De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Overheid en economisch leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Overheid en economisch leven

Overheid en economisch leven 6

9 minuten leestijd

'Antwoord aan deze tijd'

„ANTWOORD AAN DEZE TIJD"

Juist in onze verwarde tijd, waarbij de christelijke politiek in het defensief is en het initiatief aan de socalisten is op sociaal economisch gebied, acht „Patrimonium" het van vitaal belang te komen tot de formulering van een nieuw christelijk-sociaal program. Wanneer wij nü niet in staat zouden zijn de noodzakelijke onderscheidingen te maken, zouden wij daar later nog minder aan toekomen. Juist in tijden van verwarring moeten christenen de weg kunnen wijzen. Weifelachtigheid is geen christelijke deugd. De vraag is dus alleen, of God ons richtlijnen gegeven heeft, die we in deze tijd kunnen gebruiken. Als dat niet zo is, laten we dan de christelijke organisaties opheffen. Als het wèl zo is, laten we dan wat anders opheffen : de strijdbanier! En op de vraag of er richtlijnen voor deze tijd zijn, is èen antwoord. Een antwoord voor alle tijden. Het antwoord dat Christus gaf, toen de verleider van alle tijden Hem vragen stelde: „Er staat geschreven .." God gaf ons Zijn Woord en schonk ons Zijn Geest. Door Woord en Geest willen wij ons laten leiden bij het onderzoek, hoe Gods richtlijnen door onze tijd lopen, aldus het voorwoord op de studie die onder de titel „Antwoord aan deze tijd" door het christelijk werkliedenverbond „Patrimonium" in samenwerking met de uitgeverij T. Wever te Franeker is uitgegeven en waarin getracht wordt een bijdrage te leveren aan de formulering van een christelijk-sociaal program voor onze tijd. Deze studie zal nu onze aandacht vragen.

De overheidstaak.

Steeds komt in de studie naar voren, dat naar de mening van de schrijver de toenemende invloed van de overheid op het maatschappelijk leven als een groot gevaar wordt gezien. Vandaar dat aan de bijbelse fundering van de taak van de overheid een ruime plaats wordt ingeruimd. De gedachtengang is als volgt:

Bijbels gezien is „vrijheid" het zich bewegen overeenkomstig Gods wetten, die de aard en functie der dingen bepalen. Tussen gezag en vrijheid is ideeël gezien geen spanning, maar harmonie. Het gezag van een bepaalde kring handhaaft in dienst van God Zijn ordinantiën tot behoudenis van het leven in de sfeer der vrijheid. De mens kent deze ordinantiën in het geweten door de algemene openbaring en erkent het gezag tot handhaving van deze wetten op grond van gaven door God geschonken. Elke kring kent gezag naar eigen aard, b.v. staat, gezin, kerk, etc. Het gezag fungeert alleen in de kring waarvoor 't gesteld is en met middelen die voor elke kring verschillend zijn. Binnen elke kring is het gezag bepaald door de persoonlijke vrijheid en verantwoordelijkheid. De overheid behoedt als dienaresse Gods het leven in vrijheid. Zij handhaaft daartoe Gods wet door publieke rechtsregels. Zij treedt op als scheidsrechter en herstelt ontwrichte verhoudingen. Zij beschermt ook de vrijheid door alles wat zwak, nooddruftig en hulpbehoevend is en niet door anderen geholpen wordt, te steunen en te leiden tot herstel van zelfstandigheid en kracht. Omdat de overheid als dienaresse Gods, de eerste is die de grenzen van eigen terrein heeft te eerbiedigen, geldt de beperking van het overheidsgezag met grote nadruk en wel omdat door het bezit van de zwaardmacht de overheid op elk terrein haar gezag kan misbruiken en dwang uitoefenen, de ontwikkeling der samenleving ook in het denken een tendentie heeft in de totalitaire richting en de publieke opinie door de meerderheid der stemmen in deze tijd het gedrag van de overheid bepaalt.

Begeleide economie.

Na deze beschouwing over de overheidstaak komt het rapport toe aan „de geleide economie". Hierover wordt het volgende gezegd: „Terwijl de progressieve economen na de oorlog in een soort vernieuwings- en heilstaatroes verkeerden en meenden dat nu het bedrijfsleven kon worden behoed voor malaise, inflatie, werkloosheid en dergelijke rampen, komt men in genoemde kringen steeds meer tot de ontnuchterende ontdekking dat de — om het zo eens te typeren — „cijfermatige" leiding van de maatschappij te mechanisch gedacht is. Het blijkt telkens weer dat de maatschappij irrationeel (niet beredeneerbaar) reageert". „De theorie van overheidsbesteding bij werkloosheid en overheidsbezuiniging en overheidsbesparingen bij hoogconjunctuur bleek in de practijk niet uitvoerbaar, eenvoudig omdat volk en regering in de hoogconjunctuur de kracht misten om zich beperkingen op te leggen".

