De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ABRAHAM CAPADOSE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ABRAHAM CAPADOSE

(III) (1795-1874)

10 minuten leestijd

HET REVEIL 32

Nadat we in het eerste artikel hebben gelet op Capadose's houding ten opzichte van de Heilige Schrift en in het tweede artikel op zijn houding ten opzichte van de Kerk, willen we in dit derde en laatste artikel de aandacht vestigen op Capadose's houding ten opzichte van de cultuur.

Van doorslaggevende betekenis voor Capadose's cultuurbeschouwing is zijn visie op de mens, zijn anthropologic. God had de mens goed en naar Zijn beeld geschapen, en geplaatst in de juiste verhouding ten opzichte van God, zijn Schepper, en ten opzichte van zijn medeschepselen. Maar de Satan brengt door zijn list en verleiding een revolutie in de mens teweeg. De verhoudingen worden in de war gebracht. Revolutie is omkering van de door God gestelde scheppingsorde; zij maakt het lichaam onafhankelijk van de ziel, en deze van de geest, door welke de mens in alles van God, zijn Schepper, afhankelijk was. De vrouw emancipeerde zich van haar hoofd, de man, en deze emancipeerde zich van zijn hemelse Hoofd. Maar nu is Jezus Christus gekomen om de Zijnen aan de macht van de Satan te ontrukken en het beeld Gods in hen te herstellen. Eerst dan kan de mens vernieuwd en hervormd worden tot een levende tempel van Gods Geest; eerst dan kan in hem een nieuwe schepping plaats hebben. Eerst in de ziel van de wedergeborene kan een begin worden gemaakt met het herstel van het beeld Gods.

Dit principe past Capadose nu ook toe op het terrein van de staatkunde. Wederom is de Satan bezig revolutie te stoken, en de juiste verhoudingen te verstoren. De Satan gaat in de staten op dezelfde wijze te werk als in het Paradijs. Capadose vergelijkt de christelijke natie niet met een groot huisgezin, als welks vader de monarch geldt (zoals o.a.Bilderdijk en Da Costa doen), maar met een huwelijk: vorst en volk staan niet als vader en kinderen, maar als man en vrouw tegenover elkaar. Een band tussen vader en kinderen is aan verandering onderhevig: hij wordt losser naarmate de kinderen zelfstandiger worden. Maar de band tussen man en vrouw blijft intact. De liberalen vatten het beeld van vader en kinderen graag aan om aan volken, die in beschaving zo ver zijn gevorderd, dat zij voor de vrijheid rijp geacht kunnen worden, evenals aan volwassen kinderen, het recht toe te kennen om op zichzelf te gaan staan. Maar wanneer men de band tussen vorst en volk als een huwelij ksverdrag beschouwt, komt dit argument te vervallen. Aan een emancipatie valt er dan evenmin te denken als in een huwelijk.

Maar zoals het de Satan in het paradijs lukte. Eva los te scheuren uit de juiste verhouding van gehoorzaamheid en onderwerping aan haar man, zo tracht de Satan nu ook door de geest van revolutie de volkeren los te scheuren uit de juiste verhouding van gehoorzaamheid en onderwerping aan hun vorst. In de Franse Revolutie en wat eruit voortvloeit, ziet men dat verwezenlijkt. Met de liberale grondwet van 1848 had Capadose dan ook volstrekt niets op. Hij ging in zijn afkeer van liberale constituties zelfs zover, dat hij weigerde aan de verkiezingen deel te nemen. In een ingezonden stuk in „De Nederlander" van 10 mei 1852 verdedigt Capadose deze „mijding", en erkent, dat hij daarin verder ging dan Groen van Prinsterer: „Ik heb 't nooit met mijnen waardigen en geliefden vriend Groen eens kunnen worden, de Constitutie slechts als een vorm te beschouwen". Capadose noemt zichzelf in dit stuk anti-constitutioneel, omdat hij een consequente anti-revolutionair is.

Niet alleen op staatkundig gebied zag Capadose de'geest der revolutie aan het werk, maar ook in vele andere cultuuruitingen zijner dagen ontwaarde hij de zelfverheffing van de gevallen mens. In de stoomboot zag Capadose, „in vergelijking van de zeilschuit, die zich aan hoger invloed overgeeft", het zinnebeeld der eigen kracht. Toch heeft hij er, evenals van de spoortrein, meer dan eens gebruik van gemaakt.

