De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een ruime nodiging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een ruime nodiging

Een ruime nodiging (2)

11 minuten leestijd

Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. (Mattheüs 11 : 28).

Wat hebben wij te verstaan onder „vermoeid en belast? "

Wanneer we ons eerst verdiepen in de betekenis van het eerste dan zou ik willen beginnen met op te merken, dat een mens vermoeid kan zijn zonder het te weten. Ik denk daarbij aan een ernstige zieke, die te bed ligt met zware koorts, in een soort verdoving. Hij beseft niet hoe erg het met hem gesteld is, dat hij misschien wel ligt aan de rand van de dood. Hij woelt in een onrust, die hij zich in het geheel niet bewust is, door zijn bed, grijpt en spreekt zonder enige regelmaat en besef wat hij doet. Anderen, die bij hem staan, weten en zien dat hij heel erg vermoeid is, dat zijn krachten voor het oog opgeteerd zijn. Maar in een vlaag van ijlkoorts kan zo'n zieke nog een geweldige kracht ontplooien zodat de omstanders hem haast niet kunnen bedwingen. Zelf weet de patiënt er niets van. Hij is dodelijk vermoeid maar voelt er niets van. De verpleegster, die de werkelijkheid van de situatie van de zieke wel weet zal hem behandelen zoals hij dat nodig heeft. Zelf wil hij wel zijn bed uit en aan het werk. Wat we ook tegen zo'n zieke zeggen, uit zichzelf zal hij beslist niet doen wat nodig voor hem is: zich rustig overgeven.

Dit is wel de tekening van de vermoeidheid waarop de Heere Jezus doelt wanneer Hij zijn nodiging richt tot de vermoeiden. Het is het zeer reële van de zondige mens, die onder het oordeel Gods ligt, die zich op allerlei wijze wil handhaven in eigen kracht en niemand nodig heeft. Hij meent van alles te kunnen en van alles te zijn, maar hij weet niet hoe ellendig en hopeloos in zichzelf hij er aan toe is. Hij voelt echter niets van zijn dodelijke vermoeidheid. Lezer, het is het beeld van ons, natuurlijke mensen. Ons gevoel bedriegt ons. Wat gelukkig dat de Heere Jezus Zich bij Zijn nodigende roep niet aansluit bij het gevoel, maar bij de werkelijkheid van het menselijk bestaan. Hij weet wat wij zijn. Zo spreekt Hij ons aan als vermoeiden.

Wat de belastheid betreft kunnen we dezelfde lijn trekken. Er zijn talloos vele mensen, die niet weten, dat zi belast zijn, dat zij in het leven van elke dag, dat zij leiden zonder de Heere, enorm zware lasten dragen. Daar is allereerst de grote schuldenlast, waarvan zij niet de minste notie hebben. Verder valt op te merken de natuurlijke vijandschap tegen de Heere, hun strijden tegen Hem, het tegenstaan van hun eigen geluk en zaligheid. Ook kan worden opgemerkt het pogen van de mens, die nog wel godsdienstig wil zijn en zelf wil streven naar het opbouwen van een gerechtigheid, die hem goed genoeg maakt voor de hemel. Aan deze last vertillen zich zeer veel godsdienstige mensen. Het zielige is dat zij, die wij tekenden, niets gevoelen van hun belastheid. Wij komen weer tot de conclusie, dat er een groot verschil is tussen vermoeid en belast zijn en het zich moe en belast voelen.

Weer zeggen we, dat degenen, die zich in de prediking aansluiten bij het gevoel van de mens, verkeerde zielszorg verrichten. Hierbij wordt over de ernst van de zaak heengelopen. Het is goed elkaar er aan te herinneren, dat we de Heere Jezus bij het uitspreken van de nodiging van onze tekst, niet zien moeten als een lieve, vriendelijk glimlachende Heiland, maar als DE Heiland, Die de werkelijkheid kent en Zich met Zijn woord niet aansluit bij enig gevoel, maar die schrikwekkende werkelijkheid. De vermoeidheid en de belastheid, die de Heere als werkelijkheid op het oog heeft, is een zeer gevaarlijke. Daarom spreekt de Heere ervan tot de mensen van Zijn tijd en tot die van alle tijden, ook tot ons, opdat Zijn krachtige woord die werkelijkheid zou ontdekken en de onwetende vermoeiden en beladenen kennis zouden ontvangen van de ernst van hun toestand.

