Kerknieuws
Beroepen te:
Noordoostpolder (wijkgem. Nagele-Tollebeek), R. Heusinkveld te Eek-Wiel — Kinderdijk, J. van Wier te Putten — Enschede (vac. D. Oosten), H. W. Colstee te Zuidlaren — Hardegarijp (toez.), J. C. Delbeek te Scherpenzeel (Fr.) — door de gen. syn. tot pred. buitengew. werkz. (legerpred.) C. van Wingerden te Babyloniënbroek — 's-Heer Hendrikskinderen (toez.), G. Griffioen te Nuenen — De Bilt (3s pred. pi.) P. J. de Bruyn te Groningen — door gen. syn. tot pred. buitengew. werkz. (legerpred.), S. Meyburg te Roswinkel — Huizen (N.H.), W. Chr. Hovius te Nieuwlekkerland — door de cl. Haarlem tot pred. buitengew. werkz. (geest. verz. diaconessenhuis) vic. mej. W. H. Buijs te Zandvoort.
Aangenomen naar:
Mijdrecht, C. van Herwaarden te Arkel — Wilnis, cand. J. H. van de Bank te Wilnis, die bedankte voor Leerbroek, St. Annaland, Harskamp, Brandwijk, Molenaarsgraaf en Stellendam — het beroep van de gen. syn. tot pred. buitengew. werkz. (vlootpred.), M. A. Westerbeek van Eerten te Buurse (Ov.) — Bloemendaal (vac. dr. J. H. Stelma), J. Boersma te Oost- en Midwoud — Wildervank, A. F. Scholte te Sleen — Driebergen (vac. J. J. Moll), W. Kalkman te Willige-Langerak.
Bedankt voor:
Bennekom (vac. P. J. F. Lamens), G. van Estrik te Genemuiden — Rijswijk (Gld.), J. L. Maris te Zuidland — Uithuizermeeden, T. Tijsma te Twijzelerheide — Appelscha (vac. J. Zagema, toez.), B. Klopman te Molkwerum — Vaassen (toez.) A. P. Nauta te Middelburg.
Benoemd tot:
hulppred. te Groningen (commissie bijz. diensten), ds. A. G. Soeting te Noordbroek — tot jeugdpastor te Amsterdam (Muiderkerkgem.), ds. G. Prast te Westzaan, die deze benoeming heeft aangenomen — bijstand in het past. te Zandvoort, P. van der Vloed, a.s. em. pred. te Vlaardingen.
BeroepbaarsteUing.
Candidaat K. Pot, Schubertstraat 4, Nieuwerkerk aan de IJssel.
Candidaat T. Zevenbergen.
Candidaat T. Zevenbergen hield op 28 april j.l. zijn proefpreek in de Geertekerk te Utrecht.
Oosterwijk.
De kerk te Oosterwijk, bij Leerdam, heeft erg geleden door brandschade. Het herstel van deze kerk vraagt heel veel geld. De kleine gemeente ziet zich genoodzaakt om financiële hulp uit andere gemeenten in te roepen.
BEVESTIGING EN INTREDE VAN CAND. A. VLIETSTRA TE WAARDER.
Bevestiging.
