In gevangenissen 1
Zij dan gingen heen van het aangezicht des Raads, verblijd zijnde dat zij waren waardig geacht geweest om Zijns Naams wil smaadheid te lijden. Handelingen 5 : 41.
BLIJDSCHAP IN LIJDEN.
De merktekenen van een apostel te weten de penningen, waarmee hij zich legitimeert, hebben munt en kruis. Het zijn concreet tekenen, wonderen en krachten maar betoond in lijdzaamheid te weten volharding, waardoor weerstanden worden overwonnen. Hebreeën 11 noemt in de verzen 33 en 34 winstpunten, zelfs een top in het eerste deel van vers 35, doch daarna dalen v/e af in het dal van de schaduwen van de dood. In velerhande kruis is lijdzaamheid van node.
Paulus somt in 2 Corinthe 11 de verzen 23 tot 28 de weerstanden op. Geen rozen zonder dorens omzomen het pad van de apostel; wel verschijnen daar lichtgevende gestalten van onverwinb're hemelwachten, echter engelen Satans, die met hun vuisten tekeergaan, ontbreken evenmin.
De gevangenis is geenszins de geringste van de barre weerstanden, die de getuigen van de Opstanding te wachten stonden. Vinden duivel en wereld het niet de moeite waard om leden en leiders van de kerk, althans in onze westerse wereld, in hechtenis te nemen? Zijn we zo volstrekt ongevaarlijk? Deze vraag nope ons tot ernstig en diepgaand onderzoek voor Gods aangezicht. We zijn ontwend aan het prille lief en leed van de gemeente des Heeren. Om te beginnen is het van groot gewicht om ons eens te verdiepen in alles wat de kerk in dit opzicht wedervaren is tijdens haar genesis.
De tekst ter overdenking spreekt van blijdschap in lijden en van een ongewoon ontslag uit rechtsvervolging. We letten op boze en daarna op blijde gezichten. Het gelaat immers is de spiegel der ziel. De Heere maakt vreugdevolle. Satan vergramde aangezichten. Het ging met de jonge Pinkstergemeente excelsior. De merktekenen der apostelen kondigden, gelijk die van de lente, een heerlijk getij aan. Vele wonderen legden beslag op het volk; Salomo's voorhof, waar kortgeleden de kreupelgeborene huppelde en jubelde, bood een tafereel van zeldzame eendracht. Uit hypocritische overwegingen dorst zich niemand bij de gemeente voegen, maar de Zone Gods vergaderde menigte van mannen en vrouwen. Jeruzalems straten kregen het aanzien van ziekenhuisgalerijen en Petrus' schaduw hoefde slechts zegenend voort te glijden; zelfs uit de omliggende steden voerde men patiënten en geesteszieken aan. Sion met zijn hof van Salomo een stad der bijeenkomsten beantwoordde aan het beeld door de profeet ontworpen. Een geruste woonplaats, een tent die niet terneder zal geworpen worden, welker pinnen in der eeuwigheid niet zullen uitgetrokken worden. Geen inwoner zal zeggen: Ik ben ziek —; want het volk dat daarin woont, zal vergeving van ongerechtigheid hebben. Maar de paradijsverderver is nog niet bedwongen. De duivel gaat om en de hogepriester en allen die met hem waren verrezen. Hoe ontzettend, wanneer de hoogste dienaar van Gods Koninkrijk als handlanger van de hel optreedt. Opgezet van nijd arresteerden zij de apostelen en stelden hen in verzekerde bewaring. Zo kwam er snel een einde aan de zegenrijke opgang van de gemeente. De vijanden konden weer eens rustig slapen.
