De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een ruime nodiging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een ruime nodiging

Een ruime nodiging (1)

8 minuten leestijd

Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. (Mattheüs 11 : 28).

We hebben ditmaal wel een overbekende tekst tot uitgangspunt onzer meditatie gekozen. Het gevaar is echter altijd erg groot, dat we ten aanzien van bekende teksten menen, dat we al lang weten wat de inhoud en de bedoeling is. Hier kunnen we zozeer in opgaan, dat we voorbijgaan aan het bijzondere, dat in elk woord van de Heere Jezus verborgen ligt en dat dikwijls het meest tot ons spreekt wanneer we de moeite nemen om het verband waarin de tekst voorkomt te bestuderen. Juist van bekende teksten geldt dat ze uit hun verband worden gerukt en te pas en te onpas worden aangehaald of toegepast, terwijl de eigenlijke boodschap ons ontgaat. Dat is zeker zo het geval met het diepe rijke woord van Mattheüs 11 vers 28. Daarom spreken we af, dat we het in zijn verband laten staan en vanuit het verband gaan verklaren.

Wanneer ik u zou vragen: met welke gedachten zou de Heere Jezus vervuld zijn geweest toen Hij dit woord heeft uitgesproken, zult u — naar ik vermoed — wel zeggen: met uiterst vriendelijke gedachten. Dat is zo de algemene gedachtengang onder de mensen, die de bijbel oppervlakkig lezen. En dan zijn er nog zo van die plaatjes, die „een vriendelijke Jezus" uitbeelden met als onderschrift deze tekst.

We komen echter tot een geheel andere conclusie wanneer we onze aandacht wijden aan het tekstverband. Daarin kimnen we lezen tegen welke achtergrond deze veelzeggende nodiging van Christus is uitgesproken en wat het hart en de gedachten van de Zaligmaker vervult als Hij deze woorden uitspreekt. Het verband geeft in vers 25 allereerst aan in welke tijd en onder welke omstandigheden de Heere sprak: „in die tijd". Welke was die tijd? Daarover zegt ons vers 20 nader, dat het was toen de Heere de steden, in dewelke Zijn krachten meest geschied waren, te verwijten omdat zij zich niet bekeerd hadden. En dan volgt een herhaald „wee u" met een ontzaglijke oordeelsdreiging: Sodom zal het verdraaglijker zijn in de dag des oordeels dan de onboetvaardige steden. Wat zal de Heere met een bewogen hart en een tot het uiterste gespannen ziel deze woorden hebben uitgesproken. Het is alsof Hij tot de veroordeelden zeggen wil: komt herwaarts, hierheen, tot Mij! Hier is nog de uiterste mogelijkheid van redding, maar dan tot Mij en nergens anders heen: geen andere goden voor mijn aangezicht!

Het is een voor de hand liggende veronderstelling, dat de ziel van de Heere Jezus, Die we toch ook altijd bij Zijn omwandeling op aarde hebben te zien als mens, tot het uiterste gespannen was. Let u er alleen al maar eens op hoe snel wisselend de gedachtenbeelden zijn. Eerst horen we van het oordeel, dat over de steden wordt uitgesproken. Direct daarna richt de Heere Zich tot de Vader in de hemel met een woord over de openbaring van het verborgen welbehagen. Onmiddellijk daarop volgt 't nodigende woord van onze tekst. We zullen aan deze wisseling der gedachten niet voorbij mogen gaan willen we de nodiging in haar strekking verstaan. Let er daarom op hoe we in de woorden van de Heere eerst horen van danken, daarna van verklaren, verder vermanen en nodigen. Wie hierop mag letten en die dat doen mag met de smeking om geopende ogen te ontvangen, zal hier zijn Heiland zien worstelend in de ziel en met Zijn getuigenissen tot openbaring van de Verborgen raad en wil Gods aangaande onze verlossing, maar ook tot openbaring van de straffende gerechtigheid.

Ja, hier worstelt de Zaligmaker, Die van de Vader gezonden is over de grens, over de kloof heen, die wij door onze zonde gemaakt hebljen, opdat Hij alles zou doen opdat voor verlorenen en veroordeelden de weg gebaand zou worden tot herstel van de gemeenschap met de Eeuwige Vader. In de worsteling tot dit behoud, tot deze redding, openbaart de Heere Jezus oordeel en zegen en voor alles Zichzelf als Rots van het Behoud, maar ook als Rots der ergernis, waarop de vijand, die zich blijvend aan Hem ergert, te pletter slaat. Dat brengt de enorme spanning in de nodigende woorden, die onze tekst van vandaag bevat. Dit woord wordt gekenmerkt door een geweldige kracht, die ons in het licht van het tekstverband, dat we aldus toelichtten, doet huiveren. Want het wordt nu een of... of... Wie niet tot Hem komt, zal omkomen in het oordeel. Dit is de basis waarop dit woord van Christus staat.

