J. A. Wormser Sr. (1807-1862)
HET RÉVEIL 33
Inleiding.
De naam van J. A. Wormser is onder ons niet zo bekend. Wormser zelf heeft dat ook zo gewild. Onder de Réveilmannen, de aristocraten, bleef hij, de man uit het volk, bescheiden op de achtergrond. Dit betekent niet dat zijn arbeid daarom van minder belang moet heten. Maar Wormser was een man die graag „achter de schermen" werkte. Niet om daar in het verborgen een machtspositie op te bouwen, maar om zó het volk te dienen. Men heeft hem genoemd: de verbinding tussen het aristocratische element in het Réveil en het volk. Naar mijn mening terecht. Want Wormser besteedde de weinige vrije tijd die zijn drukke werkzaamheden hem lieten als schrijver van artikelen in dagbladen en tijdschriften. Het was zijn bedoeling om op die manier de gedachten van Groen, Da Costa en andere Réveil-mannen uit te werken en te populariseren. Toch was hij geen man van de studeerkamer alléén. Hij diende de Kerk als ouderling, catecheet en leider van bijbelkringen. We kunnen wel zeggen, dat hij in rusteloze werkzaamheid zijn krachten heeft verteerd. Op de duur zag hij zelf ook in, dat hij te veel dingen aanvatte. Hij besloot zich voortaan te beperken tot de arbeid voor de school met de Bijbel. Men heeft hem om dit laatste de vader van de christelijke school genoemd. Misschien is dit te veel gezegd. Toch was Wormser een van de sterkste motoren in de onvermoeibare activiteit voor het Christelijk onderwijs.
Uit deze opmerkingen mag worden afgeleid dat we bij Wormser te doen hebben met een ongewoon boeiende en veelzijdige figuur. Wie — als schrijver dezes — op een gegeven moment de Brieven van de hem tot dan toe zo goed als onbekende Wormser in handen krijgt, wordt al heel spoedig verrast door wat hij daar leest. In een buitengewoon veelzijdige en diepgaande gedachtenwisseling bespreekt Wormser met Groen van Prinsterer de problemen van de dag. Wormser's toon is bescheiden maar hartstochtelijk bewogen, die van Groen hartelijk en broederlijk bij alle kortheid en zakelijkheid. Groen laat niet na, telkens te getuigen van zijn grote waardering voor Wormser's onmisbare hulp. Zelf schrijft hij niet populair en hij is ook niet zo op de hoogte van de gedachten die bij het zeer eenvoudige volk leven. Hier is Wormser de man die hem inlicht, voorlicht en zijn gedachten in brede kring bekend maakt. Met deze briefwisseling staan we dus midden in de strijd, die de christenen in die dagen hadden te voeren. We delen in de hoop en in de teleurstelling. We zien deze mannen staan in de kracht van het geloof, dat deze strijd hun om des Heeren wil is opgelegd en dat ze daarom geen smaad van vijanden of tegenwerking van vrienden hebben te vrezen.
Wormser's schriftelijke nalatenschap heeft niet die aandacht gekregen die ze toch zeker verdient. Dat komt ook wel hierdoor dat we de meeste van zijn artikelen moeten opdelven uit oude jaargangen van dagbladen en tijdschriften, die praktisch alleen nog maar in bibliotheken te vinden zijn. In de eerste plaats moeten we daarvan noemen het tijdschrift „De Reformatie". Opgericht door ds. H. P. Scholte voor de kring van de Afscheiding. Dan het tijdschrift der Réveil-vrienden, opgericht door ds. O. G. Heldring: „De Vereeniging. Christelijke Stemmen". Verder het evangelisatieblad van ds. J. de Liefde: „De Handwijzer", en het orgaan van de school van Van der Brugghen: „Het Nijmeegs Schoolblad". Tenslotte het dagblad dat Groen een tijdlang heeft geredigeerd: „De Nederlander". Ook zijn er van Wormser's hand enkele brochures verschenen als bijdragen in de discussie over verbond en doop binnen de Afscheiding. Verder was Wormser de opsteller van enkele adressen aan de regering en de Synode der Ned. Herv- Kerk, waarin vrijheid op schoolgebied en kerkherstel werden bepleit.
