Boekbespreking
F. C. Dominicus, Apartheid, een wijze voorzorg, 150 blz., ing. ƒ 5, 90, De Banier, Utrecht.
Zuid-Afrika heeft in deze tijd in ons land over het geheel geen beste pers; er is heel wat veranderd sinds de dagen van de Boerenoorlog en Penning! Tot degenen, die het opnemen voor de huidige politiek van Zuid-Afrika behoort de schrijver, die een achttal jaren in Zuid-Afrika heeft doorgebracht. Hij meent en verdedigt het gehele werk door, dat de apartheid geen aangename, maar op dit ogenblik een niet te ontkomen noodzaak is.
Hij beschrijft uitvoerig wat de regering voor de Bantoe's ten opzichte van de gezondheidszorg en onderwijs doet. Hij wijst op de grote veranderingen, die zich de laatste jaren hebben voltrokken; hoe in Trans-Kei een begin gemaakt is met een beperkt zelfbestuur. Met vele cijfers en feiten zoekt hij zijn betoog te bevestigen. De pen van de schrijver is nogal scherp, misschien gaat hij wel eens te ver, maar het is niet te ontkennen, dat in de kritiek op Zuid-Afrika soms het hardst geroepen wordt door hen in wier land op zijn zachtst gezegd ook wel het één en ander hapert. Men ziet alleen de balken in het oog van de ander. Scherp gaat hij in tegen o.a. dr. Buskus en dr. Roskam.
Het is verre van gemakkelijk om vanuit de verte een objectief oordeel te geven over de toestanden, die in de loop van de eeuwen gegroeid zijn en nog moeilijker een oplossing van deze vragen te geven; maar het is wel verstandig naar pro en contra te luisteren. Het maakt bescheiden in het oordeel als men zich indenkt voor welke schier onoplosbare problemen men in Zuid- Afrika wordt gesteld.
Dr. J. C. Schreuder, Als daar muziek voor is..., 140 blz., ing. ƒ 5, 90, Boekencentrum N.V., Den Haag, 1965.
De schrijfster, die als predikante onder bejaarden werkt, geeft in dit boek, waarvan de titel ontleend is aan een gedicht van Vasalis, overwegingen over de ouderdom.
In een vijftal hoofdstukken heeft zij de stof samengevat: De betekenis van het vrij zijn; De functie van de kwetsbare; Over de alledaagse dingen; Over de zielzorg; Problemen uit de praktijk. Het eerste hoofdstuk, het meest theoretische deel van dit werk heeft mij tamelijk onbevredigd gelaten. Het is ook een beetje hachelijk om de vragen over arbeid, vrijheid, pensionering en zondag in zo weinige bladzijden enigszins grondig te bezien. Daar komt een hele anthropologie en nog wat bij kijken. Terecht wordt door de schrijfster gesteld, dat de arbeid niet verabsoluteerd mag worden.
Hoe dichter de schrijfster bij de praktijk van het werk komt, des te belangrijker wordt de inhoud. Over de ouderdom hebben wij dikwijls een vertekend beeld. Men wordt weer net als een kind, zegt men. Is dat zo? Betekent oud worden alleen maar aftakelen, zowel lichamelijk als geestelijk? Wij weten van wat oude mensen het diepst beweegt zeer weinig. De schrijfster gaat in op de uiterlijke omstandigheden, die de zielzorg aan bejaarden kunnen compliceren; op de moeilijkheden, die in de ouderdom kunnen voorkomen; op het gevoel van afhankelijkheid van mensen. Het komt er op aan, dat wij de bejaarde in zijn waarde laten. De taak van de pastor is de eenzaamheid van de bejaarde te doorbreken; de wijkgemeente moet er op uit zijn de oudere gemeenteleden zoveel mogelijk binnen het normale wijkverband te houden. De ouderen moeten zelf de ouderdom aanvaarden als een periode met een eigen inhoud en eigen waarde. De beste voorbereiding op de pensionering ligt in het zien van de relativiteit van de arbeid.
