Overheid en economisch leven
Overheid en economisch leven 7
KRITISCH COMMENTAAR OP 'ANTWOORD AAN DEZE TIJD'
KRITISCH COMMENTAAR OP „ANTWOORD AAN DEZE TIJD".
De conclusie van de studie „Antwoord aan deze tijd" is duidelijk. Zij is, zoals in het vorige artikel werd aangegeven: „de geleide economie is tegen de christelijke beginselen". Dit klinkt fors en laat weinig ruimte voor nuancering open.
Nu dienen wij ons wel te hoeden voor misverstanden. Wij hebben in één van de vorige artikelen aangetoond dat een „vrije economie" een gedachten-constructie is, die niet in de praktijk bestaat of bestaan heeft. Elke economie is min of meer „geleid". Verwerpt nu genoemde studie elke geleide economie, in deze zin opgevat? Neen, dat doet zij niet, immers in het rapport wordt gesteld dat de overheid moet ingrijpen ter opheffing of voorkoming van misstanden of catastrofen. Dit ingrijpen dient echter incidenteel te zijn en mag niet permanent worden. Steeds zal de overheidspolitiek gebaseerd dienen te zijn op de bevordering van de zelfstandige functionering van het bedrijfsleven. Met andere woorden: in het rapport wordt elke ordenende bevoegdheid van de overheid ontkend en in strijd geacht met 't christelijk beginsel.
Wat te zeggen hiervan ? Het rapport wil hoog gooien, het wil n.l. een poging doen om richtlijnen uit het Woord Gods te geven voor het maatschappelijk leven van vandaag. Het is billijk dat wij bij onze kritiek met deze hoge maatstaf rekening houden.
Het is onmiskenbaar, dat „Antwoord aan deze tijd" zich met kracht verzet tegen in onze tijd, ook in prot. christelijke kringen, gangbare opvattingen. Op zichzelf beschouwd is dit moedig, maar met moed alléén komen we nog niet verder.
Naar mijn mening is hetgeen in deze studie als hoofdmoment wordt gebracht in feite niets nieuws, maar in wezen een stap terug. De schrijver van deze studie is gebiologeerd door het grote gevaar dat hij ziet in de geleide economie. Hij meent dat we met de „ordening" de totalitaire staat in huis halen. In het vorige artikel is dit uit vele citaten gebleken. Zozeer is de schrijver beheerst door de angst voor dit gevaar dat hij zich heeft laten verleiden tot het stellen van enkele dilemma's die in wezen onjuist zijn. Hij stelt n.l. dat werkloosheid geen motief voor ordening mag zijn, want ordening leidt tot de totalitaire staat met concentratiekampen, jodenvergassing en onderdrukking. Wie dus een maatschappij zonder werkloosheid wil, zal overheidsingrijpen moeten accepteren en daarmede het concentratiekamp van de totalitaire staat. Dus met andere woorden: werkloosheid of concentratiekamp. Ik stel het bewust overdreven voor, om het dilemma duidelijk te stellen. Ik kan dit dilemma niet anders dan als vrucht van onzindelijk denken zien. Het is een grove misvatting dat overheidsingrijpen zonder meer zou leiden tot de totalitaire staat met concentratiekampen etc. Dat wij in deze artikelenreeks uitvoerig op verschillende stromingen als liberalisme en socialisme zijn ingegaan had als voornaamste bedoeling om aan te tonen dat er tussen „geleide economie" en „totalitaire staat" een hele wereld ligt. Wij kennen in ons land tenminste sinds 1945 ordening door de overheid, maar niemand zal het gevoel gehad hebben 20 jaar lang in een totalitaire staat geleefd te hebben.
Maar er is meer. De praktische politiek die in de studie vvordt voorgestaan komt praktisch overeen met die van de „neo-liberalen". Dit zou op zichzelf niet zo erg zijn, ware het niet dat met deze studie voorgegeven wordt de „christelijke boodschap" voor vandaag te brengen. Want uiteindelijk is de schrijver van deze studie tegen „geleide economie" of ordening, niet omdat hij hier de totalitaire staat als boeman op de achtergrond ziet, maar omdat hij meent dat de „geleide economie" strijdig is met het bijbelse vrijheids begrip. Dit is geen geringe zaak, want het gaat hier dus om een zaak van gehoorzaamheid aan het Woord Gods.