Enkele geschriften slechts hebben wat meer bekendheid gekregen. In de eerste plaats: „De Onkerkelijke Rigting, die zich bij vele geloovigen openbaart", eerst als artikel in De Vereeniging van 1850, later na Wormser's dood door Groen opnieuw uitgegeven met een voorrede in 1864. Het meest bekend is misschien wel „De Kinderdoop, beschouwd met betrekking tot het bijzondere, kerkelijke en maatschappelijke leven, eveneens als artikel in De Vereeniging in 1852, later afzonderlijk door Wormser uitgegeven in 1853, en nog eens weer door Groen in 1864. 't Meest aangehaalde woord van Wormser staat in De Kinderdoop: „Leer der natie haren doop verstaan en waarderen, — en Kerk en Staat zijn gered!" Dit was Wormser's program zou men kunnen' zeggen. Dit was de loop die „de tegenwoordige opgewektheid", zoals hij het Réveil noemde, diende te nemen. Tenslotte komen we dan aan de briefwisseling van Wormser met Groen van Prinsterer, die we al noemden en die door de laatstgenoemde is uitgegeven. Daarin heeft Groen ook opgenomen vele fragmenten van Wormser's artikelen in De Nederlander.
Voor wie de moeite wil nemen, valt er dus van Wormser's hand nog wel het een en ander te genieten. De Brieven zijn niet zeldzaam en ook niet duur. De Kinderdoop evenmin, het geschrift is in de jaren '30 zelfs nog eens weer uitgegeven. De Onkerkelijke Rigting is iets zeldzamer, maar toch ook nog wel te bekomen. Maar het wordt tijd dat we horen wie Wormser was.
Jeugdjaren.
Johan Adam Wormser werd geboren te Amsterdam op de 4e juni 1807. De naam schijnt op afkomst van de familie uit Duitsland te wijzen. Misschien wijst ook in die richting het feit dat de Wormsers van huis uit Luthers waren. Johan Adam werd tenminste in de Evangelisch-Lutherse Kerk gedoopt en deed er later ook belijdenis.
Aanvankelijk schijnt de bedoeling te zijn geweest, dat Wormser onderwijzer zou worden. Als kwekeling aan de Stadarmenschool behaalde hij de acte van algemene toelating tot schoolonderwijzer, eerst van de vierde en later ook van de derde rang. Toch is Wormser nooit onderwijzer geworden, al bleef hij zijn leven lang het onderwijs een warm hart toedragen. In zoverre zijn deze jaren toch wel beslissend geweest voor zijn latere ontwikkeling. Zijn medekwekelingen aan de Stad-armenschool vergat hij niet, hij hield contacten met hen levend en hielp hen later zoveel hij kon aan goede christelijke studieboeken.
In 1826 trad Wormser in dienst als klerk bij het advocaten-kantoor van Mr. F. A. van Hall, de latere minister en financiële expert, die in 1845 een staatsbankroet wist te voorkomen. In 1830 wordt de jongere broer van Van Hall, mr. A. M. C. van Hall deelgenoot in de advocatuur. De aristocraat Maurits van Hall en de man-uit-het-volk Wormser zouden van dit tijdstip af in velerlei opzicht dezelfde levensgang hebben. Was 1830 voor Van Hall het jaar waarin hij begon te breken met zijn oud-liberale achtergrond, ook voor Wormser is dit jaar belangrijk.
Welke contacten Wormser in deze tijd nog meer heeft gehad, wordt ons niet helemaal duidelijk. In ieder geval komen de kerk en het persoonlijk geloof op een nieuwe manier binnen zijn gezichtskring. Wij hebben een mededeling van de hand van dr. J. C. Rullmann, dat Wormser van een schoonmaakster Wilh. a Brakels 'Redelijke Godtsdienst' leende. De lezing van dit boek zou dan het middel tot zijn bekering geweest zijn. Dit bericht is niet te controleren. Maar het kan best waar zijn. Gezien Wormser's latere ontwikkeling en sympathieën, zal Brakel beslist tot zijn lectuur hebben behoord.
In een brief aan Groen zegt Wormser zelf over het jaar 1830: „ ... dat ik op 23-jarige leeftijd, door den Heer gebragt was tot de gemeenschap zijns Zoons, en alzoo in waarheid van den dood tot het leven was overgegaan". Dit is echt Wormser: uiterst sober over de eigen bekering. Maar niet over de gunst van God! De aangehaalde zin staat tussen haakjes in een betoog over de kennelijke leiding des Heeren, die hij in zijn leven heeft ondervonden en daarover zal hij telkens weer spreken. Een en ander heeft gevolgen: op 18 september 1833 gaat Wormser bij ds. J. Kortenhoef Smith over naar de Hervormde Gemeente van Amsterdam.
Het volgende jaar treedt Wormser in het huwelijk met mej. Janke van der Ven. Vijf jaar later vestigt hij zich zelfstandig als deurwaarder bij de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam. In de eerste tijd was de financiële positie van Wormser's gezin nog wel eens moeilijk, maar later zegt hij meer werk te hebben dan hij aan kan.
Wordt vervolgd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juli 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's