De Heere Jezus ziet het volk van zijn dagen, dat zondig is en schuldig en vijandig; dat geen vergeving kent noch zoekt, dat wettische lasten draagt en zich een eigen gerechtigheid bouwt; dat zich in eigen vroomheid verheft en tegen Hem zich verhardt, een volk van vermoeiden en belasten.

Wanneer Hij het de vraag zou stellen: voelt u zich niet vermoeid en belast, dan zouden zij geantwoord hebben: in het geheel niet, wij zijn het zaad van Abraham, wij hebben het woord Gods; wij houden ons aan geboden en inzettingen en leven in gehoorzaamheid aan de God van het Verbond.

Arme godsdienstige mens, die niets verstaat van de heiligheid des Heeren, die daarvoor nog nimmer heeft gebeefd, die van de toorn Gods, welke openbaar komt over alle zonden en ongerechtigheid der mensen niet het minste besef heeft, maar zich rechtvaardig voelt. Maar laten we niet alleen letten op het volk uit de tijd van de Heere Jezus. Ook onder ons, kerkelijke mensen, zijn er talloos velen, die nog nimmer de gedurige tegenwoordigheid Gods bij de zondaar, die voor Hem onmogelijk bestaan kan, hebben gevoeld. Is u, mijn lezer, u dat al wel eens bewust geweest, dat u leeft onder het oog van de Heilige en Rechtvaardige God, voor Wie ge eigenlijk niet bestaan kunt? Hebt u dit al eens als de grote last van uw leven gezien? Heeft dit ü reeds bepaald bij uw vermoeidheid? Wie er kennis van heeft en ook dus deze werkelijkheid heeft ontdekt, waarvan de Heere Jezus spreekt, die zal zijn en handelen als Mozes en zeggen: bedek mijn gelaat, want de glans van Gods majesteit kan ik niet verdragen. Kent u dit ook?

Lezers, er is een gevaarlijke gewenning aan Goddelijke zaken en Bijbelse waarheden. Zij spreken ons niet aan.. We horen ervan, we lezen en weten er van, maar we blijven er bij die we zijn omdat de waarheden van het Woord Gods geen waarheden zijn in ons binnenste. Daarom is er geen innerlijke verslagenheid en geen wetenschap van onze vermoeid- en belastheid. Daar is geen wegzinken voor de heiligheid des Heeren, voor welke de engelen zelfs het aangezicht bedekken met de uitroep: heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen.

Waar wij natuurlijke mensen hiervan niet het minste „gevoel" hebben, ktmnen we niet dankbaar genoeg zijn, dat de Heere Jezus Zich in het woord van de tekst aansluit bij de werkelijkheid en niet bij het gevoel. Had Hij het laatste gedaan en zou dat het stramien voor elke prediking hebben moeten zijn dan zou de enige reactie geweest zijn en nog wezen: wij hebben geen behoefte aan wat u zegt: het is bij ons rustig. Ja, want de mens komt altijd wel weer over zijn gevoel heen. De gevoelsmens is meestal zeer ongestadig en onberekenbaar: nu eens op de hoogte, dan weer in de put, maar hij redt het heus wel, zodat we in de prediking ons waarlijk niet behoeven in te spannen om de ,gevoelens" van de mens te veranderen, want gevoel zit niet zo diep. Wie echter de harde werkelijkheid van zijn vermoeidheid en belastheid heeft leren kennen wordt een mens in zeer reële nood. Daar moet uitkomst, verlossing komen; daar is een sterke behoefte aan rust. Geprezen zij de naam van onze Heere en Zaligmaker, Die zegt: komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt. Hij ziet daarbij de aangesprokene aan zoals hij is. Zo wil Hij ook dat wij de hoorders aanspreken: als vermoeiden en belasten, onverschillig of zij het weten of niet. Dit laatste is zeer belangrijk al ontveins ik mij niet dat dit door velen niet aanstonds wordt toegestemd. Ik hoor iemand zeggen: ja, maar een mens zal toch eerst moeten weten zijn vermoeidheid en belastheid te kennen. Lezers, ik ben altijd zo bang voor die, veel gehoorde uitdrukking, eerst. Dit heeft veel weg van het stellen van een voorwaarde, waaraan wij eerst zullen moeten voldoen om tot de Heere Jezus te kunnen komen. We kennen dit onder ons: de mens zal eerst dit... en eerst dat moeten kennen alvorens ... Geliefden, wat zijn we altijd bezig onszelf te beschouwen en bij onszelf te zoeken naar een kennis of gevoel, wat als voorwaarde zou moeten gelden om deel te ontvangen aan de genade des Allerhoogsten. Let wel: het gaat om genade. Dat maakt alle voorwaarden onmogelijk en ook ... overbodig, althans die voorwaarden, die wij menen te moeten opbrengen.

