De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

„De leer van de Heilige Geest”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„De leer van de Heilige Geest”

BOEKBESPREKING

8 minuten leestijd

Dr. H. Berkhof. Geb., 134 blz; Nijkerk, Callenbach, 1964.

Dr. Berkhof heeft de lezingen, die hij op het theologisch seminarie te Princeton (U.S.A.) gehouden heeft, gebundeld uitgegeven. Ook voor de radio heeft Dr. Berkhof aandacht geschonken aan de Heilige Geest en Zijn werk.

In de inleiding somt de schrijver de vreugden en de zorgen op bij de voorbereiding van deze lezingen. Behalve de steeds weerkerende zorg om 't onuitsprekelijke in menselijke woorden te moeten weergeven, komt de geringe theologische aandacht voor de Heilige Geest en Zijn werk in de officiële kerken en de bijzondere aandacht bij de snel groeiende Pinkstergemeenten.

Volgens Dr. Berkhof hebben de nieuwe inzichten, die er met betrekking tot de Heilige Geest in de bijbelse theologie zijn ontstaan, hun weg naar de systematische theologie, laat staan naar de kansel en het kerkvolk, nog niet gevonden.

Wanneer ik de intentie van de schrijver goed begrijp, is dit zijn bedoeling met deze lezingen: wat min of meer gemeengoed is geworden in de bijbelse theologie, dient ingedragen te worden in de systematische theologie en vooral de weg te vinden naar de kansel en de gemeente.

Wij moeten deze poging naar zijn meest nobele bedoeling waarderen, omdat de bijbelse theologie een steeds groter werkingsveld om zich heen verkrijgt en de confrontatie van de leerbeslissingen van de kerk der eeuwen met de Heilige Schrift op de rechte wijze kan onderhouden. Deze voortdurende confrontatie met de Heilige Schrift is van groot belang voor de prediking, wil deze steeds gevoed worden uit de levende bron van de Schrift en de daaruit genomen beslissingen van de kerk. Met andere woorden: de bijbelse theologie kan de geloofsleer bewaren voor steriliteit, voor een af groeien van het levende Godswoord, kan de prediking voortdurend inspireren.

Maar met dit al dient de bijbelse theologie te leven uit dezelfde geloofsveronderstellingen als de meer systematische theologie, wat het gezag van de Heilige Schrift betreft. Of dit altijd gebeurt, is een tweede vraag. Helaas valt het ontstaan en de ontwikkeling van de bijbelse theologie samen met een geheel andere waardering van de Heilige Schrift, wat haar eenheid en gezag betreft. Dat is jammer, omdat de bijbelse theologie daardoor vaak in discrediet komt tengevolge van haar verkeerde uitgangspunten, terwijl zij aan de geloofsleer zulke uitnemende diensten kan verlenen.

Dit alles speelt ook min of meer op de achtergrond van dit boek van Dr. Berkhof. Voortdurend doet Dr. Berkhof een beroep op de bijbelse theologie, ook wanneer er zaken in het geding zijn, die in de loop der eeuwen in de kerk steeds aan de orde zijn geweest. Ik denk hier aan het laatste hoofdstuk, waarin conclusies worden getrokken, die in de vorige hoofdstukken reeds zichtbaar worden. Dit laatste hoofdstuk handelt over de Geest en de drieënige God.

Hier wordt de critiek op het woord Persoon massief en een triniteitsleer voorgestaan, die zich verwijdert van de oecumenische en reformatorische belijdenisgeschriften. Ook het woord Persoon in de minst massieve vorm, zoals b.v. Calvijn dit woord gebruikte om de eigenheid van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest aan te duiden, vindt geen genade in de ogen van Dr. Berkhof. Het is bekend, dat ook Calvijn zich niet altijd even gelukkig gevoelde met de formules, zoals die op de oecumenische synoden zijn vastgelegd. Ook hij wist van de gevaren van de woorden en begrippen, die op de Vader, de Zoon en de Heilige Geest toegepast, niet de volle geestelijke werkelijkheid konden weergeven. Daarom kon hij met begrip voor de critiek op allerlei woorden van de oud-kerkelijke symbolen, met deze symbolen meegaan, mits maar vaststond, dat de Vader een ander was dan de Zoon en de Zoon een ander dan de Heilige Geest. Dit een ander zijn van de Vader leek Calvijn door en door bijbels.

Maar dit is het nu, wat Dr. Berkhof niet bijbels lijkt. En daarin gaat het waarlijk niet om andere woorden, die dezelfde verborgenheid zouden aanduiden. Daarom heeft mij de lezing van dit boek zeer geboeid en tegelijk diep teleurgesteld. Over het boeiende straks.

