In gevangenissen 3
En omtrent middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gode lofzangen; en de gevangenen hoorden naar hen. En daar geschiedde snellijk een grote aardbeving, alzo dat de fundamenten des kerkers bewogen werden; en terstond werden alle deuren geopend en de banden van allen werden los. Hand. 16 : 25 en 26.
NACHTELIJKE GODSDIENSTOEFENING.
Alles, zegt de Prediker, heeft een bestemde tijd. Er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te kermen en een tijd om op te springen. De apostel Jakobus op zijn beurt leert hoe Gods kinderen zich gedragen zullen onder verschillende omstandigheden. Is iemand in lijden? Dat hij bidde. Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge.
Alles zijn bestemde tijd en voor elke bestemde tijd een passende houding, opdat de gemeente in tegenspoed haar geduld en in voorspoed haar dankbaarheid aan de dag moge leggen. Toch moeten we de goede raad van Jakobus niet al te wettisch hanteren, alsof het gebed alleen maar voor de lijder en het psalmgezang slechts voor de blijmoedige gereserveerd is. Uiteindelijk is het voor Gods kind wel zo, dat zijn hart ook in het lachen smart heeft en dat hij zich te allen tijd verblijdt, ook in droefenis. Hartelijk leedwezen en hartelijke vreugde in God door Christus zijn twee zijden van éne zaak, terwijl deze beide zich handhaven, wanneer meer oppervlakkiger redenen tot blijdschap of droefheid zich laten gelden, want daar zijn ze niet boven verheven, al moeten ze wel beproeven of die motieven in overeenstemming zijn met de heilige wil Gods.
Onze tekst leert ons hoe zelfs gebed en psalmgezang ineenvloeien, omdat de apostel met zijn metgezel beleeft wat hij ergens schrijft: Als droevig, doch altoos blijde.
Er is sprake van een nachtelijke godsdienstoefening, 't Is leerzaam en stichtelijk te letten op uur en plaats van samenzijn, op de voorgangers en op het karakter van de dienst, om tenslotte de aandacht te wijden aan het gehoor. Voor zijn bekering wierp Saulus in de gevangenis, nadien was Paulus vaak een gevangene. Hoezeer heeft hij beseft wat hij anderen voorheen had aangedaan. Hij kon nimmer vergeten, dat hij de gemeente Gods had vervolgd. Zou de herinnering aan zijn uitblinken in de zonde ooit vervagen, dan zouden zijn veelvuldige detenties hem de gedachtenis wel levendig houden.
Geldzucht begunstigd door gelukshonger exploiteerde een deerniswekkend meisje. Heilige verontwaardiging slaakte de satanische banden, doch beledigde mammonsdienst mobiliseerde bekwaam tot nationalistische en antisemitische gevoelens om de bevrijder in boeien te slaan. Zo was in het kort het verloop. Er is alle reden tot gebed, want het lijden is hevig. De gespannen houding, die Paulus en Silas in de stok gedwongen waren aan te nemen, zal de pijn van de striemen verergerd hebben. Ze gevoelen zich niettemin uitverkoren. Waardig om smaadheid te mogen dragen. Geen wonder dat de lofzangen weerklinken.
Misschien hadden ze wel even tijd nodig om op verhaal te komen. Niet zonder innerlijke strijd en aanvechting bereikt Gods kind en dienaar de hoogten van het geestelijke leven. Wee, als ze krabben in de smartelijke wonden. Hoe ongelukkig zullen ze zich voelen en hoe breed maakt zich het medelijden met zichzelf, wanneer vlees en satan hun visie geven. Maar Hij, Die zelf zo gaarne bezocht wil zijn in Zijn en der Zijnen gevangenis, gaat geen kerker voorbij. Hij ziet glimlachend neder op zijn gevangenen. Wanneer hun geloofsoog maar Zijn vriendelijk oog ontmoet, verdwijnen ras alle bergen van bezwaren. Diepe vreugde en dankbaarheid maakt zich meester van de ziel. Wat kunnen we daar betoverend over preken, praten, schrijven en mediteren. Hebben we ooit in ons leven iets ondervonden van de beloofde troost in ongelukken? Vele enthousiaste bewoordingen en zinbegoochelende beschouwingen zijn niet bij machte te dienen als surrogaat van het manco aan praktijk der godzaligheid. Kan men iemand, man of vrouw, aanwijzen en zeggen: dat is een godzalig mens?