Er staat niet in onze tekst: komt herwaarts tot Mij, die zich vermoeid en belast kent of weet. Als dat er stond behoefden we er niet over te spreken of te mediteren want dan waren we allen voor eeuwig verloren zonder mogelijkheid van herstel.

Is er iemand onder u die van nature zijn of haar ellende, krachteloosheid, zonde, schuld, vermoeidheid en belastheid kent? O, neen, en ook als kerkelijke mensen, ja zelfs als gereformeerd hetende mensen zijn we allen geneigd om te roemen in onze eigen kracht. Nooit zou in ons enige grond kunnen liggen voor de verwachting of de verwerving van rust. Wij kunnen niets uit onszelf presteren, dat eerst zou moeten komen of als voorwaarde moeten dienen. Maar hoe kan dan de rijkdom van dit ruime aanbod van genade door de Heere Jezus Christus worden genoten?

Mijn lezer, dit woord, dat een ruime nodiging tot de rust bevat is gesproken door de Heere Jezus, de CHRISTUS. Hij is onze gezalfde profeet, priester en koning. Deze ambten dragende brengt Hij alles mee opdat door vermoeiden en belasten gehoor gegeven kan worden aan Zijn oproep. Hiertoe behoort ook de kennis van de werkelijkheid, die Hij ziet en noemt. Deze kennis van vermoeidheid en belastheid is vrucht van Zijn werk, gaat uit, komt voort uit Hemzelf, is een geschenk van Hem dat reeds voorafgaat aan het komen tot en genieten van de rust, die Hij bereidt.

We mogen het aldus zien: die kennis van de werkelijkheid van het vermoeid en belastheid is reeds een onderdeel van de rust, waartoe de Heere leidt. Nimmer mogen we deze kennis zien als voorwaarde voor de rust. Neen, zij is teken van de bemoeienis van Christus. Zonder Hem kan niemand levende kennis van vermoeidheid en belastheid bezitten, want alle leven is van Hem, Die het Leven is. Kennis van vermoeidheid en belastheid, van zonde en schuld, van vijandschap en van veroordeling door de Wet, het zijn alle tekenen van de arbeid van de liefde des Heeren, openbaringen van Zijn wil tot herstel van de gebroken gemeenschap met de van Hem vervreemde zondaar. Zodra de Heere trekt met Zijn goedertierenheid, is daar al sprake van leven, dat aan Hem gebonden is en dat gekenmerkt wordt door de zeer reële kennis van vermoeidheid en belast zijn.

Hopelijk is nu wel duidelijk geworden dat de kennis van vermoeidheid en belastheid geen voorwaarde is, maar vrucht van de gezegende bemoeienis des Heeren, geschenk van Christus aan ieder, die tot Hem komen mag. Dit komen is namelijk ook vrucht van het werk van Hem, Die Zich aangesloten heeft met Zijn ruime nodiging bij de werkelijkheid van de bestaande nood van de mens. Zo leidt de Heere Zelf naar de rust.

Hoe duidelijk spreekt in dit alles dat het zoeken en zalig maken van zondaars die hier getekend worden als vermoeiden en belasten, een EENzijdig werk van God is waarin Hij verheerlijkt wordt. Toch moet ik hierbij wèl ernstig waarschuwen tegen een verkeerde lijdelijkheid. Dit woord van Christus kunnen we horen en we kunnen het ook verstaan. De grote vraag voor ons is nu: wat doen we met dit gehoorde woord? Het kwam dicht bij ons; het sloot zich aan, niet bij het gevoel, maar bij de werkelijkheid van ons bestaan. Mogen we er mee tot onszelf inkeren op de knieën voor het aangezicht Gods, opdat we het „wee u" gesproken over de onboetvaardige steden horen als de achtergrond waartegen de Heere Jezus deze ruime nodiging spreekt en tot de Heere zeggen mogen: leid mij maar in, Heere, in de vruchten van Uw zaligmakend werk. Dat werk is: rust geven langs de weg van de onrust en de kennis van vermoeidheid en belastheid. Leid mij op die weg: houd mij op die weg en bewaar mij voor schadelijke wegen.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een ruime nodiging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 maart 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's