Ieder, die veel met bejaarden omgaat, zal in dit deeltje van de Praktische Theologische Handboekjes veel vinden, dat hem helpt in deze omgang. Dogmatisch plaatste ik wel eens vraagtekens. Het is mij ook meer dan eens te algemeen; de schrijfster spreekt over de bejaarde, waarbij de grote verschillen en de grote verscheidenheid te weinig accent krijgen. Zo wordt dikwijls over dé jeugd geschreven, dat ik mij afvraag welke jeugd bedoelt u? Er is mijns inziens ook een element, dat niet voldoende tot zijn recht komt. Een negentig-jarige zei mij eens bij een bezoekje: ik moet maar veel aan de toekomst denken; en ik zie nog haar vinger naar boven wijzen.
H.Bout.
Prof. dr. P, J. Roscam Abbing, Pastoraat aan zieken, 212 blz., ing. ƒ 6, 90, Boekencentnun N.V., Den Haag, 1964.
„Als wij zieken willen helpen uit het Evangelie te leven, is het de vraag of wij er zelf uit leven. Als wij zieken willen bijstaan in het verwerken van leed, is het de vraag of wij zelf ons leed verwerken of nieuw leed zouden kunnen verwerken. Het geven van zielszorg omvat een toets voor de zielzorger persoonlijk".
Zie hier de instelling van waaruit dit boek over het pastoraat aan zieken is geschreven. De schrijver wil liefde voor dit mooie en belangrijke onderdeel van het pastoraat versterken. En daarbij dient hij niet alleen wie aan 't begin van zijn loopbaan is, maar ook degenen die jarenlang als ouderling of predikant ernst maakten met dit deel van hun opdracht.
Allereerst vraagt de schrijver wat het pastoraat aan zieken inhoudelijk wil zijn. Is het vergoeding voor de kerkgang, verlichting van lasten, bevestiging van de band met de gemeente? Deze momenten zijn wel van betekenis, maar niet essentieel. In de regel heeft de zieke het moeilijkdoor zorgen, gevoel van isolement, bedreiging van het leven. Het komt er op aan, dat de zieke zijn noden verwerkt, met God verwerkt. De zieke moet klaar komen met zijn ziekte, haar leren dragen. Het doel van de zielszorg is het geloof te sterken en het ongeloof te verdrijven. In het lijden moet gehoorzaamheid geleerd worden. De ziekte kan aanleiding zijn waardoor men komt tot zelfbezinning, die tot schuldontdekking leidt. Het is de vraag op welke wijze de zieke reageert; is dat echt. Daarbij wijst de schrijver op de uiterste bescheidenheid, die de pastor in het gesprek met de zieke heeft te betrachten als hij de ander met het Woord Gods zoekt te helpen.
Over het innerlijk van de pastor en zijn gedrag tegenover de zieke zegt de auteur fijne dingen. Omgang met zieken en lijdenden is voor alles een werk van liefde en tact. Hij gaat ook in op de vraag over het inlichten van de ernstige zieke over diens toestand. De schrijver pleit voor een uiteraard bedachtzaam, teer, geleidelijk, maar toch zo nodig manmoedig tijdig inlichten over de situatie. Hij meent ook terecht, dat de angst voor het heilig oordeel Gods in het aangezicht van de dood, die alles definitief maakt, reëel en vruchtbaar kan zijn. De schrijver geeft ook praktische wenken voor bezoek in de ziekenhuizen. Ook enige voorbeelden van gesprekken, van meditatie, tekstkeuze en gebed.
Voorzichtig laat de schrijver zich wel uit, maar hij staat toch wel op het standpunt, dat de dood een stuk is van Gods goede schepping. Ook over het stuk van de voorzienigheid denk ik wel enigszins anders. — Wij hebben hier geen leerboek voor dit stuk pastoraat, maar eigenlijk een uitgebreid gesprek met de pastor, die ook in zijn ziekenbezoek zulk een grote verantwoordelijkheid draagt. Hij kan zoveel onnodig pijn doen; hij kan ook onder de zegen des Heren menige wonde met olie verzachten. Het is een fijn boek, dat ik gaarne aanbeveel.
H.Bout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's