BOEKBESPREKING
John. A. T. Robinson, Verschuiving in de Moraal? Carillonreeks no. 37, 160 biz., ƒ 1, 95, W. ten Have N.V., Amsterdam 1965.
Deze Carillon-pocket geeft tweemaal drie lezingen van de befaamde bisschop Robinson. Het eerste drietal, gehouden te Liverpool, behandelde onder de verzamelnaam Christelijke ethiek in onze tijd de onderwerpen: Vrijheid en onveranderlijkheid, Liefde en wet. Gezag en ervaring; het 2de drietal, gehouden te Alexandria (Virg.), U.S.A.: Materie, Macht, en Liturgie. De titel van de pocket slaat dus alleen op de eerste drie lezingen.
Bisschop Robinson heeft zich door zijn ‘Eerlijk voor God’ een bedenkelijke naam verworven. Dat is geen wonder. De verticale lijn God-mens krijgt bij hem te weinig aandacht ten opzichte van het horizontale vlak van de mens in de hem omringende wereld. Nu houdt de ethiek zich bij voorkeur met dit horizontale vlak bezig. De schrijver is in de eerste drie opstellen dus om zo te zeggen „in zijn element". Daarom doet zijn vreemde gedachtenwereld zich in deze beschouwingen, evenals zijn vorige werk uitzonderlijk helder en eenvoudig geschreven, wat minder hinderlijk gevoelen. Het minst in: Vrijheid en onveranderlijkheid; meer in: Liefde en wet — in de Galatenbrief staat toch niet te lezen dat de Wet door de liefde teniet gedaan wordt (blz. 33), maar dat de Wet niet rechtvaardigen kan voor God (3 : 11); het meest in: Gezag en ervaring, welk gedeelte uitgesproken zwak is in zijn verdediging van het „nieuwe ethos" omdat het de ethiek als inductieve wetenschap beschouwt, beginnend „bij verhoudingen zoals men die beleeft en niet bij geopenbaarde geboden" (56). De nare consequenties daarvan worden aan enkele voorbeelden wel griezelig duidelijk. Deze voorbeelden zijn vnl. ontleend aan sexuele verhoudingen. Is dat toeval? Of is dat onverhoopt de causa movens van het hele „nieuwe ethos", dat dan als rechtvaardiging-achteraf daaronder moet worden geschoven? Dat is qua methode al heel zwak en neemt met voor dit nieuwe ethos m.
Het opstel over materie is goed leesbaar; het doet recht zowel aan de tegenstelling vlees en geest als aan de betrokkenheid ook van de materie in de bemoeienis Gods. De beschouwing over macht wordt sterk politiek-militair toegespitst, waarbij het opvalt dat R. geen pacifist en zelfs geen kernwapen-pacifist wil zijn — men zou dat niet zo gauw van hem gedacht hebben. De laatste lezing over liturgie kan ons, „issus de Calvijn", niet bevredigen. Het spirituele aspect van het Avondmaal blijft helemaal buiten beschouwing en het Avondmaal wordt tot uitbeelding van een „social gospel".
De vertaling van mej. Beversluis is uitstekend. Moet men zulke geschriften, uit een ander klimaat afkomstig nu aanbevelen of niet? Ja en neen. Ja, in zoverre hier een helder betoog wordt gegeven dat populariserend duidelijk maakt waartoe een existentialistisch gefundeerde „theologie" ethisch leiden kan. Komt men, daarover vanuit de Schrift nadenkend, tot bijbelser alternatieven, dan wordt daardoor de eigen geloofsinhoud verrijkt en actueler gemaakt. Neen, in zoverre men tot deze laatste denkarbeid niet zo in staat is en — soms ook nog behept met een gereformeerd minderwaardigheidscomplex — door een zich critiekloos uitleveren aan nieuwlichterijen een verwarring introduceert die heilloos is. De keuze tussen dit ja en neen wordt dus bepaald door onze zelfkennis inzake dat zelfstandig denkvermogen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 augustus 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's