De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De moeder aller Ievenden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De moeder aller Ievenden

6 minuten leestijd

Vooris noemde Adam de naam zijner vrouw Eva, omdat zij een moeder allerlevenden was.Genesis 3 : 20.

Deze zinsnede staat er een beetje moeilijk. Zo midden in de veroordeling van de mens. (vs. 16-19 en 22-24). En sommigen zijn reeds klaar om hier aan vreemde inmenging te denken. Wij zijn daar niet voor, want kijk nu eens rustig toe. Is het nu waarlijk zo vreemd? Wij hebben de veroordeling van de mens gelezen en daarin treft het ons, dat Adam en Eva niet onmiddellijk sterven, maar blijven leven. (De vorige keer hebben wij daarop gewezen). „Ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij de dood sterven". (Genesis 2 : 17). Maar de Heere God besluit het ganse geslacht te doen geboren worden en naar Zijn verkiezing te handelen in de Heere Jezus Christus.

Uit dit besluit treft Adam en Eva de eerste genade, dat God het oordeel des doods niet dadelijk over hen voltrekt. Lees nu het oordeel Gods in het 16e vers nog eens. Eva zal kinderen baren; weliswaar met smart vanwege de zonde, maar zij zal moeder wezen van het menselijk geslacht. Eva een moeder aller levenden. Dat is voor Adam ook een grote zaak geweest. De man, die de dood wachtte, werd de vader der mensheid. Voorzichtig. Hij werd een vader van een zondige menigte, en in die menigte vond hij zijn eigen zonde. Het vaderschap van Adam was het vaderschap der mensheid en dit wierp een donkere schaduw over zijn leven, maar wij kunnen zijn vreugde enigermate verstaan, toen hij riep: Eva, een moeder aller levenden. Daarin was een stem van genade, doch de smart is Adam en Eva niet onthouden. „Tot stof zult gij wederkeren", dat was het oordeel, maar het was niet direct ingegaan. Adam leefde negen honderd en dertig jaar. (Genesis 5:5).

Gedurende zijn leeftijd op aarde heeft hij ongetwijfeld een grote invloed gehad op de generaties, die hem gekend hebben. Hij was een zondaar en ondervond ook als vader van de mensheid de ontwrichtende werking der zonde, toen zijn zoon Kaïn zijn broeder doodsloeg. In de ruim negenhonderd jaren, die hij op aarde mocht leven, heeft hij vele geslachten gezien. Daar zijn mensen geweest, die de Heere vreesden, en in de dagen van Seth begon men de naam des Heeren aan te roepen. Dit bedoelt dus, dat men openbare godsdienstoefeningen begon te houden. Maar het algemeen gedrag van die eerste geslachten was goddeloos (Genesis 6 : 5 en 6) en eindigde in de zondvloed.

Hoe begon het reeds in het gezin van Adam? Het vierde hoofdstuk van Genesis meldt ons de zo even genoemde broedermoord van Kaïn, de zoon van Adam. De Schrift geeft ons niet allerlei bijzonderheden, die wij wellicht gaarne zouden weten, want het is Gods Woord niet te doen om onze nieuwsgierigheid over allerlei aardse zaken te bevredigen. Wij zouden wel willen weten, hoeveel zonen en dochteren Adam en Eva hebben gehad en hoe zij met elkander getrouwd zijn en welke huisgezinnen zich uit het eerste gezin, het gezin van Adam, hebben geformeerd. Maar dat weten wij niet.

Toch weten we wel uit de Schrift, dat het zo is geschied. Van Adam staat geschreven: hij gewon zonen en dochteren. Van Kaïn, veroordeeld en dolend ten Oosten van Eden, in het land Nod, dat hij een huisvrouw had. Wij weten toch dat God uit énen bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt heeft. (Hand. 17 : 26). Dat houdt dus in, dat de mensheid uit het gezin van Adam en Eva is voortgekomen.

We kennen de geschiedenis van Kaïn en Abel. De een. Kaïn, was een landbouwer en zijn broer Abel was een schaapherder. Daaruit blijkt, dat de huishouding in het gezin van Adam in die twee richtingen uiteenging. Zo lezen we van Kaïn's familie, dat Tubal-Kaïn een leermeester was van alle werken van koper en ijzer. Jubal was de vader van allen, die in harpen en orgels handelden. (Gen. 4 : 21 en 22). Dit wijst op een belangrijke cultuur. De bewerking van koper en ijzer gaat dus volgens de Schrift op het huis van Kaïn terug. Dit gegeven van Gods Woord past niet precies in de beschouwingen der archeologen. Die onderzoekers onderscheiden gaarne verschillende tijdperken en spreken van een stenen tijdperk, een tijdperk van brons of koper, en dan een tijdperk van ijzer. Wij willen de betrekkelijke waarde van dergelijke beschouwingen volstrekt niet ontkennen. In verband met ontdekkingen en vindingen komt men tot dergelijke onderstellingen. Maar dat betekent nog niet, dat onder alle volkeren precies zo, in dezelfde volgorde en op dezelfde wijze het gebruik van steen en de vinding der metalen zich heeft voltrokken.

Wij denken er niet aan de mededeling uit Genesis 4 : 21-22 als in strijd met de zo even genoemde stellingen op te geven. Vooreerst gaat het hier over een geslacht van vóór de zondvloed. Als het gaat over een punt van beschaving, zoals in dit verband, dan zal het goed zijn te bedenken, dat wij met de eerste geslachten der mensheid van doen hebben, die naar wij geloven geen half-apen of zoiets zijn geweest, maar Adam's kinderen naar zijn evenbeeld. En Adam was geschapen naar Gods beeld. De zonde heeft de schoonheid daarvan verbroken en bezoedeld. Maar de eerste geslachten worden ons getekend als mensen van buitengewone sterkte, die hun leeftijden bij honderdtallen van jaren telden.

En dan nog wat. Noach, ook een lid van dat geslacht, bouwde een ark, naar de gegeven afmetingen groot genoeg om de verzameling van dieren en hun leeftocht te huisvesten. Wij hopen deze dingen ook nog nader te bespreken en nu slechts één opmerking. Driehonderd ellen de lengte der ark, vijftig ellen haar breedte en dertig ellen haar hoogte. (Genesis 6 : 15). Dat is een schip van 150 meter lang, 25 meter breed en 15 meter hoog. Om een beeld te krijgen van de grootte moeten we dus een vergelijking maken met de tegenwoordige grote zeeschepen. De mogelijkheid, dat Noach zo'n schip kon bouwen, onderstelt nogal iets van de scheepbouwkunst en de ontwikkeling van de nijverheid in de maatschappij van het voor-zondvloedse geslacht. Wij moeten daarover niet gering denken. Dat eerste geslacht is een geslacht van geweldigen geweest. (Gen. 6:4). In dit verband gaan wij niet verder over Noach, omdat er nog enige dingen aan de orde zijn, die eerst behandeling vragen, b.v. de kwestie van de namen, die in de onderhavige hoofdstukken gebruikt zijn en het geslachtsregister in Genesis 5.

Daarover de volgende keer.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De moeder aller Ievenden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's