De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voorgeschiedenis van het Doopsformulier VI

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voorgeschiedenis van het Doopsformulier VI

6 minuten leestijd

We vervolgen ook nu het formulier van Datheen, met enkele kanttekeningen daarbij.

We vervolgen ook nu het formulier van Datheen, met enkele kanttekeningen daarbij.

„Maar naardien in alle verbonden beide partijen zich met elkander verbinden, zo beloven wij ook God den Vader, Zoon en Heilige Geest, dat wij door Zijn genade Hem alleen voor onzen enigen, waarachtigen en levenden God houden en bekennen willen. Hem alleen in onzen nood aan te roepen en als gehoorzame kinderen te leven, gelijk deze nieuwe geboorte van ons eist, welke in twee stukken bestaat: eerstelijk, dat wij waarachtig berouw en leedwezen over onze zonden hebbende, ons eigen vernuft en allerhande lusten verloochenen en aan den wil Gods onderwerpen en alle zonde van harte haten en vlieden. Daarna ook, dat wij lust en liefde beginnen te hebben om naar Gods Woord in alle heiligheid en gerechtigheid te leven".

Dit gedeelte loopt parallel met het derde deel van de hoofdsom van de leer des heiligen Doops uit ons formulier. U herinnert zich de woorden: „ten derde, overmits in alle verbonden twee delen begrepen zijn..."

Die twee „delen" zijn dus de beide partijen, die elkaar in het Verbond ontmoeten. Dat is met elk verbond zo. Het ligt in het woord zelf opgesloten.

Het Verbond gaat wel eenzijdig van God uit; Hij richt het souverein en genadig op met ons en ónze kinderen. Maar het is dan ook Zijn souvereine en genadige bedoeling, dat het "een Verbond zal zijn.

Van oorsprong moge dat Verbond éénzijdig zijn, het is in zijn uitwerking tweezijdig. Vandaar de moeilijkheden, die er rijzen bij de toelating tot de Doop als het gaat om mensen, die kennelijk weigeren als bondgenoten Gods te leven.

Het formulier, zoals wij het gebruiken, legt de nadruk op de vermaning en verplichting tot een nieuwe gehoorzaamheid. Dat klinkt wat wettisch, maar als we doorlezen, dan blijkt, dat met die nieuwe gehoorzaamheid wordt bedoeld dat wij deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest aanhangen, betrouwen en liefhebben. Deze keerzijde van het Verbond is dus niet uitwendig wettisch, maar inwendig-geestelijk van aard.

Datheen's formulier zegt het zó, dat wij, met in het Verbond te treden, beloven God de Vader, Zoon en Heilige Geest alleen voor onze enige, waarachtige en levende God te houden.

Wie laat dopen en wie gedoopt wordt, wordt niet alleen vermaand en verplicht tot geloof en bekering, maar wordt geroepen die eis tot geloof en bekering ook te aanvaarden.

Dat geloof heeft betrekking op de God des Verbonds, Die Zich met het gezegelde handschrift Zijner beloften tot ons wendt. Het openbaart zich daarin, dat wij geen andere goden voor Zijn aangezicht hebben. Het openbaart zich ook in zijn oprechtheid in de weg der bekering.

In óns formulier wordt die bekering beschreven met de woorden: „de wereld verlaten, onze oude natuur doden en in een nieuw Godzalig leven wandelen".

We voelen hier de verwantschap met hetgeen in Zondag 33 in het hoofdstuk der dankbaarheid gezegd wordt van de waarachtige bekering des mensen: de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens. Aan diezelfde Zondag 33 doet het formulier van Datheen (met z'n sterke verwantschap aan het formulier van de Paltz) nog meer denken.

We horen Ursinus en Olevianus in de omschrijving, die u boven gelezen hebt omtrent het leedwezen over onze zonde, het van harte haten en vlieden van alle zonden en de lust en liefde om naar Gods Woord in alle heiligheid en gerechtigheid te leven. Maar evenals in de Catechismus is dit alles bedoeld als beschrijving van het leven der dankbaarheid van ieder, die eigen ellende en onreinheid, maar ook de verlossing die in Christus Jezus is, leerde verstaan.

