De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In gevangenissen 2

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In gevangenissen 2

11 minuten leestijd

Maar Petrus bleef kloppende; en als zij opengedaan hadden, zagen zij hem en ontzetten zich.En als hij hun met de hand gewenkt had dat zjj zwijgen zouden, verhaalde hij hun hoe hem de Heere uit de gevangenis uitgeleid had en zeide: Boodschapt dit aan Jakobus en de broederen. En hij uitgegaan zijnde reisde naar een andere plaats. Hand. 12 : 17.

ONGELOFELIJKE BEVRIJDING.

Ter gelegenheid van het laatste oordeel zal Christus, onze Rechter, ons de vraag stellen of we in de gevangenis geweest zijn. Ik was, zo zal Hij zeggen, in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht of — wat erger is — gij hebt Mij niet bezocht.

Het minste is wel dat we gemeenschap der heiligen oefenen met Zijn gevangenen uit de beginjaren van de ene heilige algemene Christelijke kerk.

Als we in de concordantie gegevens zoeken voor een uiterst globale statistiek van het woord gevangenis, constateren we op het eerste gezicht dat de profeet Jeremia in het Oude en de schrijver van de Handelingen in het Nieuwe Testament het veelvuldigst gebruik hebben gemaakt van dit woord. Het is het lot van apostelen en profeten om de lijdzaamheid en het geloof der heiligen aan de dag te leggen, namelijk dat het ontwijfelbaar waar is dat zelf in de gevangenis gaat, die Gods kinderen daarin brengt en dat met 't zwaard gedood wordt, al wie de oogappelen Gods met het zwaard terecht stelt.

In de gevangenissen overvloediger, roemt Paulus. Petrus echter verkeerde evenzeer meer dan eens in het huis van bewaring. Handelingen 12 verhaalt hoe hij door gebeden op een ongelofelijke wijze werd bevrijd. We beleven mee het moment dat Petrus daar stond, beluisteren zijn relaas van het allerjongste verleden en geven ons rekenschap van de manier, waarop hij de toekomst tegemoet gaat. Petrus in heden, verleden en toekomst.

De naam Herodes heeft in Gods kerk een droeve klank. Herodes, zo heette de bloeddorstige koning, die zonder pardon alle kleine kindertjes in Bethlehem liet uitroeien. Herodes, zo heette de vorst, die, hoe graag hij Johannes de Doper ook hoorde preken, hem toch liet doden om vervolgens zijn hoofd op een schotel zijn dochtertje als een luguber geschenk te offreren. Herodes, zo heette de machthebber, die de apostel Jacobus, de broeder van de geliefde discipel, met het zwaard doodde en Petrus in boeien sloeg. Aan deze vorst wordt bevestigd, dat gedood wordt, die met het zwaard ombrengt. Immers een Engel des Heeren slaat weldra Herodes, omdat hij God de eer niet gaf. Hij wordt van de wormen gegeten en hij geeft de geest.

De naam H^erodes heeft een slechte klank. Koning Herodes uit ons hoofdstuk is een kleinzoon van de kindermoordenaar en de wreedaard, die Johannes vermoordde, is zijn oom. De verre voorvader Edom dorstte naar dat rode, dat rode van Jakobs kooksel, maar de nazaten begeren dat rode, dat rode van het bloed der martelaren.

Volks- en vorstengunst, het één is zo bedrieglijk en waardeloos als het andere. Wat deed Herodes niet om het volk te behagen en om uit hun mond te beluisteren de bewonderende bijval: Een stem Gods en niet eens mensen? Die populair willen worden vallen in vele verzoekingen. Ze trotseren het mishagen Gods en de eeuwige verdoemenis.

Jakobus met het zwaard gedood. Dat smaakte de Joden. Het is een uiterst sobere mededeling. Dit treft ons temeer omdat het uiteinde van Stefanus — ik mag toch wel zeggen — ons in kleuren en geuren wordt overgeleverd. Wie kan de wijsheid van de teboekstelling van het Woord Gods doorgronden? Is het feit, dat een van de intiemste kring door de dood wordt weggerukt, zo verbijsterend, dat het ten enenmale onmogelijk is iets naders mee te delen? Het moet toch wel een slag geweest zijn voor de jonge gemeente. Een fundamentsteen weggerukt onder Gods gebouw. De Zoon van Zebedeüs verwonderd, dat hij de drinkbeker van Christus mocht drinken en dat hij met Diens doop werd gedoopt.

