De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op audiëntie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op audiëntie

7 minuten leestijd

„Heere, in benauwdheid hebben zij U- bezocht. Zij hebben hun stil gebed uitgestort, als Uw tuchtiging over hen was". Jesaja 26 vers 16.

De profeet Jesaja ziet, verlicht door de Geest der profetie, voor Israël zware tijden aanbreken. De Heere zal Zijn volk moeten tuchtigen, kastijden, opdat het in een weg van gerichten gerechtigheid mocht leren. Het hart week zou worden. En de afkerigen tot God zouden wederkeren, opdat hun afkeringen genezen mochten worden.

Israël heeft zich n.l. van de God van het verbond afgewend, en is „uitlandse" goden gaan eren. Deze ontrouw, deze geestelijke hoererij, roept om tuchtiging, om hardhandige paedagogische methoden. Welnu, Israël zal overheerst worden door „vreemde heren". En in de benauwdheid, die tengevolge van deze overheersing zal ontstaan, zal het volk weer gaan vragen, schuldbewust en berouwvol, naar Hem, Die de Springader van het levende water is!

Benauwdheid! Wat is het verschrikkelijk, om het benauwd te hebben, in een mijn of in een grot, of in een overvol kerkgebouw. Met deernis zien wij het aan, hoe asthma-patiënten hijgen naar lucht, als de ademhalingsorganen blijkbaar op een bijna verstikkende, dodelijke wijze vernauwd worden.

Lichamelijke omstandigheden kunnen de oorzaak zijn van onze benauwdhdd. Ook de maatschappelijke toestanden kunnen ons benauwen. Er is in het hart vrees voor de toekomst. Er zijn gezinszorgen. Geldelijke zorgen. Er is wanbegrip. Veronachtzaming, verwaarlozing. Och, het leven als zodanig kan wel de dag der benauwdheid, de grote verdrukking genoemd worden. Dit leven is immers een jammerdal. Een Mesech der ellende. Het uitnemendste is moeite en verdriet.

"Helaas, het best van onze dagen. baart dikwijls smart, geeft dikwijls stof tot klagen, daar zorg, verdriet en jammerlijke plagen, steeds beurt om beurt, de matte ziel doorknagen".

De ernstigste benauwdheid leren wij echter kennen, indien het de Heere behaagt, ons aan onszelf te ontdekken. Ons zondaar te maken voor Hem en voor onszelf. Bij de benauwdheid van de ziel, die daardoor ontstaat, valt alle andere benauwdheid in het niet. Vluchten willen, doch daartoe geen mogelijkheid te zien, de eeuwige dood voor ogen, gekweld te worden door de angst der hel: ja, dat is waarlijk benauwdheid. Het is opmerkelijk, hoe menigmaal de Bijbel gewaagt van benauwdheid. Denk alleen maar aan het boek der Psalmen. Opmerkelijk. Maar ook volkomen begrijpelijk. De Heilige Schrift is een overtuigde tegenstander van ieder oppervlakkig „Hosannah en Hallelujah geroep". De Bijbel verkondigt het en iedere levend-gelovige ervaart het: aan een hemelvaart gaat een hellevaart vooraf. Geen geboorte zonder weeën. Geen „Rehoboth": „de Heere heeft ruimte gemaakt", zonder voorafgaande benauwdheid. Velen willen dit niet horen. Zij stellen zich tevreden met een oppervlakkig godsdienstig babbeltje. Kom, kom, niet te somber! Niet te ernstig! Geloof maar, zo in 't vage, aan een Hogere Macht. Leef deugdzaam. En: „alles sal reg kom". Wat bazelt gij over een dag van benauwdheid? Ik weet daar niet van, en ik wil er ook niet van weten. Ik wil er niet van lezen en ik wil er niet van horen! Uit. Ja maar, ja maar, of u en ik daar nu niet van weten willen, dèt is niet het belangrijkste. De Schrift spreekt er over. Als over een onontkoombare realiteit. En als wij dan met deze werkelijkheid kennis hebben gemaakt, dan rijst de vraag: hoe komen wij van deze benauwdheid af? Hoe leren wij weer ademhalen? Hoe worden wij in de ruimte gesteld?

In geval van lichamelijke benauwdheid raadplegen we de arts. In geval van maatschappelijke benauwdheid als: oorlog, crisis, malaise, inflatie, laagconjunctuur, worden conferenties gehouden. In geval van uitwendig-kerkelijke benauwdheid, laat de synode herderlijke brieven uitgaan. In geval van conflicten in de gezinnen kan een familieraad worden belegd

In geval van waarachtige, persoonlijke, geestelijke benauwdheid gaan sommigen naar doorgeleide christenen, om in hun aanvechtingen van hen troostwoorden te ontvangen.