Het woord zelf nu verder beziende en beluisterende moeten we er wel weer terdege voor waken het niet verkeerd uit te leggen, want dan ontgaat ons de actualiteit van dit woord voor ons. Het gaat er namelijk om er op te letten, dat de Heere Jezus Zich in de uitgesproken nodiging aansluit niet bij het gevoel van de mensen, maar bij de werkelijkheid. De Heere zegt namelijk niet: komt tot Mij allen, die zich vermoeid en beladen voelt, maar die vermoeid en belast zijt. Niets is gevaarlijker dan dat wij ons bij de prediking tot de mensen waar dan ook en in welke omstandigheden ook, aansluiten bij het gevoel van de mens. Toch wordt dit veel gedaan. Maar wie zich hieraan bezondigt zal nooit dé ware rust kunnen prediken, ja reeds tekort schieten bij de aanwijzing van de weg naar de rust. Bovendien zullen de hoorders, al hebben zij zich misschien in hun gevoel wel met grote bewogenheid aangesproken geweten, ook de weg tot de rust noch de rust zelf vinden, maar in hun gevoelens blijven rondzoekeri naar iets wat blijvende troost kan geven, zonder dit evenwel te vinden. Het is daarom van zeer grote betekenis te bedenken voor de prediking en voor de zielzorg dat wij ons niet aansluiten bij het gevoel van de mensen, ook niet in de pastoraal gerichte prediking, de bevindelijke prediking. Daartoe dienen we zo nadrukkelijk te letten op wat de Heere Jezus ons leert in de wijze waarop Hij het aanbod van Zijn genade doet in de nodiging tot de rust. Hij nodigt niet degenen, die zich vermoeid en beladen gevoelen, maar die het zijn. Deze wijze van prediking — we zeggen het met heilige eerbied — raakt het hart van de zaak waar het om gaat.

De werkelijkheid van het vermoeid en belast zijn, wat is dat eigenlijk? Dat is wat is voortgevloeid uit de verbroken verhouding met God. Het is de ontzaglijke nood van de gehele mensheid, dat zij leeft: los van God. Zij meent vrij te zijn, maar is gebonden aan de satan. Zij zijn vermoeid en belast zonder het te weten. Dat zijn wij dus allemaal. Dat is onze nood. Of wij die gevoelen of niet, dat maakt niet uit, het is de verschrikkelijke werkelijkheid. Deze had de Heere ook voor ogen toen Hij de onboetvaardige steden hun onbekeerlijkheid verweet. Maar, en dat is het bijzondere en de ruimte van de nodiging in onze tekst: zij staat Hem gelukkig ook voor de geest wanneer Hij nodigt om tot Hem te komen.

Waar geeft u de voorkeur aan, mijn lezer, dat ge in de prediking wordt aangesproken in uw gevoel of in de werkelijkheid van uw bestaan voor God? Het eerste is erg aangenaam. Je staat dan echt zo met al wat je meegemaakt hebt en gevoelt in het middelpunt. Het streelt je en er komt iets over wat je geen naam kunt geven, maar dat je wat doet.

Toch merk je dikwijls zo weinig van geestelijke groei bij mensen, die op hun gevoel leven. Dit kan ook niet, want zij hebben nog nooit de werkelijkheid van hun ellende beseft en daardoor ook niet de diepte van hun nood. Ze meenden wel wat aan de gevoelspreken te hebben, maar in wezen bleven zij, die zij waren, omdat de prediking hen ook niet verder bracht dan wat tijdelijke beroering, die geen stand hield. De prediking, die zich bij het gevoel aansluit heeft meestal veel succes, zowel ter rechter- als ter linkerzijde: zo mogelijk rechtser dan gereformeerd en linkser dan vrijzinnig. De uitersten raken elkaar.

Neen, de Heere Jezus wil ons leren in onze tekst — en Hij geeft Zelf het voorbeeld — dat we ons hebben aan te sluiten bij de werkelijkheid. Hij spreekt de mensen beslist niet aan in hun vermoeid en belast gevoel om daarna te trachten dit benauwende gevoel weg te nemen. Neen, wanneer de Heere dat gedaan zou hebben — maar dat kon Hij niet — was dat geen aansluiting geweest bij de werkelijkheid van de zonde. Immers onze gevoelens sluiten zich nooit aan bij de werkelijkheid der zonde, maar cirkelen om ons eigen ik heen. We zijn egoïsten; ook in vermeend geestelijke zin. Wat vinden we erg als we zonden gevoelen? Dat wij straf te duchten hebben, dat wij niet in de hemel zullen komen, dat wij niet zalig zullen worden. Dit is in wezen zeer egoistisch, want het gaat niet allereerst om ons heil en zaligheid, maar om de EER des Heeren, waarvan wij Hem beroofd hebben door onze gruwelijke afval en ongehoorzaamheid. Die werkelijkheid is duizendmaal erger dan wij gevoelen. Daarom zit in de aansluiting van de prediking bij het gevoel van de mens, onverschillig of die prediking zich aandient als gereformeerd of niet gereformeerd, iets van de „satan als engel des lichts".

Het is nu wel belangrijk na te gaan wat onder de aanduiding „vermoeid en belast" verstaan moet worden. Daarover D.V. de volgende maal.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een ruime nodiging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's