De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

10 minuten leestijd

Kerk en Wereld.

Zo lang de wereld bestaat en zo lang de kerk er zijn zal blijft de vraag naar de verhouding van kerk en wereld actueel. De samenvoeging van beide kan een kort program van actie zijn: we mogen de wereld niet aan zichzelf overlaten. Alles heeft een bestemde tijd, zegt de wijze Prediker. Ten aanzien van ons vraagpunt geldt dat zonneklaarblijkelijk. Er is een tijd, dat de kerk de wereld omhelst, maar ook zijn er perioden, dat de kerk zeer verre is van die omhelzing. Gods Woord zegt uiteraard voldoende over kerk en wereld, maar, alhoewel de uitspraken harmoniëren, benadrukken ze diverse aspecten, waardoor het gevaar bestaat, dat de één met name door dit en de ander bepaald door dat woord of die tekst zich voelt aangesproken. De omschrijving: „zich voelt aangesproken" is gekozen om de lezers op de idee te brengen, dat subjectivisme niet is uitgesloten. Iemand zal erop wijzen, dat de kerk niet „van" de wereld is. Accoord meent een ander, maar toch wel geroepen „uit" de wereld en van en uit zichzelf nog altijd wereld en voorhands gehouden om „in" de wereld te zijn. Genoopt als de kerk is tot broederlijke liefde, ja, liefde jegens allen, mag ze niettemin toch de wereld niet lieftebben.

Het spreekt vanzelf, dat de theologie, die men aanhangt maatgevend is voor de visie op de wereld en de houding tegenover haar. Het is bepaald niet het gevoelen van maar enkelen, dat er geen radicaal onderscheid bestaat tussen kerk en wereld. Beide zijn gelijkelijk het voorwerp van Gods zaligmakende liefde, de kerk is zich die liefde bewust, de wereld (nog) niet. Het offer van Christus heeft immers, zo zeggen godgeleerden, de ganse wereld objectief in een verzoende staat gebracht. Deze beschouwing heeft de opvatting van velen beslissend bepaald, ook van tallozen, die overigens geenszins de aangeduide theologie aanhangen.

Modemisme.