Applaus en aanmoediging drijft op een heilloze weg voort. Dat zien we reeds bij onze kinderen, wanneer we om hun ondeugd beginnen te lachen. Herodes voer voort. De brede ten verderve hellende weg is om op te schieten. In een ogenblik zijn we aan het bitter einde. Ten tijde van het Paasfeest zat Petrus in de gevangenis. Hem wachtte een publieke terechtstelling tot stichting van de Joden. Petrus zat in verzekerde bewaring. Herodes had wellicht wel eens iets horen verluiden, dat de apostelen op wonderlijke wijze uit de kerker waren verlost. Dat zou hem niet overkomen. Kon de gemeente Paasfeest vieren? Hoe wreed was de gedachtenis aan de triumf van Christus over hel, graf en dood! Anders hielp God, voorheen' gaf de Heere juichensstof.

Petrus dan werd in de gevangenis bewaard; maar door de gemeente werd een gedurig gebed tot God voor hem gedaan. Weer het woordje maar. Gods maar, want het is de Geest der genade en der gebeden, die de gemeente mspireert tot aanhoudende smeking. Oppervlakkig zouden we licht denken, dat het gebed der gemeente maar een zieüg verweer is tegen de maatregel van Herodes. Hoe velen in onze dagen, ook al willen ze op hun wijze tot de kerk behoren, keuren de actie van de gemeente een meelijdend glimlachje waard. Het krachtig gebed des rechtvaardigen, dat zoveel vermag, wordt schandelijk onderschat. Het gebed verbindt de machteloze met de Almachtige. Het gebed is het vaste bondgenootschap met de Potentaat der potentaten. De kerk op de

knieën is een machtige gemeenschap. Geen gebed is zo van node als dat van de discipelen: Heere, leer ons bidden gelijk het behoort.

Het is nuttig dat we ons nauwkeurig rekenschap geven van dit kleine zinnetje. Eerst is er sprake van een gebed van de gemeente. Er is eendracht; het gebed wordt uitgesproken in de x'erzameling van het volk Gods en in delen, gezelschappen, zoals er één vergaderd was ten huize van Maria, Markus' moeder. Het is een gedurig gebed. Bij dag en ook bij nacht, zoals de geschiedenis ons leert. We bidden wel eens, maar is er lijn en volharding in onze gebeden? Het is een gebed tot God. Tot God staat er niet pleonastisch. Veel wordt er gebeden, maar niet tot God. De Farizeeër bad bij zichzelf, de tollenaar bad tot God. Tenslotte is het gebed, waarvan hier sprake is, een voorbede. Ik vrees dat onze meeste gebeden onze eigen belangen onevenredig tot inhoud hebben.

Wonderlijk wordt het gebed verhoord. Het is eerst Petrus, naderhand het meisje Rhode en tenslotte de gemeente alsof ze dromen. Tijdens de bidstond wordt er geklopt op de poortdeur van Maria's huis. „Rhode, ga jij eens kijken wie daar is in het holst van de nacht? " Een gemeentelid? Plots schalde door 't vertrek de blijde jubel: Petrus, Petrus is daar. Petrus staat bij de deur. Hij is het zelf, echt waar. Die bidt, die begeert, niet twijfelende, ontvangt. Voor vele vroomachtige melisen is dit allemaal zo gemakkelijk. Gelovigen zijn echter mensen, die moeilijk geloof kunnen oefenen. Het meisje, mogelijk nauwelijks tot de kring gerekend, maakt het gezelschap beschaamd, evenals het kind, dat de spotlust opwekte, omdat ze tijdens een zeer langdurige droogte naar de bidstond kwam rnet een paraplu. Kleinen in het geloof zijn vaak juist niet kleingelovig.

De vergadering meent dat Rhode, , die haar'feitelijke taak had verwaarloosd, want ze deed van blijdschap de voorpoort niet open, hoewel ze anderzijds gekomen was om te luisteren, niet goed wijs was. Zo immers zeggen wij dat ongeveer. Maar zij houdt voet bij stuk. Ze had de stem herkend. Hoe heerlijk, wanneer het personeel meeleeft en ook kan meeleven in de voornaamste interessen van hun meerderen. De waarheid moet immers tegenstand overwinnen. Men oppert nog dat het mogelijk Petrus' engel kan zijn. Maar de openzwaaiende deur onthult alles. Ze moeten wel opendoen, want Petrus blijft maar kloppen. Daar staat hij. Ze zien hem. Wat is de reactie? Ze ontzetten zich.

Als God ter hoge vierschaar steeg, 't Zachtmoedig volk verlossing kreeg. Ontzette zich het gans heelal.

De nabijheid, de onmiddellijkheid en de wonderbaarlijkheid van Gods ingrijpen brengt ontzetting teweeg.

Had Petrus zelf eens niet geroepen op het zien van de overstelpende visvangst: Heere, ga uit, want ik ben een onrein mens? Hoe schuldig en ongelukkig onrein gevoelen we ons, wanneer de Heere kennelijk Zijn macht doet blijken. Heere, ga uit.

