De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

10 minuten leestijd

Uit Egypte heb Ik Mijnen Zoon geroepen. Uit Egypte uit het land van tyrannie en terreur, het land van vervolging en vertreding heeft de God van het verbond, die met zijn gehele wezen en naam, Ik zal zijn, Die Ik zijn zal, daarachter staat en die de dingen die niet zijn en dood zijn in het aanzijn en in het leven roept, in Christus zijn Zoon, zijn Eerstgeborene, Israël en in het volk Israël Zijn Eniggeborene, die in de lendenen van Juda was, geroepen. Gewis een rijke tekst. Een Paastekst. Ik ga accoord, dat de tekst allereerst in het Kerstevangelie overweging verdient. Zij zijn gestorven, die de ziel van het Kindeke zochten. Hier stoten we op de wortel van alle anti-semitisme door de eeuwen heen. Het gaat om de ziel van het Kindeke. Tot de dood van Herodes verbleef het Kindeke met zijn ouders in Egypte. Toen werd Hij uit Egypte geroepen. Doch „Golgotha begint bij Bethlehem", de vlucht naar het land van verdrukking en dood is de top van de schaduw des doods. Nogmaals, als Hij zijn aangezicht richt om naar Jeruzalem te gaan, is Christus op weg naar Egypte. Want naast onwettige en vervleselijkende vergeestelijking is er ook een legitieme, schriftuurlijke vergeestelijking mogelijk. De ziener op Patmos spreekt van een grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruist is.

Ik zou er dus na Pasen over kunnen preken. Ik heb Mijnen Zoon uit Egypte geroepen. Daarbij herinneren we ons ook wat de belijdenis zegt omtrent de Heilige Doop, waardoor we worden ingelijfd in de gemeenschap van Zijn dood en wederopstanding. Artikel 34 immers belijdt aldus: Niet dat zulks door het uiterlijk water geschiedt (ook die bovenvermelde inlijving niet), maar door de besprenging van het dierbaar bloed des Zoons Gods, Die onze Rode Zee is, door welke wij moeten doorgaan om te ontgaan de tyrannie van Farao, welke is de duivel en in te gaan in het geestelijke land Kanaan.

Het is ook een tekst om de bevrijding toe te lichten. Immers Israël werd verlost van dwingelandij krachtens de exodus van Christus uit het graf en dank zij dit onomstotelijk feit, hoezeer ook aangevochten, gaan kinderen Gods uit de dood over in het leven en in ruimer zin als tijdelijke zegen treden volkeren uit de verslaving.

We kunnen daarom ons niet voegen in het streven naar een zogenaamd horizontaal geloof, dat gedachten aan een eeuwig leven, eeuwigheid, onsterfelijkheid, hiernamaals heeft terzijde gedrongen voor aangelegenheden meer op deze wereld gericht. De dienaar van het Woord is getuige van de Opstanding, van de kern en van al de zegeningen, die direct en in verder rapport daaruit voortvloeien. In Christus is een schat van zegeningen voor het leven hier en hierna het deel van wereld en kerk. De godzaligheid heeft beloften voor dit en voor het toekomende leven.

20 jaar bevrijding.

Zo zijn we ongemerkt gearriveerd bij een op deze wereld gericht thema, de herdenking van het einde van de tot dusver laatste wereldoorlog, de herdenking van onze bevrijding en wederzelfstandigwording.

Natuurlijk kan men afdingen op de verworven vrijheid, maar deze is toch in ieder geval aanmerkelijk groter dan in de bange jaren veertig tot vijfenveertig. Ook de zelfstandigheid moeten we met enige reserve noemen. Volstrekte onafhankelijkheid is in de wereld van vandaag een onmogelijkheid. Niettemin is het hoogst actueel — om nog even de profetie van Hosea bij de hand te houden — om ook thans te bedenken dat Assur niet behoudt, dat het rijden op paarden geen zin heeft en dat we tot het werk onzer handen niet moeten zeggen: Gij zijt onze god.