2e Paasdag A.D. 1965 was voor de gemeente van Waarder een feestelijke dag. De opgestane Heiland toonde als vrucht van Zijn Opstanding, dat Hij ook in Waarder door wilde gaan met Zijn heerlijk werk door een dienstknecht uit te zenden in de persoon van cand. A. Vlietstra. De bevestiger, ds. Zwijnenburg te Oudewater, mocht hierop wijzen aan de hand van Johannes 1:23: „Ik (Johannes) ben de stem des roependen in de woestijn: maakt de weg des Heeren recht gelijk Jesaja de profeet gesproken heeft". Op de vraag wie Johannes is, antwoordt hij niet met te wijzen op zijn goede afkomst, aldus ds. Z. Hij zegt: „Ik ben de stem". Johannes spreekt wat „De stem" hem te zeggen heeft. Daarin ligt de kracht en tevens de zekerheid om te getuigen. Dit was wel nodig want hij deed dit werk in de woestijn: de plaats vol gevaren, triestheid en doodsheid. Dit beeld geldt voor iedere gemeente. Echter uitsluitend uit kracht van de Zender zal de predikant kuimen getuigen. Ja dan moet hij zelfs roepen, zoals Johannes zegt. Dat veronderstelt tevens een luisteren naar dat roepen. Johannes moest de paden recht maken, dat was zijn boodschap. Geen eigen eer zoeken, want de prediker moet de hoogten van eigen godsdienstigheid afbreken, de dalen van klelngeloof en bekommerdheid opvullen met Gods verzekerende genade. Zó komt er een effen baan voor de komende Messias bij Johannes. Anno 1965 komt er plaats voor Gods Koninkrijk en een uitzien naar Zijn wederkomst. Bij dat alles voegt Johannes er nog aan toe: „gelijk Jesaja gesproken heeft". Jesaja had het ook van zijn Zender. Troostvol en stimulerend voor ds. Vlietstra en gemeenteleden zó niets anders dan Gods stem door te geven aan anderen tot Gods heerlijkheid.
De handoplegging als teken tot bevestiging in het ambt geschiedde over cand. Vlietstra door de bevestiger en tevens door ds. Meyndert, ds. Enkelaar, ds. Vlietstra en ds. Poot.
Intrede.
Als predikant verbonden aan zijn nieuwe en eerste gemeente mocht ds. Vlietstra Gods Woord bedienen. Deze middagdienst werd gericht op Colossensen 1 : 28: „Dewelke wij verkondigen, vermanende een ieder mens en lerende een ieder mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een ieder mens volmaakt stellen in Christus Jezus".
Onbekwaamheid tot zo'n gewichtige taak en toch ook blijdschap vervult mij het hart — aldus ds. Vlietstra. Wij richten ons, bij de schroom de herdersstaf op te nemen, daarom naar de Colossensenbrief. In Colosse is sprake van een twijfel aan de algenoegzaamheid van Christus' lijden. Daarom gaat Paulus de heerschappij van Christus over alles nog eens benadrukken. De inhoud van de prediking is uitsluitend Christus. Hij komt tot ons door Zijn Woord, wat is de openbaring van Hem zelf. Prediker wenst dat centraal te stellen en dan ook zelf alleen door Hem bediend te worden. Paulus had Christus leren kennen. Te allen tijde wordt deze Christus pas een rijke, levende Christus voor ontdekten, voor hen die zichzelf onbekwaam weten. Deze Christus wil zich door mensen nader laten verklaren, dan valt de predikant weg. Gezien op de grote gaven van deze Christus, deze te moeten brengen in het oproepen tot bekering, wordt het ons beangstigend, aldus ds. V. Dat alles met lering en vermaning onder alle omstandigheden kan alleen „in alle wijsheid". Eigen wijsheid zal dan waardeloos blijken te zijn. Daarom zal daar bij. gemeente en herder en leraar de voortdurende bede nodig zijn om Gods wijsheid, om de Geest der wijsheid, Christus zal tevens aan allen, zonder aanzien en onderscheid, moeten worden voorgesteld in lering en vermaning. Hij zal dan zelf voor de uitkomst zorg dragen.
Het doel van het werk in Gods Koninkrijk is ieder mens volmaakt te stellen in Christus, opdat niet de mens, maar God geëerd worde. Door wedergeboorte in het Koninkrijk ingegaan zijnde, zal daar een opgroeien in de genade moeten zijn. Cïeen kinderen in de genade blijven, maar een opwassen tot de volwassenheid. Deze volmaaktheid maakt niet hoogmoedig, ze ontdekt juist de onvolmaaktheid van 's mensen kant. De weg der bekering begint met droefheid, maar eindigt in blijdschap. De absolute volmaaktheid in geloof, hoop en liefde wordt in het vooruitzicht gesteld, wanneer Hij zal zijn alles en in allen. De bede tot deze volmaaktheid wordt de gemeente en mij als herder opgelegd. Geve Christus de verlichting m.et de Heilige Geest tot deze rijkdom.