Eigenlijk moest ieder ogenblik verras­ sing zich van ons meester maken, omdat we nog verkeren in dit heden. Petrus staat daar als een toonbeeld van Gods wonderdadige trouw. Als een onmiddellijk bewijs van Christus' Opstandingskracht.

Aanstonds legt hij de uitroepen van ontsteltenis het zwijgen op. Hij verhaalt hoe alles in zijn werk is gegaan. Kort tevoren sliep ik nog, mensen. Ja, waarlijk, ik sliep nog. Zouden we de rust kunnen vinden als we morgen moesten geopereerd worden? De rust en vrede, die de Heere in het hart doet vloeien, is probater dan 't beste slaapmiddel. Hij lag en sliep gerust, van 's Heeren trouw bewust. Hoe kon de man slapen?

Gods kind is somwijlen in de gevangenis meer op het gemak dan in de wereld. De grootste gevangenis is daar buiten de muren. Hoe zalig, wanneer Christus de ziekelijke twijfel geneest, de aanvechting als een hete koorts verdrijft. Genade maakt van de gevangenis een paleis, van het stinkende hol een zaal met kostbare tapijten behangen. O, wanneer Christus de nardusflessen van liefde leeggiet. In weerwil van zwarte duivelen schept Hij tussen vier muren een luisterrijk feest. Met de Heere kan zoveel, dan springt de gelovige over hoge muren en dringt door dichte benden. Met God in de gevangenis is beter dan zonder God in de wereld.

Petrus verhaalt het hoe. Gods werk kan navraag lijden en wil verteld zijn. Velen noemen zich verlost, maar ze kunnen geen verslag doen van het hoe, van wat God gedaan heeft aan de ziel. Ik weet er is ook een vroom verweer, wanneer men ons roept tot verantwoording van de wijze waarop. De mens, de vrome mens, de christen komt in het middelpunt en op de troon, We moeten Christus, niet de christen prediken. Maar lees aandachtig hoe de tekst het zegt. Hoe de Heere hem uit de gevangenis verlost had. Als we het zo weergeven kan het nooit kwaad. Misbruik heft het goede gebruik niet op. Verhaal de verlossingen des Heeren, opdat anderen moed scheppen uit uw behoudenis. Het is een Paaswonder. Die uit het graf ontkwam verloste Petrus uit de kerker. De kerker werd eens en voorgoed, allerwegen en aldoor Uw buit! Toch Pasen. Wel was Jakobus onthoofd, maar het was niet rouw op rouw. Hun bede was niet afgewezen. De gevangenis geopend door gebeden.

Tenslotte overwegen we nog, dat Petrus verder moest. Genade en Gods verlossing maken niet overspannen en overgeestelijk. Petrus daagt Herodes niet uit, hij tart de vijanden niet door openlijk en rustig op straat te gaan lopen en door te gaan prediken alsof daar niets was voorgevallen. Op de tiime van de tempel heeft de Heere ons trouw onderwezen, dat we de Heere onze God niet moeten verzoeken. Jakobus, waarschijnlijk de broeder des Heeren, en de andere broeders moeten het horen. Zelf vertrekt Petrus naar een andere plaats. Tot de woede geweken is en de vervolgingsijver geluwd. Na de verlossing zouden we altijd op dezelfde hoogte en even wonderlijk willen voortgaan. Het is een zware geloofsbeproeving en een bijzondere oefening om met de wonderlijke bevrijding het alledaagse en vaak zo grauwe leven weer in te gaan. Wie het ervoer mag het beamen.

Petrus spreekt nog na. zijn dood: Wanneer God zo mij uit de kerker verlossen kan en wil, zal Hij dan u niet uit Satans diensthuis kunnen verlossen? Zijt ge wel eens de knellende boeien gewaar geworden, de banden van de hel, die letterlijk van alle troost beroven? Besef de waardij van het gebed. Voer mij en zo menigeen uit de gevangenis, tot roem Uws Naams, die heerlijk is. Breng al Uw gevangenen weder.

De Engel des Heeren sloeg de zijde van Petrus. Door de kracht van Christus' verrijzenis wekte Hij hem op. De Engel des Heeren sloeg Herodes. Wat een verschil. Die in gevangenis leidde, gaat in zijn eeuwige kerker. Moge Hij u slaan in uw zondegraf, eer Hij slaat ten ondergang. Moge Hij u slaan, want dan zal eens uw graf volstromen met licht en Hij zal zeggen: Sta haastelijk op. Dan zult ge eeuwig zingen met alle verlosten hoe de Heere van begin tot eind u heeft uitgeleid uit elke gevangenis, ook van de andere wet in de leden, die gevangen neemt onder de

wet der zonde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

In gevangenissen 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 augustus 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's