Vertrouwen op eigen kracht zag hij ook in de oprichting van vele maatschappijen met een bepaald zedelijk of menslievend doel. Bilderdijk en Da Costa hadden er reeds op gewezen, dat het geld hierbij een belangrijke rol speelde, maar de goddelijke Voorzienigheid buiten beschouwing werd gelaten. Toen Dirk van Hogendorp eens naar zijn gevoelen over een brandwaarborgmaatschappij vroeg, gaf Capadose ten antwoord, dat deze „uit den Bozen is en een der batterijen uitmaakt, waarvan de aardse, natuurlijke, dat is duivelsche, hoogmoed der menschen den Hemel dreigt te overwinnen". Met het beschermen van het land tegen overstromingen achtte hij het anders gesteld: het aanleggen van een dijk was een nabootsen van de natuur, het beginsel van alle kunst; de Voorzienigheid zelve had ter onderwijzing een voorbeeld daarvan gegeven in de duinen langs de stranden. Ook de bliksemafleider achtte Capadose van duivelse aard: door de verschrikkelijkste hoogmoed roemt nu de zondige mens met een ijzerdraad de gramschap Gods te ontwapenen. We constateren in al deze dingen een zekere mijdende houding in het gedrag van Capadose. Om hem evenwel recht te doen wedervaren, moeten we ook vermelden, dat Capadose toch op de duur enigszins van zijn afkeer van genootschapsvorming teruggekomen is.

Zeer bekend is ook Capadose's houding tegenover de koepokinenting. Ca­ padose kan wel gelden als een van de ferventste tegenstanders van de vaccinatie in de vorige eeuw. Daar hij medicus was, kon hij in dit opzicht met enige kennis van zaken spreken. In 1796 had Dr. Jenner in Engeland voor het eerst in het openbaar de verbeterde koepokinenting toegepast. Sedert 1799 had deze methode ook in ons land ingang gevonden. In het algemeen werd Tenner's ontdekking met vreugde begroet. Er waren evenwel ook tegenstanders. Capadose maakte zich tot spreekbuis van deze mensen. Zijn bezwaren waren voornamelijk van principiële aard, hetgeen wel blijkt uit de titel van het geschrift, waarmee Capadose in 1823 de aanval inzette: „Bestrijding der vaccine of de vaccine aan de beginselen der godsdienst, der rede en der ware geneeskunde getoetst". Hij achtte de vaccinatie in strijd met het geloof in de Voorzienigheid Gods. De medische bezwaren, die hij ook had, stonden met zijn godsdienstige bezwaren in verband. Capadose beschouwde namelijk de geneeskunde niet als een ten aanzien van de christelijke godsdienst autonome wetenschap, doch als staande onder het gezag van Gods Woord. Diverse geschriften heeft Capadose aan de bestrijding van de vaccinatie gewijd, en zelfs tegen het einde van zijn leven greep hij opnieuw naar de pen, toen zijn vriend Ds. Gunning, van wie hij anders verwacht had, in het openbaar in 1873 in Den Haag een rede ter aanbeveling van de vaccine uitgesproken had.

Niet alle Réveil-vrienden konden Capadose's bezwaren tegen de vaccinatie delen. Dirk van Hogendorp deelde zijn standpunt. Maar De Clercq toonde zich zeer gereserveerd, en liet tenslotte, zij het na veel strijd, zijn kinderen vaccineren. Maar de grootste teleurstelling voor Capadose was wel, dat Da Costa, die aanvankelijk een tegenstander van de vaccinatie was geweest, langzamerhand, en vooral sedert 1838, toen het gezin van Da Costa door de pokken werd bezocht, aanmerkelijk gunstiger over de vaccinatie begon te denken. Da Costa achtte de vaccinatie een zaak  tussen God en de ziel. Doch Capadose was het daar niet mee eens, en achtte de vaccinatie een in zichzelf zondige daad, die men niet in het geloof kon verrichten. Zij is in haar aard rebellie tegen God, Wie men de roede uit de hand poogt te rukken.