Na de dienst volgden de gebruikelijke toespraken en gaf ouderling Hogendoorn de gemeente de gelegenheid haar eigen herder en leraar toe te zingen Psalm 20 vs. 1.
Na nu bij monde van hun ds. Vlietstra Gods zegen te hebben mogen horen uitspreken, verliet de dankbare gemeente het volle kerkgebouw. Diep onder de indruk, omdat Gods Woord het middelpunt van alles mocht zijn. Soli Deo Gloria.
Toogmiddag 1965.
Pasen 1965 ligt weer achter ons en daarmede is ook de grote Toogmiddag in de St. Joriskerk te Amersfoort weer verleden tijd geworden.
Het grote feest van de Koning der Kerk is gevierd in al zijn verscheidenheid.
Maar wij voelen ons wel de tolk van allen, die met ons deze toogmiddag hebben meegemaakt, als wij zeggen, dat er iets van de ware betekenis van dit grote feest aanwezig was op deze glorierijke middag.
Wij zouden haast zeggen, dat de roepstem: „Vier uwe vierdagen, o Huis Israels" zijn weerklank gevonden had in de harten van de zeer velen, die aanwezig waren.
Het was feest en bij feest hoort blijdschap en van die blijdschap is deze middag vervuld geweest. Al het gesprokene richtte zich daarop. Direct al bij het openingswoord van ds. J. v. d. Velden uit Amersfoort, die daarbij uitging van de Schriftgedeelten. Jesaja 53 vs. 6 t.m. 12 en Romeinen 4 vs. 20 t.m. 5 vs. 11. Hierin wordt ons gewezen op het enige Zoenoffer dat gebracht is en op het Heil, dat door dat Zoenoffer verkregen wordt, door een ieder, die gelooft. Door dit openingswoord en deze Schriftgedeelten werden wij direct al geplaatst in het thema van deze middag: „Pasen — levend geloof".
De toespraak van ds. Korevaar uit Rotterdam handelde over: „Pasen — levend geloof". Als uitgangspunt had hij genomen Joh. 20 vs. 25. De geschiedenis van de ongelovige Thomas. Spreker verdeelde dit onderwerp als volgt:
Thomas weg met Jezus of Jezus weg met Thomas,
d.w.z. Jouw weg met Jezus of Jezus' weg met jou.
Want het was in de eerste plaats toch zo, dat Thomas Jezus de weg wilde voorschrijven, hoe en wanneer hij wilde geloven. Het moet ons steeds verwonderen, aldus spreker, dat er zulk een ongeloof bij Thomas mogelijk was, daar hij toch al zoveel van Jezus gehoord en gezien had. Maar aan de andere kant verwondert u u niet te veel, want Thomas betekent zoveel als tweeling - en hoeveel van deze tweelingen zijn er heden in ons midden. Hebben wij ook al niet zeer veel van Hem gehoord en gezien en waar is ons geloof?
Hoewel dit ongeloof van Thomas hem zeker tot grote zonde gerekend is, gaat Gods toch door met Zijn trekkende zondaarliefde en bevestigt Hij Zijn genade in Christus ook aan Thomas door hem te overtuigen van wie hij is. Het geloof wordt hem op het hart gebonden.
Welk een troost en ja, ook welk een blijdschap ligt er in deze geschiedenis verborgen, want de Heere gaat door. Zijn opstanding is niet tevergeefs geschied. Tegenover onze ontrouw, blijft Hij getrouw. Zijn wij twijfelmoedig, Hij geeft zekerheid.
Doch de weg die naar deze dingen leidt, ligt niet in onze weg, zoals ons de geschiedenis van Thomas duidelijk leert. Maar wordt alleen gevonden in oQtmoed en bekering en een ontdekt worden aan onze verlorenheid en schuld.
