De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Contio te Woudschoten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Contio te Woudschoten

13 minuten leestijd

Op woensdag 6 en donderdag 7 januari l.l. werd de jaarlijkse contio voor predikantsleden van de Gereformeerde Bond in het conferentie-oord te Woudschoten gehouden.

Vele predikanten — nog meer in getal dan gewoonlijk — waren tegenwoordig.

Prof. dr. J. Severijn opende de contio. Hij herdacht de doden: ds. P. J. F. Lamens, ds. J. van Lokhorst en ds. L. G. Bruin.

Zij werden soms midden uit hun werk, gezin, gemeente weggenomen. De weduwen en de familieleden werd de troost des Heeren toegebeden.

In het openingswoord van de voorzitter stond de na-oorlogse situatie in de kerk en de wereld in het middelpunt. De steeds spanningsvolle situatie tussen de generaties komt voluit openbaar na deze wereldoorlog.

De strijd tegen het modernisme, de schriftcritiek enz., is er nog wel, maar beduidend anders dan in het begin van deze eeuw.

De voorzitter getuigde van zijn persoonlijke worsteling met de ideeën van Hegel. De Hegeliaanse ontwikkeling leidt tot de verschrikkelijke goddeloosheid, dat God in de mens tot zelfbewustzijn komt.

Dit staat diametraal tegenover de verkondiging op het Kerstfeest, dat God in Zijn gunst en genade tot mensen komt.

Een ander symptoom is het verlies aan religie, en aan gereformeerde religie.

Rondom de gereformeerde religie was er in de kerk een groot stuk, dat min of meer door deze religie beïnvloed werd. De belijdenisgeschriften hadden een breed werkingsveld.

Aan de gereformeerde religie wordt geknaagd. Het begint met critiek op de Dordtse Leerregels, maar zet zich ook door tot de andere belijdenisgeschriften (Ned. Geloofsbelijdenis en de Catechismus).

Dit zijn niet altijd kleinigheden, maar hier zit een geheel andere theologie achter. Hier kunnen namen genoemd worden. Het zijn mannen, die de verkiezing uitbuigen tot het gehele menselijke geslacht en daarmee de prediking ondergraven en straks overbodig maken.

Dit is dan ook de oorzaak, dat er weinig meer gepreekt wordt over het persoonlijk geestelijk leven.

Het is dit geestelijk klimaat, waarin de jongeren opgroeien en waardoor èn ouderen èn jongeren beïnvloed kurmen worden.

Wij hebben bij de tijd te zijn met de inhoud van de Geloofsbelijdenis, de catechismus en de Dordtse Leerregelen. Het zijn de bronnen, waaruit ook dit geslacht gelaafd kan worden.

Dit betekent: zelf er in studeren, verwerken en overbrengen aan het volk. Gods Woord is altijd treffend. Het heeft goddelijk gezag, ook nu!

Denk aan het schriftgebruik van de Heere Jezus. Hij heeft met volmacht uit dit gezaghebbend Woord geleerd. De geleerdheid van alle eeuwen, dus ook van onze eeuw dient geleerd te worden bekeken.

Wetenschappelijke veronderstellingen behoren tot een bepaalde fase van een bepaalde tijd en gaan voorbij. Zij worden geobjectiveerd in de gedachten der geleerden en zijn verbonden aan allerlei krachten van de wereld en de mensen.

Ver daarboven uit steekt het gezag van het Woord Gods, dat zijn werkingsveld heeft. De heilige dingen Gods worden verklaard aan mensen, die de Heilige Geest ontvangen. Anders spreken wij over dingen, waarvan wij niets weten. Een theoloog, die van God geleerd wordt, staat niet armelijk, maar heeft een oordeel. Wie het onderzoek nalaat, verzuimt een wezenlijk deel van de ambtstaak. Daartoe worde bemoedigd en opgewekt!

In de middagvergadering refereerde ds. S. Gerssen van Utrecht over: Wet en Evangelie. Hij herinnerde aan het feit, dat de reformatoren zich diepgaand hebben bezig gehouden met de beide polen van de Heilige Schrift: Wet en Evangelie. Immers de prediking van de genade was en is steeds in gevaar.

Toen voor Luther de Wet openging, ging het Evangelie ook open. Ook Calvijn was diepgaand betrokken op de verhouding. Meer dan Luther legde hij de nadruk op het leven naar de Wet, vanuit het geloof in Christus. Toch was er fundamenteel geen onderscheid in deze zaak tussen Luther en Calvijn.

