Mr. A, M. C. van Hall
Mr. A, M. C. van Hall 11.
De advocaat der Afgescheidenen.
HET RÉVEIL 26
De bekende gebeurtenissen rondom De Cock en Scholte, in 1834, het jaar van de Afscheiding, brachten hevige beroering ook in de kring van hen, die de redactie vormden van de Nederlandse Stemmen. Openlijk werd in het blad getuigd tegen de smaad en verdachtmaking, de Afgescheidenen aangedaan. De felle hetze, vooral aangestoken van liberale zijde, bracht de Réveilvrienden tot verbijstering, hoezeer zij vrijwel zonder uitzondering afkerig waren van de separatie. Al spoedig werd Van Hall aangezocht om voor de vervolgde Afgescheidenen te pleiten. Hun recht op vrije vergadering werd immers door de meeste rechtbanken in den lande op juridische gronden betwist. Van Hall verklaarde zich ten volle bereid hun zaak te bepleiten en hij verzekerde, dat hij het zou doen „uit innige overtuiging des harten, omdat ik geloof, dat gij recht hebt God te dienen naar uw geweten, en geen rechter u dat mag verhinderen".
Hij schrijft erover aan zijn vriend ds. Budding, dat de zaak der Afgescheidenen, juridisch gesproken, een rechtvaardige zaak is, maar voegt er aan toe vast te geloven dat hij van de vervallen kerk niet scheiden mag, „omdat ik meen op Hem te mogen vertrouwen. Die ook in dorre beenderen leven wekt en op stellige wijze het teken geeft, wanneer Hij zo iets geweldigs als een uitgang wil gedaan hebben". Hij zegt ook „niet voor formulieren te willen strijden" en niet terug te verlangen naar de „oude vormen van 1618/19".
In verschillende rechtszittingen pleit Van Hall voor de Afgescheiden broeders. Enkele pleitreden zijn uitgegeven om aan aanklacht en verdediging in breder kring aandacht te geven. Zij leren ons Van Hall kennen als een kundig, spits en deskundig advocaat, maar tevens als een warm pleitbezorger van een goede zaak. Zijn pleidooien zijn welsprekende betogen tegen gewetensdwang en rechtsverkrachting. De Afgescheidenen mochten niet bijeenkomen met meer dan 20 personen tegelijk krachtens Art. 291 van het Code Pénal, welk artikel dateerde uit de Napoleontische tijd. Voor dergelijke vergaderingen zou een speciale toestemming van het gouvernement nodig zijn.
Van Hall constateerde dat dit door de Franse imperator ingevoerde artikel geheel vreemd was aan Neêrlands vrije bodem. Hij verweet de regering het meten met twee maten, omdat de in art. 291 bedoelde autorisaties nooit vereist waren voor b.v. concerten, bals, vrijmetselaarsloges e.d. en toonde zijn gelijk aan met tal van citaten uit juridische publicaties.
Van Hall's pleidooi vond bijval en bewondering, vooral bij Scholte en Budding en hun vrienden. Maar ook Groen van Prinsterer sprak van „een waarlijk welsprekend pleidooi", toen hij één van de pleitreden gelezen had.
Steeds meer voelde Van Hall de zaak waarvoor hij als advocaat streed, als zijn eigen zaak aan. Meer en meer twijfelde hij aan de Hervormde Kerk. Ook ditmaal was 't Budding die hem bracht tot de beslissende stap. Met kracht van redenen drong hij bij Van Hall aan op scheiding. Een bezoek van Budding in april 1836 bracht hem in grote verwarring. Aan De Clercq schrijft Van Hall door Budding's komst en gesprekken zeer geschokt te zijn. Hij verkeert dagen en nachten in gebedsworsteling. Zijn strijd draagt hij over aan z'n vrienden van de „Stemmen". De problematiek van „blijven of scheiden" moet de vergaderingen van de redactie van de Ned. Stemmen in de maanden mei en juni 1836 diepgaand hebben bepaald. Zelfs twisten en verwijten kwamen voor, zoals De Clercq ons meedeelt.
Op 30 juni 1836 meldde Van Hall aan De Clercq zijn overgang tot de Afgescheiden Gemeente, samen met zijn vrouw. Van Hall beleeft zijn scheiding als een uitleiding des Heeren en de weg naar vrede in het hart. Scholte en Budding gaven uiting aan hun vreugde over zijn stap.
Maar in de kring van het Réveil was droefheid: de eensgezindheid in de redactie van de „Stemmen" was verbroken. De stukken konden niet langer anoniem geplaatst worden. Vooral De Clercq leed hier zeer onder: „het worden nu ikken, geen wij meer". Toch bleef de geloofsband hecht. De kolommen van de Stemmen werden royaal geopend voor een verantwoording van Van Hall's veranderde kerkopvatting. In een artikel, getiteld Iets over de Kerk, schreef Van Hall het volgende:
„Meermalen werd ook in dit tijdschrift de aandacht gevestigd op het heersend verval in de Gereformeerde Kerk hier te lande. Wat mij betreft: ik mag niet aarzelen openbaar te belijden, dat ik, in zoverre verschillende van mijn vroegere denkwijze, die Kerk als geheel vervallen, en geenszins als de Gemeente des levenden Gods beschouwe. Aan die gemeenschap ontbreekt belijdenis en tucht. Die gemeente volhardde m.i. niet in de leer der apostelen, waarvan het hoofddenkbeeld is: de zaligheid uit het geloof, zonder de werken der wet. Zij huldigde integendeel de rede en het geloof. Zij opende haar schoot voor allerlei ketterijen, welke zij niet ontdekt, maar bedekt"
Ongetwijfeld heeft Van Hall de heersende mening van de Réveilvrienden op het oog, als hij wijst op „de foute redenering, dat Gods „tempelbouw" geestelijk en onzichtbaar alleen geschiedt en niet óók zichtbaar en uitwendig zich moet opbaren".
Zo nam Van Hall afscheid van de Hervormde Kerk, van de Nederl. Stemmen. In engere zin kan hij vanaf dit ogenblik geen „Réveilman" meer genoemd worden. Dat er in werkelijkheid een onlosmakelijke band blééf, getuigt wel het milde afscheidswoord, dat de redactie schreef (nov. 1836):
„Eindelijk zagen wij een geliefden broeder en medearbeider tot de Afgescheidenen overgaan. Wij konden zijn overtuiging niet delen, maar eerbiedigden dezelve, evenzeer als de zielswerkzaamheden, welke deze stap bij hem hebben vergezeld".
Er is geen reden over de Afscheiding in het algemeen, over Van Hall in het bijzonder, thans anders te schrijven, dan De Clercq en de zijnen in dit afscheidswoord deden.
(Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 maart 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's