De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KANTTEKENINGEN BIJ EEN CONCILIE (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KANTTEKENINGEN BIJ EEN CONCILIE (3)

7 minuten leestijd

In een „Büd- und Textbericht" betreffende de eerste zitting van het concilie zagen we ook enkele foto's van kardinaal Ottaviani. Eén daarvan vertoont de kardinaal in vol ornaat gezeten op een antieke bank in eigen kamer, ijverig lezend in een groot, dik boek, en boven hem aan de wand een bijna levensgroot schilderij, waarvan we alleen maar een benedenstuk zien, wat ons echter doet vermoeden dat het wel een paus zal voorstellen. Het gezicht van de gefotografeerde is vriendelijk, om zijn lippen speelt een glimlach die humor verraadt. De foto is van enkele jaren geleden, zou momenteel moeilijk nog zó gemaakt kunnen worden want de meer dan 74-jarige prelaat is inmiddels bijna blind geworden.

Toch is het een andere foto, die ons nog meer trof. Hier zien we weer dezelfde Ottaviani, maar nu eenvoudig gekleed; en niet in een van de kamers van het pauselijk paleis, maar in Trastevere, zijn geboorteplaats, waar hij uit eigen middelen een weeshuis en nog enkele andere soortgelijke instellingen in het leven heeft geroepen. Gul lachend staat hij temidden van een drietal ondeugende jongens, die hem blijkbaar goed kennen. Het zijn „zijn" jongens, waar hij voor „zorgt" en die hij vrijwel elke dag bezoekt.

Wanneer in de Nederlandse pers de naam Ottaviani voorkomt denken de meeste lezers wellicht aan een heel onsympathiek mens. Is hij niet de secretaris van het Heilig Officie, een soort inquisitie te Rome? Is hij niet de man die de vernieuwing van de rooms-katholieke kerk tegenhoudt met alle krachten en middelen waarover hij beschikt? Inderdaad, dat is hij. We nemen hem ook niet in bescherming, evenmin als de andere leden van de curie, zijn geestverwanten. Maar wie zou denken dat Ottaviani's houding op het concilie voortkomt uit een onaardig, onsympathiek karakter vergist zich. Meer dan eens is hij tijdens een concilietoespraak van een tegenstander boos geworden; hij is ook weleens een keer weggelopen. Maar dergelijke dingen komen wederzijds voor.

Er is iets anders met deze kardinaal aan de hand. Hij heeft een „beginsel" waaruit hij leeft, hij heeft een voorstelling van de kerk waar hij voor vecht. Zijn strijd speelt zich af op twee fronten: het ene is dat van het dogma, het andere is dat van de moraal. Tijdens de laatste zitting vorig jaar hield hij een toespraak, waarin hij onder andere zei: „Ik kom uit een groot gezin. Ik ben het elfde kind van twaalf. Wij waren straatarm, want mijn vader was een arbeider, ik zeg duidelijk: een arbeider. Maar nooit hebben wij thuis getwijfeld aan de Voorzienigheid en we kunnen zeggen, dat de Voorzienigheid altijd goed voor ons heeft gezorgd. Ook de hedendaagse mens moet, evenals mijn ouders deden, geloven aan het prachtige woord van het Evangelie: Ziet de vogelen des hemels ... En zingt de psalmist niet de lof van het grote gezin, waar hij zegt: De kinderen vermenigvuldigen zich rond de tafel als de takken van de olijfboom". De kardinaal sprak deze woorden toen in de concilie-aula schema 13 in behandeling was en men was toegekomen aan paragraaf 21, het onderwerp: huwelijk en gezin. Hij verdedigde op dit concrete punt het oude roomse standpunt: een groot gezin, waarin de mens op generlei wijze beperkend ingrijpt, behalve zonodig door periodieke onthouding.

Er zijn ten aanzien van hetzelfde onderwerp in de aula ook heel andere geluiden gehoord. En afgezien daarvan Ottaviani wist toch al wel welke “vooruitstrevende" denkbeelden op dit terrein in de kerk bestonden. Maar hij achtte het nodig zich door een persoonlijk getuigenis daar nog eens tegen te verzetten. Waar hij bang voor is, is dit dat de kerk van de „oude paden" zal afwijken; allerlei nieuwigheden zal invoeren, haar oor teveel zal te luisteren leggen bij wat de moderne mens zegt, te ver zal gaan in haar aanpassing bij de veranderde tijdsomstandigheden, populair gezegd: water bij de wijn zal doen.