Ds. Gerssen waarschuwde tegen de isolering van de Wet van het Evangelie en omgekeerd. De gelijkstelling van Wet en Oude Testament is van de geniale ketter Marcion.

Helaas werkt dit altijd nog door.

Het gaat in Wet en Evangelie om de ene en gehele openbaring van de concrete mens. Het Woord Gods is zowel Wet als Evangelie. Bij isolering raken wij het rechte zicht kwijt. Als voorbeeld fungeerde de wet der 10 geboden, die staan in het kader van het verbond, van het Evangelie. Wet en Evangelie bedoelen één zaak.

Wanneer wij beginnen bij de eenheid kunnen wij de rechte onderscheidingen aanbrengen .Het Woord Gods heeft twee lippen. Dat geeft beweging en spanning. Het doel is: de vrijspraak. Wij mogen de Wet niet prediken, alsof het Evangelie nog komen moet. De Wet komt van de bevrijding uit. De Wet is niet alleen eis, maar ook belofte: heb genoeg aan God!

De toegang tot het gebod als belofte ligt alleen in het bloed van Christus.

Bij Calvijn vinden wij een sterke nadruk op de Wet. De profeten leggen de Wet uit, Christus is de hoogste Uitlegger van de Wet.

Bij Luther staat Christus sterk tegenover Mozes. Het scherpe dualisme is er om de troost.

Calvijn weet scherper onderscheid te maken tussen de zin van de Wet en het misbruik daarvan. Toch is er bij Calvijn geen legalisme.

De onderscheiding tussen Wet en Evangelie, als ook het drieërlei gebruik van de Wet Gods zijn theologische hulpconstructies, 't Gaat om de ene Wet Gods. Calvijn vindt, dat de Wet in de dankbaarheid het voornaamste is.

Het is bij hem het tuchtvolle leven uit de schuldvergeving. 't Kan zijn, dat wij in dit opzicht meer Luthers dan Calvinistisch zijn. Daarmee is de onthullende functie van de Wet niet ontkend. Zij is nodig om het wonderkarakter van de genade te bewaren.

Dan gaat het om de toom Gods en de schuld. Luther spreekt daarbij over het eigenlijke en het vreemde werk Gods.

Calvijn spreekt van de nudalex, los van het genadeverbond. Dit noemt hij het oneigenlijke werk Gods, dat nog iets anders is dan onwerkelijk.

In dit verband sprak de inleider over Zondag 2. Gaat de Wet aan het Evangelie vooraf? Is de onthulling exclusief het werk van de Wet, of ook van het Evangelie? Is er sprake van een bepaalde fase, die voorafgaat en dus temporeel bepaald wordt?

De Catechismus wil geloofsbelijdenis zijn en gaat het om de troost.

Deze troost is noch te ontvangen, noch te bewaren zonder de onthulling. De Wet geeft proefondervindelijk ondervinding van de zonde.

Zo haalt de Wet los. Zij is een Wet des levens, maar wordt misbruikt om aan de aanspraalk van de genade te ontkomen. Het vlees wil aan de greep van de genade ontkomen. In de Wet gaat het om de confrontatie met God in Christus. De aanklagende functie van Zondag 2 mag niet losgemaakt worden van Christus, omdat Hij juist de diepste zin van de Wet verklaart in de hoofdsom van de Wet. Daarom moeten wij met dualistische vormen voorzichtig zijn. Anders verstaan wij noch Wet noch Evangelie.

De zonde is geen overtreding van een statuut, maar van de God des Verbonds. Buiten deze relatie met God in Christus kweken wij formalisme.

De volgende problematiek ontstaat in de strijd met de goedkope genade. Deze kwaal wordt niet verholpen door het losmaken van de Wet van Christus.

God legt de genade dringend aan het hart van de zondaar met de nadruk op het heden (Luc. 2:11).

De duurte van genade blijkt uit het soeverein geschenk.

In dit verband behandelde inleider de verhouding van geloof en bekering.

Daarna komt het tweede gebruik van de Wet aan de orde: Weisung, regel der dankbaarheid. Er dient geen angst te zijn voor de prediking van de gehoorzaamheid des geloofs. Die prediking is nodig, want ons vlees is een luie ezel. Hier schuiven soms de eerste en tweede functie van de Wet ineen.