Het Woord Gods vervolgt: Maar de Engel des Heeren. Ons maar is de inleiding van onoverkomelijke bezwaren en schandelijke uitvluchten. Gods maar introduceert een verrassende omwenteling. Zoek des Heeren maren als bloemen en laat als een rijk boeket ze geuren voor u zelf en voor velen. De soldij der zonde is de dood, maar de genadegift Gods het eeuwige leven. De letter dood, maar de Geest maakt levend. Er zijn meer engelen om gevangenissen te openen dan er duivelen en trawanten zijn om ze te vergrendelen. Toen de geestelijke leiders zich haast ten om de spoedzitting van 't Sanhedrin bij te wonen, waren de arrestanten al onderweg naar de tempel om hun reine leer te verbreiden. De gedweeë gerechtsdienaars van het vroom college vonden de vogels gevlogen. IJlings en verontrust boodschapten ze in het midden van de vergadering hoe ze het hadden aangetroffen. De deur secuur gesloten en de wachters trouw op wacht, maar niemand in de kerker. De nijdigheid maakt plaats voor angstige twijfel. Kregen ze dan toch het rechtvaardig bloed over zich, dat zij zo driest hadden ingeroepen? Waar zou dit op uitlopen? Gelukkig worden ze ingelicht over verblijfplaats en bedrijf van de ontsnapten. De chef zelf vergezelt de dienaren om met veel tact de apostelen te bewegen alsnog te verschijnen voor hun rechters, die aanstonds de predikers beschuldigen van ontrouw aan 't streng consigne. Rustig en helder geeft Petrus mee namens de anderen bescheid. De zaak is eenvoudig. Men moet, men: wij en ook gij, Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen, ook al vormen ze 't eerwaarde Sanhedrin. Uw handelingen zijn in strijd met Gods maatregelen, want God heeft opgewekt, dien gij gekruisigd hebt. God heeft Hem verhoogd tot Zaligmaker, die niet slechts vergeving maar ook bekering geeft. Hij vraagt niet maar schenkt bekering, omdat Hij geeft wat Hij eist. Laten we ons hoeden voor de eenzijdigheid om alleen maar de eis van bekering ruchtbaar te maken, laten we uit milde overvloed aanprijzen de genadegift van bekering. Heere bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn. Als we de volle raad verkondigen, geen aspect verdonkeremanen, zijn we getuigen, getuigen met de grote Getuige, de Geest, Die het aan Christus ontleent. Gehoorzamen geeft God die Geest, niet omdat ze gehoorzaamden kregen ze de Geest, maar omdat ze de Geest ontvingen zijn en blijven ze gezeglijk. Toen en ook thans nog doet zulk een woord het hart, zo vol van nijd, bersten. Het evangelie met de eis van bekering kan bij de vrome, sanhedristische wereld nog genade vinden, maar stellig niet de verkondiging van een Zaligmaker die bekering geeft. De vlammen van haat laaien hoog opwaarts. De grimmigheid des konings is als de boden des doods; maar een wijs man zal die verzoenen. In het licht van des konings aangezicht is leven en zijn welgevallen is als een wolk van de spade regen. De apostelen lezen hun doodvonnis op het gezicht van hun vijandige rechters.
Weer stuiten we op het maar Gods. Maar Gamaliel. Deze vijand wordt gebruikt om Gods raad te volbrengen. De dood zou voor de apostelen niet de grootste ramp geweest zijn, maar ze konden nog nuttig zijn op aarde. Zonder Gods wil kunnen de vijanden de kerk niet krenken. Petrus stelde een dilemma: God of mensen. God wekte op, gij zijt tegen Gods bedoeling ingegaan. Gamaliel peinst daarover. Hij is een wijs man en goed thuis in de geschiedenis. Geenszins is hij doorgestoten tot het geloofsstandpunt. Hij is een relativist, zoals zovele ongelukkigen in onze dagen. Wat hooghartig geeft hij bevel, dat de apostelen moeten buitenstaan. Petrus sprak van God of mensen. De actie van de apostelen kan zijn uit God of uit mensen. Petrus suggereerde dat zij verkeerden in een conflictsituatie met God, die Jezus had opgewekt. Het zou kunnen zijn. Gamaliel gebruikt het woord misschien. De leraar in zijn wijsheid giste, straks zal zijn leerling Saul van Tarsen, in zijn waan beslissen. Wat filosofisch, wat doodlijdelijk constateert Gamaliel, dat vanzelf tenietgaat wat uit mensen is, terwijl wat uit God is onvernietigbaar blijkt. Gamaliel kreeg gehoor, alhoewel de raad toch niet kon nalaten de apostelen te geselen en onder druk van dreigementen te zetten.
Zij dan gingen heen van het aangezicht van de Raad. Natuurlijk ben ik bereid te onderschrijven de opvatting van deskundigen, dat de woorden hand, mond, gelaat in de Bijbel gevolgd door een tweede naamval en voorafgegaan door een voorzetsel, dikwijls te vervangen zijn door één voorzetsel. We doen er goed aan de woorden hand, mond, gelaat niet te vertalen. Maar toch kan ik niet nalaten toch me in te denken hoe de eerwaarde leden van het Sanhedrin gekeken zullen hebben. Dan zie ik enkel boze gezichten. Duistere uitdrukkingen van grimmigheid, haat en vijandschap. Gezichten als van Kaïn. Onheilspellend. Bij allen het gelaat van de mensenmoordenaar van den beginne.