Is het fout de dokter te raadplegen. conferenties te beleggen, herderlijke brieven te schrijven, vrome mensen te bezoeken? Zeker niet. Middelen en wegen gaan samen, plegen onze ouden te zeggen.

Maar! Ook hier zou het woord van Paulus aangehaald kunnen worden: „ik wijs u een weg, die nog uitnemender is". Die weg wijst de tekst: „Heere, in benauwdheid hebben zij U bezocht". Diplomaten, regeringschefs, bondskanseliers, premiers, presidenten en koningen bezoeken elkaar. Sollicitanten bezoeken hen, van wie hun benoeming afhangt. Laat de benauwde van hart, de bijbels-geestelijke benauwde, zich tot het enig — juiste adres wenden! Tot de Heere. De God des eeds en des verbonds. De God en Vader van de Heere Jezus Christus. „Hij kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naad'ren van de dood, volkomen uitkomst schenken" Heere, Gij zijt de God, Die Uw beloften altijd waar gemaakt hebt. Ook deze: „Roep Mij aan, in de dag der benauwdheid. Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren". In de Heere wordt een mens nooit teleurgesteld. Antieke en moderne wereldmachten blijken gebroken rietstaven. „Doch riepen z'in ellenden de Heer ootmoedig aan. Hij deed hun smarten enden en hun 't gevaar ontgaan". Laten wij in onze benauwdheden, en bij die van anderen, niet onvruchtbaar zitten te steunen, te klagen, te kermen. Laten wij onze lasten en die van anderen, van onze zwakke schouders afleggen, om ze te wentelen op de sterke schouders van God. „In zes benauwdheden zal Hij u verlossen, en in de zevende zal u het kwaad niet aanroeren".

Werelds-gelaten het kruis moeizaam voortslepen, dan wel, er tegen aantrappen of het vervloeken brengt geen baat. Evenmin het stoer en onverzettelijk en onberoerd op elkaar klemmen van de kaken, omdat men zich niet gewonnen wil geven, en zich sterker wil tonen dan het blinde lot. Uitkomst, geestelijke verruiming schenkt het uitstorten van het stil gebed. Dat betekent niet: een ogenblik stilte in acht nemen. Ons gebed is, helaas, vaak niet meer dan dit. Even stil zijn, vóór en na de maaltijd. Maar dit stil-zijn heeft niets gemeen met het in de tekst bedoelde „stil gebed". Het „stil gebed" is het ware, echte, geestelijke gebed. Het is het aanlopen van de Heere als een waterstroom. Het is de vrucht van de Geest der genade en der gebeden. Als de benauwde Israëlieten bij de Heere op audiëntie gaan, dan zeggen ze niet voor Zijn Aangezicht met luider stem een gebed op. Maar zij kunnen en durven slechts zachtjes fluisteren. Doch in deze fluistering storten zij hun hart als een geestelijke offerande uit. Zij „spreken uit de aarde". Hun spraak  "piept uit het stof". Als iemand druk gebarend, luid betogend, tot ons komt om hulp, dan zijn wij geneigd te denken: klagers hebben geen nood! Doch als een mens ons alleen maar met rood-omrande ogen kan aankijken, en nat-bekreten slechts kan stamelen: „help!", dan beseffen wij: hier moet acuut geholpen worden! „Het roerendst en welsprekendst bidden, het is een zucht, een snik, een traan" Gods heilige ziel walgt van een veelheid van woorden, ijdele kreten, inhoudloze klanken. Van gekrijs en geschreeuw als dat van de Baaipriesters. Maar het gebed van een Hanna is Hem dierbaar. Dat wij dan Ieren vragen om verzoening over onze lege, voze, holle gebeden! Vaak geldt het: veel woorden, weinig gebed; weinig woorden, veel gebed. Het middel, dat de Heere gebruikt, om ons het bidden in Christus Naam, het echte christelijke bidden, het bidden, gelijk de Heere Jezus wil, dat wij bidden zullen te leren is vaak de benauwdheid. Hier is de benauwdheid menigmaal nog niet vergeldend, doch opvoedkundig. Een tuchtiging Gods, Die door die tuchtiging bewijst, dat Hij ons nog als zonen en niet als bastaarden beschouwt. Verdraagt dan de tuchtiging en leert de les, die Hij ons door de kastijding leren wil: vertederd en verootmoedigd ons stil gebed voor Zijn Aangezicht uitstorten, om dan te ervaren: „Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Op audiëntie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's