Onze weg loopt uit in dood en hel, maar als wij uit onze zonde en schuld worden overgezet in Gods genade, dan zullen wij het deze Christusbelijder na mogen zeggen: Mijn Heere en mijn •God.
Het enige richtsnoer voor ons moet zijn Gods eeuwig en onfeilbaar Woord, aldus ds. Korevaar.
Het tweede onderwerp, dat hierop aansloot: „Pasen — levend geloof" door ds. v. d. Berg uit Veenendaal, was ontleend aan Lucas 24 vs. 48: „En gij zijt getuigen van deze dingen".
Stond de eerste spreker stil bij het geloof, nu werden wij bepaald bij het Levende van dat geloof. Want geloven zonder meer is niet genoeg. Wij werden herinnerd aan de woorden van Jezus, die Hij sprak tot Zijn discipelen toen Hij zich aan hen openbaarde.
Ook bij de discipelen was dat ongeloof, zoals bij Thomas. Ook hier weer die twijfelmoedigheid, maar Jezius zag hun hart aan. Leidde hen zacht als een kind naar de plaats, waar Hij hen wilde hebben. Hierin betoond Hij zich als de Goede Herder.
Hoewel deze waarlijk Zijn discipelen zijn, geloofden zij toch niet, daarom laat Hij hen niet los. Hij overtuigt ook hen, want Hij had een opdracht voor hen. Zij moesten getuigen zijn. En om dit te kunnen zijn, is nu dat Levend geloof noodzakelijk, want in dat leven zit kracht. Van Zijn herwonnen leven schenkt Hij ook weer leven dode zondaren. God stelt geen dode poppen aan, maar levende getuigen in Zijn dienst. Wat is dat ook bemoedigend, dat Christus' overwinning hierin ook voorziet, dat Hij Zijn getuigen voorziet van moed en kracht.
En zo, aldus ds. v. d. Berg, hebben wij allen getuigen té zijn. Ook ons wordt die opdracht gegeven. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat wij allen dominee of zendeling moeten worden.
Maar ieder op zijn plaats heeft te getuigen van die ene Naam. Maar onze tijd kenmerkt zich door slapheid en lusteloosheid, vooral ten aanzien van de dingen van Gods Koninkrijk. Daarbij zullen wij echter wel moeten bedenken, dat wij ons op geen enkele wijze kunnen verontschuldigen. De Schrift wordt ons telkenmale verklaard en de weg ons gewezen, zodat bij onze weigering altijd het „wee u" zal klinken.
Deze korte maar zeer duidelijke onderwerpen hebben ons bij vernieuwing geplaatst voor onze roeping en taak in deze tijd van verwording en ontkerstening. En dan te bedenken dat deze taak ons bij de aanvankelijke moeite en verdrukking, eeuwige vrede en zaligheid zal schenken. Dan begrijpen wij ook, zoals wij al zeiden, dat al deze woorden, op de toogmiddag gesproken, reden geven tot verblijden.
Maar het is deze middag alleen niet bij woorden gebleven, want wij hebben ook met volle teugen mogen genieten van voortreffelijke koorzang van „De Verenigde Koren Kampen", o.l.v.Piet Zwart Jzn. en als organist Willem Hendrik Zwart. Deze mannen betoonden zich meesters te zijn, zowel als dirigent als op het orgel. Er werd met de grootste bewondering en aandacht geluisterd naar deze machtige jubelzang en orgeltonen. Om enkele momenten te noemen, dan denken wij vooral aan de wijze, waarop het „Hallelujahkoor" werd uitgevoerd. Het was niet alleen meesterlijk, maar zelfs ook ontroerend. Dit is slechts één van de vele punten, die alle stuk voor stuk voortreffelijk werden uitgevoerd.
