UIT DE PERS
Ditmaal willen we in deze rubriek aandacht schenken aan enkele artikelen met betrekking tot het zendingswerk en het kerkelijk leven in Indonesië en Afrika. Het is goed en nodig, dat we weten wat er gaande is, niet alleen in onze eigen kerk, maar ook in het geheel van de wereldkerk. Wie zich op de hoogte stelt van wat er geschiedt op het zendingsveld en in de jonge kerken, ontdekt tot zijn diepe vreugde, dat bij alle tegenkanting en tegenstromingen het wereldwijde werk van de Koning der Kerk toch doorgaat.
Predikantenopleiding op Java.
In het februari-nummer van het Zendingsblad der Ned. Herv. Kerk (uitg. van de Raad voor de Zending der Ned. Herv. Kerk) schrijft dr. G. P. H. Locher een interessant artikel over de in 1963 geopende theologische hogeschool voor midden- en oost-Java te Djokjakarta. Deze school draagt de naam: „Duta Watjana", dat wil zeggen: „Ambassadeur van het Woord". Vele hindernissen moesten uit de weg geruimd worden, voordat tot oprichting kon worden overgegaan. Men beoogt met deze nieuwe theologische hogeschool de beide bestaande predikantenopleidingen in Djokjakarta en Malang samen te voegen en tevens deze opleiding op universitair niveau te brengen. De laatste twintig jaar heeft het onderwijs in Indonesië in al zijn geledingen zich geweldig uitgebreid. Ook de predikanten.opleiding heeft hier mee te maken.
Voorts was bij de stichting van deze nieuwe hogeschool een van de wensen dat deze nieuwe opleiding grondig aandacht zou schenken aan en studie maken van de oude Javaanse cultuur, opdat men de mensen tot wie men komt met de prediking van het Evangelie, in hun eigen levenssfeer zou kunnen begrijpen. Over dit laatste schrijft dr. Locher:
Kenmerkend voor het huidige Indonesië is de spanning tussen de levenssfeer van het moderne, nieuwe Indonesië enerzijds en die van de oude culturen der verschillende Indonesische volksgroepen (suku bangsa) anderzijds. De eerste is geboren uit de strijd om de vrijheid en de wil om samen één volk te zijn. Zij streeft naar een nieuwe, eigen identiteit, waardoor Indonesië zichzelf kan zijn temidden van alle andere volken in de wereld. Wellicht streeft zij er vooral zo krachtig naar, omdat de technocratie, als overal in de wereld, ook het moderne Indonesië binnengebroken is en hier met revolutionair geweld het leven tot in zijn grondslagen verandert. Bij al dit nieuwe vergeten we licht, dat het oude culturele erfgoed een der belangrijkste levensaderen blijft, waaruit het moderne Indonesië gevoed wordt. De studie van de oude Javaanse cultuur is nodig om de tallozen (vooral in de dorpen), die nog weinig in de moderne Indonesische maar vooral in de oude Javaanse levenssfeer leven, te begrijpen en met het evangelie te bereiken. Maar ook om het moderne Indonesië te keimen en daar het evangehe te boodschappen is deze studie van belang. Daarom propageerden sommigen krachtig dat deze nieuwe theologische hogeschool, in tegenstelling tot de andere, bijzondere aandacht aan de oude Javaanse cultuur zou geven. Maar het is ook begrijpelijk, dat anderen in dit streven alleen een loochening van het moderne nationale Indonesië konden zien en een terugval in een culturele sfeer die politiek afgedaan heeft. Het is nog een open vraag, of Duta Watjana, meer dan andere theologische hogescholen, zich zal oriënteren op de oude Javaanse cultuur.
Gekerstend Afrika.
Afrika is in onze tijd bijna dagelijks in het nieuws. Hoe staat het met het kerkelijk leven in Afrika? Prof. dr. H. Berkhof was naar aanleiding van een vergadering van de Wereldraad van Kerken in Enugu in de gelegenheid een aantal indrukken op te doen van het kerkelijk leven in Cameroun en Nigeria. Hij vertelt van de (vluchtige) contacten met de kerken aldaar in een boeiend artikel, getiteld „Gekerstend Afrika". U vindt het in het nummer van 20 februari 1965 van het blad „In de Waagschaal".
