De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Evangelie en industrie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Evangelie en industrie

12 minuten leestijd

Onderwerp, gehouden in de winter 1964/1965 tijdens de voorlichtingsavonden voor H.H. ambtsdragers door ds. A. Terlouw, - industrie-predikant te Veenendaal.

De titel belooft méér dan deze richtlijn kan bieden; dat kan ook moeilijk anders, want Evangelie en Industrie bestrijkt zulk een wijd veld, dat het onmogelijk is de talrijke aspecten van dit terrein in kort bestek naar voren te brengen. Het is niet de bedoeling een kleine encyclopedie over dit onderwerp te geven, maar een eenvoudige richtlijn. Wat dus in het volgende aangesneden wordt is een keuze uit een stapel onderwerpen, die met Evangelie en Industrie samenhangen. Al sprekende en nadenkende aan de hand van het hier gebodene, ontdekt men zelf allerlei andere belangrijke kanten, die hiermee ten nauwste samenhangen, al konden ze in deze richtlijn niet worden genoemd.

De minder ingewijden in het werk van Evangelie en Industrie in Nederland, denken gewoonlijk, dat dit een moderne vorm van evangelisatie is. Hun verwachtingspatroon is, eenvoudig uitgedrukt, dat door dit werk allerlei industriearbeiders de weg naar de kerk weer zullen terugvinden. Wie dat verwacht is op een zijspoor terechtgekomen. Dit werk is in de eerste plaats niet gericht op de mensen buiten de kerk, maar binnen de kerk, dus op de christelijke gemeente zelf (het is trouwens m.i. noodzakelijk, dat de „gewone" evangelisatie veel meer aandacht richt op de bestaande gemeente dan tot nu toe meestal het geval is. De gemeente behoort allereerst weer gemeente te worden zoals haar roeping is het licht der wereld te zijn. Vooral dit licht moet de buitenstaander aantrekken).

In de eerste plaats gaat het dus óm de vorming van christenen en dan in dit verband vooral christenen, die zelf op een of andere wijze in de industrie werkzaam zijn. De grote vraag, waarmee velen te kampen hebben, is hoe men als christen heeft te staan in het industriewerk van alledag. Dat betreft heel wat meer dan dat men niet vloekt en bidt voor het eten. Men zou kunnen zeggen, dat het hier gaat om een toepassing van het derde deel van de Catechismus voor de huidige situatie. De uitleg b.v. van het gebod „Eer uw vader en uw moeder" wordt in de catechismus toegepast op „allen, die over mij gesteld zijn". Hiermee wordt dus de kwestie van het gezag aangeroerd en in onze huidige maatschappij is men dan geneigd te vragen: „Geldt deze gehoorzaamheid ook tegenover de chef, de directie van het bedrijf en in hoever? " Het is slechts een vraag, maar men voelt de doornen en distelen steken. De uitleg van het gebod „Gij zult niet stelen" slaat in de catechismus op de maatschappijvorm, zoals deze in die dagen (16e eeuw) bestond. Hiermee is de vraag naar de eigendom aan de orde gesteld en daar is met de bijbel in de hand nog wel het één en ander over te zeggen, gezien de huidige situatie.

Deze en dergelijke vragen zijn voor de christen-industrie werkers van groot belang. Aangezien er een sterke neiging bestaat deze zaken voor een christen van minder belang te achten omdat het in het evangelie vóór alles gaat om geloof, wedergeboorte en bekering, is het misschien nuttig er op te wijzen, dat het derde deel van de catechismus handelt over .... de bekering. De bekering van een christen heeft dus ook te maken met vragen als bovengenoemde. Zij zijn dus van wezenlijk belang voor de christelijke gemeente.