Ook willen wij niet vergeten de prachtige samenzang van deze grote schare. Welk een bekoring ging ervan uit, als je zo massaal, onder zeer goede leiding, liederen tot Gods eer hoort zingen. Hierin werd bewezen, dat de jongere generatie de oude zangwijze niet verleerd is. Het gaat wel niet om de zangwijze, maar om het zingen uit het hart en tevens de goede begeleiding.
Tenslotte willen wij nog iets schrijven over de opkomst van deze middag. Dan mogen wij niets anders zeggen, dan dat het overweldigend was. Zij waren er van het Noorden en Zuiden en Oosten en Westen. Om er maar een paar te noemen: Lekkerkerk: een bus vol uit Kamerik, Genemuiden, Gouda, enz. van de hele Veluwe en N.-west Veluwe, kortom zij kwamen van veraf en dichtbij, zodat de kerk vol was en naar schatting ruim 1400 personen herbergde. De collecte, die op voortreffelijke wijze werd aanbevolen door ds. Van Kooten, bracht maar liefst ƒ 927.— op. Dit vormde met de ƒ 400.— aan verkochte programma's het mooie bedrag van ƒ 1327.—, waarvan de kosten van deze middag, die zeer hoog zijn, ruim betaald kunnen worden.
Nadat ds. Van Kooten nog een kort slotwoord had gesproken, eindigde hij met dankgebed. Om ongeveer kwart over vijf was deze Toogmiddag ten einde. En konden wij allen nog vervuld met al het goede wat ons geboden was, huiswaarts keren.
Wij hopen dat deze zeer goede traditie nog vele jaren in ere gehouden zal worden en doorgang zal kunnen vinden. Moge ook van deze middag de lof des Heeren verteld worden en voor de vele jongeren tot rijke zegen zijn!
Paas-toogdag Herv. Ger. jeugd: Sprang-Waalwijk.
De zuidelijke toogdag van de hervormde jeugd op gereformeerde grondslag begon met een dienst in de naonumentale hervormde kerk van Sprang, die geheel was gevuld. Ongeveer zevenhonderd aanwezigen luisterden naar de plaatselijke predikant ds. P. J. Bos, die als voorzitter van de provinciale commissie de leiding had van de gehele dag en naar ds. A. Schipper. Laatstgenoemde, die zich nu voorbereidt op uitzending als studentenpredikant naar Makassar, was tot voor kort jeugdpredikant van de classis Heusden.
Na de dienst vertrok men naar het Willem van Oranje-college te Waalwijk, waar eerst een broodmaaltijd werd genuttigd.
Het middagprogramma was opgebouwd rond het thema „Ik leef en gij zult leven". De heer C. van Iterson uit Bilthoven, jeugdwerkleider, had een woordspel geschreven, dat deze middag werd gespeeld. Dit „woordspel" (beslist geen toneel) lijkt nog het meest op een declamatorium. Aan de hand van negen kernwoorden werd het door alle aanwezigeh meegespeeld.
Zo was er bijvoorbeeld het woord „verdeeldheid". Terwijl op de achtergrond klokgelui hoorbaar was, las een van de jongeren uit de krant een lijst predikbeurten voor, om de plaatselijke kerkelijke verdeeldheid te demonstreren. Andere kernwoorden waren angst, dood en dergelijke.
Terwijl werd nagegaan, wat de Bijbel over deze verschillende dingen zegt, konden de bordjes, waarop deze negen kernwoorden stonden, letterlijk worden verhangen: dood werd leven, angst bevrijding, verdeeldheid eenheid.
In discussiegroepen werd een bijbelbespreking gehouden naar aanleiding van Johannes 10 (de goede Herder). Het programma werd omlijst met samenzang. In de totstandkoming van deze nieuwe vorm van toogdag houden had de nieuwe jeugdpredikant van de classis Heusden, ds. K. J. Jansen te Doeveren, een werkzaam aandeel.
Zendeling Van 't Veld berijmde psalmen.