Prof. Berkhof is vooral gegrepen door het wonder van Afrika's kerstening, ondanks de groeiende macht van de Islam, de politieke spanningen en de toenemende secularisatie. De geschiedenis van Afrika is — in onderscheid van b.v. India met zijn eeuwenoude cultuur — eigenlijk pas begonnen met de zending en de kolonisatie. Daarbij heeft de zending een betere naam dan de kolonisatie. En juist in deze tijd wordt de zending nog steeds met sterke verwachting tegemoet getreden,, vooral daar waar de politieke zelfstandigwording geen sociale en economische opbloei ten gevolge gehad heeft, maar eerder de corruptie in de hand heeft gewerkt.
„De revolutionaire oudere jeugd is daardoor teleurgesteld en soms verbitterd. Dat wordt een reuze probleem in Afrika. In die situatie blijft men met verwachting naar de zending kijken. Want alleen een geest van zelfverloochenende dienst kan zoden aan de dijk van Afrika's toekomst zetten. De tijd is nog niet gekomen om allerlei vormen van hulpverlening aan de Verenigde Naties en de politieke ontwikkelingshulp over te laten. Meermalen heb ik Afrikaners een hartstochtelijk beroep op de kerken horen doen, hun werk nog niet terug te trekken. Merkwaardig was ook wat de gouverneur van Oost-Nigeria zei in een debat over de Congo; dat de chaos aldaar mede te wijten is aan het feit, dat de regering zo weinig „godvrezende mannen" telt."
De vraag laat zich hierbij m.i. niet onderdrukken of de zending op deze wijze niet dusdanig betrokken wordt in allerlei culturele en sociale taken, dat de eigenlijke taak, de verkondiging van het Evangelie er door op de achtergrond gedrongen wordt. Berkhof meent echter, dat het niet zo is als zou de kerstening in Afrika alleen als een cultureel verschijnsel gewaardeerd worden. Hij wijst er op hoe er een enorme belangstelling is voor de kerkdiensten.
„Ik was uitgenodigd te preken in de Anglicaanse St. Andrews parochie in het centrum van Onitsha aan de Niger, West-Afrika's grootste markt, een gemeente van 6000 zielen, meest grotere en kleinere handelaars. Men pleegt daar de kerkgangers te tellen. De (heel gewone) resultaten van die zondag waren: 6.45 uur Communiedienst: 1087 bezoekers, 421 communicanten; 8 uur Jeugddienst: 1049 bezoekers; 9.30 uur Volwassenendienst: 1764 bezoekers, 's Middags komen er dan nog eens 1000 en 's avonds 200. In de aangrenzende parochie lagen de getallen nog hoger."
Ook al kan men op deze getallen gaan afdingen en de betekenis er van verkleinen, we mogen toch — aldus Berkhof — met dankbaarheid en zelfcritiek naar dit kerkelijk leven kijken.
Dat wil niet zeggen, dat de Kerk in Afrika niet voor problemen zou staan. Vooral ten aanzien van de ethiek. Men heeft voortdurend te worstelen met de collectieve tendenzen van stam en adat, die een personalisering van het leven tegenhouden. Berkhof noemt o.a. de kwestie van de polygamie en de huwelijksverhoudingen, een zaak waar we gedachtig aan de situatie in het O.T., z.i. niet wettisch tegenover mogen staan. Wanneer de huwelijksverhoudingen onzakelijkt worden, zal ook de monogamie als logisch gevolg van deze ontwikkeling aanvaard kunnen worden.
