ENKELE INDRUKKEN UIT DE SYNODEVERGADERING
Zoals ieder jaar op de eerste synodevergadering moest ook nu een nieuw moderamen en breed modeiramen gekozen worden. Er vond een opschuiving plaats. De assessor van het vorige jaar dr. G. de Ru uit Rotterdam werd nu praeses, terwijl de assessor secundus ds. G. P. Post uit Eindhoven; nu assessor primus werd.
Wat de verdere benoemingen betreft zal het u wellicht interesseren, dat drs. N. den Oudsten benoemd werd tot docent aan de theologische faculteit der Rijks Universiteit te Utrecht. Hij is o.a. belast met het geven van preekschetscolleges.
Een andere belangrijke benoeming was die van ds. S. Gerssen tot secretaris van de Raad voor de verhouding van Kerk en Israël in de a.s. vacature van ds. J H. Grolle. Wij zijn uiteraard zeer blij met deze benoeming en wij hopen dan ook van ganser harte, dat ds. Gerssen deze benoeming zich zal laten welgevallen.
In de tweede lezing behandelde de synode het mutatievraagstuk en een ev. mogelijkheid tot sollicitatie van predikanten naar een vacante gemeente. Dit laatste werd door de synode afgewezen, gehoord hebbende de consideraties van de classicale vergaderingen. Wat het mutatievraagstuk betreft moet een kerkeraad van een vacante gemeente telkens na een jaar opnieuw advies vragen aan de commissie voor het beroepingswerk inzake namen van predikanten, die gehoord zouden kunnen worden. Een verslag van haar bevindingen hoeft niet ingezonden te worden bij de commissie voor het beroepingswerk. (Dit was wel in eerste lezing de bedoeling).
Eenmaal in de vijf jaar stelt de commissie voor liet beroepingswerk voor predikanten, gevestigd op een predikantsplaats voor gewone werkzaamheden, de gelegenheid open zich te doen opnemen in een register voor verwisseling van standplaats. Deze inschrijving in dit register vindt alleen plaats, indien daarover tussen de predikant en de kerkeraad overeenstemming is bereikt en daarvan schriftelijk mededeling is gedaan aan de commissie voornoemd. Door deze inschrijving verbindt zich de kerkeraad een beroep uit te brengen overeenkomstig een bindende enkelvoudige voordracht, opgemaakt door de commissie voor het beroepingswerk. Bovendien verbindt zich dan de predikant een dergelijk beroep van een andere gemeente, die hem beroept volgens een bindende voordracht van de commissie, aan te nemen. De inschrijving moet plaatshebben vóór 1 februari van 1966, en daarna om de vijf jaar.
Vanzelfsprekend is hier nog wel het een en ander over gesproken in de synode. Zijn deze regelingen niet in strijd met de presbyteriale orde der kerk en tasten deze niet de zelfstandigheid der gemeenten aan? Hoe moet men nu aan met het beantwoorden van de vragen uit het bevestigingsformulier, waarin de predikant verklaart van de gemeente en mitsdien van God geroepen te zijn, terwijl het in feite zo is, dat noch de gemeente, noch de predikant zelf hierin een vrije beslissing genomen heeft, maar deze — zij het dan vrijwillig — in handen heeft gelegd van de commissie voor het beroepingswerk, die hier „bindend" een bepaalde predikant verbindt aan een bepaalde gemeente. Gelukkig is deze regeling alleen bestemd voor uitzonderingsgevallen, waar het werk in een gemeente is vastgelopen. De vraag blijft evenwel, of ook niet in zulke gevallen gezien het geestelijke karakter van het beroepingswerk, men niet de uiterste consequentie moet nemen, ook als het eens niet goed gaat! Er is geen enkele waarborg, dat het na zo'n vrijwillig-gedwongen mutatie beter zal gaan. Was dat maar waar!
De geestelijke verzorging in de krijgsmacht is ook weer eens aan de orde geweest. Het is jammer, dat er zo veel onrust heerst op dit punt door allerlei oorzaken. Dit komt het werk zelf niet ten goede! Het probleem is nog niet uit de weg. Een belangrijke vooruitgang is het dat de stafpredikanten zelf mede geraadpleegd zullen worden in het zoeken naar nieuwe wegen om uit de huidige moeilijkheden te geraken.
Het was niet minder dan tien jaar geleden sinds de arbeid van het Instituut „Kerk en Wereld" te Driebergen in de synode ter sprake was geweest. En omdat er zo'n nauwe verbondenheid is met de synode, was het een verheugende zaak, dat alle aandacht geschonken kon worden aan dit werk, waar de synode toch mede verantwoordelijkheid voor draagt.
Van de zijde van „Kerk en Wereld" had men een z.g.n beleidsnota op tafel gelegd, die diende als uitgangspunt voor gesprek. Het bleek dat het werk op „Kerk en Wereld" geweldig is uitgegroeid. Voor de opleiding is een aparte stichting „Academie DE HORST".
„Kerk en Wereld" is evenals de stichting „De Horst" ook een stichting van de Ned. Herv. Kerk. Het bleek, dat met de loop der jaren er ook op „Kerk en Wereld" heel wat veranderingen hadden plaatsgevonden, die het noodzakelijk maakten, dat een commissie gevormd zal worden, die nader zal bezien in hoeverre de kerkorde gewijzigd zal moeten worden, omdat de bestaande artikelen verouderd blijken te zijn.
