De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE EMANCIPATIE VAN DE VROUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE EMANCIPATIE VAN DE VROUW

5 minuten leestijd

Prof. mr. I. A. Diepenhorst heeft een aardig boekje geschreven onder de titel: „De emancipatie van de vrouw". Vlot en speels, een boekje om achter elkaar uit te lezen.

Maar dan komt het: „De vrouw en het kerkelijk ambt", (blz. 136).

De Reformatie geeft de Bijbel in handen van allen. Dienaren des Woords en niet-Dienaren des Woords, kerkelijke ambtsdragers en leden des volks.

Wij willen niet bepleiten, dat dit anders moet, integendeel: De Heere Jezus, de Koning der Kerk zegt: „Gaat dan henen, onderwijst al de volken" (Mattheüs 28 : 19). „Gaat heen in de gehele wereld, predikt het evangelie aan alle creaturen" (Marcus 16:15). „En in Zijn Naam (moest) gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken" (Lukas 24 : 47).

Maar het brengt wel mede, dat iedereen zich bemoeien kan met allerlei kwesties, die zich in het kerkelijk leven kunnen voordoen. Zo kon prof. Diepenhorst schrijven: „Heden oefent men grote aandrang om de vrouw in het kerkelijk ambt gesteld te krijgen, ook in kringen, waar men in het verleden er bijzonder huiverig voor was", (blz. 136) En verder: , , Sommigen vinden in aansluiting op de reformatie en vele latere, vooral calvinistische auteurs, in de Schrift hetzij slechts het optreden van de vrouw als diacones veroorloofd, hetzij in het geheel niets dat haar toelating tot enig ambt zou wettigen", (blz. 137)

„Alleen verantwoord uitlegkundig onderzoek kan hier beslissing brengen", meent de schrijver, (blz 137).

Accoord, maar betekent dit ook, dat men de goddelijkheid des Woords geheel of gedeeltelijk in twijfel mag trekken?

Dat iemand de goddelijkheid der Openbaring niet geloven, echt geloven, kan, is begrijpelijk, maar op welke grond heeft de ongelovige recht om te oordelen over bijbelse zaken? Over het goddelijk gezag der Heilige Schrift, dat men alleen door de Geest Gods kan leren verstaan?

Het doet ons daarom genoegen, dat prof. Diepenhorst voorzichtig te werk gaat, hoewel het mij hier voorkomt, dat de argumenten van de voorstanders van vrouwelijke diakenen — om verder maar niet te gaan — hem nog al zwaar vallen, getuige de zinsnede: „Hiertegenover staat, wat ten ongunste van een deelneming der vrouw aan de ambtelijke diensten der kerk pleit, niet zo sterk", (blz. 139)

De voorzichtige formulering van prof. D. „deelneming der vrouw aan de ambtelijke diensten der kerk", kan men op zulk een wijze verstaan, alsof het alleen maar ging over de vraag, of de diakenen (de z.g. regerende diakenen, de officiële tot de kerkeraad behorende diakenen) vrouwelijke hulpkrachten in hun diaconale arbeid mogen toelaten en te werk stellen.

In het midden latende, of de aangehaalde zinsnede door de schrijver zo bedoeld is, kan toch worden gezegd, dat de Schrift deze vraag bevestigend beantwoordt: (1 Tim. 5 : 4—10).

Weduwen boven zestig jaar, die daarvoor in aanmerking kwamen, werden in de arbeid der gemeente toegelaten. Maar dat betekent niet, dat zij tot de orde der regerende diakenen behoorden.

Dat de vrouw in het Nieuwe Testament een grotere plaats had dan in verscheiden hedendaagse kerken, kan wel waar zijn, maar dan wordt het nog meer van belang te weten, of de vrouw in het ambt heeft gestaan of in enige kerkelijke dienst onder het ambt. (1 Tim. 5:9—10).

De schrijver meldt hier ook Titus 2: 3—5, maar het is allerminst duidelijk, dat het hier om een ambt zou gaan.

En dan blijft alleen Phebé over, welke diakonos der gemeente te Kenchreën was. (Rom. 16 : 1). Een dienares der gemeente vertaalt de Statenvertaling. Sommigen willen daarin een vrouwelijke diaken zien. Een overzicht van het gebruik van het woord diakonos, zijn betekenis dienaar b.v. een slaaf, zijn tweede betekenis: helper, zijn verschillende samenstellingen ook in schriftuurlijk gebruik en eindelijk het kerkelijk ambt der armenverzorging, geeft geen voldoende aanwijzing, dat wij hier met een vrouwelijke diaken in de zin van het regerend kerkelijk ambt van doen hebben.

Wij zijn niet van mening, dat er geen vrouwen in de gemeente zouden kunnen dienen in allerlei arbeid, zodat zij medearbeidsters kunnen zijn in de kerkelijke ambten, zonder Dienaar des Woords, ouderling of diaken te kunnen zijn. Die diensten vloeien voort uit de gaven des geloofs, waarin mannen en vrouwen der gemeente mogen delen en waarin zij mogen dienen.

Deze visie wordt ook versterkt door het voorbeeld van de apostelen. Men make onderscheid tussen diensten en ambten. Het is toch zo, dat de ambten een bijzonder geestelijk karakter dragen, waardoor zij onderscheiden zijn van het gewone, het alledaagse.

Christus, die door Zijn lijden de vloek van de uitverkorenen Gods heeft weggenomen en hen toebereidt tot een nieuw leven, is de grote van God gegeven Zaligmaker. Hij heeft Zijn apostelen geboden, zoals we boven hebben opgemerkt, in Zijn Naam te prediken bekering en vergeving der zonden, onder alle volken. Zij, die daartoe geroepen zijn, staan dus in het werk van de Middelaar, zijn daarin door Hem gesteld.

En daarom is dit ambtelijk werk niet op één lijn te stellen met alle werk, en ook niet met de vrucht der genade, welke de kinderen Gods wordt geschonken,  of met de gaven, die zij mogen genieten en in de gemeente en daar buiten mogen gebruiken. Dit is geen ambtelijke dienst des Woords, al spreekt men van het ambt der gelovigen.

De apostolische dienst staat, naar wij geloven, apart. Hoewel vrouwen in de omgeving van Christus waren, die onder Zijn discipelen worden geteld, waren Zijn apostelen twaalf mannen. Na de hemelvaart waren ook vrouwen vergaderd met de apostelen, (Hand. 1 : 13 en 14) Maria en andere, maar als zij de ledige plaats van Judas gingen vervullen, hebben ze geen vrouwen gekozen.

En wat het diakenschap betreft evenzo.

Dit voorbeeld van de apostelen voor de ambtelijke dienst in de gemeente, — ondanks het feit, dat er vrouwen waren, die overigens voor een benoeming in aanmerking zouden komen —, moest ons weerhouden de vrouw tot ambtelijke diensten te kiezen en de vrouwen om een ambt te aanvaarden.

Dit zou haar niet verhinderen om allerlei arbeid onder de leiding van het ambt te verrichten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE EMANCIPATIE VAN DE VROUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's