Capadose legde steeds de nadruk op een scherpe scheiding tussen godsdienst en wereld. Toen hij voor het eerst kennis maakte met Ds. Secrétan van Den Haag, met wie hij overigens later veel op had, beviel het Capadose niet, uit de mond van Secrétan te vernemen, dat een afscheiding van de wereld niet nodig was, mits men maar innerlijk Christen bleef, omdat Christus toch ook naar bruiloftspartijen ging. Daarop antwoordde Capadose, dat een door Gods genade bekeerde zich niet met wereldse vermaken mag ophouden, omdat deze afleiden van het heil, en daarom zondig zijn, en dat de bruiloft, door Christus bijgewoond, een zaak van hoge betekenis was en Christus bij tollenaar en Farizeeër at om ook hun het evangelie te verkondigen. Opvallend was ook voor Capadose en voor hem niet alleen, „het ontzettend verschil, dat tussen de luchtige en losse toon der conversatie van Secrétan heerst, en de ernstige en plechtige wijze, waarop hij van de kansel spreekt". We zien hieruit, dat het dualisme dus toch niet enkel aan de zijde van Capadose gelegen was!

Hoe scherp Capadose de antithese tussen Kerk en wereld zag, en hoe zeer hij gekant was tegen het binnenhalen van de „cultuur" in de Kerk, blijkt wel uit zijn houding tegenover het z.g.n. Haagse muziekfeest. Op 16 en 17 oktober 1834 was er in de Grote of St.-Jacobskerk te Den Haag een muziekfeest gehouden, waarbij o.a. het Hallelujah uit de Messias van Handel werd uitgevoerd. Capadose protesteerde hier fel tegen in een boekje, dat tot titel droeg: „De ontheiliging van het Huis Gods". Een kerkgebouw mocht niet voor zo'n werelds feest gebruikt worden. „Hoe zou zulk een vermengen der heiligste zaken met ijdelheden, van Christus met Belial, van de dienst Gods en de dienst der wereld Gode niet mishagen".

Dat dit protest van Capadose niet alleen gericht was tegen een vermenging van Kerk en cultuur, maar ook tegen bepaalde facetten van de cultuur zelve, blijkt wel uit het feit, dat de Messiah van Handel geen genade kon vinden in de ogen van Capadose. Hij maakte de critiek van Newton op de Messias van Handel tot de zijne: „een van die menigvuldige beschaafde vermaaklijkheden, welke het karakter dezer losbandige eeuw kenmerken"; „niet beter dan een ontheiliging van Gods naam en waarheden en een hervatte kruisiging van Gods Zoon!" Hij achtte deze woorden volkomen van toepassing op de stukken, die op het feest ten gehore waren gebracht.

Ook in zijn ouderdom was bij Capadose de ergernis over de vermenging tussen Christendom en wereld niet verminderd. Dat op de samenkomsten het verschil tussen de wereld en het Christendom begon weg te vallen, hinderde Capadose. In 1870 schreef Capadose in een brief aan Elout van Soeterwoude, dat de dochters van Elout bij de geringste aanleiding met de waaier in de hand zaten en slepen droegen, waarvoor men moest oppassen om er niet over te vallen. Ook de dochters van Mevrouw Van Hogendorp gingen zeer werelds gekleed. Omdat Capadose zich een oprecht vriend van Elout voelde, kon hij tegenover hem deze dingen niet verzwijgen.

Als we dit zo horen, zouden we haast de indruk krijgen, dat Capadose alleen maar negatief is werkzaam geweest. Ongetwijfeld is zijn leven en werk in veel opzichten een protest geweest tegen de geest der eeuw. Maar in hoeveel opzichten, ook maatschappelijk, is hij positief werkzaam geweest. Men denke aan zijn arbeid voor zijn broederen, die „zijn maagschap waren naar het vlees". Men denke aan het feit, dat hij wel de „grootvader" van de zondagsscholen in Nederland genoemd wordt. Allemaal zaken, die buiten het kader van onze bespreking vielen. Abraham Capadose nam in de Réveilkring een eigen, soms eigenaardige, in elk geval waardige plaats in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ABRAHAM CAPADOSE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 mei 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's