Afrikaanse christenen kunnen nu voor 't eerst psalmen zingen. Zij danken deze nieuwe kerkliederen aan de taalgeleerde van de G.Z.B. dr. H. van 't Veld. Het zendingswerk in Afrika is vooral gedaan door angelsaksische zendelingen en deze brachten geen psalmen mee maar evangelisatieliederen van Moody en Sankey.
Zendeling Van 't Veld heeft nogal wat kritiek op de liederen die tot nu toe in het Swahili zijn vertaald. Hij heeft kritiek als taalgeleerde: Ze zijn als gedichten vaak uitgesproken slecht. Hij heeft kritiek als zendeling: Ze zijn vaak sentimenteel. En ook theologisch heeft hij bezwaren: Er zijn zo weinig liederen die zingen van God de Vader. De nadruk ligt zo sterk op Christus, dat de Mohammedanen zeggen dat het christendom God de Vader van de troon gestoten heeft om Hem door Christus te vervangen.
Lang niet alle liederen uit de oude bundel zou hij willen schrappen. Er zijn prachtige liederen bij. Maar zij zijn allen gestempeld door die begintijd van de verkondiging van het evangelie. Het zijn evangelisatieliederen. En nu de gemeenten zijn gevormd heeft de kerk nieuwe liederen nodig: geloofsliederen. En zijn dat niet in de eerste plaats de psalmen?
Daarvoor heeft hij geprobeerd zo beknopt mogelijk de Hebreeuwse gedachten in de psalmen om te zetten in Swahili-poëzie. Voor deze liederen had hij ook muziek nodig. Hij koos melodieën, die bekend waren, inheemse melodieën en soms een negro-spiritual. De eerste 25 psalmen zijn nu klaar en de Afrikaanse gelovigen hebben ze reeds lief gekregen.
En wat taalgeleerde Van 't Veld niet verwacht had gebeurde. Ook andere christenen, buiten de kring van de Reformed Church, toonden belangstelling. Er kwam al spoedig een verzoek van het bijbelgenootschap om de bundel te mogen verkopen. Een Amerikaanse geloofszending bestelde meteen al 2.000 exemplaren. In minder dan geen tijd was de eerste oplage van 5.000 exemplaren uitverkocht. Maar Van 't Veld was al weer verder gegaan met zijn werk en als de nieuwe bundel uitkomt zal deze reeds 50 psalmen bevatten.
Daar was nog zo'n gebied. Vrijwel geen enkele Afrikaanse Kerk heeft een eigen geloofsbelijdenis. Meestal hebben zij de oude belijdenisgeschriften van de moederkerken overgenomen, maar men is eigenlijk nog niet toe aan het onder eigen woorden brengen van wat men zelf belijdt en moet belijden. Ook hier weer gevolg van het feit dat het accent bij de zendelingen en jonge christenen eigenlijk altijd op evangelisatie heeft gelegen.
Afrikanen moeten niet alleen gewonnen worden voor het geloof, ze moeten ook gegrond worden in dat geloof. En daarom begon hij aan een catechismus. Als basis koos hij de Heidelbergse Catechismus, omdat die in zijn kerk enigszins bekend was, daar de kerk door zendingswerk vanuit Zuid-Afrika is ontstaan. Maar hij wilde niet volstaan met een letterlijke vertaling.
De Heidelberger is ontstaan in de dagen van de Europese Hervorming. Zij geeft een antwoord op de theologische vragen die in die tijd en door die strijd (bij mensen leefden. Maar de Afrikanen staan vaak voor hele andere vragen. De problematiek van de „paapse mis" kennen zij daar in Kenya niet, omdat ze nauwelijks of helemaal niet in aanraking komen met rooms-katholieken. Sommige vragen en antwoorden die voor ons welhaast vanzelfsprekend zijn moeten veel verder uitgewerkt worden. En zo ontstond een „Katekisima" die gebaseerd is op de Heidelberger, maar die toch een eigen catechismus is voor deze Afrikaanse Reformed Church.
