De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

12 minuten leestijd

18... 17 ...16...

U denkt wellicht, dat ik schrijven ga over de spectaculaire successen in de ruimtevaart. Het mag ons niet onberoerd laten wat boven onze hoofden gebeurt. Het kan ons niet ontgaan. Voorheen klonk de lokkende roep om tot de natuur terug te keren. Het leek wel of men via een heuveltje — zonder kruis — weldra het paradijs zou betreden, zonder de linie van de dood te passeren. De natuur trekt ons echter niet naar een onschuldige primitiviteit, maar de na-oorlogse-wetenschappen stuwen ons voort naar eschatologische einders. Weldra, zo lazen we vanmorgen, beheerst de mens regen en droogte.

Het stemt tot nadenken, wanneer men hoort, ja eventueel ziet, hoe een mens in de ruimte zijn capsule verlaat en rustig een minuut of twintig in hoge sferen drijft. Mogelijk ondergingen onze grootouders soortgelijke sensaties, toen piloten opstegen voor hun adembenemende vluchten. We nemen graag aan dat de astronauten nog niet zo heel ver zich uit de buurt van de aarde waagden, maar de ontwikkeling gaat voort en rnen komt gedurig verder. Tenslotte zijn er grenzen, zeiden de Romeinen. Maar waar zijn die? Je wilt toch wel even stil zijn, wanneer geleerden onderzoeken of leven uit niet-leven kan ontstaan. Proefnemingen met gasmengsels zoals waarschijnlijk de aardatmosfeer bij het ontstaan dezer aarde was samengesteld, toonden dat uit anorganisch rnateriaal organische verbindingen, die thans alleen in levende organismen voorkomen, kunnen ontstaan door elektrische ontladingen als bijvoorbeeld de bliksem.

Natuurlijk oefent deze ontwikkeling invloed uit op het geloof en het geloven. Veler streven is er meer op gericht om god te zijn dan om bij God te zijn, wat toch naar Asafs woord zo goed is, ja verweg het beste. Onder pressie van heel de grote evolutie op divers gebied gaan de opvattingen aan het verschuiven, veelal niet stormachtig en snel, maar geleidelijk van rechts naar links. Van bekeringen, zoals in de Bijbel en in sommige perioden van de kerkgeschiedenis is zelden sprake of het moest zijn als overgang naar de secte. Men is er op uit om wat bij te sturen en om enigermate de koers te wijzigen.

De oproep: Bekeert u en gelooft is simpel alleen het laatste, waarbij men er vooral op uit is om verstandelijke bezwaren weg te ruimen en om de bijbelse gegevens, die al bewerkt zijn, acceptabel op te dienen.

Het gaat niet om bekering tot God, maar om een wending naar de moderne wereld.

16.

Het wordt gebruikt om bepaalde acties te noemen naar het aantal lieden, die zich hierachter stellen. Men bespaart zich het tijdrovend gezoek naar namen, die zinvol de activiteit moeten aanduiden.

Wanneer allerwegen de progressiviteit de vaandels ontrolt is het begrijpelijk, dat conservatieve kreten als reactie worden ingezet. Op politiek terrein is dat merkbaar en soms geeft dat zorg. Zo vrezen velen een getij van conservatisme in de Verenigde Staten. We zullen ons niet bezig houden met een beschrijving van de symptomen, die ons wel bekend zijn uit de krant.

Ook op kerkelijk terrein horen we dergelijke klanken. Zestien vooraanstaande rooms-katholieken hebben zich met een „smeekschrift" gewend tot de kerkelijke superieuren opdat deze hun gezag zullen laten gelden. Ze willen, heet het, de klok terug zetten. Immers met verontrusting ervaren ze dat het pauselijk gezag inboet, dat dogmatische zekerheden wankelen en dat er bedenkelijke opvattingen worden gelanceerd op moreel gebied. Het is een roep om censuur, index en mandementen. De Volkskrant merkt op: „De „vrijheid der kinderen Gods", waarvan we pas in onze dagen de omvang beginnen te bevroeden, wekt verwachtingen voor de verjonging van de kerk, die te kostbaar zijn om ze door nieuwe instituties een voortijdige dood te doen sterven".