Daarbij slaan beide formulieren de bondgenoot Gods, ook waar het hem een zaak des harten geworden is, niet te hoog aan, in een of andere graad van perfectionisme. Diezelfde mens kan dit alles in oprechtheid belijden en beleven en nochtans vallen.

Daarom vervolgt het formulier van Datheen : „En als wij somwijlen uit zwakheid in zonde vallen, zo moeten wij nochtans daarin niet blijven liggen, noch vertwijfelen of door enig ander middel dan door Christus vergeving der zonden zoeken, maar altijd door onze Doop vermaand worden van de zonden af te staan en vast te vertrouwen, dat zij om der wille van het bloedvergieten van Christus voor God nimmermeer zullen gedacht worden, overmits ons de Heilige Doop een ongetwijfeld getuigenis is, dat wij met God een eeuwig verbond hebben en in de levende fontein van de eeuwige barmhartigheid des Vaders en van het allerheiligste lijden en sterven van Jezus Christus door de kracht des Heiligen Geestes gedoopt zijn".

Met deze droeve mogelijkheid van een vallen in de zonde houdt zowel het formulier van Datheen als het rekening. Beide willen daartegenover de taaie kracht van het genadeverbond onderstrepen. Met „in de zonde vallen" wordt hier niet bedoeld de dagelijkse overtreding met gedachten, woorden en werken, waaraan ook de allerheiligste in dit leven schuldig staat. Maar het radicaal uit de koers geslagen worden in tijden van aanvechting en verzoeking, waarin ons vlees maar al te duidelijk zijn zwakheid heeft getoond door toe te geven aan vleselijke gedachten en vleselijke begeerten en verzuimd is te waken en te bidden. De voorbeelden van David en Petrus zijn de bekende bewijzen, dat zulk een vallen in de zonde allerminst denkbeeldig is.

Ook de Dordtse Leerregels spreken daarvan in hoofdstuk V paragraaf 5: „met zodanige grove zonden vertoornen zij God zeer, vervallen in schuld des doods, bedroeven den Heiligen Geest, verbreken voor een tijd de oefening des geloofs, verwonden zwaarlijk hun consciëntie en verliezen somwijlen voor een tijd het gevoel der genade; totdat hun, wanneer zij door ernstige boetvaardigheid op de weg wederkeren, het vaderlijk aanschijn Gods opnieuw verschijnt".

De volgende paragraaf voert de volharding door heel dit stuk droeve levensgeschiedenis heen, terug tot het onveranderlijk voornemen der verkiezing. Maar niet alleen is die verkiezende liefde onveranderlijk, ook de belofte van het genadeverbond blijft gehand­haafd, al zouden wij geneigd zijn vast te stellen, dat zulk een ontrouwe bondgenoot voorgoed alle recht verbeurd heeft, om ooit op dat verbond te pleiten. Dat zou ook zo zijn, wanneer dit verbond niet een genade-verbond was.

Met veel tact en mensenkennis merkt Datheen op, dat wij dan niet door enig ander middel dan door Christus vergeving der zonden moeten zoeken. Wij denken nl., dat wij het gedane (misdane) op één of andere manier goed zullen moeten maken, om alsdan weer toegang tot Christus te verkrijgen. Neen — de weg terug zal niet zonder oprecht berouw gegaan kunnen worden, maar niet zo, dat, in deze vernieuwde bekering de zondaar rust in zijn berouw, maar zo, dat hij in zijn berouw op Christus alleen ziet. Die Christus blijft de onveranderlijke inhoud van de belofte van het genadeverbond.

Het is van belang dit op te merken: Want de gedachte, dat de volharding des heiligen voortvloeit uit de verkiezing, is ons vertrouwd. Maar dat daarin de Doop als bezegeling van „het eeuwig verbond der genade", dat wij met God hebben, zulk een belangrijke plaats zou innemen tot herleving van het vertrouwen des harten, is een gedachte, die maar al te ver van het bewustzijn der gemeente af is komen te staan.

Daarom is het goed het formulier van Datheen te lezen als een commentaar op ons eigen Doopsformulier.

(Slot volgt)

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Voorgeschiedenis van het Doopsformulier VI

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juli 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's