In onze vorige kroniek kwam reeds ter sprake het twistgesprek rondom de „Twistgesprekken met God", 't boekje van ds. B. van Ginkel uit Amsterdam. Na ds. Visser en dr. Langman heeft de schrijver zelf het woord genomen. Allereerst publiceert hij een ontvangen brief. Deze schrijft o.a. dat het niet de taak is van ds. Van Ginkel om gevestigde opinies aan het wankelen te brengen. „Mensen, die niet twijfelen, worden nog gevoed door oude vertrouwde waarheden, die bij hen functioneren, want ZIJ hebben God lief en de naaste. Dat u in schokkende mate van hun gelootsbehjdenis afwijkt is de vrucht van lezen, van studie, van nadenken, van meditatie. Het is uw plicht om te zoeken naar kern en wezen die overblijven. Om hiermede het eeuwige, dit IS het waarachtige leven te ontvangen zo goed als de gelovige voorheen". Vrucht van studie enz. Opvalt dat hier niet gesproken wordt van openbaring, van gebed zelfs niet. In aansluiting aan deze brief betoogt ds. Van Ginkel, dat zijns inziens iedereen op zijne wijs de Stem verneemt. De roomse in de wierookgeur, de veluwenaar — die is er allicht ook bij — in de simpele dorpskerk, de neger met zijn spiritual, de quaker in de stilte, de buitenkerkelijke in het vergevende gebaar van een barmhartige Samaritaan, die zich over hem heenbuigt. Er zijn allerhande taalvelden, taalvelden van „myter en hostie", van „rechtvaardiging van de goddeloze", van „menswording van de mens". Verschillende taalvelden waar de kudde kan weiden. We mogen kiezen, als we maar ruimte laten voor een ander, die op andere wijze luistert. Het is het toppunt van verdraagzaamheid, wanneer we althans maar de ander de ruimte laten. Doen we dat niet, dan is de tolerantie ver zoek. De briefschrijver van zo juist moet toch wel beseffen dat hier niet kern en wezen zijn overgebleven. Althans niet van de Heilige Schrift. Men kan nog wel spreken van een bijbelse Stem, maar waarin bestaat dat bijbelse? Christus spreekt ook van schapen, die de stem kennen uit duizend en volgen. Een ander volgen ze geenszins. Het unieke en exclusieve karakter, waarmee het Evangelie zichzelf presenteert is vanzelfsprekend het eerst overboord gezet als niet behorend tot het wezen en de kern. Ds. van Ginkel kan Paulus niet volgen, wanneer hij wee en vervloekt uitspreekt over al wie een ander evangelie brengt, omdat de apostel hartelijk gelooft dat er onder de hemel geen andere naam is gegeven, waardoor wij moeten zalig worden. Neen, want ds. Van Ginkel hangt „de dialectische visie aan, die emotionele reacties en zelfs blinde woede opwekt". Doch niet alleen blinde woede, althans niet bij de besten. Paulus spreekt wenend over vijanden van het kruis. Dat was bij de apostel geen rhetoriek. We kunnen begrijpen, dat iemand de moderne mens iets wil bieden. Maar gaat de kerk niet te ver de wereld tegemoet, overmeestert de wereld de kerk niet, het modernisme, 't evangelie? Wat heeft de kerk te bieden aan de moderne mens, wanneer het niet is het leven buiten onszelve? Iedereen op zijne wijze, dat is de oecumenische grondhouding. Maar uit al het geschrevene hebben we begrepen, dat de bijbelse stem toch allerwegen weerklinkt, ook in de wereldgodsdiensten. Tenslotte is toch het Evangelie van Christus ondanks alle respect en waardering ervoor ingeruild voor een evangelie naar de mens. „Men kan kiezen als het maar een keuze is, waarbij men ruimte laat voor de ander, die op een andere wijze luistert". Wat gebeurt er als men, gekozen, kiest en ruimte biedt aan de Ander, die op een gans andere wijze leert? 't Is toch eigenlijk niets nieuws onder de zon: het volgen van de rede, van innerlijk licht en het herleiden van het Evangeie tot enkele algemeen geldende waarheden. Maar is men dan toch nog dieaar van het Goddelijk Woord, dienaar an het evangelie van Jezus Christus?

Wereldgelijkvormigheid.

Het blad Wapenveld heeft aan de orde gesteld het onderwerp wereldgelijkvormigheid. Ook hier 't zelfde vraagstuk: kerk en wereld. Betoogd wordt dat bepaalde kringen in casu orthodox gereformeerde groepen, waar op het bevindelijke leven de nadruk wordt gelegd, zich tegen bepaalde vormen verweren als wereldgelijkvormigheid, terwijl toch de wereld in hun hart en leven veel meer is doorgedrongen dan ze zelf wellicht beseffen.

Het is natuurlijk uitermate moeilijk om ergens een grens te trekken. Ieder kan constateren, dat er ten aanzien van verschillende dingen, die men al of niet doet, geleidelijk zich verschuivingen voordoen. Is dat laatste een reden om dan de pas er maar in te zetten? We moeten toch eens, en de schade is zo groot, wanneer we achteraan komen, 't Is wellicht een fabeltje dat die schade zo groot is. Want we krijgen sterk de indruk, dat de zeer progressieven bitter weinig weten te behouden.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat er in de gemeente grote beduchtheid bestaat, omdat meer dan eens het fulmineren tegen toch al aanwezige wereldgelijkvormigheid en het pleit voor grotere openheid dikwijls eindigt in het avontuur, dat we in het vorige artikeltje omschreven.

We kunnen eindeloos debatteren over de vraag, waar het nu wel in zit en waar het niet in zit, maar er is toch meer in het geding.