De Heilige Geest geeft liefde voor alle geboden. Immers het Evangelie richt zich op het herstel van het beeld Gods.

Daarmee wordt het hele brede mensenleven in het gezichtsveld betrokken. Deze prediking is bestemd voor de gehele kerk en voor het gehele volk. Zij wil staan midden in het volk. Want ook nu geldt: Tot de Wet en de getuigenis en anders geen dageraad.

Op deze inleiding volgde een zeer uitgebreide bespreking.

Punten in deze bespreking waren o.a.: De verhouding van de Weisung in het O.T. en het N.T., de verhouding van Wet en Evangelie zowel in O.T. als in N.T.

De vraag werd gesteld: Zijn Wet en Evangelie twee zijden van één zaak? Is dit geen vermenging van Wet en Evangelie? Waarom spreekt de Catechismus 2 maal over de Wet? Functioneert dit tweeërlei gebruik op dezelfde wijze? Dient niet het raam van het verbond gebruikt te worden om de gemeente te benaderen en het volk van het verbond op te roepen tot gehoorzaamheid aan de Wet en het daarin en daarna te confronteren met het Evangelie?

Hoe moet de Wet concreet gepreekt worden? De mensen lopen met religieuze en ethische minderwaardigheidsgevoelens rond. Zijn woorden als wét en Evangelie in het kerkelijk gesprek te vervangen door gericht en vrijspraak? Worden die beter verstaan?

Hoe fimctioneren de geboden concreet in de prediking?

Een ander stelde de applicatio aan de orde. Is het legitiem te zeggen: ik geloof in Christus en leer daarna mijn zonde kennen?

Waar is de ontdekking concreet te maken?

Weer een ander wijst op de eenheid van Gods werk, dat niet verhindert, dat er wel terdege sprake is van schuld, die temporeel aan Christus voorafgaat. Het Evangelie heeft geen plaats dan in het hart van een gebroken zondaar.

Is er een geloof der Wet en geloof van het Evangelie? Is het juist over Christus te spreken als over de vleesgeworden Wet? Hij vervulde de Wet, leefde naar de Wet. Was Hij ook de vleesgeworden Wet?

Ook komt de Schepping en de val ter sprake. In de verhouding Schepper-schepsel speelt het verbond en de Wet toch een rol? Calvijn verwerkt deze relatie toch uitvoerig?

Verder in de gang van de Wet in de heilshistorie ligt toch een parallel van het persoonlijk geestelijk leven? De wet als tuchtmeester of paedagoog is toch geen verleden tijd? Als dit er niet is, kan dan nog de kennis van Christus functioneren? Er is toch niet alleen bekering als vrucht van het geloof, maar ook voor het geloof. Mogen wij — vraagt een ander — de onderscheidingen van de Catechismus enz. theologische hulpconstructies noemen?

Hij legt alle nadruk op de tegenwoordigheid Gods.

Ook over het staan in de kerk met de prediking worden vele vragen gesteld.

De inleider heeft zich door deze vele vragen heengewerkt. Hij kreeg daardoor gelegenheid dieper op allerlei punten in te gaan. Voor Kohlbrügge was het Oude Testament het volle Woord Gods vanuit de openbaring Gods in Christus. De thora in de bijbelse verbanden verhindert de Wet te isoleren.

Calvijn had meer zicht op het eigen karakter van het Oude Testament dan Luther, die gemakkelijker een sprong maakte naar de drieënige God en de Messias en vergeestelijkende tendenzen.

De reformatie had in de principiële belijndheid een grotere openheid. De verschuiving in deze openheid kan samenhangen met de grotere aandacht voor de eerste functie van de Wet dan voor de tweede.

De verhouding van de Keife met de wereld hangt samen met de accenten in de prediking. Dit werd duidelijk gemaakt met Kohlbrügge's houding in 1839.

Verder doet God met één mond een tweevoudig werk. Daaruit komt zowel de scherpte van de veroordeling als ook de vrijspraak van de goddeloze.

Wat de Wet in het stuk der ellende en der dankbaarheid betreft, in Zondag 2 komt deze geconcentreerd in het liefdesgebod tot ons, terwijl de 10 geboden in de grootste spreiding aan de orde komen in het stuk der dankbaarheid.

In Zondag 2 komt God in Zijn liefde en wordt de schuld der zonde ontdekt. Wat het oproepen tot gehoorzaamheid betreft, deze oproep kan niet los zijn van het kruis. Wat de vertolking van de geboden betreft, de catechismus geeft alle aanleiding om dit breed, diep en eigentijds te doen. Daarbij dienen wij de bijbelse woorden te blijven gebruiken.

