Calvijn over het Heilig Avondmaal
door ds. Jac. Vermaas
VII.
In 't kort geeft Calvijn nog een samenvatting van de verkeerde wijze van Avondmaal vieren, welke door de duivel is ingevoerd.
Inplaats van wat de Schrift leert heeft de satan ceremoniën ingevoerd, die zowel ongeschikt en waardeloos als gevaarlijk zijn, en waaruit veel kwaad is voortgekomen. Daardoor is de mis - aldus Calvijn - niets dan een naaperij en een goochelspel. Een naaperij omdat men het Avondmaal des Heeren zonder grond wil nabootsen, zoals een aap gedachteloos en onbescheiden alles nadoet, wat hij ziet doen. Een goochelspel is het, omdat 't eigenlijke en hoofd zakelijke bestanddeel van het Avondmaal ontbreekt, n.l. dat de verborgenheid aan de gemeente wordt verklaard en de beloften duidelijk worden uiteengezet. De mis wordt ook een goochelspel is het, omdat 't eigenlijke en hoofdbaren, die men er bij maakt, meer bij een kluchtspel passen, dan bij zulk een verborgenheid als het Heilig Avondmaal des Heeren is. Het is waar dat de priesters onder het Oude Testament zich met verschillende ordeningen en plechtigheden bezig hielden. Maar die hadden een goede betekenis en dit alles was geschikt om het volk te onderwijzen en tot vroomheid op te wekken. De ceremoniën bij de mis dienen slechts om het volk zonder enig nut bezig te houden. Er is toch een groot verschil tussen hetgeen bij de mis gebeurt en wat God in het Oude Testament aan Zijn volk Israël heeft bevolen.
Al was er dit éne punt maar dat wat men in het Oude Testament deed, gegrond was op het bevel des Heeren en wat bij de mis gebeurt is slechts gegrond op gezag van mensen. Wat is dat reeds een groot verschil. Maar, zegt Calvijn, we hebben nog meer grond om hen te berispen. God de Heere heeft de vormen in het Oude Testament voor een poos ingesteld, opdat zij eenmaal een einde zouden nemen en afgeschaft zouden worden. Onder het Oude Testament was alles nog niet zo duidelijk geleerd. Daarom wilde God dat het volk door deze zinnebeelden zou worden geoefend, om zó te vergoeden, wat het op ander terrein te kort kwam. Maar nu is Jezus Christus in het vlees, gekomen. Nu is alles duidelijker geopenbaard.
Daarom zijn de zinnebeelden verminderd. Thans hebben wij het lichaam, Christus zelf, daarom kunnen wij de schaduwen missen. Als wij tot de ceremoniën terugkeren, die zijn afgeschaft, hangen wij opnieuw het voorhangsel des tempels op, dat Jezus Christus door Zijn dood heeft gescheurd, en verduisteren wij bovendien de helderheid van Zijn Evangelie. Calvijn ziet in de talloze ceremoniën in de mis niets dan Joodse vormen, die in strijd zijn met het Christendom. Ceremoniën, die de welvoegelijkheid en de openbare orde bevorderen, de eerbied voor het sacrament vermeerderen, wil Calvijn niet afkeuren, mits ze eenvoudig en gepast zijn. Maar de onpeilbare poel van ceremoniën bij de mis is niet te verdragen. Hij heeft duizenden bijgelovigheden voortgebracht en het volk in onwetendheid gehouden zonder het enige stichting aan te brengen.
Verschil.
Daarom ziet men duidelijk het verschil tussen de pausgezinden en hen, die van God de kennis Zijner waarheid hebben ontvangen. In de eerste plaats vinden de laatsten het zonder enige twijfel heiligschennis de mis een offerande te noemen, waardoor wij de vergeving der zonden zouden verkrijgen. Of wel, dat de priester een soort middelaar zou wezen om de verdiensten van het lijden en sterven van Christus aan hen te verlenen, die zijn mis betalen, er aan medewerken of er bij tegenwoordig zijn.
Zo is het juist niet.
Wij moeten ervan overtuigd zijn, dat het lijden en sterven des Heeren de enige offerande is, waarmede Hij de toom Gods voldaan heeft en een eeuwige gerechtigheid voor ons heeft aangebracht en wel zó, dat de Heere Jezus het hemelse heiligdom is ingegaan om daar voor ons te verschijnen en krachtens Zijn offerande voor ons tussen te treden. Zij erkennen overigens wel, dat de vrucht van Christus' dood ons in het Avondmaal wordt medegedeeld. Niet echter door de verdienste van het Avondmaal zelf, maar terwille van de beloften ons daarin geschonken, mits wij die gelovig aannemen.
Ten tweede moeten we in geen geval toestemmen dat 't brood in het lichaam van Jezus Christus of de wijn in Zijn bloed wordt veranderd. Wij moeten vasthouden, dat de zichtbare tekenen hun ware hoedanigheid behouden om ons de geestelijke waarheid, waarvan wij gesproken hebben, te vertegenwoordigen. In de derde plaats moeten wij vasthouden dat de Heere ons in het Avondmaal geeft, wat Hij er door afbeeldt. Hoe geschiedt dat dan? Wel zó, zegt Calvijn. Wij ontvangen daar werkelijk het lichaam en bloed des Heeren. Toch zoeken wij Hem niet als verborgen in het brood, of plaatselijk aan het zichtbare teken verbonden, anders zouden wij het sacrament moeten aanbid-, den. Doch wij heffen liever hoofd en hart naar boven, meer om Jezus Christus te ontvangen, dan om Hem te aanbidden. Om deze reden verachten en veroordelen wij dan ook als afgoderij al die bijgelovige gebruiken; zowel het plechtstatig ronddragen van het sacrament in processie, als het tentoonstellen daarvan om het te doen 'aanbidden. Want de beloften des Heeren strekken niet verder dan het gebruik, dat Hij ons heeft achtergelaten.
Verder houden wij het er voor, dat het beroven van het volk van een deel van het sacrament, n.l. de beker, niet anders is dan de inzetting des Heeren geweld aandoen en verminken en dat voor de rechte viering van het Avondmaal het noodzakelijk is, zowel het brood als de wijn uit te reiken. In de richtlijnen, die de Nederlandse bisschoppen nu hebben ontvangen voor de nieuwe vorm voor de viering van de Mis wordt het, vgl. Hervormd Nederland, 21ste jaargang, nummer 15, mogelijk, dat onder bepaalde omstandigheden brood èn wijn bij de Communie aan de gelovigen wordt uitgereikt en dat de Mis door verscheiden priesters tegelijk wordt opgedragen (concilebratie). Eén van de gevallen waarin de Communie „onder twee gedaanten" — brood èn wijn dus — plaats kan vinden, is b.v. de Mis die bij een huwelijkssluiting wordt opgedragen. Een ieder begrijpt dat dit echter de bezwaren tegen de Mis niet wegneemt.
Eindelijk — zo gaat Calvijn verder — houden wij het voor zeker, dat het een overtolligheid is, die niet alleen nergens toe dient, maar die ook gevaarlijk en ongepast is voor de Christenheid, zoveel ceremoniën te gebruiken, die aan de Joden zijn ontleend en aan de eenvoud, ons door de apostelen nagelaten, afbreuk doen. Verder is het een nog grotere verkeerdheid om 't Avondmaal met allerlei kunstenarijen te vieren, terwijl het Woord er bij tekort komt. Zo wordt het Avondmaal begraven, alsof het een soort van toverkunst is.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 april 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's