Een korte schets van de moeilijkheden, waarvoor een christen in de maatschappij en dus met name in de industrie geplaatst wordt, is gewenst. In de kerk en bij de opvoeding worden de geboden van het evangelie, b.v. naastenliefde, nederigheid, zelfverloochening doorgegeven. Zodra men echter uit de kerk en uit het gezin de wereld ingaat, bemerkt men al spoedig dat men niet te bescheiden moet zijn, dat men zijn status hoog moet houden en dat de kunst om op de voorgrond te treden (dus anderen te verdringen) een belangrijke poort tot succes is.

Er gelden twee verschillende waardensystemen. Aan de ene kant naastenliefde en nederigheid, aan de andere kant zelfhandhaving en eigenbelang. Men weet niet hoe men deze twee waardensystemen met elkaar in verbinding moet brengen met als gevolg, dat men 's maandags een heel ander mens is dan des zondags. Verscheidene echte christenen lijden onder deze tweeslachtigheid en worden geplaagd door een schuldgevoel en een geweten, dat in opspraak is. Dit wordt in de wetenschap een rolconflict genoemd. Hun rol als christen en hun rol als industriewerker zijn moeilijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Illustrerend is in dit verband het verhaal van Tolstoi : „Enkele bedelaars zaten zich in de koude Russische winter te warmen bij een kachel in de kazerne. Dit was volgens de kazernereglementen verboden. De soldaat van de wacht joeg hen weg. Iemand riep tot deze soldaat: „Heb je het evangelie nooit gelezen, dat eist barmhartigheid". De soldaat antwoordde: „Jawel, maar heb jij de kazernereglementen nooit gelezen? " Ziehier 't hele probleem: het evangelie moet doorgaan, maar de reglementen van de wereld, de kazerne, het bedrijf ook.

Welke uitweg moet men zoeken?

De moeilijkheden voor een christen in de industrie zijn dus niet gering. De vorming van een christen op sociaal terrein moet erop bedacht zijn, dat het hierbij niet zozeer gaat om persoonlijke onderlinge verhoudingen, ^^r om de verhouding van maatschappelijke groepen (b.v. in grove lijn: arbeiders, beambten, hoger leidinggevend personeel, bejaarden, werkgevers, vakbonden). In deze verhouding tussen maatschappelijke groepen ligt het accent op gerechtigheid, terwijl dat in de verhouding van personen ligt op liefde. Dit geldt natuurlijk als een onderscheiding, niet als een absolute scheiding.

Uit de veelheid van bijbelse gegevens. -wordt ter oriëntering van de gedachten de volgende keuze gedaan aan de hand van drie trefwoorden.

1. Slavernij.

Overal in de bijbel is een duidelijk protest tegen slavernij te horen. Het wezen van deze slavernij wordt gevonden in de levenssituatie, want de bijbel wordt niet moe te laten zien hoe ieder mens onderworpen is aan de macht van de zonde, aan de macht van de dood en afbraak en aan de macht van eigenwillige godsdienst. Als voorbeeld van deze onderworpenheid kan men de volgende drie Schriftgedeelten opslaan:

a. Johannes 8 : 30—36 (met vervolg), slaven van de zonde.

b. Romeinen 8 : 18—30, onderworpen aan de, macht van lijden, afbraak en dood.

c. Galaten 5, de macht van de eigenwillige godsdienst; dan is men knecht van de Wet i.p.v. kind van God.

In deze drie gedeelten wordt het meervormige wezen van de slavernij en de verlossing, de bevrijding daarvan geopenbaard.

De bijbel trekt deze lijn, kleurrijk en boeiend door naar de maatschappelijke situatie van een bepaalde groep mensen. Ook het instituut der slavernij in de dagelijkse samenleving krijgt een beurt. Van centrale betekenis is in dit verband het opschrift boven de Wet: „Ik ben de Heere, uw God, die u uit Egypte, uit het diensthuis (de slavernij) verlost heb". Israëls God is de God, Die op de bres staat voor de vrijlating der slaven, want dit was de maatschappelijke situatie van de Joden in Egypte.