Wanneer mensen nog niet aan Christus toe zijn, is Christus wel aan deze mensen toe. Hier is diepe wijsheid in de Schriften nodig om het pastoraat goed te laten functioneren.

Bij alles hebben wij te denken aan: God wil Zijn Wet vervuld hebben. Dat geeft vaart aan de prediking. Er is sprake van eerst en daarna als het maar is in de volheid van Calvijn.

Er is een beweging van de toorn naar de liefde. Deze is niet omkeerbaar. Het Evangelie treft ons alleen als zondaar. Zie hier enkele grepen uit de veel omvattende discussie.

In de avondvergadering van de conferentie behandelde overste Van Ramshorst van Doom het vrijheidsbegrip in de communistische en „vrije" wereld. Op een heldere, boeiende en sprankelende wijze leidde hij ons in deze alleszins belangwekkende materie in. De kern van zijn betoog lichtte hij toe met enkele tekeningen, waardoor de materie duidelijk voor ons kwam te staan. De geschiedenis en de structuur van de volkeren van Oost en West werd bij de „vrijheid" en de beleving van de vrijheid ten nauwste betrokken. De bezwaren tegen het communistische regiem werden vanuit het vrijheidsbegrip ontwikkeld, terwijl tevens aangetoond werd hoe en waarom het met deze vrijheid in de westerse demooratie anders en beter gesteld is. Telkens werd ons op 't hart gebonden de hand in eigen boezem te steken en ons af te vragen: wat brengen wij er van terecht en hoe moeten onze fouten en tekortkomingen hersteld worden.-

Aan de referent werden vele vragen gesteld waiarop uitvoerig werd ingegaan. Na sluiting van deze eerste conferentiedag ging de heer Van Ramshorst nog een klein uurtje doorpraten met conferentiegangers.

De tweede conferentiedag werd onze aandacht voor een heel ander onderwerp gevraagd. Ds. W. Vroegindeweij behandelde voor ons „Ambt en gemeente". Tot de referent was het verzoek gericht om vooral het pastorale aspect in het oog te vatten. Helder en ernstig heeft ds. Vroegindeweij zich van zijn taak gekweten. Als dienaren des Woords heeft hij ons laten zien de wondere betekenis van het ambt en de heerlijke, verantwoordelijke en zware taak ons van Godswege op de schouders gelegd. Het moet ons een bijzondere genade en vreugde zjjn om ons geheel te geven in de dienst van de Koning der Kerk, niet met tegenzin, maar gewillig, bekwaamd en geleid door de Heilige Geest. Om zo bij al de arbeid die verricht moet worden het Woord Gods onderscheidelijk te brengen. Want de gemeente, die leven mag onder de beloften des verbonds, betekend en verzegeld door de Heilige Doop, moet juist worden opgeroepen tot waarachtige bekering, tot een ingaan op het aanbod en de eisen des Heeren. God wil, dat wij zo in de gemeente arbeiden, dat in de middelijke weg de onbekeerde gebracht wordt tot bekering, de verbrokene worde vertroost, degene die door 't geloof uit Christus leven mag steeds minder worde in zichzelf en in Christus wasse en toeneme, om zo te geraken tot wat wij lezen in Efeze 4 : 12—16.

Naar aanleiding van dit referaat werden aan ds. Vroegindeweij heel wat vragen gesteld. De inleider hield hierna nog een korte toespraak, waarin verschillende vragen werden beantwoord, maar waarin vooral een beroep op allen gedaan werd, op jongeren en ouderen, ouderen en jongeren, om samen in ernst en trouw, in onderworpenheid aan Gods Woord, in overeenstemming met de belijdenis der kerk de ambtelijke arbeid in het midden der gemeente te blijven verrichten. Jammer, dat het tijd geworden was om de conferentie te sluiten. Er lag nog genoeg ter tafel over dit onderwerp om er nader op in te gaan. Ds. Vroegindeweij sloot op verzoek van de voorzitter prof. Severijn de morgenvergadering, terwijl de voorzitter zelf na de maaltijd de conferentie sloot, alle conferentiegangers dankte voor hun komst naar Woudschoten en ze de zegen des Heeren toewenste voor hun persoon, gezin en arbeid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Contio te Woudschoten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's