Het zal voor menigeen in de roomskatholieke kerk wel een hele inspanning zijn om alle veranderingen bij te benen. Wat een overgang om ineens in eigen taal te vernemen, wat vroeger in het Latijn toch wel allermeest over de hoofden heenkabbelde. Wanneer voorheen in de kerktaal het sacrament der stervenden gesproken werd over de zonden: Quid-quid per odoratum deliquisti, stond niemand daar zo bij stil, maar velen zullen zich toch wel afvragen wat men denken moet van de zinsnede: „al wat gij door de reuk hebt misdaan".

Na de vernieuwing van de mis voelen sommigen zich in hun kerk niet meer thuis. Een kale en kille boel. We worden hoe langer hoe meer protestants, zegt men. Het minimum moet toch wel zijn, dat er iedere zondag nog eenmaal een mis in het Latijn wordt gelezen. Naar veler smaak wordt er te veel gezongen, terwijl het huns inziens maar povere liedjes zijn, die opklinken.

Een r.k. vastenmeditatie, waarvan ik hier een verslag zie, gehouden voor een studentenorganisatie door de bisschop van Den Bosch had een nagenoeg protestantse vormgeving. De bisschop trad op gewoon in een zwart pak met priesterboord. Hij begint op de kansel met de woorden: „Onze hulp is in de naam van de Heer", zoals dominees dat doen. Een psalm wordt opgegeven. De aloude calvinistische psalmmelodie in de nieuwe berijming van de Hervormde kerk. Schriftlezingen uit Ezechiël en Marcus, niet sint-Marcus. Een preek, een collecte voor de herdenking van de protestantse theoloog Bonhoeffer. Het Onze Vader in de tussen rooms-katholieken en protestanten overeengekomen formulering met de onder protestanten gangbare toevoeging yan de doxologie: Want Uw is het koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid. Begrijpelijk dat niet ieder zo'n verslag met ingenomenheid leest.

Catechismussen zijn verdwenen met de stereotype vragen en antwoorden. In een Vastenbrief pogen de bisschoppen de onrust te bezweren. Er zijn tegen de methode gewichtige paedagogische bezwaren.'t Geloof kan niet domweg geleerd worden, 't komt juist aan op mentaliteit, op leven.'t Gaat om vaardigheidstraining om een modern woord uit het bedrijfsleven te bezigen. Overigens wijst men erop, dat bedrijfspsychologische waarnemingen hebben aangetoond, dat scholing en geprogrammeerde kennisoverdracht gunstige resultaten afwerpt. Men heeft „teaching machines" ontworpen waarbij de docent vraagt en de leerling antwoordt.

Behalve tegen de vernieuwing op liturgisch terrein, zijn het ook grondige wijzigingen op dogmatisch gebied, die aandacht vragen. Sommige theologen hebben de transsubstantiatie-opvattingen, de mening dat brood en wijn wezenlijk in vlees en bloed van Christus worden omgezet, verlaten, en huldigen opinies, die de protestantse beschouwingen over het avondmaal zeer dicht naderen. Een man als ds.Hegger vraagt zich af, of er toch niet weldra vanuit Rome beslissend zal worden ingegrepen in deze ontwikkeling.

De zestien staan wel niet alleen. Natuurlijk kan men zich verheugen over de ontwikkelingen in de Rooms-Katholieke kerk. Men had dit alles niet voor mogelijk gehouden. Maar er rijzen met name twee vragen. Waar zal deze beweging halt maken en waar zal deze beweging een halt worden toegeroepen?

17.

Op politiek terrein laat de kerk zich niet onbetuigd. Iemand betoogde dat de kerk de laatste tijd meer aan politiek had gedaan dan de beroepspolitici. Men wees op uitspraken over ontwapening etc. Overigens moet men oppassen om geen stuurmansplaats op de vaste wal te reserveren. Internationaal zijn er problemen genoeg die om oplossing vragen.