De blijdschap over de bevrijding kan bezwaarlijk zo uitbundig, zo van zorg ontslagen zijn als die was in het jaar 1945. Aan ziel en lichaam werden we toentertijd gewaar de verlichting van onze druk. Alles is na zoveel jaren vervaagd en verwijderd. Een hele generatie staat aangetreden, die het van de overlevering moet hebben. Er wordt wel eens geklaagd over het manco aan kennis bij de jeugd van deze bange jaren. De Israëlieten kregen van Godswege de taak inzonderheid ook ter gelegenheid van de viering van het Paasfeest om hun kinderen voor te lichten. Zijn onze huisvaders afgezien van hun taak als priester en koning, wel voldoende profeet en leraar? Historie is ook profetie, evengoed belofte, want de Schepper van hemel en aarde als Onderhouder en als Leider van de geschiedenis schept precedenten. Ik hoor een belofte klinken in het woord: Ik heb Mijnen Zoon uit Egypte geroepen.

Onze vreugde vanwege de bevrijding is getemperd, omdat, wat we aanvankelijk lang zo sterk ons niet gerealiseerd hebben, de spanningen bleven. Meermalen ging de wereld rakelings langs de afgrond. Als we aan de gebeurtenissen in Vietnam denken kunnen we de vrees niet wegbannen.

Macht is een begeerlijk artikel op aarde, maar zwaar om te dragen. We weten wat Mozes ervan gezegd heeft. Soms moeten we knecht zijn, opdat volk of andere volken alle dagen onze knecht zijn, soms moet onze pink dikker zijn dan vaders lendenen, doch wanneer? Soms enige toegeeflijkheid, maar geen München. Voor Amerika zijn dit vragen van de dag. Amerika's aanwezigheid in Vietnam achten sommigen een gevaar voor de vrede, anderen zijn van oordeel dat een eventueel vertrek het doel van de strijd zou verplaatsen. Een vastberaden tegemoet treden van de vijand zal hem verbitteren, een minzamer bejegening zou hem kunnnen ontwapenen. Terecht stelde de nieuw opgetreden ministerpresident in de regeringsverklaring, dat regeren kiezen is.

Op het juiste moment zag het boek van professor Presser: „Ondergang van het Nederlandse jodendom", het licht. Over dit boek hebt u genoeg reacties vernomen, zodat het overbodig is om hier uitvoerig op in te gaan. De publicatie noopt ons en in feite elkeen, om ons hier ernstig rekenschap te geven van de leer van de catechismus, dat het mensenhart tot alle kwaad geneigd is. Arglistig is het hart meer dan enig ding, wie zal het kennen. Niets is zo belangrijk, geen wetenschap zo gewichtig dan zelfkennis. Die kennis maakt voorzichtig als de slangen en oprecht gelijk de duiven. Zijn wij uitnemender? Gans niet.

Voor de joden is het gevaar allerminst geweken. De Arabische wereld ziet vol verbittering de consolidatie van Israël en het is voor de joden een geluk dat de Arabieren onderling verdeeld zijn. Iemand als Bourguiba van Tunis heeft ideeën, die Nasser als vreselijke ketterijen in de oren dreunen. Ook in Rusland genieten de joden geen onbeperkte vrijheid van beweging. Zeer recent is er op een bijeenkomst van de Raadgevende vergadering van Europa op aangedrongen, dat in Rusland gesloten synagogen weer mochten geopend worden, dat de kinderen op joodse scholen weer Hebreeuws en Jiddisch mogen leren, dat Hebreeviwse teksten weer vrijelijk gepubliceerd en gedrukt, religieuse en rituele voorwerpen nu onbelemmerd vervaardigd en verhandeld en contacten met joodse gemeenschappen elders in de wereld onderhouden mogen worden.

Het jodendom blijft zeer gevoelig, wat begrijpelijk is, vandaar ook onlangs nog een protest tegen een uitlating van paus Paulus VI in een gehouden predikatie. Uit de pers blijkt, dat in zeer conservatieve landen als Portugal anti-semitisme actief is. Men wil dan ook wel eens in bepaalde behoudende kringen in de roomse kerk de nieuwe koers gelijkschakelen met een andere houding ten opzichte van de joden op zo'n manier dat de joden gezien worden als de bewerkers van de vernieuwing.

Nog een aspect van de bevrijding vraagt om een critische noot. In verschillende gemeenten veroorzaakte het plan deining om in gemeenschappelijke diensten van protestanten en rooms-katholieken uiting te geven aan de dankbaarheid voor wat de Heere schonk. Ik meen, dat het onzuiver is om dergelijke samenkomsten onder het etiket nationaal acceptabel te maken, om weifelaars te overreden en opposanten, zo mogelijk, de mond te snoeren. Het was meer oecumenisch, in de zin die men aan dit woord geeft, dan nationaal. Voor een nationaal samenzijn njoet men in breder kring zijn sprekers zoeken en moet men omzien naar een plaats van samenkomst, die meer geëigend is voor een dergelijk evenement.

