De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

2 minuten leestijd

W. Künneth, Von Gott reden? , 78 S., DM 4.80, R. Brockhaus Verlag, Wuppertai '65

Dit boek gaat in op bisschop Robinsons Honest to God. Het doet dat voortreffelijk. Kon Robinson tijdens de eerste opschudding over zijn publicatie zich met enige reden beklagen — zoals hij ook bij elke gelegenheid doet — dat men hem laat zeggen wat hij niet bedoelt, en verzwijgt of verdraait wat hij wel bedoelt, hier wordt een verhandeling geboden die zonder emotionaliteit, de stof beheersend, theologisch verantwoord, kort, klaar en zakelijk de ideeën van Robinson analyseert en schriftuurlijk argumenterend afwijst. Het betoog is bovendien overzichtelijk gerangschikt.

Schr. toont aan, dat de „vertaling" van het Evangelie door Robinson neerkomt op een Entmythologisierung naar het patroon van Bultmann, waarbij de christelijke boodschap wordt geperverteerd; dit wordt op een aantal punten duidelijk gemaakt. Zeer goed zijn ook de opmerkingen over de bijbel en het veranderende wereldbeeld (S. 21), van veel breder belang dan alleen ten aanzien van Robinson. De openbaring krijgt de juiste plaats, en van daaruit worden Robinsons stellingen opgerold. Daarbij wordt aan R's bedoelingen stellig recht gedaan, als wordt ingegaan op het hermeneutisch probleem: hoe de zaken zo onder woorden te brengen, dat zij adequaat worden aangeduid. Daarbij mogen evenwel aan de bijbel geen mythologische trekken worden toegeschreven (S.59—61). De uitstekende paragraaf over de Naam Gods rekent af met R's idee van „das liebende Ursein".

Bobinson is, aldus schr., een teken van het in de crisis geraakt zijn van de theologie, in zoverre die zich volledig met het existentialisme heeft verbonden. Deze crisis kan slechts worden overwonnen door „höchstmöglicher Klarheit in Lehre und Verkündigung trotz ihren gesunkenen Kurswertes", waarbij hij dan uiteraard de schriftuurlijke leer en verkondiging op het oog heeft.

Een kleine Schönheitsfehler lijkt mij, dat schr. tegenover de bezorgdheid over de afval die toch ook — hoe falicant verkeerd ook uitgewerkt — R. drijft, het „kleine kuddeke" van Luc. 12:32 stelt (75), alsof dat „kuddeke" hetzelfde zou zijn als de kerk. Hij wekt daardoor de indruk alsof men met behulp daarvan met de afval kan „klaarkomen". Dit speelt echter geen rol in het geheel van dit uitmuntende boek, van hoog gehalte, dat niet warm genoeg kan worden aanbevolen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 augustus 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's