VRAGEN VANUIT DE Pinksterbeweging
VRAGEN VANUIT DE Pinksterbeweging 6
De gaven van de Heilige Geest
De gaven van de Heilige Geest.
Intussen leert 1 Cor. 12 : 1, dat Paulus geen onkunde wil ten aanzien van de Geestesgaven. Deze onkunde bij de Corinthiërs stamde niet uit gebrek aan ervaring met deze Geestesgaven, maar uit een verkeerd gebruik. Zij lieten zich niet leiden door de liefde en hadden daarom geen recht inzicht in de éénheid van al deze Geestesgaven.
Hun onkunde is van geheel andere aard dan onze onkunde. Onze onkunde komt vaak voort uit het ontbreken van deze Geestesgaven in de gemeente. Wij zijn zoveel van het apparatuur van de Heilige Geest kwijt geraakt. Daarop komen wij nog wel terug. Maar onze onkunde inzake deze Geestesgaven is verbijsterend. Daarin hebben de mensen van de Pinkstergroepen grotendeels gelijk. Wij lezen en herlezen 1 Cor. 12 en 14 aan tafel, maar wie komt tot de smartelijke ontdekking: Waar is dit alles gebleven? Wanneer wordt er uit deze hoofdstukken gepreekt ? Wij belijden de bijbel als Gods Woord, en dat is waar. Maar functioneren deze en andere hoofdstukken mee in ons geestelijk leven? Met welk een smaldeel van de Heilige Schrift stellen wij ons vaak tevreden ? Gehele stukken van de Schrift blijven soms gesloten. Dat klaagt ons aan. Dat drijve ons ook tot het gebed om deze hoofdstukken te mogen verstaan!
De Corinthiërs waren — naar Paulus' woord — in niets achtergebleven, maar zij waren geen modellen van volmaaktheid. Integendeel! Aan hen ontbrak nog zo veel. Daarom hadden zij in het gebruik van deze Geestesgaven de leiding nodig van de apostel. Als de Corinthiërs deze leiding al zo nodig hadden, hoeveel te meer wij!
Gij weet, dat gij heidenen waart, tot de stomme afgoden heengetrokken, naardat gij geleid werd. (Statenvertaling 1 Cor. 12 : 2).
Gij weet, dat gij, toen gij nog heidenen waart, gij u blindelings naar de stomme afgoden liet heendrijven. (Nieuwe Vertaling 1 Cor. 12 : 2).
Deze twee vertalingen verduidelijken de bedoeling van deze tekst: de Corinthiërs waren vroeger heidenen en op welke wegen zij ook wandelden en welke leraars zij ook volgden, zij kwamen altijd weer bij de stomme afgoden terecht. De afgoderij duurde voort. Dat was de droeve toestand van de Corinthiërs, voordat zij het Evangelie hoorden. Het was één en al onzekerheid en wisselvalligheid, maar één ding stond vast: 't liep altijd weer op de stomme afgoden uit.
Daarin is verandering gekomen. Hoe onzeker hun vroeger leven was, zo zeker is hun leven nu geworden. Vroeger werden ze naar de stomme afgoden geleid, maar nu worden zij door de Geest Gods geleid. Lees vers 3. Daar staat:
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest. (Statenvertaling 1 Cor. 12 : 3).
Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus, en dat niemand kan zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest. (Nieuwe Vertaling 1 Cor. 12 : 3).
Er is dus een omkeer gekomen. De Geest is de Leidsman geworden. Nu blijken er vragen gesteld te zijn aan Paulus over deze Geestesgaven. De Corinthiërs waren bang, dat, wanneer zij op een bijzondere wijze door de Geest bezet waren en de gewone controle van het verstand uitviel, bij voorbeeld bij het spreken in tongen, dat dan tegen hun wil hen uit de mond zou vallen: Vervloekt is Jezus!
Het in of door de Geest spreken is een spreken op een bijzondere aandrift, onder de bezielende leiding van de Heilige Geest, onder ingeving.
Alle kinderen Gods hebben naar 1 Cor. 2 : 12 de Heilige Geest ontvangen. Daar staat: Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn.
Maar niet alle kinderen Gods hebben deze bijzondere gaven ontvangen, die hier in 1 Cor. 12 : 3 worden bedoeld.
Welnu, in Corinthe was de tongentaal of de glossolalie. Wat is het eigenaardige van de tongentaal? Wel, dat hij, die in of door de Geest spreekt, later niet meer weet, wat hij gezegd heeft.
Daarmee komt de vraag omhoog: Is dan alles, wat een mens spreekt in de overmeestering door de Geest, wel Godverheerlijkend ? Er zijn meer geesten, er zijn ook duivelse geesten. Die te ontkennen is zinloos. Zij manifesteren zich in allerlei gewaad. Daarvan wisten de Corinthiërs. Het buiten zichzelf zijn, de extase, was in Griekenland in de heidense godsdiensten goed bekend. Kunnen deze geesten zich niet van een christen meester maken, zodat hij Jezus vervloekt?
Deze vrees van de Corinthiërs is te verstaan. Hoewel op een totaal ander vlak, de christen van vandaag heeft soms een soortgelijke vrees bij het verkeren onder de narcose of in de aftakeling van het leven, wanneer de controle van het verstand uitvalt, en diepere zielelagen — en wat huist daar niet, ook in het hart van een kind Gods ? — bloot komen.
'k Herinner me een dienaar des Woords, die in hoge koortsen lag te ijlen. Toen de koorts weg was, vroeg hij aan zijn zoon of hij geen wartaal of erger had gesproken. Toen antwoordde zijn zoon: Neen, vader, u hebt gepreekt en nog goed gepreekt ook!
Dat ontroerde deze oude dienaar, omdat hij door genade wist wie Christus voor hem was, maar ook wat er in zijn eigen hart woonde: de mens der zonde!
'k Weet, dat dit op een ander vlak ligt dan 1 Cor. 12, maar er is ook overeenkomst: de controle van het verstand valt uit!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's