De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wat is waarheid?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat is waarheid?

10 minuten leestijd

„Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem. Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? " Joh. 18 : 37b en 38a.

Met welk een zekerheid getuigt Christus voor de stadhouder, van het Koninkrijk der waarheid. Gij zijt veel schoner, dan de mensenkinderen, genade is uitgestort op Uw lippen. Daarom geeft mijn hart een goede rede op, ik zal mijn gedichten uitzeggen van een Koning. Daarom heeft God U gezegend in eeuwigheid. Gord Uw zwaard aan Uw heup o held. Uw majesteit en Uw heerlijkheid en rijd voorspoedig in Uw heerlijkheid, op het woord der waarheid. Wie de Koning aanschouwt, die gaat Hem verheerlijken, die gaat mede getuigen van de waarheid die in Hem is. Wie zijn stem hoort, kan niet zwijgen.

Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem. Pilatus ook? Onverhoeds valt de waarheid hem aan; zal hij zich tegen haar verzetten? Het is verantwoordelijk, van de waarheid kennis te nemen, zij dwingt ons tot een keuze. Zij ontmaskert ons, zij ontmaskert hier de stadhouder. Én plotseling komt Pilatus met zijn diepste overtuiging voor de dag. Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? Ook dat is de kracht van de waarheid, dat een mens zich nader verklaart, en als een vijand van de waarheid openbaar wordt. Ook daardoor oefent Christus zijn Koninklijke macht uit, toen en nu. Maar het is wel verschrikkelijk, als wij tegen de waarheid getuigenis geven. Pilatus doet ook belijdenis. Belijdenis tegenover belijdenis. Twee zwaarden, die elkaar raken, zodat de vonken de donkere nacht even verlichten.

Pilatus haalt de schouders op: Wat is waarheid? Hij komt niet onder de indruk van dit indrukwekkend getuigenis: Waarheid? Een mooi woord maar wat heeft het voor waarde? De landvoogd leefde in een tijd, waarin als hoogste wijsheid gold: Wij weten, dat wij niets weten, en ook dat valt niet eens met zekerheid te zeggen. Wat is waarheid? Het is onbegonnen werk haar te zoeken! Een rijk der waarheid, dat is een waan, een droom, meer niet. En wee hem, die beweert de waarheid gevonden te hebben, die zijn woorden voor de waarheid wil uitgeven, hij lijdt niet alleen aan een waan, hij is verwaand. Pilatus is verdraagzaam, maar dit gaat te ver. Hiertoe ben Ik geboren. Och, wat een dwaasheid. Voor dit Koningschap is in zijn gedachtenwereld geen plaats. Zijn gedachtenwereld, dat is het bolwerk, waarin hij zich verschanst, de waarheid mag daar niet binnen dringen.

Wat is waarheid? Die oude vraag knaagt nog aan onze zekerheden, en zij vindt in deze tijd overal weerklank. De mensen bekreunen er zich niet om, hun levenswerkelijkheid is eten en drinken, trouwen en sterven. Wat doet het er toe, wat de waarheid is. Anderen denken er wel eens over na: Waarheid. Het verband der dingen, waaraan het leven zijn zin en zijn doel ontleent, de waarheid die het leven doorstraalt en zodoende verheldert. Waarheid aangaande de mens, wie is hij eigenlijk. Waarheid aangaande God; wie is Hij eigenlijk. Een belangwekkende vraag, waarmee men-zich moet bezig houden. Maar, wat is waarheid? Wij zoeken er naar; haar te vinden is ons niet gegeven. Het zoeken mag in geen geval uitgaan van een gevonden hebben! Vragen staat vrij, wij zeggen er dan het onze van. Wee, wie zich aan het antwoord gebonden weet. Hij doet niet meer mee, hij ergert ons alleen maar.