Zij dan gingen heen. Blijde gezichten komen op ons toe. Een onvergetelijk schilderij. Hoe verheugd stralen de gezichten tegen dat duister front op de achtergrond. Ze droegen de weerkaatsing van de trekken en de glans van het aangezicht, dat in gunst was toegewend. Te lijden als een misdadiger is een kwalijke zaak. Petrus zal daar naderhand zelf over schrijven. Maar ten onrechte te lijden om de Naam des Heeren is een eervolle onderscheiding. Het eerbetoon van het Koninkrijk der hemelen is wat anders als de lintjesregen van een aards koninkrijk. God had ze de smeltkroes waardig gekeurd. Wonderbaar blijk van verkiezing. Ze mochten lijden.
Onwaardig waren ze zo'n bijzondere onderscheiding. Niet zij zelf, niet - iets in of aan hen, wat van henzelf stamde, had die gunst verworven. Maar omdat zij Christus Jezus als de Levende in hunne harten omdroegen, keurde de God van genade hen deze hoge gunst waardig. Naar het vlees hebben ze het niet gemakkelijk gehad in hun cel. Moet dat nu zo, hebben ze wellicht gedacht. Want het zijn moeilijke lessen om in alle omstandigheden te vervoegen de waarheid, dat we door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk. Hoewel de ziel het weet, glijden de voeten zeer licht uit. Wanneer ze in de vunze kerker — want we moeten ons geen illusies maken over de huizen van bewaring toentertijd — met het vlees en mitsdien met de duivel een rekening en begroting opmaken, is het tekort aanzienlijk. Doch wanneer ze niet met vlees en bloed terstond te rade gaan en het geloof toestaan de kaspositie op te stellen, zullen ze zich verbazen over het ruime saldo. Dat beetje hechtenis kan er wel af. In zieke dagen hadden ze de Arts onmiddellijk nabij. Hij wil waken aan de legerstee. Het ondoorzichtige zwarte kruis kristalliseert tot een venster, dat uitzicht biedt op het schone gelaat van Christus' liefde en ontferming. Op hoe hoog niveau nodigt de Heere een klomp zondig vlees. Er zijn verhalen genoeg bekend uit de geschiedenis van de kerk, dat de grote Gastheer in de gevangenis soms zelfs in stoffelijke zin en gedurig geestelijk de tafel toerichtte voor zijn beminden tegenover de gramstorige wederpartij der s. De Heere zal nooit zijn gevangenen begeven. Wat een bediening, zo roepen we wel eens verrast uit. Wat een bediening voor Gods getrouwe dienaren in de gevangenis. Meermalen hebben ze het binnen de muren beter dan daarbuiten. Ze worden bediend uit de volle reservoirs van Zijn gezegend lijden en sterven. In alle hunne benauwdheid was Hij benauwd en dat ervaren ze bevindelijk en krachtig. Eigen leegheid kan nimmer Christus' overvloed bevatten.
Duidelijk lopen er twee lijnen door deze geschiedenis. We zien stuurse en we zien verheugde aangezichten. De blijdschap wordt niet verklaard, wanneer we een krachtige nadruk laten vallen op het woordje geweest uit onze tekst. Het gaat om het eervolle deelgenootschap in de smadingen, dergenen die Hem smaden. Zalig zijt gij als u de mensen smaden, verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen. Reeds op aarde is het revenu al zo groot. In Handelingen 7 bereiken beide lijnen een top. Wreed en bloeddorstig zijn de trekken van de eerwaarde leden van de Raad, maar Stefanus' gelaat blonk als dat van een Engel. Geen wonder: hij zal de heerlijkheid Gods en Jezus staande ter rechterhand Gods. Deze schone schilderij is tegelijk een onthullende en misschien wel onthutsende spiegel. Waar past uw gezicht het beste tussen? Tussen die blijde of tussen die boze vijandige? Betracht grote zorgvuldigheid, want eigenliefde maakt dat velen zich treurig vergissen in hun zelfbeoordeling. Het gelaat is een spiegel der ziel. Wat deed de Heere aan uw ziel? Werd mijn ziel door U gered, de gevangenis, ja de poorten der helle zouden me niet overweldigen. Als gevangenen doch altoos vrij en blij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 augustus 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's