Een niet onbelangrijke zaak, die in eerste lezing in de synode is aanvaard, was de behandeling van voorstellen tot wijziging van de kerkorde, waardoor het mogelijk zal worden, .dat ten aanzien van een andere kerk in Nederland, waarmee de Nederlandse Hervormde Kerk een bijzondere betrekking begeert de Generale Synode kan besluiten, dat een predikant van die kerk, mits op uitnodiging of met toestemming van de kerkeraad ener gemeente, in een kerkdienst van die gemeente bevoegd is tot de bediening van Woord en sacrament, tot de dienst der gebeden en tot de kerkelijke bevestiging en inzegening van een huwelijk. Verder dat een predikant van die kerk, na verkregen consent van het breed moderamen van de generale synode, beroepbaar is in de Ned. Herv. Kerk, met dien verstande, dat hij zich van die andere kerk als lidmaat moet hebben losgemaakt en opgenomen moet zijn onder de belijdende leden van de Ned. Herv. Kerk.
Hoewel dit artikel ook van kracht zou kunnen zijn t.a.v. kerken van Gereformeerde signatuur is de aanleiding hiertoe geweest een mogelijkheid te scheppen tot de totstandkoming van een hechtere gemeenschap tussen de Remonstrantse Broederschap en de N. Herv. Kerk in de vorm van kanselruil, intercommunie, intercelebratie en wederzijdse beroepbaarheid van predikanten.
Wat een moeilijkheden komen hier om de hoek kijken, als wij denken aan onze officiële belijdenis en vooral aan de vijf artikelen tegen de Remonstranten, aan het feit, dat het kerkelijk belijden in de Ned. Hervormde Kerk en in de Remonstrantse Broederschap naar vorm èn inhoud niet op dezelfde wijze functionneert.
Tot een consensus met de Remonstrantse Broederschap kan het om deze redenen nog zo maar niet komen. Daarom wil men op een andere wijze de verhouding van de Ned. Hervormde Kerk tot de Remonstrantse Broederschap regelen en wel door een nieuw artikel, dat nu in eerste lezing is aangenomen. Het ware beter geweest, als er in het voorstel had gestaan, dat het hier alleen maar gaan kan om die kerken, waarmee de Ned. Hervormde Kerk krachtens haar belijdenis een bijzondere betrekking begeert. Het is te hopen, dat de classicale vergaderingen in deze zin zul len considereren. De grenzen van de kerk worden toch, dacht ik, door haar belijdenis aangegeven, die niet anders wil zijn dan een heenwijzing naar het Woord van God, als het ene fundament der kerk!
Een nota over de pastorale zorg in stad en platteland, gelet op de grote veranderingen die zich in beide hebben voorgedaan, bleek zoveel overhoop te halen, dat een nieuwe, definitieve commissie benoemd zal worden door het breed moderamen, die nader de voorstellen tot veranderingen in de kerkorde zal moeten bestuderen. Het gaat hier om het feit, dat de situatie op het platteland in de laatste tientallen jaren radicaal is gewijzigd. De plattelandsgemeente is in steeds mindere mate een gesloten eenheid. De buitenwereld treedt er op vele wijzen binnen en het streekverband krijgt meer en meer aandacht. Het resultaat zou dan zijn, dat de predikant in toenemende mate de eenheid van zijn werk gaat verliezen. Overal doet hij iets en door de overvloed van allerlei taken maakt hij maar weinig af.
De moeilijkheden in de grote steden liggen weer op ander terrein. Men is van mening dat de kerkorde in haar huidige bepalingen te veel is afgestemd op het ideaal de stad te verdelen in een aantal „dorpen", die gemeenschappen vormen. Het blijkt in de praktijk dat de stedeling mobieler is dan men dacht en zich niet laat opsluiten in een bepaalde sector van de grote stad. De mogelijkheden van de huidige wijkgemeenten zijn over het algemeen te beperkt. Het is daardoor vaak moeilijk, vooral in een wijkgemeente met bepaalde overheersende sociale structuur voldoende goed kader te recruteren. Gedacht werd aan de instelling van z.g.n. districtsgemeenten, die meerdere bestaande wijkgemeenten zouden omvatten.
Hier zit dus eenzelfde principe achter als bij de problemen op het platteland, dat bij de huidige veranderende structuren men meer de richting uit wil van grotere gemeenschapsvormen, waar meer „gericht" werk kan geschieden. De verdere doordenking van een en ander vereist nogal wat, voordat definitieve voorstellen aan de synode kunnen worden aangeboden. Wij wensen de nieuwe commissie heel veel sterkte!
Tenslotte kwam ter sprake de arbeid van de Deltacommissie.
Het gereed komen van allerlei oeververbindingen in het z.g.n. Deltagebied plaatst de kerk voor allerlei problemen. De eilandengroep van Zuid-Holland en Zeeland wordt volledig uit zijn isolement verlost, doordat allerlei verkeersvoorzieningen zijn of worden aangebracht. Dit zal grote consequenties hebben voor het kerkelijk en maatschappelijk leven. Vooral de verstedelijking trekt de bijzondere aandacht van de Deltacommissie bij de ontwikkeling b.v. van het Zuid-Hollandse Deltagebied.
Mogen de gemeenten bewaard blijven bij het Woord van God, wanneer zij overspoeld zullen worden door wat de wereld er in wil brengen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's