De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslag van de Jaarvergadering

Bekijk het origineel

Verslag van de Jaarvergadering

4 minuten leestijd

van de Gereformeerde Bond op 2 juni 1965 in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht.

Aanvang half elf.

De voorzitter, prof. dr. J. Severijn, opende de vergadering en heette de leden welkom.

Samen werd Ps. 118 : 8 gezongen. Gelezen 2 Petrus 1 : 12—21.

De voorzitter sprak een inleidend woord naar aanleiding van het voorgelezen gedeelte, inzonderheid het 19de vers.

En wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en gij doet wèl, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte en de morgenster opga in uw harten.

Wil mij vergunnen u met een enkel woord hieruit toe te spreken.

Ik mag n.l. niet ontkennen, dat ik word gedreven om u, mannen van Gereformeerde geloofsbelijdenis, op het gewichtig belang te wijzen: Wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is.

Dat is een groot voorrecht, dat ons door geslachten heen reeds is geschonken.

De Kerk wordt gedragen door het fundament van apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste hoeksteen. (Efeze 2 : 20). Dit fundament is er vóór de Kerk en de Kerk is er op gebouwd.

De autoriteit der Schrift is de Persoon Gods, die door haar spreekt. Dezelfde Geest, die door de profeten gesproken heeft, moet in onze harten doordringen om ons te bevestigen, dat zij getrouw hebben uitgesproken, wat hun van Godswege was opgedragen.

Dat is dus geen kwestie van traditie, maar van waarachtig geloof, hetwelk de Heilige Geest in onze harten wekt. Dit bijzondere voorrecht keurt God alleen de uitverkorenen waardig. Indien deze zekerheid niet aanwezig is, zal het gezag der Schrift tevergeefs door bewijzen worden verdedigd. „De Schrift bezit door geen ander recht een volledig gezag bij de gelovigen, dan wanneer ze geloven, dat ze uit de hemel is voortgekomen even alsof levende stemmen Gods zelf vandaar gehoord werden". (Inst. I. VII. I).

Aan ongelovigen kan men niet bewijzen, dat de Schrift Gods Woord is. Maar God heeft dezelfde Geest, door Wiens kracht Hij het Woord heeft gebracht, gezonden om Zijn werk te voltooien door de krachtdadige bevestiging van het Woord.

Calvijn onderscheidt een eerste en eenvoudige kennis van God, n.l. de kennis van God onze Schepper van de kennis van God onze Verlosser en Zaligmaker.

De kennis van God de Schepper moge vanwege de goddeloosheid der mensen niet algemeen zijn, maar wij geloven toch met Calvijn, dat er een eerste en eenvoudige kennis van God onder de mensen is, die niet komt tot de kennis van de Heere, onze Verlosser en Zaligmaker. Wij denken aan Gods verbond met Noach. Dat is een algemeen ver­ bond tussen God en de levende ziel van alle vlees, dat op de aarde is. De regenboog in de wolken getuigt ervan.

Alle levende ziel leeft op aarde uit dat verbond. (Vgl. Genesis 9 : 1—17).

Wij onderschrijven dus Calvijn's oordeel, die zegt: „Dit is mijn opvatting, niet alleen, omdat Hij deze wereld, evenals Hij haar eenmaal schiep, zo ook door Zijn onmetelijke macht onderhoudt, door Zijn wijsheid bestuurt, door Zijn goedheid in stand houdt en voornamelijk het menselijk geslacht met Zijn gerechtigheid en oordeel regeert, in Zijn barmhartigheid verdraagt, en met Zijn hulp behoedt, maar ook, omdat nergens een droppel gevonden zal worden, hetzij van wijsheid en licht, hetzij van gerechtigheid, van macht, van oprechtheid of van zuivere waarheid, die niet van Hem neerdaalt en waarvan Hij niet de oorsprong is, ongetwijfeld, opdat wij dat alles van Hem zouden leren verwachten en begeren en met dankzegging als Zijn gaven zouden erkennen". (Inst. I. II. I).

Deze kennis verschilt dus van de zaligmakende kennis, maar mag toch om de ere Gods niet vergeten worden.

De secretaris hield zijn jaarverslag onder dankzegging van de voorzitter.

Enkele vragen werden door hem beantwoord.

Ds. Vermaas, de penningmeester, gaf verslag van de financiën. De inkomsten stegen, maar ook de uitgaven.

Er was een nadelig saldo van ƒ 3129.

Ds. P. Bouw en de heer H. Vos hebben de rekening van de penningmeester nagezien en in orde bevonden.

De penningmeester beantwoordde belangstellende vragen.

De voorzitter dankte de penningmeester voor al het werk, wat hij heeft gedaan en dechargeerde hem.

Bij de stemming bleek, dat herkozen zijn dr. Bout met 308, ds. Vermaas met 318, Ir. V. d. Waal met 322 stenmien. Er werden 338 stemmen uitgebracht.

Dr. Bout en ds. Vermaas namen de herbenoeming aan.

Ir. V. d. Waal zal van zijn herbenoeming worden verwittigd.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Verslag van de Jaarvergadering

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 juni 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's