HET GEBED OM DE HEILIGE GEEST (3)
Lukas 11 : 13 en Mattheüs 7 : 11.
Van de discipelen staat in Handelingen 1 : 14, dat zij allen eendrachtelijk volhardende waren in het bidden en smeken. Blijkbaar is dit de voorgeschreven manier om vruchtbaar op de hemelvaart van Christus nabetrachting te houden en zich voor te bereiden op het komende Pinksterfeest. Uw leven en mijn leven zijn erg druk bezet. Maar schiet er toch nog tijd over voor de voorbereiding voor het komende feest? Want u moet bedenken: God wil om Zijn gaven gebeden zijn. Ook de Heilige Geest wil gebeden worden. Pinksteren komt namelijk wel uit de hemel vallen, maar het komt niet uit de lucht vallen. De discipelen waren voorbereid. De Geest der genade en der gebeden had voor zijn eigen komst plaats bereid in hun hart.
Het is opvallend, dat dit gebed van de discipelen eendrachtig gebeurde. Dat wil niet alleen zeggen, dat zij één van zin en verlangen waren. Het wil ook zeggen, dat zij niet ieder op hun eigen houtje bezig waren de vervulling van Gods beloften te verwachten, maar gemeenschappelijk. Zij hebben gemeenschappelijk gebeden en gesmeekt.
Het bidden om de Geest is ook een zeer persoonlijk bidden. Het verblijven in de binnenkamer, verlegen om de Geest, persoonlijk roepend om de Geest, is nodig en een fijne bezigheid.
Maar daarnaast is ook het gemeenschappelijk bidden. Laten wij in deze week niet alleen ons privékamertje opzoeken. Laten wij ook onze vriend, onze vriendin bezoeken en met hem of haar bidden. Laten wij het als man en vrouw doen, in het gezin, op de kring en in de school. Laten wij het vooral doen in de gemeente en als gemeente.
Het samen bidden om de Geest is zo'n wonderlijke ervaring. We mogen ervaren, dat dit gebed door de Geest zelf ons wordt gegeven. En het blijft niet abstract. Wij gaan heel concreet bidden om de werking en de gaven en de vruchten van de Geest. Als we met elkaar om de Geest bidden, dan bidden wij ook voor elkaar om de Geest. Voor de gemeente, waarin wij zijn, voor de predikanten en ouderlingen, voor de jeugdwerkleider, voor de gezinsverzorgster. Wij bidden voor elkaar en met elkaar om de Heilige Geest.
Het is fijn om persoonlijk, heel alleen, om de Geest te roepen. Het is fijn om dit samen te doen.
Het bidden om de Geest is niet een vragen in het wilde weg. Nee, in ons gebed richten wij ons heel duidelijk en heel direct op Gods beloften. Wij leggen voor Gods aangezicht de vinger bij zijn eigen Woord: indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven degenen die Hem bidden. (Luc. 11 : 13).
Die paar woorden: hoeveel te meer zal.. . Dat is de belofte, en in die belofte ligt zo'n geweldige zekerheid. Dat woordje „zal": wij houden het de Heere voor. Dat hebt gij zelf gesproken, Heere. En Gij zijt niet een mens, dat gij liegen zult. Als gij zegt: ik zal... Dan gebeurt het ook. Dat ligt in uw Naam verankerd. Jahwe, Ik zal zijn, die Ik zijn zal.
Zo mogen wij in ons gebed bezig zijn met de beloften Gods, ook met de belofte van de Heilige Geest.
Daaruit blijkt opnieuw, dat het met de beloften geen vanzelfsprekende zaak is. Beloften zijn geen automaten. Maar de beloften Gods maken ons juist bezig en houden ons bezig met God zelf, de Belover. De beloften Gods, daar teert ons geloof op, daar teert ook ons gebed op. Als we Gods beloften niet hadden, dan zou ons geloof een geloof in het wilde weg zijn en ons gebed zou een gebed in het wilde weg zijn.
Maar dat is niet zo, niet alleen omdat God zijn beloften geeft, maar ook omdat God altijd concrete beloften geeft. Aan de discipelen had de Heere Jezus in Handelingen 1 : 5 beloofd: gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na dezen.
Dat was dus een zeer bepaalde, duidelijke belofte. Daarom droeg ook het gebed om de vervulling ervan een duidelijk karakter.
Ons gebed is vaak zo vaag, en daarom voor God èn voor onszelf zo wéinigzeggend. Wij bidden nog wel om de Heilige Geest, wellicht. Maar ook dan blijft het alles zo vaag voor ons.
De Heere wil graag, dat wij hem duidelijke vragen stellen. De tollenaar bad: o God wees mij de zondaar genadig. Dat was duidelijk. Zo duidelijk mag u ook bidden om de Geest. Als u in dodigheid u bevindt, bid dan: Heere, maak mij levend door uw Woord en Geest. Geef mij uw Geest om mij tot een levend Christen te doen worden. Als u gebukt gaat onder uw hoogmoed. Bid dan God om Zijn Geest: Heere, geef mij uw Geest, opdat Hij mij ware ootmoed en oprechtheid lere. Concreet om de Heilige Geest bidden en bezig zijn met Gods duidelijke beloften. Want de Heere belooft niet vaagweg. Zijn beloften zijn zeer duidelijk.
Biddend bezig zijn met de beloften van de Heilige Geest, wil ook zeggen bidden met verwachting. Als wij eerlijk zijn, moeten wij erkennen, dat het bij ons juist daaraan zoveel schort. Verwachten wij werkelijk verhoring van ons gebed? Zijn we wel echt teleurgesteld, als ons gebed niet verhoord wordt?
Het is zo'n geweldig woord, dat Jakobus spreekt: Gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt. Zou daaruit deze conclusie kunnen worden getrokken, dat verreweg de meeste onzer gebeden wel kwalijke gebeden zijn, omdat verreweg de meeste onzer gebeden niet worden verhoord?
Bidden met verwachting, en dan weer duidelijk en concreet. Als wij dat door de Heilige Geest leren, wat komt er dan in ons gebedsleven een geweldige levendigheid en spanning. Dan krijgt ons gebed consequenties. Dan gaat het er op of er onder. Dan verwachten we ieder ogenblik de komst des Heeren.
Zo deze week ermee bezig zijn, met Pinksteren. Dat geeft de goede voorbereiding.
Nog een enkel ding. Het bidden om de Geest is zelf een werk van de Geest. Een van de eerste dingen, die de Geest in ons werkt, is meestal het gemis. Gemis aan de kennis Gods, gemis aan zelfkennis, ook gemis aan de Heilige Geest; gemis wil zeggen, wij krijgen het nodig. En vanuit dat gemis doet de Geest ons roepen om de Geest. Zo wordt het gebed ingeschakeld in het werk Gods. Biddende halen wij de Geest naar ons toe.
Nee, niet als een geestelijk kunststukje. Maar zo gewichtig is het gebed, dat het daarin gaat gelden, dat wij onze eigen zaligheid bewerken met vrezen en beven, omdat God in ons werkt het willen en het werken naar Zijn welbehagen. (Fil. 2 : 12). Als we het zo zien, wat staan wij dan schuldig in onze gebedloosheid. En wat wordt het dan hoog tijd, dat wij elkaar zoeken, zoals de discipelen, en dat wij met elkaar de Heere zoeken, eendrachtig en volhardend en vurig, hem smekend om een waarachtige vernieuwing door de Heilige Geest, om een vernieuwd Pinksteren.
Gezegend Pinksterfeest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juni 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's