Wonderlijk was het uur, ongelegen. Toch ook weer niet zo erg als wij wel denken. Immers niet slechts de dag, ook de nacht is des Heeren. Ik kan verschillende teksten opnoemen, waaruit blijkt dat de oude kerk de nachten niet immer slapend heeft doorgebracht. Nacht en dag overvloedig biddende (1 Thess. 3 : 10). De nacht gaat voorop zelfs. In smekingen en gebeden nacht en dag. (1 Tim. 5:5). De aanklager zit 's nachts niet stil. (Openb. 12 : 10). Moet het des nachts aanklachten regenen zonder dat ooit een gebed doorkomt? Met heilige bewondering gedenken we weduwe Anna, die niet week uit de tempel. Slaapt ge dan nooit, Anna? Onze vriend komt bij ons te middernacht ongelegener, wanneer hij een brood wenst te hebben, dan wij bij de Heere, wanneer we het brood des levens begeren.
Wonderlijk was de plaats, die de vrienden hadden uitgekozen. Wij vinden het veelal al naar, wanneer we in een schuur of zaaltje moeten kerken. In een mooie kerk werkt alles mee tot eerbied en aanbidding. Maar honger en nood maakt zoveel mogelijk; zoet en goed zelfs. Het geloof verstaat de kunst van het improviseren. Zouden we van een kerker geen kerk kunnen maken, van het middernachtelijk uur geen geschikt moment van aanbidding en lof? Genade is een transformerende macht. Het bitter wordt zoet, de nood verlossing. Daar rees zijn lof op stem en snaren. De stenen van de sombere verblijfplaats zouden gaan roepen, wanneer Paulus en Silas de lofzangen niet hadden laten begaan. Ja, want de ware Godsverering is veel meer een laten gebeuren dan een verrichting. Christus' last is zo licht, dat we als het ware erdoor opgetrokken worden als door een ballon, die zich verheft. Het juk is zo zacht, dat het dragen een lust wordt.
Wonderlijk dat twee samen zijn in nood. We hebben gauwer gezelschap op weg naar de feestzaal, dan onderweg naar de begrafenis. Vaak is de verdrukking het einde van de vriendschap. De verwijten gaan over en weer of komen althans wel van éne kant. Had jij dit nu maar niet gezegd, of dat niet gedaan! In de druk schuiven we graag de schuld op een ander om het verblijf in de gevangenis wat draaglijk te maken. Want de wroeging is zo'n gemene gevangenisrat, die al maar doorknaagt. Te bedenken dat we daar eeuwig aan zullen overgeleverd zijn. Spijt is een vriend, die laat komt oplopen, maar die nooit vertrekt uit zichzelf. Paulus en Silas zongen samen. We willen niet beider levensgang bespreken. Slechts wijzen op de zegen van hun vriendschap. Juist gedurende een tocht door het dal van schaduw des doods is het zo'n voorrecht, wanneer iemand ons hoofd opheft en onze hand sterkt in de Heere der belofte. Wat zoudt ge er voor over hebben om een echte, echte vriend te hebben? Een vriend in de nood. Kunt ge ze tellen op de vingers van éne hand? Of hebt ge er zelfs geen enkele? Hoe bitter de smart, wanneer zulken ons ontvallen. Zulken wier liefde wonderlijker is dan die der vrouwen. Als we met de hele wereld goed overweg kunnen, wanneer jan en alleman onze kameraad is, ontbreekt het ons meestal aan de ware vriendschap.. Hoe gelukkig waren christen en hoop op weg naar Sion met elkaar.
