De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Allard Pierson 1831 - 1896 I.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Allard Pierson 1831 - 1896 I.

Het Reveil 28

4 minuten leestijd

HET RÉVEIL 28

Het is zeer de vraag, of het juist is in deze reeks, waarin vele respectabele mannen van het Réveil de revue passeren, een plaats in te ruimen voor Allard Pierson. Er zouden, dacht ik, meer en steekhoudender argumenten aangevoerd kunnen worden om het niet te doen dan om het wèl te doen. Allard Pierson is immers wel uit de kringen van het Réveil voortgekomen, maar hij is er later zo ver vanaf komen staan, dat wij hem toch heel moeilijk als een vertegenwoordiger van deze beweging kunnen beschouwen.

Dat hij niettemin onze aandacht vraagt, is voornamelijk daaraan te danken, dat Allard Pierson ook in zijn afwijken van en zelfs in zijn ingaan tegen het geloof van het Réveil toch altijd typisch de geest van het Réveil trouw is gebleven. Zijn hartstochtelijk zoeken naar de Waarheid, zijn liefde voor de mens en het menselijke, met name voor de mens in de verdrukking, zijn reactie tegen de gangbare opvattingen, ja, zijn hele geestelijke structuur verraadt een mens, die van de geest van het Réveil is doordrenkt. Innerlijk is Allard Pierson nooit van deze beweging losgekomen.

Zijn levensbeeld is bijzonder fascinerend, bij het verleidelijke af. In 1831 in Amsterdam geboren uit ouders, die in Réveilkringen een voorname plaats innamen (zijn ouders, vooral zijn moeder, waren trouwe bezoekers van de bijbelkring van Da Costa) werd op Allard Pierson in zijn vroegste jaren reeds 't stempel van de (Réveil)vroomheid gedrukt. Deze vroomheid werd beheerst door het ernst maken met de zondigheid van de mens, zijn schuldig staan tegenover God en daartegenover de verzoening door Christus, die als de vergeving der zonden door het persoonlijk geloof werd ontvangen. De bijbellezingen van Da Costa geven ons een indruk ervan, in welk geestelijk klimaat in deze kringen werd gesproken en geleefd.

Allard Pierson heeft in zijn kinderjaren diepe indrukken hiervan ontvangen. Reeds als kind had hij een diep besef van zijn zonde en huldigde hij een ernstige levensovertuiging. Temidden van zijn jonge vrienden voelde hij zich vaak een vreemdeling, omdat zij naar zijn smaak te levenslustig waren. Hij vermaande hen op zijn tijd. Met deze ernst ging een bijzondere scherpzinnigheid gepaard, zodat Allard wel in alle opzichten een buitenbeentje was.

Het lag voor de hand, dat zo'n ernstige en tevens hoogbegaafde jongeman predikant zou worden. Hoe hoog stond het predikantenambt niet aangeschreven. En Allard beloofde een waardige bekleder ervan te zullen worden. De werkelijkheid heeft echter anders geleerd.

Als student kwam hij reeds spoedig onder invloed van de filosoof Opzoomer, die zijn wijsgerig systeem bouwde op de ervaring (het empirisme). Alleen, wat gezien en waargenomen en ervaren werd, gold als waarheid. Door dit „denken uit de mens" kreeg Allards geloofsovertuiging een gevoelige klap. Het bracht hem tot de twijfel aan de bovennatuurlijke waarheden van de Schrift. Ook in de historische betrouwbaarheid van de Bijbel kon hij niet langer meer geloven. Veel, wat vroeger voor hem een zaak van heilige overtuiging was geweest, kwam nu op losse schroeven te staan. Naast prof. Opzoomer in Utrecht is 't vooral prof. Scholten in Leiden geweest, die hem in zijn orthodoxe geloof aan het wankelen heeft gebracht.

Terwijl Allard Pierson zich in deze geestelijke crisis bevond is hij in 1854 predikant geworden. Hij begon zijn ambtelijke loopbaan in de Franse protestantse gemeente van Leuven. Een kleine gemeente van gemengde, samenstelling, waar hij naast zijn werk als predikant veel tijd overhield om te studeren, na te denken en te publiceren. Het laatste deed hij graag en veel. En uit wat hij schreef, bleek duidelijk, dat zijn geestelijke worsteling hem steeds verder afbracht van de orthodoxie en dus ook van de geestelijke wereld van het Réveil. Mannen als Da Costa en Groen van Prinsterer kwamen steeds critischer tegenover hem te staan en schreven hem tenslotte niet alleen voor hun kring, maar ook voor de kerk af. Pierson werd door hen als een afvallige, als een ongeloofsprofeet beschoviwd.

Het waren echter niet alleen zijn tegenstanders, die er zo over dachten. Ook Pierson zelf was deze overtuiging toegedaan. Vandaar dat hij, nadat hij vanaf 1857 de Waalse gemeente van Rotterdam had gediend, in 1865 zijn ambt van predikant neerlegde. Het was voor Pierson zelf, die in al zijn twijfel en critiek toch hartstochtelijk zocht naar Waarheid, een onmogelijkheid geworden om wekelijks de kansel te beklimmen en de gemeente de bijbel en de leer der kerk voor te houden, terwijl hij er zelf niet meer achterstond. Dan liever de kerk en het geloof vaarwel zeggen dan niet geheel oprecht te blijven hinken op twee gedachten.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Allard Pierson 1831 - 1896 I.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's