Wel bijzonder sprekend is dit het geval bij het bovenstaande voorbeeld. Maar op andere punten is Ottaviani's houding niet minder conservatief en traditioneel. We denken nu in het bijzonder aan de kwestie van het primaatschap van de paus. Men zou kunnen zeggen, dat ze dé kwestie is van het huidige concilie. Niet dat ook maar iemand de lust vertoont het dogma van 1870 ongedaan te maken. Primaatschap en onfeilbaarheid worden beide loyaal geaccepteerd, ook door de „open vleugel", de „progressieven" of hoe men ze noemen wil. Maar men wenst van deze kant desalniettemin op praktisch gebied ingrijpende hervormingen, die — bedoeld of onbedoeld — niet zonder invloed zullen blijven op het dogma, in dit geval het dogma van het pauselijk primaatschap. Door kardinaal Alfrink als eerste is de wens uitgesproken dat er een senaat of bisschoppenraad gevormd zal worden, die voortaan samen met de paus aan de kerk leiding zal geven. De paus behoudt daarbij zijn „rechten", maar regeert dan toch voortaan „samen met". De bedoeling is, dat de curie wat haar macht betreft daardoor wat teruggedrongen zal worden. Thans meent dit lichaam zo ongeveer te delen in de pauselijke onfeilbaarheid. Vaak regeert de curie evenveel of nog meer dan de paus. Daar willen de bisschoppen, althans voor het merendeel, graag van af. Ze hebben juist op het concilie de gelegenheid daar samen voor te strijden. Met opzet gebruiken we hier het woord „strijden", want het is een (soms felle) strijd. Het is de bisschoppen hierin niet te doen om de macht, eerder om van alle machtsmisbruik en zelfs tyrannic van de kant van de curie verlost te worden. Maar ook speelt bij velen de begeerte mee daardoor wat meer armslag te krijgen voor wat genoemd wordt een „open katholicisme". Hiertegen nu verzetten zich mannen als Ottaviani. Ongetwijfeld om principiële redenen, ze zien hun kerk in gevaar. Ze zijn bang voor wat ze „modernisme" noemen. Maar een zeker machtsstreven komt daar bij. Ze hébben rnomenteel de macht en willen die niet verliezen. Ze voelen zich in hun eeuwenoude rechten bedreigd. Mede daarom leggen ze zoveel nadruk op het dogma van het pauselijk primaatschap. Orthodoxie en machtsstreven liggen hier onontwarbaar dooreen. Tot heden toe hebben ze de paus aan hun kant kunnen behouden, of dat blijvend is, is moeilijk te zeggen. De mogelijkheid is niet uitgesloten, dat Paulus VI zijn pauselijke rechten bij de conservatieven het meest veilig voelt en daarom aan hun kant blijft. Hoewel, hij heeft reeds hervormingen van de curie aangekondigd.

De structuren van de rooms-katholieke kerk zijn bijzonder taai. Toch wordt er hevig tegen aangedrukt. Op de lange duur zullen ze weleens wat moeten toegeven. Voorlopig hebben mannen als Ottaviani nog veel te vertellen, maar ze behoren tot een verdwijnende generatie. Ottaviani en meerdere conservatieven of ze tot de curie behoren of niet, zijn mensen die tot op zekere hoogte respect afdwingen. Ze hebben hun mening, ja overtuiging en die geven ze niet zomaar prijs. Op bepaalde punten kan deze ook nog overeenstemmen met wat in orthodoxe kringen buiten de rooms-katholieke kerk gedacht en geleerd wordt. Dat zij het beste voor hun kerk zoeken, daar kunnen we zeker van zijn.

Maar daar staat veel tegenover. In de eerste plaats, ze staan ver van het leven af, zeker van het leven zoals het momenteel, in onze moderne wereld geleefd wordt. In de tweede plaats, ze zijn verstard-rooms. In de derde plaats, ze misbruiken hun macht; ze willen de kerk dwingen te gaan in de richting die zij zien als de juiste. Machtsposities in de kerk zijn altijd gevaarlijk, dat geldt voor alle kerken. Wat er in de rooms-katholieke kerk momenteel plaatsvindt en aan de gang is, verdient op zijn minst onze aandacht, en moet ook ons dwingen tot bezinning op de opdracht van de kerk in onze tijd.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KANTTEKENINGEN BIJ EEN CONCILIE (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's