De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BIJ DE HEERE IS GOEDERTIERENHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BIJ DE HEERE IS GOEDERTIERENHEID

6 minuten leestijd

„Laat Ons mensen maken naar Ons beeld en naar Onze gelijkenis.

En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hen; man en vrouw schiep Hij ze". (Gen. 1 : 26 en 27).

God heeft zich dus voorgenomen mensen te scheppen, mensen naar Zijn beeld en gelijkenis, maar mensen.

De mens is geen God, maar het geheel eigenlijke, het wezenlijke van de mens is, dat hij naar het beeld Gods geschapen is. Beelddrager Gods te zijn, dat is zijn wezen.

Dat is derhalve geen dode aangelegenheid. De mens is geen pop, waaraan men de gelijkenis Gods kan zien. Want God is Geest en die Hem aanbidden, aanbidden Hem in geest en waarheid. De mens heeft zijn lichaam nodig om op aarde te kunnen leven. Leven is echter nog heel wat meer dan in een goed gebouwd huis wonen. Dat is op aarde zo en dat is in de hemel ook zo. Leven is geestelijk. Beelddrager Gods zijn is een geestelijke levensroeping.

Omdat het geest en leven is, eist het een verbondenheid met God. Zo was het in den beginne. Maar de mens heeft zich - mede door de verleiding van Satan - ingebeeld, dat hij God kon zijn. Hij heeft de gehoorzaamheid opgegeven. Hij was zo dwaas de duivelse leugenstoffeerder te geloven en, als de begeerte in zijn hart oprees om als God te zijn, viel hij in de strikken van hem, die de Christus noemt een mensenmoordenaar van den beginne. (Johannes 8 : 14).

De mens was de eigenlijke bedoeling der schepping en het sluitstuk: de mens naar het beeld Gods. Een leerschool op aarde en een toekomst in de hemel. Maar hij is gevallen.

Men versta dit niet in dien zin, alsof de schepping op een mislukking is uitgelopen. In de Raad Gods zijn geen mislukkingen, maar wij zitten niet in de- Raad Gods en weten niet meer van Gods doen en niet doen, dan de Heilige Israels ons toevertrouwt. En dat betreft het werk van de Heere Jezus Christus en onze verlossing.

God heeft de gevallen mens niet in de steek gelaten. Hij heeft Zijn Woord gegeven. Zijn Christus beloofd en geopenbaard. „Hij is om onze overtredingen verwond, om onze overtredingen is Hij verbrijzeld; de straf, die ons „de vrede aanbrengt, was op Hem, en „door Zijne striemen is ons genezing „geworden". (Jesaja 53 : 5).

.Hij heeft ons Zijn Woord gegeven.

In welke taal ?

In de taal van de mens.

Welke de oorspronkelijke taal is geweest, laten we zeggen de taal van het paradijs, weten we niet. We weten wèl, dat de onder de mensen gesproken talen uit de oorspronkelijke zijn voortgekomen. (Vgl. Genesis 11 : 7). God heeft mensen geschapen en aan hen verschillende gaven, ook taalvermogen geschonken.

En nu ligt het toch voor de hand, dat de Heere God, wanneer Hij zich tot de mens wendt en hem Zijn Woord mededeelt, dat Hij dit niet doet in de goddelijke taal van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest; maar in de menselijke taal vain het volk, dat Hij in Zijn dienst stelt.

Het Oude Testament is dus in het Hebreeuws geschreven.

Zo is het ook begrijpelijk, dat vele Joden, die overal in die oude wereld werden gevonden in Babel, in Egypte, in Rome, in de handelssteden van Griekenland en Klein-Azië, hun heilig boek, het Oude Testament, uit het Hebreeuws in het Grieks vertaalden. (De Septuagint).

In de dagen, dat de Heere Jezus op aarde kwam, regeerden de Romeinen, die de Latijnse taal spraken, maar in de wereld, waar zij heerschappij hadden in die dagen, werd de Griekse taal veel gesproken. Het is dus geen wonder, dat het Nieuwe Testament, dat in die tijd ontstond, ook in het Grieks is geschreven.

Men kan begrijpen, dat de zending in de volgende eeuwen zeer bevorderlijk is geweest voor het ontstaan van vertalingen van de Schrift of gedeelten daarvan in verschillende talen.

Het behoeft niet gezegd, dat dit werk nog altijd voortgang heeft, zo b.v. in Afrika en onder de Eskimo's, om van China en Japan maar niet te spreken.

De Bijbel in de volkstaal. Dat is eis.

Wij geloven en belijden, dat de Bijbel Gods Woord is. Gelukkig zijn er ook in onze tijd nog geleerde onderzoekers, die dat geloof van harte onderschrijven. Maar daar staat tegenover, dat vele theologen en taalgeleerden zeer critisch tegenover dat geloofsstandpunt staan of het zelfs verwerpen.

Dat is een droevig verschijnsel, maar wij weten, dat de natuurlijke mens niet begrijpt de dingen die des Geestes Gods zijn; want ze zijn hem een dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat ze geestelijk onderscheiden worden. (1 Cor. 2 : 14).

Zo staat het.

Zelfs in de menselijke taal geschreven, wordt de Heilige Schrift zonder de bijstand van de Heilige Geest niet door ons verstaan in zijn geestelijke betekenis.

Neem b.v. de Wet Gods, laten we zeggen, de Tien Geboden, 't Is altijd gebleken, dat was in oud Israël al zo en dat is onder Christenen ook zo, dat de mens met een zekere vroomheid zich op de onderhouding der Wet Gods werpt en zich inbeeldt, dat hij het aardig ver brengt.

Lees nu eens, wat de Christus zegt in Matth. 5 : 17 en volgende verzen. Let op Zijn Woord: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger zij dan der Schriftgeleerden en der Parizeen, dat gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins zult ingaan.

Hebben we dan met de Wet Gods niets te maken? God heeft die Wet toch niet zonder doel gegeven?

Nakomen kunnen we niet.... Ja, dat is het juist. Weet gij dat, dat gij de Wet Gods niet kunt vervullen? Hebt gij het geprobeerd, ijverig geprobeerd en getoetst, uzelf, uw gedrag, getoetst aan de woorden van Christus in het zoeven aangehaalde hoofdstuk. Niet zo maar, dat gij het goed vindt, maar, dat de Heere God het goed vindt en in overeenstemming met Zijn eis.

Dat nu zult gij niet vinden. Want omdat wij het niet doen en niet kunnen, zijn we voor God geoordeeld en derven Zijn heerlijkheid. Laten we ons zelf dus niets wijs maken en doen alsof we ons van die Wet niets aantrekken, want gij ziet, dat de Heere daarover anders spreekt.

Hoe zullen we tot Christus komen om genade te vinden, als we in de waan. leven, dat wij met de Wet Gods niets van doen hebben, dan wel in de niet minder goddeloze waan, dat we bij machte zijn de Wet te volbrengen. In beide gevallen is het niet tot lering en onderrichting van ons, dat God Zijn Wet heeft geopenbaard.

In zulk een dwaze weg worden we niet bevrijd van de eis der Wet door de genade van de Heere Jezus Christus, die alle gerechtigheid heeft vervuld om 'de Zijnen vrij te maken van het rechtvaardig oordeel Gods.

Hoor de strenge eis van de Christus: Weest dan gij lieden volmaakt, gelijk uw Vader Die in de hemelen is, volmaakt is. (Matth. 5 : 48).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BIJ DE HEERE IS GOEDERTIERENHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 mei 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's