Wonderlijk was de dienst in de kerker. Het waren niet uitsluitend roepingen uit diepten van ellende. Het was een combinatie van gebed en lofzang. Genade is niet slechts een transformerende kracht, maar ook een combinerende macht. Gebed en lof worden saamgevoegd tot een heerlijk offer, Gode welbehagelijk. De catechismus spreekt ook over de combinatie van bidden en danken. Het is een armelijk iets, wanneer we niet die heilige kunst en gunst van combinatie met vrucht beoefenen. In het gebed zal niet de toon van de aanbidding ontbroken hebben. Ze hadden bittere klachten kunnen opzenden. Was dat de Macedonische man, die ons riep: Kom over en help ons? Die wrede cipier zeker? Erg noodlijdend zijn ze hier niet. Heere, ge hebt ons verleid, we zijn door de droom in de harde drup gekomen. De aanbidding is de ziel van het ware gebed. Het is een wonder, dat ze hier in deze gevangenis zitten. Een wonder dat ze in gelijkvormigheid aan het lijden van de Heere Jezus striemen mogen dragen. Wanneer de Heere niet goedgunstig had uitverkoren en had gehandeld naar zonde en ongerechtigheid, verkeerden ze allang in een kerker, waar ze voor het eeuwig oordeel zouden bewaard worden.
Ze hebben de Heere geloofd, immers de Heere mag straffen, zo nodig, beproeven, indien wenselijk, maar Hij doet dit nimmer naar de zonden. Ze loven de Heere, omdat Hij zich niet afzijdig houdt. Hij giet nardusflessen van liefde over hen uit, Hij omhelst hen liefelijk. Zij worden vertroost en met die vertroosting kunnen ze anderen dienen en daarvoor willen ze de Heere dankbaar prijzen. In de gevangenis maakt de Heere vensteren, waardoor Hij vol genegenheid hen aanziet en waardoor ze uitzicht ontvangen op eeuwige heuvelen, onwankelbare bergen en op het nieuwe Jeruzalem, dat afdaalt als een bruid voor haar man versierd.
De medegevangenen zijn één en al gehoor. Het is ongewone muziek in de kerker. Al hebben ze het niet verstaan, toch was de lof zo eerbiedig en indrukwekkend, dat ze zich gedrongen gevoelden om met diep respect te luisteren. Trouwens wie zegt, dat ze er niets van begrepen en verstaan hebben? Mogelijk was het voor deze of gene een onuitwisbare indruk, die resulteerde in een oprechte toekeer tot de God van Israël, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Hiermede zijn we ogenschijnlijk aan het einde. Uur en plaats, voorgangers, dienst en gehoor, daar zouden we op letten. Met zo'n indeling valt een hele tekst buiten de behandeling. Toch niet. Want als er sprake is van een ware godsdienstoefening dan is er niet alleen gehoor op aarde. Al zou er op aarde geen gehoor zijn, dan wordt er toch geluisterd. Als er gebeden wordt zal er nooit gehoor ontzegd worden. Vers 26 spreekt van gehoor en verhoring. De Heere en de ganse hemel luisterden toe. In Handelingen 4 : 31 lezen we een soortgelijk blijk van hemelse aandacht. Fundamenten trilden, deuren sprongen open, banden werden los. Allen deelden in de zegen. Zo doet de Heere met gevangenen. Dit gebeurde met de gevangenis te Filippi. Zou de Heere dit nalaten wanneer het de gevangenis van de Boze en Sterke aangaat? Ik zeg u: geenszins. Bidt: voer mij uit mijn gevangenis. Looft: 't Is de Heere, die gevangenen vrijheid schenkt en aan hun ellende denkt. Dan zullen er allerzwaarste fundamenten gaan beven, voor eeuwig gesloten schijnende deuren openspringen, banden des doods los worden en angsten der hel verdwijnen. Want de Heere heeft de gevangenis gevangen genomen en doet 't wederhorig kroost, uit welverdiende hechtenis ontslagen, bij Hem wonen. En wanneer de bevrijden des Heeren in de gevangenis komen zullen ze toch niet hopeloos zijn. Ze maken van de nood een deugd en van het hol een heiligdom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's