Reeds uit deze enkele citaten blijkt dat het rapport zich zeer kritisch tegenover „geleide economie" opstelt. Verschillende overheidsmaatregelen van na de oorlog, o.a. het woningbeleid en de financiële politiek worden uitvoerig aan de kaak gesteld. Maar hiermede wordt niet volstaan, ook de vraag of de geleide economie van na de oorlog niet werkloosheid heeft weten te vermijden komt aan de orde en wordt als volgt beantwoord:

„De massale werkloosheid in de vooroorlogse tijd heeft een diepe indruk achtergelaten. Het is onnodig dit nader uit te leggen. De ellende is zó algemeen bekend — en gevoeld — dat er algemene overeenstemming is over de noodzaak, middelen te beramen tot voorkoming van herhaling van een dergelijke ramp". Maar, aldus het rapport, de „progressieve economen" menen deze ramp te kunnen voorkomen door overheidsingrijpen, zonder dat ze beseffen dat met een geleide economie ergere rampen dan werkloosheid worden opgeroepen. Het rapport drukt het als vc.ilgt uit:

„In de literatuur over de geleide economie wordt steeds herinnerd aan de werkloosheid en dit mist bij rechtschapen mensen zijn uitwerking natuurlijk niet. Maar aan de andere kant wordt te weinig herinnerd aan de nog grotere ramp van de totalitaire staten. Of zou iemand durven ontkennen dat de totalitaire staten met hun oorlogen, concentratiekampen, jodenvergassing, on­derdrukking, knechting en Christenvervolging geen nog grotere ellende gebracht hebben dan werkloosheid ? "

Van de overheid wordt te veel verwacht, aldus nog steeds het rapport. Ook in Nederland lijdt men aan deze kwaal. „Niet alleen de socialisten en leken, maar zelfs bekwame economen spreken er over dat wij zulke rampen als massale werkloosheid eenvoudig niet meer kunnen toelaten". Merkwaardig genoeg wordt dan nog vaak het argument gebruikt dat de staat blijvende maatregelen moet nemen ter voorkoming, omdat anders de democratie gevaar loopt. Inderdaad zal een grote werkloosheidsramp het gevaar van communisme of ander totalitarisme vergroten. Maar het argument is typisch eenzijdig. Want het maatregelen nemen zelf, heeft dezelfde uitwerking! Het vergroot óók het gevaar van totalitarisme. De massa went aan staatsleiding over de maatschappij en zal bij teleurstelling niet berusten, maar de schuld aan de slappe regering geven en tot radicalisme overgaan. Een andere uitweg is er dan niet meer, omdat de maatschappelijken dan al verzwakt zijn en niet meer in staat tot zelfstandige oplossing van moeilijkheden".

„Een volk, dat vertrouwt op de geleide economie, zal gaan lijken op een kasplant die nergens meer tegen kan. En als dan de ramp te groot wordt zal het volk zich tegen de regering keren of tegen de heersende partijen, die met meer (schijn)reden verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het „wanbeleid". Geleide economie vermindert dus het gevaar van revolutie niet. We moeten derhalve het beginsel handhaven, dat de terreinen van overheid en bedrijfsleven gescheiden blijven en dat het ingrijpen van de overheid steeds het karakter moet hebben van rechtzetten. Maar rechtzetten en loslaten".

„Er zijn behalve voorkoming van werkloosheid nog andere gronden waarop men voorstander van geleide economie kan zijn. Men meent wel dat de welvaart er door bevorderd wordt". Na een uitvoerige beschouwing over het al of niet welvaartverhogend effect van de geleide economie, worden de volgende conclusies getrokken:

„Bij de bevordering der welvaart door geleide economie is het effect afhankelijk van de mate van leiding, zodat het zoeken van het grootste effect neerkomt op het bevorderen van de totalitaire staat. Niet alleen de onderdrukking in een totalitaire staat, doch elk teveel aan leiding, elke beperking van rechtmatige vrijheid wekt reacties die eigen zijn aan het euvel dat men wil bestrijden. Tegenover het materialisme dat het volksleven verziekt, moet het christendom stellen, dat de mens van brood alleen njet leven zal, maar van het Woord van God. Het Woord van God behelst Zijn ordinantiën en daarop kan meer verwachting van zegen gebouwd worden dan op regelzucht, die deze ordinantiën aantast op het gebied van vrijheid en zelfstandigheid der verschillende levenskringen".

De praktijk is echter anders. „Politiek en economie komen steeds meer in één hand. De macht van de staat is gebruikt, niet om voor het bedrijfsleven ruimte te maken, maar om het in een bepaald keurslijf te dwingen. Het zijn niet alleen de belastingwetten van socialistische ministers geweest, die in de richting van nivellering en socialisatie stuwden, tot zelfs in de rechtse was de invloed van de tijd merkbaar en werd door sommigen aan de staat het recht tot „verdeling" van de inkomens toegekend".

„De geleide economie, de Planwirtschaft, betekent grensvervaging tussen rechtsstaat en de totalitaire staat"..

Conclusie.

In het rapport wordt op grond van voorgaande overwegingen de volgende conclusie getrokken.

„Omdat de geleide economie ... tot doel heeft de permanente beheersing van het bedrijfsleven, omdat hierbij maatregelen op het gebied van loon-, prijs-, rente- en kredietbeheersing even onvermijdelijk en permanent nodig zijn als hoge belastingen, subsidie en koppeling van overheid en bedrijfsleven door een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, omdat al dergelijke maatregelen, willen ze effectief zijn, tot steeds verdere detaillering afdwingen, dus tot de totalitaire staat leiden, moet de geleide economie worden afgewezen als in strijd met de christelijke beginselen". (cursivering van mij G. V.).

Hiermede is nog niet alles gezegd. In diepste gaat het in de strijd tegen de geleide economie, aldus het rapport, om een welvaart naar het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid. „Zelfs al zou de „welvaart", de uiterlijke, materiële welvaart, die zonder meer de mens niet gelukkig maakt, minder worden, dan nog zou de vrijheid als een hoger goed moeten worden gewaardeerd. Zijn niet gehele bevolkingsgroepen naar andere landen gegaan om een nieuw leven te kunnen beginnen in vrijheid? Maar „al deze dingen zullen ons bovendien geschonken worden" ".

In het volgende artikel zullen wij de studie „Antwoord aan deze tijd" aan een kritische beschouwing onderwerpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Overheid en economisch leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's