GENESIS III
I.
We zouden nog gaarne bij de hof van Eden willen stilstaan, maar ondanks de gegevens, welke Gen. 2 ons biedt, zijn we met de juiste ligging van de hof niet op de hoogte. Algemeen denkt men aan het Oosten, in de buurt van de Eufraat, maar wij weten het niet.
Wij gaan dus over naar het derde hoofdstuk van het boek Genesis.
Dat brengt ons nog in de hof. We treffen de vrouw in gesprek met een vreemde figuur, met de slang. De vrouw in gesprek met de slang. Wij hebben hier van doen met een sprekende slang. Dat is op zichzelf voor velen al een moeilijk punt: een sprekende slang. En er zijn zelfs uitleggers, die nu maar eerst proberen zich van die sprekende slang af te maken.
De aanblik van de slang zou gepaard zijn gegaan met de verzoeking en die werd zó sterk, dat de vrouw zich verbeeldde, dat de slang sprak.
Maar waarom ?
Is God, de Schepper der aarde, niet machtig een dier, een slang of een ezel, denk aan Bileam, te doen spreken? (Zie Numeri 22).
Als Gods Woord zegt, dat die slang toen, in het Paradijs tegen Eva gesproken heeft, dan heeft die slang gesproken. Maar daarmede is nog niet duidelijk, hoe die slang kwam tot een gesprek met de vrouw en wel een gesprek naar aanleiding van de verboden boom. „Heeft God inderdaad gezegd: gij zult niet eten van al het geboomte in de hof?" Men kan het zo lezen, dat men niet van iedere boom" mag eten, maar ook, dat men „van geen enkele boom" mag eten.
Deze dubbelzinnigheid wordt door sommige verklaarders voor een opzettelijke onduidelijkheid gehouden. Van alle boom niet eten, m.a.w. van geen enkele boom eten. Niet van alle boom eten kan ook betekenen van sommige bomen wel en van andere niet.
Het is inderdaad verwarrend.
Er is trouwens al twijfel geboren bij de vrouw. Waarom noemt ze Gods gebod niet letterlijk: Van alle boom van deze hof zult gij vrijelijk eten, maar van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. (Genesis 2 : 16 en 17).
Doch zó zegt ze het niet. Men vergelijke VS. 3: Maar van de vrucht des booms, die in het midden van de hof is, heeft God gezegd: „Gij zult van die niet eten, noch die aanroeren, opdat gij niet sterft".
Men vergelijke die twee: enerzijds maakt zij des Heeren Woord sterker: „noch die aanroeren". Dat is wellicht nog een weerkaatsing van haar vrees, toen Adam haar bij de boom bracht om haar te onderrichten. Het is, of ze antwoordde op Adam's onderricht, niet er van eten, neen, niet aanroeren!
Maar wat een verslapping tegenover het woord van God: ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. Daartegenover stelt zij het veel slappere: opdat gij niet sterft.
De naam van die boom, de boom der kennis des goeds en des kwaads, zal zij ook wel van Adam gehoord hebben, maar zij noemt hem niet. Ze zegt, de boom, die in het midden van de hof is.
Volgens VS. 5 is het echter wel duidelijk, dat de slang doelt op de boom der kennis des goeds en des kwaads. En dat heeft de vrouw ook wel begrepen.
De slang ontwaart de twijfel van de vrouw en heel brutaal zegt zij: Gijlieden zult de dood niet sterven. Maar God weet, dat, ten dage, als gij daarvan eet, zo zullen uw ogen geopend worden en gij zult als God zijn, kennende het goed en het kwaad (vs. 5).
De slang wil het dus voorgeven, alsof God de mens de kennis van goed en kwaad wenste te onthouden. Hij zou met de dood dreigen om de mens vrees aan te jagen, om te voorkomen, dat de mens Gods gelijke zou worden.
Dit optreden van de slang wijst op een kennis van zaken en een opzet van misbruik en verdraaiing, die ver boven het dierlijk vermogen van de slang uitwijzen, evenals het spreken van de slang buitengewoon is.
Is hier niet een of ander boos wezen, dat bedrieglijk van de slang gebruik maakt, maar dat machtiger is, van Gods doen en laten afweet en daarvan goddelooslijk misbruik maakt?
Wij worden hier opmerkzaam gemaakt op het woord van de Heere Jezus Christus in het evangelie van Johannes : „Gij zijt uit de vader, de duivel, en wilt de begeerte uws vaders doen; die was een mensenmoordenaar van de beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader der leugen". (Joh. 8 : 44).
De Heere Jezus Christus kent hem, die Satan, kent hem als een gevaarlijke tegenstander. Hij is gekomen om de werken des duivels te niet te doen. In de verzoeking trachtte de duivel de Christus zelf te verleiden.
In het paradijs was de overwinning aan zijn kant. Adam en Eva, ze zijn gevallen. Het menselijke geslacht is hem toegevallen. Hoevelen waren van de duivel bezeten in de dagen, dat de Heere Jezus op aarde kwam. En hoevelen heeft de Christus gezegd: „Gij zijt uit uw vader, de duivel en wilt de begeerten uws vaders doen". (Joh. 8 : 44). Van de duivel bezeten zijn is heel erg, maar de toestand, welke de Heere Jezus Christus hier schetst: Gij zijt uit uw vader de duivel, is ook heel erg. Deze stand van zaken is het gevolg van de zonde, de zonde van Adam en Eva. Die zonde heeft ons allen in die toestand gebracht. De duivel toegevallen. Dat moeten we goed begrijpen en niemand kan ons daaruit helpen dan de Heere God zelf, die in en door de Zoon de werken des duivels verbroken heeft.
Hij is de Heere onze Verlosser, die het alles heeft volbracht en de belofte vervuld, welke de Heere God tot Adamij en Eva en in hen tot het menselijk geslacht gesproken heeft:
„En Ik zal vijandschap zetten tussen „u en tussen deze vrouw, en tussen uw „zaad en haar zaad; datzelve zal u de „kop vermorzelen en gij zult het de „verzenen vermorzelen". (Gen. 3 : 15).
Uw zaad, dat is het duivelse geslacht, dat is de gevallen mensheid, die de duivel is toegevallen, haar zaad, het zaad der vrouw, dat is de Christus, die de werken des duivels zal te niet maken — niet zonder lijden en smart. En Hij is gekomen en heeft ze te niet gemaakt.
Zijn Naam zij geloofd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juni 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's