Een ingrijpend vraagstuk is voorts de Afrikanisering van het chr. geloof. Evenals in het artikel van dr. Locher komen we ook hier te staan voor de benadering van de mens in zijn eigen levenssfeer en cultuursituatie. Daar komen heel wat vragen om de hoek kijken. We geven nogmaals het woord aan prof. Berkhof:
„Een laatste vraagstuk, dat ik noem is de Afrikanisering van het christelijk geloof. Het kerkelijk leven daar voltrekt zich nog veel te veel in Europese vormen, waarin de Afrikaner zijn ziel niet kan leggen. Zijn spontaneïteit en in het algemeen zijn emotionaliteit krijgen in onze zendingskerken nauwelijks kans om aan de aanbidding Gods bij te dragen. Vandaar de omvang van pinksterbewegingen en allerlei woekeringen van „Afrikaans christendom". Toch is deze zaak minder gemakkelijk op te lossen dan het zo lijkt. Naar de oude dansen kan en wil men niet terug. Ze zijn teveel verbonden met heidense magie en extase. Bovendien: de Afrikaan wil „westers" worden, hij wil niet terug naar zijn oerwoudleven. En juist de leidende. Afrikanen weten wel beter dan wij, welke chaotische krachten er in de zielen schuilen. Zij willen die poort niet openen. Toch kan de imitatie- Europeaan zo evenmin blijven. De psychologische krachten van deze mensen zullen wel geheiligd, maar niet afgebonden moeten worden. Wanneer op dit gebied de rechte weg is gevonden, zal de christelijke kerk in Afrika tot volwassenheid zijn gekomen.
Het zal ieder duidelijk zijn, dat hier diepingrijpende vragen liggen. Vorm en inhoud zijn dikwijls moeilijk te scheiden. Bovendien kent het leven geen neutrale zones. Afrikanisering zou met zich mee kunnen brengen terugval in de oude heidense sfeer. Anderzijds dient de kerk er voor te waken, dat ze een „buitenlands" karakter zou gaan dragen. Niemand kan in deze iets forceren. Tastend zal men vaak een weg moeten gaan. In zijn „Inleiding tot de Zendingswetenschap" schrijft prof. dr. J. H. Bavinck, in dit verband: „Een sterk en waarachtig Christelijk geloofsleven is nodig, om onverschrokken zich een weg te banen door deze wouden van bezwaren. Als deze jonge kerken dicht bij Christus leven, aandachtig luisteren naar de Schrift en zich daardoor laten leiden, dan mag gehoopt worden op een openbaring van nieuwe frisse kracht, ook in deze dingen", (blz. 194).
Christelijke zending — allesomvattende roeping.
Onder deze titel wijdt prof. dr. J. v. d. Berg in het Geref. Weekblad (Kok, Kampen) van 26 febr. j.l. een uitvoerige bespreking aan een geschrift van de Zuid-Afrikaanse zendingspredikant dr. J. J. F. Durand, waarin deze een dringend beroep doet op de Zuid-Afrikaanse Christenen om de zendingstaak onder de Bantoe's vanuit een nieuw perspectief onder de ogen te zien. Omdat het ook hier gaat om dezelfde vragen die in het voorafgaande ter sprake kwamen leek het ons goed ook dit artikel voor een deel in ons persoverzicht te betrekken.