De teleurstelling van dit boek bestaat voor mij niet hierin, dat Dr. Berkhof het moderne massieve begrip inzake persoon ten aanzien van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, afwijst. Dit kan alleen maar heilzaam zijn. Maar de teleurstelling bestaat daarin, dat, hoe bijbelgetrouw Dr. Berkhof wil zijn via de bijbelse theologie, hij het zo weinig is inzake het anders zijn van de Vader dan de Zoon enz. Immers, waarin de vaderen ook maar tekort geschoten kunnen zijn, niet in hun voortdurend heen en weer van de Schrift naar het dogma en omgekeerd. Een vluchtige blik in de handboeken van de geloofsleer en in de dogmenhistorische overzichten ten aanzien van de eigenheid, zelfstandigheid enz. van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, doet ons een tekstenmateriaal aan de hand, waarin wel de nodige orde dient geschapen te worden en die wel volgens bepaalde uitlegkundige regels dienen te worden gehanteerd, maar die toch een overvloedige aanleiding geven ons in voortdurend rapport van Bijbel en dogma te bezinnen, waarin dat eigene bestaat.

Het gaat niet aan dit tekstenmateriaal in een boekaankondiging aan te dragen. Alleen dit ene. Wanneer Jezus zegt: Ik zal de Vader bidden en Hij (de Vader) zal u een andere Trooster (de Heilige Geest) zenden en die (de Heilige Geest) zal bij u blijven tot in eeuwigheid, gaat het dan aan om te schrijven op blz. 129: „De drieënige God omvat niet drie personen: Hijzelf is persoon en Hij ontmoet ons in de Zoon en in diens Geest? " Wie is dan die Andere? Wij zijn er toch niet mee, door te zeggen, dat de Heere meer is dan Zijn functie ten opzichte van ons? (blz. 31).

God bestaat op verschillende wijzen. De modus entis valt voor Dr. Berkhof samen met de modus revelationis. Dat wil zeggen de wijzen van openbaring vallen samen met de wijzen van zijn.

Dr. Berkhof gevoelt zich 't meest thuis bij een ietwat gereviseerde Marcellus, bisschop van Tyatyra.

Maar nu het boeiende. Het is de bedoeling van de schrijver om van alle abstracties verlost te worden en God in Christus door de Geest in de meest levende betrokkenheid op mens en wereld te laten zien. En dat is in de meer versteende vormen van de geloofsleer maar al te zeer verwaarloosd. Inderdaad tintelen de bijbelse grondwoorden van leven en beweging.

Belangrijk vind ik hoofdstuk II: De Geest en de Zending. Daarin staan de opmerkingen, die zowel voor de kerk als voor de zending van grote betekenis zijn. Maar wanneer ge dan leest, dat de zending evenals verzoening en opstanding tot Gods machtige daden gerekend moet worden, zet ge een vraagteken. Staan deze drie op één lijn? Het middel tot de vertolking van Gods daden in verzoening en opstanding (de zending) is daarmee toch niet tot de inhoud van de daden Gods geworden?

Ook het hoofdstuk over de Geest en de Kerk is belangwekkend. Vooral de excurs over de kerktypen, over instituut en gemeenschap zijn interessant. De beslissingen van Dr. Berkhof gaan in de richting van het instituut, van de gemeenschap vóór de enkeling, enz.

Van de sleutelwoorden der Schrift kiest Dr. Berkhof de wedergeboorte tot kernwoord, van waaruit hij de rechtvaardiging en de heiliging, de mortificatio en de vivificatio en de vervulling met de Heilige Geest beziet. Het is een lust om Dr. Berkhof zo theologisch bezig te zien in de ordening van de bijbelse woorden.

In dit verband komt de syllogus mysticus en ethicus aan de orde. Op de Dordtse Leerregels wordt critiek geoefend, omdat de syllogus mysticus aanleiding zou geven tot zelfbespiegeling enz. en het geloof niets zou hebben om waar te nemen, maar alles om te doen.

Hier komen opnieuw diepe verschillen bloot. Het geloof heeft toch zijn eigen waarneming? Laat het waar zijn, dat Calvijn zwijgt over de syllogus mysticus, zijn werken zijn vol van uitdrukkingen als gevoelen, proeven, smaken enz.

Tenslotte ziet Dr. Berkhof in de huidige ontkerstening een voortgaande kerstening, omdat de bijbelse woorden als gerechtigheid enz. vooral door ongelovigen inhoudelijk tot hun doel komen. Deze verrichtingen zijn niet zonder gevaar, gezien het verband wortel — vrucht. In dit verband zegt Dr. Berkhof, dat de franse revolutie met zijn idealen vrijheid, gelijkheid en broederschap meer met Jezus Christus te maken had dan degenen, die zich er in de naam van Jezus Christus tegen verzetten.

Dergelijke zinnen houden u klaar wakker onder het lezen. Ge denkt natuurlijk aan Groen's: Ongeloof en Revolutie enz. Maar Dr. Berkhof gelooft natuurlijk ook wel, dat tegen zijn voordracht op dit punt nog wel steekhoudende argumenten in te brengen zijn.

Met deze inleiding hoop ik u tot dit boek gebracht te hebben. Dat is ook de bedoeling. Jammer, dat er vanuit onze groep nog steeds niets verschenen is over de Heilige Geest en Zijn werk. Prof. van Ruler heeft al jaren geleden gezegd, dat hij van de hervormd-gereformeerden een bijdrage verwachtte over dit onderwerp. Tot nu toe wacht hij tevergeefs. Hoe lang nog? De critiek op dit werk oefene ons in bescheidenheid en prikkele ons tot werkzaamheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

„De leer van de Heilige Geest”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's