Maar weer bleek dat een stuk werk was verricht dat de belangstelling trok van anderen. De anglicanen bijvoorbeeld zochten al lang een boekje dat zij konden gebruiken om hun gelovigen op te bouwen. Zij prezen het bijbelse geluid van deze „katekisima" en schaften hem onmiddellijk aan.
En zo gaat het werk door. Van 't Veld is nu gevraagd om mee te helpen aan de vervaardiging van de eerste bijbelconcordantie in het Swahili.
Chr. Geref. Kerken.
Uit het nieuwe jaarboek van de Chr. Ger. Kerken blijkt, dat het aantal leden thans 66.171 bedraagt verdeeld over 173 kerken, die gediend worden door 104 predikanten, waarvan 10 in bijzondere dienst. In een jaar vermeerderde het aantal gemeenten en dat der predikanten met één (6 candidaten kwamen er bij, 2 pred. overleden, 2 gingen met emeritaat en één onttrok zich aan 't kerkverband). j
Vrijzinnig Hervormden.
De Ver. van Vrijz. Herv. wil ter bestrijding van het toenemende aantal vacatures een ruimer toepassing van ord. 7-17, waardoor theologisch niet volledig geschoolden wegens singuliere gaven predikant kunnen worden. Deze ver. noemt het gebrek aan predikanten de ernstigste bedreiging voor het leven van de kerk. Nu wordt dit opgevangen door samenvoeging van kleine gemeenten, maar dat is het paard achter de wagen spannen.
Er zijn nog meer voorstellen voor een herziening der kerkorde.
Zij willen ook, dat de hogere kerkelijke functionarissen na verloop van een of twee ambtsperioden aftreden en niet herkiesbaar zijn. Daardoor wil men het gevaar van „ongekroonde koningen" vermijden.
Voorts willen zij, dat de positie van de vrouw in het ambt definitief wordt geregeld.
Evangelisatiewerk in Spanje.
Deze week ontvingen vrij onderstaande brief en een schrijven van ds. Hegger, welke wij hier onder mededelen.
S.
Yerseke, 23 april 1965.
Hooggeachte Professor,
Voor enige weken las ik als abonnee van „De Waarheidsvriend" een mededeling over het werk van de „rechte straat" en waarin een zekere ds. Monroy minder goede mededelingen deed over het Evangelisatiewerk in Spanje en dat de verhoudingen Rooms — Christen protestant zeer dragelijk werden voorgesteld. Ik meende toen ds. Hegger, de man van de „rechte straat", hier eens over te moeten schrijven en op dat schrijven zond ds. H. J. Hegger predikant directeur, adres Boulevard 11 te Velp me een antwoord dat ik met zijn toestemming u als afschrift mag doen toekomen. Mogelijk bestaat er enige kans dat in „De Waarheidsvriend" dit been weer in het lid wordt gebracht.
Mag ik u bij voorbaat hiervoor danken? Met vriendelijke groeten gaarne hoogachtend, W. Bogaards, Schotte 23, Yerseke.
Velp, 22 april 1965.
De heer W. Bogaards, Schotte 23, Yerseke.
Zeer Geachte Heer,
Zojuist ben ik teruggekeerd van een reis door Spanje. Ik heb daar met verschillende predikanten gesproken en ook telkens gevraagd wat hun indrukken zijn over ds. Monroy. Ik heb overal slechts positieve geluiden gehoord. Het is een jonge energieke man vol geloofsijver. Het is daarom zeer te betreuren, dat de Spaanse Evang. Zending ds. Monroy in zulk een ongunstig daglicht heeft gesteld. Ds. Monroy heeft ongeveer 15 jaar geleden een maand in de gevangenis gezeten, omdat hij weigerde te knielen in de mis. Hij houdt overal evangelisatiesamenkomsten en doet een zeer gezegend werk. Het is volgens mij volkomen onchristelijk, wanneer dan een instantie in Nederland zulke berichten rond stuurt.