Ook dr. Durand houdt zich bezig met de kwestie van levenspatroon en cultuuroverdracht. Zijn grote verdienste is echter, dat hij daar niet zijn uitgangspunt wil nemen. Een gevaar dat we heden ten dage alom signaleren. De cultuursituatie en de vragen van de mens bepalen dan de inhoud der prediking. Durand wil de grote vragen waar de zending voor staat in Afrika benaderen vanuit de Bijbel. M.i. de enig legitieme methode. De auteur wijst er op, dat wanneer de apostelen met het Evangelie van het Koninkrijk de wereld in trekken, zij steeds weer beklemtoond hebben, dat het heil in Christus heel het leven omspant. De wervingskracht van de kerk wordt daarom niet alleen door de Woordprediking, maar ook door de daadprediking bepaald. Dat is van betekenis voor de benadering van de Bantoe. Deze Bantoe komt uit de hoek van het „primitief" beleven van de werkelijkheid, en hij ervaart die werkelijkheid anders dan wij. Er is in het primitieve bestaan immers de gebondenheid aan datgene wat de mens juist zou moeten beheersen, b.v. de gebondenheid aan de natuur. In Christus wordt de mens geroepen tot vrijheid. De wereld wordt ontgoddelijkt en dat is merkbaar op alle terreinen van 't leven. Denk slechts aan de ontwikkeling van natuur en techniek. Echter het is niet alles winst. Er is niet alleen de vrijheid, er is evenzeer het misbruiken van die vrijheid. Op de christelijke beschaving groeit de parasiet van het ongeloof. In dit verband wijst Durand op de gespletenheid van de westerse beschaving, waar het secularisatieproces doorgaat, met als gevolg dat de mens opnieuw tot slavernij vervalt en het christelijk geloof uit allerlei levensterreinen verdrongen wordt. Dat heeft weer zijn terugslag op de situatie in Afrika. We citeren uit de weergave van prof. v d. Berg:
Welnu, met deze gespleten cultuur is de Bantoe in aanraking gekomen. Dit heeft ook op het leven van de Bantoe-christenen een stempel gedrukt. Het christelijk geloof heeft wel beslag gelegd op hun harten, maar de kanalen die lopen naar de verschillende levensakkers zijn verstopt. Deze gespletenheid heeft ten aanzien van de kerk een boemerang-effect: zij leidt tot een reeds duidelijk te constateren ontkersteningsproces in de tweede en derde generatie. Door dit alles zien wij, hoe de levensgespletenheid, ons eigen maaksel waaraan wij vandaag kapot gaan, bezig is om zich voort te zetten in het leven van de Bantoe's. En wanneer wij daarop letten, dan worden de vraagtekens achter onze geliefkoosde bewering, als zouden wij de dragers van de christelijke beschaving in Afrika zijn, steeds groter. De verwarring van de Bantoechristen is te vergelijken met de verwarring van een kind, dat woont in een huis waar vader en moeder plechtig de handen vouwen bij de huiselijke godsdienstoefening, maar in het huiselijke leven hun gevouwen handen inhoudsloos maken door een dagelijkse verloochening van Christus.
Een nieuwe zendingspoging zal dan ook moeten beginnen bij de wortel van de zaak: kerkherstel is noodzakelijk; de kerk die zending drijft moet trachten, in haar eigen midden de gespletenheid te overwinnen. Voorts zal de kerk, in de weg van haar herstel, zich weer duidelijk bewust moeten worden van het omvattende karakter van haar boodschap. De gelovigen moeten worden toegerust tot een getuigen op het brede levensfront. Dit betekent, dat de zending niet beperkt kan blijven tot de kerk als instituut. Hier komen christelijke organisaties in het zicht: organisaties, die staan in dienst van het Koninkrijk. Op het terrein van de pohtiek moeten de Christenen onder de blanken en de Bantoe's zich laten leiden door het Evangelie. Op het gebied van het onderwijs en van de wetenschap ligt evenzeer een positieve taak. De sociale omgang, ook tussen de rassen, dient door het christelijk geloof te worden vernieuwd. En vooral ook op het economische terrein is een christelijk getuigenis dringend noodzakelijk: hoe ik economisch leef, heeft net zoveel waarde als de som geld die ik geef voor de zending — en, helaas, het Chrisendom van Zuid-Afrika, wordt meer en meer een zondags-christendom, dat van maandag tot zaterdag in zijn onbeperkte najagen van stoffelijke welvaart zijn zondagsvroomheid tot een klucht maakt. Slechts door een levenswandel in totale dienst van de Koning legt de gelovige getuigenis af van het Koninkrijk, dat komt.
Tot zover dit citaat. We kunnen prof. V. d. Berg zonder meer bijvallen als hij de grote betekenis van dit geschrift onderstreept. Hoe blijkt uit dit alles met welke geweldige problemen de kerken op het zendingsveld te worstelen hebben, om in snel veranderende cultuursituaties en zich wijzigende levenspatronen het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen. Dat Evangelie is niet naar de mens, en nochtans voor de mens. Ook wie zijn standpunt neemt in het Woord zal terdege aandacht hebben te schenken aan de situatie waarin hij de mens tot wie het Woord komt aantreft. Dat is de dure roeping ons van Christus wege opgelegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 maart 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's