Momenteel bedreigt de strijd in Vietnam, die met kracht wordt gevoerd, het meest de wereldvrede. Van de zijde van de „17 niet-gebonden landen" is er een ernstig beroep gedaan om een oplossing te zoeken, waardoor wapengeweld overbodig wordt. Van de kant van de Verenigde Staten verklaarde president Johnson, dat de bereidheid volop aanwezig is om zonder voorwaarden tot onderhandelen over te gaan. Ook de commissie voor Internationale zaken van de Wereldraad van Kerken deed een oproep om de strijd in Vietnam te beëindigen. Men adviseerde om gebruik te maken van niet direct bij het conflict betrokken landen in Zuid-Oost Azië, opdat zo bereikt wordt dat het volk van Vietnam zelf over zijn toekomst kan beslissen. Eenvoudig is dit niet, omdat het aaneengesloten Noord-Vietnam een verdeeld Zuid-Vietnam tegenover zich vinden zal. Een extra moeilijkheid is gelegen in de omstandigheid, dat communistisch China buiten de Verenigde Naties staat. „Het voortduren van een kunstmatig isolement van 700 miljoen mensen is een gevaarlijke toestand en brengt ten zeerste de bereidheid om tot een vreedzame oplossing te komen in gevaar".

Moeizaam gaat de geschiedenis dezer wereld voort. Men wenst geen München in het Oosten en Saigon voldoet evenmin. De betere wereld, die velen vurig hebben verwacht na de laatste wereldoorlog is niet tot stand gekomen. Ook niet door velerlei bemoeienissen van kerkelijke zijde met de dingen van de dag. Voor de jaren veertig verweet men de kerk, dat ze tijdloos was, thans zijn velen geneigd haar voor de voeten te werpen, dat men al te tijdgebonden optreedt, te zeer op het heden zich concentreert.

Voor de kerk is het gebed het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Primair dus de bede om de komst van Gods Koninkrijk, waarbij we wel moeten bedenken dat dit Koninkrijk niet van de wereld is, anderszins zouden de dienaren hebben moeten strijden en zouden ze moeten kampen. Voorts betaamt ook de smeking: Verlos ons van de boze, waarbij we ons realiseren dat deze wereld in het boze ligt, dus in het gebied van de boze. Er is overvloed van werk in deze tegenwoordige boze wereld, maar zijn gedaante, waarop onze activiteit veelal het meest gericht is, gaat voorbij. Niet al te rechtvaardig tijdloos en niet al te goddeloos verknocht aan het voorbijgaande. Vooral dienen we te waken tegen die stille verschuiving, die de vermaning tot bekering doet verstommen.

18.

In een rapport over oecumenische activiteiten lezen we, dat in vele delen van de wereld de beweging om tot vereniging van kerken te komen een critiek punt heeft bereikt. Moeilijk wordt het om verder te gaan, terwijl het evenzo gevaarlijk geacht moet worden om de weg terug in te slaan. Soortgelijke klanken hoort men ook wel eens betreffende de eenwording van Europa. Het wordt uiterst moeilijk om nog voort te gaan, maar men kan in feite niet meer terug. Bezwaren ziet men genoeg. Zo betoogt ds. Groenewoud, dat de Confessionele Vereniging wel degelijk een belangrijke taak heeft. Enerzijds omdat men anders dan de Gereformeerde Kerken tegen de vrijzinnigen aanziet. Ik vermoed dat in de oudste notulen en publicaties van de Confessionele Vereniging anders gesproken is over de vrijzinnigheid dan ds. Groenewoud thans uiteenzet. Voorts echter, om tot de schrijver terug te keren, moet de Confessionele Vereniging de wacht betrekken, omdat er in de Hervormde kerk zich aandient een ontwaarding van het dogma, van de belijdenis en de leer; een ontkerkelijking; een oecumenisme, waarmee licht de kerk uit het oog verloren wordt; een verroomsing, juist in verband met het vernieuwingsstreven; een verwarring ten aanzien van de vraag naar het brengen van de Boodschap in de wereld. Dat is nogal wat.

Bijzonder interesseert men zich in ons vaderland voor de vereniging van twee grote kerken namelijk de Hervormde en de Gereformeerde. Parallel is in de landspolitiek de vraag naar fusie van a.r. en c.h., actueel. De gang van zaken bij de oplossing van de kabinetscrisis heeft tal van optimistische en pessimistische klanken dienaangaande ontlokt. Meermalen is naar voren gebracht, dat eerst de kerken maar eens tot elkaar moeten komen.