In de wetgeving van Mozes is dit element terug te vinden. De Wet is in Israël als het ware een bolwerk tegen het vervallen tot de slavenstand, het verhoeden van het ontstaan van een groep proletariërs. Hiervoor leze men b.v. Deuteronomium 15 : 12—18 en de karakteristieke woorden van 1 Kon. 9 : 22. Voorts is de brief aan Filemon over de gevluchte slaaf een aanduiding, dat de opheffing van de wezenlijke slavernij door de verlossing in Christus ook zijn invloed doet gelden op de maatschappelijke slavernij, want de slaaf is een broeder geworden.

In dit opzicht is er in de bijbel dus een duidelijk sociale wetgeving aanwezig. Een instructief en leesbaar boekje over dit onderwerp is: ds. C. van Leeuwen: „Het sociaal besef in Israël". Bij al het genoemde dient men te bedenken, dat het gaat om de weg (de Wet is de weg; Christus is de weg), die de kinderen van het Koninkrijk, d.i. de gemeente van het Verbond, hebben te bewandelen. In deze sociale verhoudingen ontvangt de christelijke gemeente dus vanuit de Schrift de roeping om er serieus mee bezig te zijn. De christenen zijn degenen, die van deze weg zijn (Handelingen der Apostelen).

2. Gerechtigheid.

De verlossing uit de slavernij betekent vrijheid en het behoeft dan ook geen verwondering te hebben, dat b.v. in de genoemde drie perikopen (Johannes 8, Romeinen 8 en Galaten 5) tegelijk sprake is van de vrijheid.

Deze vrijheid moet echter niet verstaan worden in de zin van liberale vrijheid of willekeur of, nog erger, losbandigheid. Deze vrijheid wordt in de bijbel gerealiseerd in de weg van de gerechtigheid. De Geest des Heeren maakt vrij en Deze is de Geest der gerechtigheid.

Het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid is van eschatologisch gehalte, eens zal het doorbreken in volle glorie, wanneer de tijden vervuld zijn. Maar dit houdt niet in, dat alles maar in de toekomst geprojecteerd moet worden, dat met een wissel op de eeuwigheid alle onrecht en uitbuiting in het heden maar gelaten moet worden zoals het is (het niet helemaal onbillijke verwijt van Marx en talrijke anderen aan het adres van de kerk). De eerstelingen („het voorschot") van dit Koninkrijk brengt de Heilige Geest in de huidige wereld.

Deze gerechtigheid, die betrekking heeft op de verhouding tussen de mensen en de groepen, wordt o.a. gepredikt in het boek Amos (diverse plaatsen), in de Bergrede (Mattheüs 5 : 7) en in de huistafels van de brieven van Paulus (b.v. Colossenzen 3 : 18—4 : 7).

Men bedenke dat de Bijbelse gerechtigheid in de grond van de zaak anders is dan ons (vanouds romeinse) begrip recht. Recht is een statisch begrip, een vastgelegd codex, waardoor men kan komen tot het gevaarlijke „recht is recht", zodat het hoogste recht het hoogste onrecht kan worden. De Bijbelse gerechtigheid is geen statisch, maar een dynamisch begrip. Het is de gerechtigheid van de levende God, dus een levende gerechtigheid; het duidt een verhouding aan tussen mensen of groepen mensen, de verhouding zoals God deze wil. Daarom klinkt in deze gerechtigheid ook altijd mee de barmhartigheid tegenover de verdrukte partij (vgl. de psalmen „Help mij door Uw gerechtigheid", terwijl wij zouden verwachten „Help mij door Uw barmhartigheid").