De vraag wordt een sluipende, een slepende, een slopende vraag binnen de gemeente. Wij zijn bij de waarheid groot geworden. Och arme, het mocht wat! Ieder maakt er immers wat anders van, en wie heeft er gelijk? Wie maakt dat uit? Komen we buiten de kring, waarbinnen het woord der waarheid klinkt, dan blijkt, dat ook daar waarheid is. Er zijn zoveel richtingen, wie heeft het bij het rechte eind? Er zijn zoveel geloven, zoveel godsdiensten; er is zoveel wetenschap en wijsheid. Wellicht is er achter al die waarheden één waarheid. En misschien valt de waarheid in veel onderdelen en tegendelen uiteen. Wij begeven ons met deze vraag op glad ijs, het wordt een grote glijpartij, een grote valpartij. Pilatus, uw vraag is nog aan de orde, zij gaat haar gang, door de eeuwen heen. De stadhouder is een modem mens! Zijn woord doét het. Wie antwoordt: Dit is de waarheid, mag niet meer meedoen. De vraag verslindt het antwoord. Wie vragen heeft, wordt belangstellend aangehoord. Wie het antwoord geeft wordt hooghartig doodgezwegen. Zo gaat het in de wereld, en in de gemeente en in vele harten, die twijfelen en worstelen, die hun houvast verliezen, en wat hun van de waarheid gezegd werd, laten varen. Een beangstigende problematiek, in gezin en gemeente. En waar zijn de eenvoudige zielen — de waarheid maakt eenvoudig — die hun psalmboek openslaan en zingen: Uw godd'lijk woord is waarheid van 't begin, dies houd ik dat met een verblijden zin. Is dat niet het toppunt van onnozelheid? Alsof de eenvoudigheid, onnozelheid zou zijn!

Ondertussen wordt de waarheid, die vorstin, verdreven tot aan de uiterste randen van ons bestaan. Wij hebben dan ruimte, om wat te dwalen, om rede, moraal en religie, autonoom te verklaren, om het rijk der waarheid tot bezet gebied te maken. Wij vatten dan dit, dan dat aan, wij geven het weer spoedig prijs: Wat is waarheid. Daar troosten wij ons dan mee. Het is een schrale troost, en bij onze Heere Jezus Christus, het is een schandalige troost. Deze ruimte is leegte en wie vult die leegte? De leugen! Waar men de waarheid verwerpt, daar maakt de leugen zich breed. Er is geen luchtledig in de waarheidsvraag. De duivel is tevreden: Wat is waarheid. Want al vragende vallen wij de leugen in handen. Wees toch voorzichtig, oud en jong. Het is zo onschuldig niet als het lijkt. U duwt Christus weg. Hij is de waarheid.

Christus wordt door de stadhouder genegeerd in Zijn getuigenis. Christus

wordt onder ons genegeerd, als hadden wij Zijn woord niet, dat een antwoord is, vóór alle vragen de rondte doen. Christus wordt in de wereld genegeerd, dat is Zijn lijden, vandaag de dag. Men neemt Hem niet ernstig. Hij mag ook iets zeggen, maar laten wij elkaar goed begrijpen: Hij hééft niets te zeggen.Wat Hij zegt heeft geen gezag! Waarom toch? Paulus tekent ons Pilatusten voeten uit: De mensen houden de waarheid in ongerechtigheid ten onder. Naarmate het einde naderbij komt, treedt dat duidelijker aan de dag. De anti-christ spreekt door Pilatus, wiens toekomst is in alle wonderen der leugen, in degenen, die verloren gaan. Wonderen der leugen. Even opzienbarend als onbetrouwbaar. En zij die er zich aan vergapen gaan verloren. Daarom dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden, zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven. Dat oordeel voltrekt zich aan onze wereld. Heel het leven wordt in de leugen vastgelegd en uitgelegd, omdat men in arrenmoede en in weergaloze hoogmoed tot Jezus zegt: Wat is waarheid?

• Heeft de stadhouder dan het laatste woord? Die het hoogste woord voert heeft niet het laatste woord! Zijn woord zou al lang vergeten zijn, indien het niet tegen Hem gezegd was, Die het laatste woord heeft. Waar Christus genegeerd wordt, daar regeert Hij toch. En waar men, om te beginnen, aan Hem voorbijgaat, daar houdt Hij ons staande: Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik der waarheid getuigenis geven zou. Nogmaals: het is verantwoordelijk, hieraan door Hem herinnerd te worden. Zou de vraag: wat is waarheid, ons niet op de lippen besterven, nu Hij zo, in de volmacht Gods, spreekt? Hij is het begin, wie daar niet van uitgaat tast in het duister. Begon u ooit bij het begin?