Destijds hebben de zogenaamde achttien nog al fel op de bazuin geblazen. Zo vlot loopt echter de eenwording niet van stapel. Wel is er genoeg gaande in de Gereformeerde Kerken, dat wijst op overeenkomst van problemen. Het deputaatschap, dat in opdracht van de synode der gereformeerde kerken het vraagstuk van de vrouw in het ambt in studie zou nemen, is klaargekomen met het werk. De conclusie luidt dat alle ambten voor de vrouw moeten worden opengesteld. Naar aanleiding hiervan is er een debatje ontstaan of de vrouw moet worden aangemerkt als aanvulling van de man of dat men ook kan zeggen dat de man een aanvulling is voor de vrouw. Vanuit Genesis 1—3 kan men hierover wel iets antwoorden, maar in de boezem van de Gereformeerde Kerken denkt men wel, zoals dat heet, wat genuanceerder over deze hoofdstukken dan ten dage van de bekende Asser synode. De Gereformeerde Kerken hebben volgens bepaadde commentatoren ook al een zaak Smits in de kwestie ds. Toomvliet, die in zijn apostolische benadering van de onkerkelijke mens zover gaat, dat hij zich vervreemdt van de kerkgangers. Inzake het jeugdwerk spreekt men van ander accent, niet van een degeneratie. De groepering, die aansluiting zoekt bij de Wereldraad wordt sterker, zoals blijkt uit het boekje van ds. Van Teylingen: „Tussentijdse balans", waarin de hele ontwikkeling binnen de Gereformeerde Kerken na de oorlog in het kort wordt getekend. Tegenstand is er echter wel degelijk tegen deze oriëntatie op de Wereldraad; onder andere heeft prof. Zuidema hiertegen de stem verheven in zijn „Op de tweesprong". De eerste titel doet denken aan halfweg, maar de laatste aan een punt op de route, waar men twee kanten uitkan. Van Hervormde zijde verscheen een verslag over de onderlinge betrekkingen tussen Hervormde en Gereformeerde Kerken. Hervormd-gereformeerd gesprek. Ook documentatie van gewisselde correspondentie en handleiding voor gesprekken onderling. Aangedrongen wordt op samen handelen naast de conversatie. We lezen dan ook wel van allerlei gezamenlijke activiteiten in verschillende plaatsen. Gezamenlijke avondmaalsvieringen en gemeenschappelijke zangdiensten.

59.

Tenslotte nog enkele korte opmerkingen. Een hele sprong van 18 naar 59 maar we komen ook in de bewegingen van de stroomversnellingen terecht. In Engeland is een „Fifty-nine club", een club van de 59. Jonge motorrijders geleid door een Anglicaans geestelijke. De hardst schreeuwende teenagers onder de clubleden beheersen zich, wanneer de geestelijke in de buurt is, die hoe langer hoe meer door huwelijksbevestigingen en dergelijke handelingen de dominee wordt van de motorrijders. Een categorale groep dus in de zin van wat door velen wordt voorgestaan o.a. door prof. Hoekendijk, die ons land gaat verlaten voor een professoraat in de nieuwe wereld. Ook dr. Robinson voert in zijn nieuwste publicatie, die minder storm deed opwaaien dan zijn vorig werkje: Honest to God, het pleit voor dergelijke bindingen in plaats van de parochiale. Ineenstorting van het huidig christendom — d.w.z. van de huidige structuur — zou het beste zijn. De discussie rondom de „Twistgesprekken met God" is bedwelmend geworden door spruitjes- en bloemkoolgeuren. Overigens valt er wel een specimen van de in de aanhef geschetste stille verschuiving van rechts naair links bij ds. Van Ginkel op te merken. Het pleit voor de diverse taalgebieden — voor een open bestel — is wel typisch vrijzinnig. De critiek der zuivere rede is verstomd: Wie uit de waarheid is, hoort Mijn stem. Eén taalgebied voor de ingeborenen van het land. De wedergeborenen.

18... 17... 16! 16... 17... 18... 59. Letten we er wel op, dat in de stroomversnelling we spoedig bij het getal 666 kunnen zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's