossing geven in het conflict, dat er bestaat tussen hen, die menen, dat de enige oplossing gelegen is in de socialisatie van de produktiemiddelen en hen die vrezen, dat op deze manier slechts een nieuwe en buitensporige opeenhoping van macht, van politieke en economische aard, zal ontstaan, die uiteindelijk haar hoogtepimt zal bereiken in een almachtige staat. In het licht van de christelijke opvatting omtrent de mens moeten wij evenwel tot de voorstanders van socialisatie zeggen, dat niet het bezit de wortel is van het verderf van de menselijke natuur. Eveneens moeten wij tot degenen, die de bestaande bezitsverhoudingen willen handhaven, zeggen, dat het in eigendom hebben van bepaalde goederen geen onrecht betekent, daarom moet het bezit bewaard, beperkt of verdeeld worden volgens eisen der gerechtigheid.
Een consequente en doelbewuste ordening van de maatschappij is heden ten dage een dringende noodzaak geworden. Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de regeringen, die zij niet mogen ontlopen. Maar centra van initiatief in het economisch leven moeten voldoende gestimuleerd worden. Hierdoor zal het mogelijk zijn een ongewenste machtsconcentratie te voorkomen in de moderne technisch georganiseerde gemeenschap en zo te ontkomen aan de gevaren en tirannie,, als ook aan de gevaren om anarchie te vermijden. In een verantwoordelijke maatschappij (responsible society) heerst de vrijheid van mensen, die zich verantwoordelijk weten voor de gerechtigheid en openbare orde en zijn zij, die politiek gezag of economische macht bezitten, voor de uitoefening daarvan verantwoording schuldig aan God en aan de mensen, wier welzijn daarvan afhangt.
De „verantwoordelijke maatschappij" is niet een alternatief sociaal of politiek systeem, maar een maatstaf voor beoordeling van alle bestaande sociale stelsels en terzelfdertijd een norm die ons leidt bij het nemen van de concrete beslissingen, waarvoor wij telkens gesteld worden. De „verantwoordelijke" maatschappij, hoewel als zodanig een ongewone uitdrukking, wordt voorgesteld als de juiste weg voor de christen, in tegenstelling tot het „laissez-faire" kapitalisme en het totalitaire communisme.
Wie de gedachten, die in de Wereldraad leven, zoals zij hier te voren in het kort zijn weergegeven, tracht te volgen, zal het duidelijk worden dat het binnen de Wereldraad primair gaat om een weg te vinden tussen de „kapitalistische" economie van het Westen en de communistische van het Oosten.
Wie de positie van de Wereldraad kent, zal dit kunnen verstaan. In de uitspraken van de Wereldraad is duidelijk aangegeven dat elke identificatie van het Christendom met een of ander politiek of economisch stelsel wordt afgewezen. In de term „verantwoordelijke maatschappij" is getracht een nieuwe weg te gaan dwars door de betreden paden van democratie, dictatuur, kapitalisme en communisme heen. Gezien het feit dat deze term thans in brede kring gebruikt wordt, wijst er op hoe het werk van de Wereldraad heeft aangesproken.
Hoewel niet ontkend kan worden dat de omschrijving van de term „verantwoordelijke maatschappij" wat vaag is, biedt zij kennelijk een goed uitgangspunt voor de hernieuwde bezinning op de vraag: „Wat dient de plaats van de overheid in het economisch bestel te zijn? " Het feit dat het Ned. Verbond van Prot. Chr. Werkgevers bij haar veertig jarig bestaan een bundel artikelen uitgaf onder de titel „De verantwoordelijke maatschappij" illustreert hoe in deze kring de roep van de Wereldraad weerklank heeft gevonden. Vanuit de visie van de Wereldraad kan elk sociaal economisch stelsel op zijn verdiensten getoetst worden. In feite is n.l. het begrip „verantwoordelijke maatschappij" meer dan economisch en meer dan politiek van aard. Het is n.l. primair een zedelijke norm die voor elke maatschappijvorm gelanceerd kan worden. Hierin ligt m.i. het belang van dit begrip.
Het volgend artikel zal gewijd zijn aan de bespreking van het rapport „Antwoord aan deze tijd".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's