HET GEBED OM DE HEILIGE GEEST (4)
Lucas 11:13 en Mattheüs 7 : 11.
Er is veel reden voor de Kerk om op Pinksteren nabetrachting te houden. Wat heeft het feest ons gezegd en gebracht?
ft Voor zeer velen heeft de oude vraag uit Handelingen 2 : 12 nog niets aan actualiteit verloren: wat wil toch dit zijn? Deze vraag is een tijdlang niet actueel geweest. De Kerk meende, dat zij het wist. Wist, wat Pinksteren betekende.
Nu gaan wij weer vragen: wat is er op Pinksteren eigenlijk gebeurd?
De schriftwoorden, hierboven vermeld, wijzen ons in de richting van het antwoord.
De Pinkstergeest is Gods gave, dè gave Gods. Calvijn zegt daarom: wij moeten vooral om de Heilige Geest bidden, als dè Gave.
Wat betekent het, dat de Heilige Geest een gave is? Het antwoord daarop kan eenvoudig zijn. Deze Geest wordt ons gegeven. Ik zeg met opzet niet: Deze Geest moet ons gegeven worden. Dat klinkt zo wettisch.
En dit gegeven-worden van de Geest is juist niet een wettische, maar een evangelische zaak. Het betekent, dat God ons niet in onze schuldige machteloosheid Iaat liggen. Wij verdienden dit wel, boze mensen die wij zijn. Maar God \m.l dit niet. God doet dit niet.
Daarom geeft Hij zijn Geest.
Die Geest komt niet uit ons op, wij geven Hem niet zelf aan onszelf, wij organiseren Hem niet, maar wij ontvangen Hem.
Daarom komt de wind op Pinksteren uit de hemel en dalen de vurige tongen neer. De Richting is van boven naar beneden.
Zo was het met het scheurende voorhangsel — de verzoening komt van boven af naar ons toe. En zo is het ook, als wij tot God komen, met Hem in gemeenschap treden door Christus' Geest. Het begint van boven af. De Geest is dè Gave.
Daar hangt al ons heil aan. Daarom is ons antwoord hierop: halleluja, dank en ere zij aan de drieënige God.
Maar de Geest is als dè Gave iets heel bijzonders. Hèt bijzondere van deze gave is, dat de Gever in zijn gave ligt opgesloten. De Gave is meteen de Gever zelf. Want de Geest is niet een „het". Die oude ketterij is door de kerk wel officieel afgewezen, maar leeft bij velen toch nog voort. De Geest als een „het", een ding, een persoonlijk iets, een substantie.
Ook wij staan voor deze ketterij bloot, waardoor ons geloofsleven verarmt en verstart, „verdinglicht" wordt. Maar deze gave van de Geest is God zelf. Hij is een „Hij". En deze God zelf geeft zichzelf aan zondaren, en dat zo ver en zo diep, dat Hij in ons woning maakt. De Heilige Geest is God-in-ons.
Dat is een diep mysterie.
De Geest brengt God in ons hart. Vandaar, dat deze Geest zulk een diepe en tere gemeenschap geeft met God in Christus. Calvijn heeft dit genoemd de verborgen eenheid met Christus, de unio mystica.
Hij wilde ermee zeggen: het onttrekt zich aan onze vleselijke waarneming, het gaat verder en dieper dan ons oog en ons verstand reiken. Hij wilde er ook mee zeggen: het is niet onder woorden te brengen. Wij stamelen er maar een beetje van. .
Maar hoewel het niet te definiëren valt en niet waar te nemen valt, het is toch een werkelijkheid. Ik zou het willen noemen: een zalige werkelijkheid; dit bedoeld in de letterlijke zin" van het woord. Het is een werkelijkheid, die ons volmaakt. Ons hart, onze gedachten, onze gevoelens, en, dan naar buiten tredend in haar kracht en uitwerking, onze gedragingen, ons werk, onze relaties, dit alles loopt vol van de goddelijke aanwezigheid. Overal komt God in, en waar Hij inkomt, daar vult hij het geheel. De Pinksterstorm vervulde het gehele huis, de harten incluis, waar zij zaten.
Wat een wonder. De Geest brengt ons zondaren zelf in de intiemste verbinding met God zelf. Door Christus en door het Woord en door de Geest. Het is een geloofsverbinding. Maar juist daarom een wezenlijke reële, mystieke eenheid.
Er valt eigenlijk niet zoveel over te praten, maar er valt oneindig veel van te genieten en te ervaren. Alleen dat „oneindige" zal straks pas voluit gelden. Als de drieënige God werkelijk voluit alles zal zijn in allen. Hier is het beginsel van deze eeuwige vreugde.
De Gave omvat de Gever. Maar aan de andere kant omvat deze Gave ook vele gaven. In die zin geeft Mattheüs 7 een goede exegese van Lucas 11. De Geest brengt de goede gaven met zich mee.
Wat zijn die gaven dan? U noemt ze al op een rijtje: geloof, wedergeboorte, bekering, rechtvaardigmakng, heiligmaking, heerlijkmaking ... Netjes gedaan.
Mag ik nu eens een ander rijtje noemen? Wijsheid, kennis, gave der gezondmaking, werking van krachten, profetie, het onderscheiden van geesten, allerlei tongen, vertolking van tongen (1 Cor. 12).
Dat is een heel andere rij. Hoe komt het, dat het eerste rijtje zo doof en door bekend is onder ons, en het andere rijtje zo onbekend? Lezen wij de Schrift niet? Dat doen wij wel. Lezen wij de Schrift dan met een verduisterende bril? Of onderwerpen wij ons niet aan het getuigenis der Schrift, maar proberen wij het anders om?
In ieder geval doen wij er goed aan hierop te letten. De eerste reeks van gaven zijn het werk van de Geest in ons, die noodzakelijk zijn tot ons behoud. Het wezen van ons geloof heeft er direct mee te maken.
De tweede reeks van gaven wil ons in ons geloof vruchtbaar maken, in de gemeente de kerk en de wereld, en ook wil zij ons eigen geloof doen bloeien in de vreugdevolle gemeenschap met God.
Missen wij die eerste reeks van werkingen van de Geest, wij missen alles. Missen wij die tweede reeks van gaven des Geestes, terwijl wij die eerste werkingen kennen, dan missen wij zeer veel, en de ander mist dan ook veel door ons gemis.
Daarom mag de aansporing wel klinken: streeft dan naar de hoogste gaven (] Cor. 12:31).
En dan is er ook nog de vruchten van de Geest. Zij ligt ook in de goede gaven, die Mattheüs 7 noemt, opgesloten. Liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5 : 22). Het is gewoonweg verbijsterend, hoezeer wij de ene gave van de andere gave hebben gescheiden. Deze scheiding betekent een verminking. En daarom is ons geloof zo verminkt.
Pinksteren wordt ons zo tot een ontdekkend feest. Het ontdekt onze armoede en eenzijdigheid. Het ontdekt ook de rijkdom van Christus' verdienste. Dat is werkelijk een volheid van goede gaven.
Die te ontvangen en daaruit te leven, dat is de wezenlijke inhoud van het gebed om de Heilige Geest...
Het is inmiddels Pinksteren geweest. Hebt ge gebeden om deze Heilige Geest als Gods Goede Gave? En hebt gij Hem ontvangen? Want Gods belofte blijft toch waar: indien gij, die boos zijt, weet mv kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader zijn Heilige Geest geven degenen, die Hem erom bidden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's