3. De mens en zijn werk. i

Ook hier slechts een keuze uit de talrijke facetten, die de bijbel over dit onderwerp biedt.

a. Het accent van moeite en straf in het werk van de mens is b.v. te vinden in Genesis 3 : 16—19 en Genesis 5 : 28, 29.

b. Het accent van de adel van de mens in het werk, zijn status van heerschappij in Psalm 8; en de grote verzoeking, die daarmee gepaard gaat, in de torenbouw van Babel (Genesis 11).

c. Het accent van het „brood verdienen" in II Thessalonicenzen 3 (de „nachtdienst" van Paulus).

d. Het accent van het rechtvaardige loon en de gerechtigheid tussen kapitalisten en proletariërs in Jacobus 5 : 1—6.

e. De besteding van een deel van het loon ten behoeve van het diaconaat (men denke ook aan de hulp van minder-ontwikkelde gebieden) in Handelingen 20 : 34, 35.

Vanzelfsprekend zal men ook in de onder Slavernij en Gerechtigheid genoemde Schriftgedeelten de nodige stof vinden, die hiermee samenhangt.

Tenslotte enkele opmerkingen over de praktijk.

Om vruchtbaar werkzaam te zijn, kan men het beste proberen (daar heeft Evangelie en Industrie ervaring mee opgedaan) één of meer gesprekskringen te vormen uit degenen, die dagelijks in de industrie werkzaam zijn. Het meest aanbevelenswaard is om deze kring, zo mogelijk, open te houden. Onder open is dan te verstaan, dat men onkerkelijken en kerkelijken (liefst van diverse kerken en nuanceringen) in één kring bijeen brengt op bepaalde tijden (eventueel rekening houdend met de ploegendiensten). Het voordeel van deze werkwijze is, dat men dan de vorming van de christenen èn de evangelisatie onder één noemer brengt. De kring moet niet te groot zijn (±10 mensen) en dient bij voorkeur bij één van de deelnemers thuis gehouden te worden. Men forcere geen officiële bijbelkring, maar geve de deelnemers gelegenheid met hun dagelijkse problemen, vragen, moeilijkheden en inzichten naar voren te komen. Bij de start is het belangrijk, dat de deelnemers ontdekken, dat deze kring aan hen gelegenheid biedt om alles te behandelen, waar zij behoefte aan hebben. De kerk moet de kring geen dingen opdringen, waaraan de kerk behoefte heeft. De praktijk leert, dat de kring in 't begin zelf voldoende stof tot bezinning produceert en het is dan niet moeilijk de lijn door te trekken naar b.v. gegevens, die in deze leidraad werden verstrekt. Onder geschoolde leiding vindt de kring zijn weg vanzelf. Het is ook mogelijk — aan het begin als een start, of later als een soort uittreden naar buiten van de kring(en) — een forum-avond, beroepskeuze-avond of iets dergelijks te beleggen, eventueel met een onderwerp, dat de industriewerkers aanspreekt.

Het is wel duidelijk, dat evangelisatie voor industriewerkers ten doel heeft de mens op zijn eigen terrein te ontmoeten en dat men dus niet kan volstaan met één bezoekje aan huis per jaar. Beter 10 mensen 6 x per jaar op een kring dan 100 1 x per jaar thuis.

De kerkeraad doet wellicht het verstandigst een speciale industrie-ouderling aan te stellen, die dan met enkele medewerkers de plaatselijke problemen en mogelijkheden op dit terrein ter hand kan nemen. Bovendien kan deze dan overleg plegen met andere kerken wanneer men een kring van interkerkelijken en onkerkelijken tracht te vormen.

Er bestaan in Nederland op het ogenblik een zestal Stichtingen Evangelie en Industrie, waaraan een predikant verbonden is, die zich op dit werk toelegt. Zij zullen u gaarne van advies dienen vanuit hun ervaringen. Daarom volgen hier twee contactadresssen:

ds. Jac. v. Drenth, industriepredikant. Burg. Prinslaan 20, Ede;

ds. A. Terlouw, industriepredikant, Populierenlaan 9, Veenendaal.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Evangelie en industrie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 september 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's