Bovendien heb ik zelf aan de Spaanse Evang. Zending aangeboden om een onderhoud te hebben met ds. Monroy. Zij hebben dit geweigerd. Dit is toch in elk geval onchristelijk, dat men een gesprek weigert met een broeder en dan daarna zulke onjuiste en ongunstige berichten over hem de wereld in stuurt.
Ik sluit hierbij een kopie in van deze brief, die u desgewenst kunt zenden aan de redactie van „De Waarheidsvriend" waarin u deze aanval op de goede naam van ds. Monroy hebt gelezen. „De Waarheidsvriend" heeft zeer zeker te goeder trouw dit persbericht van de Spaanse Evang. Zending opgenomen.
Inmiddels verblijf ik, met vriendelijke groeten,
H. J. Hegger.
Prof. H. Jonker: „Wat is Gereformeerd".
Naar aanleiding van een artikel in Ons Geluid, een uitgave van de afdelingen van de Geref. Bond in Utrecht, waarin een bespreking werd gegeven over een artikel van prof. H. Jonker in Wapenveld, stelde prof. Jonker ons voor in Utrecht voor de Geref. Bond te komen spreken over: „Wat is Gereformeerd". Er zal volop gelegenheid zijn om met prof. Jonker van gedachten te wisselen, ook inzake zijn artikel in Wapenveld.
De bijeenkomst wordt gehouden D.V. donderdag 6 mei in de Trouwzaal van de Jacobikerk — nabij het Vreeburg — aanvang 8 uur.
De avond is belegd mede in samenwerking met de plaatselijke Mannenbond.
Iedereen is hartelijk welkom!
Contactorgaan van de Utr. afdelingen van de Geref. Bond. Secr.: H. J. Manhave, Aquamarijnlaan 312.
C.O.G.G.-Conferentie.
Op donderdag 13 mei wordt in Hotel Smits, Vredenburg, Utrecht, een conferentie gehouden van het Contact Orgaan voor de Geref. Gezindte. Aanvang half 11. Prof. C. Veenhof van Kampen hoopt daar het belangrijke onderwerp „De functie van de prediking" in te leiden. Er zal gelegenheid zijn voor een brede bespreking. De toegang tot deze conferentie staat open voor ieder, die zich aanmeldt bij de secretaris van het C.O.G.G., ds. J. H. Velema, Anna Paulownalaan 17, Apeldoorn, telef. 05760—12362.
Na een vorig bericht hebben zich reeds verschillende ambtsdragers en kerkleden uit verschillende kerken gemeld.
Er zijn nog plaatsen open. Laat ieder, die belangstelling heeft en zich die dag vrij kan maken, zich nu spoedig opgeven.
Reünisten-studiedag van de Geref. Theologen Studenten Vereniging „Voetius".
Op 4 mei a.s. hoopt de G.T.S.V. „Voetius" weer een Reünisten-studiedag te houden in het G.S.B.gebouw, Kromme Nieuwe Gracht 39, Utrecht.
Studieobject voor deze dag zal zijn het actuele onderwerp „Schriftgezag". Ds. S. Meyers te Ermelo zal de discussies hierover met een referaat inleiden. Reünisten worden uitgenodigd 's morgens om 10.30 uur aanwezig te zijn om hun ideeën over „Schriftgezag" te toetsen en nieuwe inspiratie op te doen.
Theologische studenten.
Het aantal theologische studenten die zich hebben laten inschrijven in het kerkelijk album stijgt de laatste tijd. In de jaren 1960—1965 was het in totaal (tussen haakjes het aantal vrouwelijke studenten): 349 (34), 323 (45), 316 (50), 373 (54) en 381 (67). Voor het eerst ingeschreven waren in die jaren 61 (8), 48 (15), 58 (11), 80 (16) en 83 (17) studenten.
Utrecht heeft verreweg de meeste ingeschrevenen: thans 218 (17). Daarop volgen de Universiteit van Amsterdam met 57 (27), dan Groningen met 56 (6) en ten slotte Leiden met 50 (17) studenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's