Kabinet.

Een bewijs van herwonnen vrijheid is ongetwijfeld ook de totstandkoming van een nieuw kabinet, dat bij monde van de minister-president zich met een uitvoerige verklaring gepresenteerd heeft voor de vertegenwoordiging en mitsdien voor het volk zelf. Niet alles, lang niet alles van deze langademige verklaring leent zich voor bespreking in deze rubriek. Maar twee punten verdienen enige attentie. Volgens deskundigen was het een novum, dat een kabinet uitsprak te stoelen op een dubbele wortel. „Het beleid van het thans opgetreden kabinet zal gedragen worden door de geestelijke waarden, die in ons volk leven en die in christendom en humanisme tot uitdrukking komen". Dit is wel een ander geluid dan het vorig kabinet liet horen. Immers minister-president Marijnen sprak bij de regeringsverklaring in het jaar 1963 als volgt: „Ter aanduiding van de beginselen van het kabinet wil ik allereerst overnemen datgene, wat ook in de regeringsverklaring van 26 mei 1959 als beginsel van het kabinet-de Quay werd vermeld n.l. de christelijke grondslag onzer beschaving, die van zoveel betekenis is voor de ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid". Vanuit de Tweede Kamer is gevraagd aan de nieuwe regering wat te denken was bij de uitdrukking Humanisme. Is bedoeld het typisch Nederlandse Erasmiaanse Humanisme of het Humanisme van de twintigste eeuw? Onlangs verscheen van gezaghebbende humanistische zijde nog een artikel, waarin schrijver betoogde dat het Humanisme er geen genoegen mee neemt om als een soort „halfwasje" beschouwd te worden. Het Humanisme wil niet gezien worden als een bloem, die van de wortel is afgesneden. De beschouwingen zijn niet afgeleid van christendom of enige godsdienst. Als het humanisme ergens aan ontleend is dan aan de ervaring met, de visie op en de doorlichting van het mens zijn.

Het Humanisme krijgt overigens wel de wind in de zeilen, omdat veler godsdienstige begrippen verschralen tot een humanistische verdraagzaamheid tot slechts een oppervlakkig gebod tot naastenliefde.

Opmerkelijk uit de gang van zaken IS voorts dat de C.H.U. niet deelneemt aan de regering, waardoor zoals vele commentatoren beweren de eerste jaren het samengaan van de protestants christelijke partijen een vrome wens is geworden. Er is nog wel eens beweerd, dat eerst de kerken, waaraan de partijen het leeuwenaandeel van hun leden en medestanders ontlenen maar eens moeten geraken tot eenheid. De vraag echter rijst of de kerkelijke gescheidenheid het enige en hoofdzakelijke argument is voor het bestaan van de twee grote partijen.

Gebleken is in ieder geval voor de zoveelste maal, dat de Katholieke Volkspartij al naar gelang de omstandigheden zijn partners uitzoekt. Velen zien met grote belangstelling en moed de ontwikkeling gade binnen de Roomse Kerk, maar de laatste concilieweek wees uit, dat de zogenaamde conservatieve minderheid nog wel degelijk over sterke posities beschikt. Een zeer recent bericht gewaagde van een visitator van de Curie, die een onderzoek moest instellen naar het liberalisme van het Nederlandse episcopaat. Inmiddels zijn deze berichten tegengesproken, doch uit alles blijkt dat er stromingen en tegenstromingen werkzaam zijn.

Uit de Toradjakerk op Celebes komen berichten, dat Rome wel een gesprek begeert, maar zich niet aan intussen gemaakte afspraken houdt. Er blijkt dus, dat ondanks vele klanken behoedzaamheid geboden blijft. Men kan natuurlijk wel beweren dat het bevel „staakt het vuren" op Celebes nog niet zal zijn doorgedrongen, maar men weet wel van de nieuwe leus van onderling gesprek.

Uit Egypte heb Ik Mijnen Zoon geroepen. Getrouw aan Schrift en Belijdenis willen we de bevrijding uit het diensthuis van goede werken nog altoos blijven aanmerken als een verlossing des Heeren en dat verplicht ons het toebetrouwde pand, het wachtwoord der Hervormers te bewaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's