Ik! Neen, Hij laat zich niet verdringen, sinds Hij in de wereld gekomen is. Hij laat niet ieder in zijn waarde en alles bij het oude. Hij laat de lexxgen niet voor wat zij is. Hij gaat met ons niet onderhandelen over de waarheid. Hij legt haar aan ons voor: Ik zegt Hij en zo komt Hij ook nu voor ons staan. O, dat Ik! Gij ? ? Ja, zo velen er voor Mij en na Mij en naast Mij zijn geweest, die niet.

Ik. Dat is. 't overwicht van de waarheid, die door Jezus Christus is geworden. Zijn stem wordt niet gesmoord, in het luidruchtig redekavelen van wijzen en dwazen. Zijn woord gaat nog uit, het woord Gods, het woord der waarheid. Uw woord is de waarheid. En de Heilige Geest, Die de Geest der waarheid is. Door Woord en Geest getuigt Christus. Waar Hij getuigt, waar Hij zijn stem doet horen, daar richt Hij zijn heerschappij op. Hij spreekt niet vrijblijvend, maar overtuigend. En daar vinden de vele vragen in Hem hun antwoord, daar wordt het leven aan de waarheid genegen, beveiligd en bevestigd, geborgen bij Hem.

Een iegelijk, die uit de waarheid is, hoort Mijn stem. Hij is een eeuwig Koning, die zonder onderdanen niet wezen kan. Hij is de herdersvorst: Mijn schapen horen Mijn stem. Ik heb nog andere schapen, die van deze stal niet zijn, deze moet Ik ook toebrengen en

zij zullen Mijn stem horen. Een iegelijk, die uit de waarheid is. Niet slechts er vóór, niet eens er achter, maar er uit. Die deel heeft aan de waarheid, die deel heeft aan God. Die uit God is, hoort de woorden Gods. Hoe kan dat? De onwederstandelij ke Pinkstergeest geeft Christus gelijk. Zij horen Zijn stem. Het is een smartelijk horen, want het is een ontdekkend woord. Maar het slaakt ook de boeien van de leugen: zo is het, want Hij is het. Wij worden getrokken uit de duisternis van de leugen tot het wonderbare en wederbarende licht van de waarheid, waar zoekers eindelijk vinders worden.

Hoort Mijn stem. Hebt u die reeds gehoord, mijn lezer. Werd Zijn woord waarheid voor u, hebt u zich daaraan gewonnen moeten geven, mogen geven? Hoe vaak raken wij in de war, door de vele stemmen die om ons heen gonzen, door de vrije geluiden in deze wereld, door de laatdunkende en tegelijk zo kwellende vraag: wat is waarheid. Houden wij ons aan Hem. Houden wij ons. om onzes levens wil aan Hem. Want ons leven staat en valt met de waarheid, die in Christus Jezus is. Die waarheid voere over ons leven het bewind. Wat anderen rumoeren en murmureren, wij horen Zijn stem. Die, hoort u, uit duizenden, nietwaar? Welnu, de duizenden zwijgen, wanneer deze Ene aan het woord is. Christus is Koning, regeer ons door Uw Woord en Geest. Hij zal weldra de anti-christ doden door die adem van !^ijn mond. En Zijn gemeente? Die om en met de waarheid een martelaars-gemeente is. Die nu eens niet ernstig genomen wordt, en dan weer de volle laag krijgt. Die door alles heen, het woord der waarheid mag bewaren, en aan haar kinderen zoekt mee te geven — och, die kinderen, wat een zorg iri menig gezin, — zij moet de groeten hebben van Hem die voor de stadhouder stond, en nu in heerlijkheid gezeten is: Van Jezus Christus, Die de getrouwe getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Overste van de ko­

ningen der aarde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Wat is waarheid?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's