Wij hebben vóór de laatste oorlog tijden gekend dat gemakkelijk omgesprongen werd met „bijbelse beginselen". Ter illustratie moge het meningsverschil tussen Kuyper en Colijn over de vrijhandel dienen. Door Kuyper en Colijn werd verschillend gedacht over de wenselijkheid van vrijhandel of protectie (bescherming), waarvoor beiden meenden bijbelse argumenten te kunnen aanvoeren. Colijn formuleert het als volgt: „Naar het licht dat Gods openbaring in Schrift en Natuur over deze zijde van het leven doet opgaan, zijn de volkeren der aarde op onderling hulpbetoon door ruil van goederen aangewezen ; mitsdien hebben zij te streven naar vergemakkelijking van die wederkerige ruil en behoort belemmering ervan — het geval van noodzaak terzijde latend — te worden bestreden". Kuyper stelt hier het volgende tegenover : „Gods heilige orde in de natuur geeft een mensheid, in gans ongelijke natiën ingedeeld, ja zelfs bij de voleinding laat ons de Heilige Schrift nog een loflied voor het Lam beluisteren niet uit één gelijke mensheid, maar uit geheel onderscheiden volken, geslachten en natiën opgaande. En daartegenover nu, is de vrijhandel, als dogma uit den menselijke bajert opgedoken, erop uit om deze Heilige Orde te niet te doen en nogmaals op te richten wat God zelf bij Babels' torenbouw eerst gevonnist heeft, en toen neersloeg".
Ik geloof, dat hoe men ook over de doorbraak moge denken, zij terecht gesteld heeft dat met zulk een wijze van argumenteren op ernstige wijze bijbelse noties met menselijke overwegingen vereenzelvigd worden. Wij zijn na de oorlog wat voorzichtiger geworden met het afleiden van z.g. christelijke beginselen uit de Bijbel. Maar al te vaak is gebleken dat een bepaalde politieke gedachte als „christelijk" werd bestempeld, terwijl zij in werkelijkheid berustte op heel andere dan bijbelse motiveringen.
Het is te betreuren dat de studie van „Patrimonium" in deze fout is teruggevallen. Ik meen dat het een ernstige misvatting is, te menen dat uit Gods Woord is af te leiden dat een „geleide economie" onbijbels is. Het Woord Gods is van een andere orde dan „geleide" of „vrije" economie. Prof. Diepenhorst heeft eens opgemerkt : „Schuchterheid in het heilige dreef mij tot grote voorzichtigheid in de verwijzing van Gods Woord bij de behandeling van economische vraagstukken, omdat de kracht van dat Woord wordt ondermijnd, indien daarop te lichtvaardig een beroep wordt gedaan om eigen mening te dekken". Het is inderdaad een ernstig gevaar voor de waarlijk christelijke politiek indien menselijke redeneringen en systemen als „goddelijke norm" worden gehanteerd.
Hier ligt mijn grote bezwaar tegen deze studie. Beheerst door angst voor de totalitaire staat wordt een „christelijk liberalisme" ontwikkeld en gepresenteerd als het christelijk beginsel voor vandaag. Het is teleurstellend dat na de lessen van het verleden, de kritiek van de doorbraak en het sociale denken van de Wereldraad, een al te gemakkelijk afleiden van „beginselen" uit de Schrift wordt gepresenteerd als „Antwoord aan deze tijd"
Door de christelijke boodschap in het keurslijf te gieten van een „christelijk liberalisme", wordt niet alleen getoond hoe sterk wij geneigd zijn om in de Bijbel te lezen, wat wij graag willen lezen, in plaats van ons af te vragen wat de Bijbel ons „hic et nunc" te zeggen heeft, maar bovendien wordt aan de zaak van het Koninkrijk Gods in bredere zin schade gedaan. Het Christendom wordt door velen als „conservatief" versleten. De houding van de kerk ten opzichte van het sociale vraagstuk in de vorige eeuw is hier mede debet aan. Te weinig werd gezien dat geen „armenhulp" de oplossing kon bieden, maar alleen een structuele verandering van de maatschappij. Nog steeds worstelt de kerk met de gevolgen van het missen van de kansen die er toen waren. In een tijd waarin het economische probleem een werelddimensie gekregen heeft door het steeds toenemende verschil in welvaart tussen „rijke" en „arme" landen, is het van vitaal belang dat zowel in de bijbelse boodschap van de kerk als in de christelijke politiek de wezenlijke bijbelse noties doorklinken. Er is behoefte aan een ander „Antwoord aan deze tijd".
De vraag gaat zich opdringen: Wij hebben veel gehoord over hoe het niet moet, maar wat dan wèl ? Een voorzichtige poging tot de beantwoording van deze vraag zal in het slotartikel gedaan worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's