Het is namelijk zo ontzettend moeilijk om het onderscheid aan te geven tussen wat wezenlijk is en bijkomstig, wat hoofdzaak is en bijkomstigheid, wat groot is en wat klein. Niemand verachte de dag der kleine dingen, zo leert ons de Schrift. Er zijn gedingen tussen ouders en kinderen, waar het gaat om zaken, waarvan men zou zeggen: Is dat nu een halszaak? Maar de ouders proeven de geest, die het kind bezielt. Ze weten dat de vinger dikwijls hand betekent. Er zijn voorbeelden te over van duizenden Demassen, die de tegenwoordige wereld hebben lief gekregen. Wanneer we nu de schuld geven aan ouders en ouderlingen, kortom aan alle verantwoordelijke instanties, omdat ze ofwel te slap waren ofwel te strak, dan zijn we dra met ons oordeel gereed.

Ik geloof dat in deze vraagstukken toch wel degelijk de tijd, het tempo van belang is. Er is veel, dat een verleiding vormt tot wereldgelijkvormigheid, dat overmorgen misschien minder risico oplevert. Is dan overmorgen niet kwaad, wat het vandaag wèl is? Zo moeten we het niet stellen. Wat in absolute zin zonde is, blijft dit alle eeuwen door. Alle overtreding van Gods Wet. Maar Satan wisselt gedurig van middelen om de mens te bewegen ontrouw te worden aan het geslacht van Gods kinderen.

Van belang is en ook ten volle verantwoord, dat we ons leren voegen naar de „gang van het werk".

Als prof. Jonker in zijn bijdrage aan het bewuste nummer van Wapenveld de (geref.) gemeenten wil voorhouden, dat ze gemakzuchtig de ontkerstening overlaten aan „Oegstgeest" en „Baam" en dat men in „Kerk en Wereld" ds. Poot eenzaam laat worstelen en ploeteren zonder hem leerlingen te sturen, gaat dit niet op. We moeten niet vergeten, dat dit ook niet de afspraak was.

Is het zo dat men buiten de theologische discussie staat en het wezenlijk kerkelijk gesprek, zoals prof Jonker schrijft.

Het blijft toch altijd maar een hachelijke zaak, vooral wanneer men elders uitspraken tegenkomt, dat in tegenstelling met de toenemende theologie, die geheel door de wijsgerigheid was meegesleurd en van haar plaats gerukt, in conventikelen de leer der Schriften bewaard bleef. Men weet soms toch werkelijk niet wat men moet doen.

Het is heus wel te begrijpen, dat de gemeente al de veranderingen en wijzigingen, die in grote vaart elkaar volgen, niet kan bijbenen. Vooral wanneer vele inzichten en standpunten die vandaag met veel vuur en verf worden verdedigd, morgen achteloos terzijde geworpen zijn. Prof. Jonker sprak o.a. over de Nieuwe Vertaling. Dezer dagen viel mijn oog op een artikeltje, dat betoogde dat de schrijver onder de indruk was gekomen, dat de Nieuwe Vertaling al weer zo verouderd was. Ik meen in het dagblad Trouw. We zullen ieder jaar een nieuwe vertaling moeten hebben.

Men kan critiek hebben op een zekere vasthoudendheid, maar als het er om gaat het pand te bewaren, dan is het toch maar veiliger iets teveel dan iets te weinig aan te grijpen.

Juist ook omdat het altijd weer van ene kant moet komen. Men spreekt wel van een „inbreng", we kunnen geen enkele groep missen en ieder levert zijn waardevolle „inbreng", maar het merkwaardige is, dat men toch de zelfstandige organisatie van de „inbrengers" zo spoedig mogelijk wil opheffen. Waar dan op den duur de inbreng vandaan moet komen?

De strijd op aarde blijft. De strijd tegen de wereld in de kerk. En toch ook de strijd tegen de begrijpelijke zucht om niet langer kerk in de wereld te zijn. Maar zien we nog onderscheid tussen kerk en wereld? Zijn er die kennelijk hun aangezicht hebben gericht naar Jeruzalem?

Misschien is het onjuist. Maar we willen weleens nagaan waar kinderen en kindskinderen terecht komen. Kinderen en kindskinderen uit wat we meelevende gezinnen plegen te noemen. Dat is het wat met zorg vervult.

Dan zult gij lieden wederom zien het onderscheid tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen die God dient en die Hem niet dient.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 februari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's