UIT DE PERS
Ditmaal willen we weer enige aandacht schenken aan het kerkelijk leven van reformatorische kerken in het buitenland. In de kerkelijke pers van de laatste weken zijn hierover nl. verschillende artikelen te vinden. Het betreft hier een terrein dat ons vaak totaal onbekend is. Wat weten wij van de gewone gang van zaken in deze kerken, van hun plaats en taak in de omgeving waarin ze staan, van hun zorgen en moeilijkheden? Hoogstens kennen we enkele namen van toonaangevende mensen uit de geschiedenis van deze kerken en zijn enkele belangrijke feiten uit het verleden ons bekend. Dat zijn immers de dingen, die in de handboeken aan de orde komen. Daarom mogen we dankbaar zijn dat de diverse kerkelijke bladen ons regelmatig inlichten over het leven en werken van deze kerken in onze tijd.
De Hervormde Kerk in Polen.
De Poolse hervormde kerk is klein van omvang: 5500 leden met 6 predikanten en 9 gemeenten. Deze kerk leeft tussen rooms-katholicisme en communisme. Aldus dr. W. Nijenhuis in een artikel in „Hervormd Nederland" van 21 aug. j.l. Uiteraard schenkt deze kerkhistoricus, wiens dissertatie handelde over de oecumenische contacten van Calvijn, ook enige aandacht aan het verleden van de Poolse hervormde kerk. In de zestiende eeuw nam de calvinistische reformatie naast de lutherse en naast de gemeenschap der Boheemse broeders een grote plaats in Polen. Toch heeft ze zich niet kunnen handhaven. De roomse contra-reformatie heeft veel terrein heroverd. Het calvinisme in Polen moet juist ons Nederlanders wel veel te zeggen hebben. Is het niet een Poolse hervormer geweest, Johannes a Lasco, die voor de opbouw van het hervormd kerkelijk leven in de Nederlanden van grote betekenis is geweest? Voorts weten we dat Nederlandse Calvinisten in Polen een asiel gevonden hebben in de 16de eeuw. En in de 17de eeuw hebben tal van Poolse studenten in Franeker en Leiden theologie gestudeerd. Er waren dus in het verleden allerlei contacten tussen de hervormde kerk van Polen en de kerk in ons land.
Des te meer reden om aandacht te schenken aan de vraag: Hoe leeft deze kerk heden ten dage in haar omgeving? Zoals u wellicht weet is Polen overwegend rooms-katholiek. Dr. Nijenhuis schrijft hierover;
Sindsdien heeft Polen het karakter van een r.-k. natie. Een groot deel der bevolking toont een diepe aanhankelijkheid: aan de kerk, een aanhankelijkheid, die met westerse ogen gezien, soms nauwelijks van magie of bijgeloof te onderscheiden is. Hoe het zij, men zal in West- en Midden-Europa geen land vinden, waar de r.-k. devotie door zo brede lagen der bevolking beoefend wordt. Deze kerk met een zo hecht grondvlak vormt in de top een machtige tegenspeelster van het heersende regiem, welks innerlijke kracht goeddeels af te lezen is uit het ledental der partij, dat op het ogenblik rond 1% miljoen bedraagt. Niet ten onrechte wordt wel gezegd, dat premier Gomulka en kardinaal Wyszynski de twee krachten vormen, die het Poolse politieke en maatschappelijke leven beheersen.
Om te kunnen begrijpen, waarom de voortdurende spanningen tussen deze twee krachten de natie niet geheel verscheuren, moet men bedenken, dat zij één ding gemeen hebben, n.l. het sterk ontwikkeld nationaal bewustzijn, dat alle Polen eigen is. Een Pool moge een r.-k christen of een communist zijn, hij zij een nihilist of een protestant, voor alles is hij Pool.
Gevoed is dit nationalisme door de dramatische geschiedenis van dit volk in de nieuwe tijd. Gedurende de laatste twee eeuwen is het nog geen 75 jaar onafhankelijk geweest. Wat onze kinderen op school leren van de drie Poolse delingen is voor hen veelal de vage geschiedenis van een ver land. De Polen dragen deze geschiedenis echter als het ware lijfelijk met zich mee. Kosciusko, die zich tegen de laatste twee delingen op heroïsche wijze verzet heeft (tegen Rusland evengoed als tegen Pruisen!), is en blijft de grote nationale held.
Dit Poolse nationalisme is gevoed door het verzet in de tweede wereldoorlog, waarin Polen wel bijzonder zwaar geleden heeft. Men denke slechts aan de strijd om Warschau. En de naam Auschwitz, thans op Pools gebied gelegen, spreekt eveneens boekdelen. Dr. Nijenhuis noemt het Pools nationalisme het „cement, waardoor een divergerende bevolking in een land met een zwakke economie, een internationale politiek uiterst kwetsbare positie en een, vergeleken met het westen, bescheiden welvaartsniveau samengebonden wordt". Hoe leeft de hervormde kerk nu in dit geheel? Numeriek vormt ze geen factor van betekenis. Ook politiek bezien is ze geen kerk, waar het regiem ernstig rekening mee heeft te houden. Maar juist deze omstandigheden geven haar de nodige armslag.
Zoals gezegd, is de r.-k. kerk de enige tegenspeelster, waarmede het regiem rekening heeft te houden. De andere kerken zijn zo klein, dat zij geen politieke factor van betekenis vormen. In dit opzicht is de situatie in Polen geheel verschillend van die in Hongarije en in de Duitse Democratische Republiek. Deze op zichzelf genomen niet bepaald gunstige verhoudingen geven aan de kleine kerken in Polen echter meer armslag. Van de hervormde kerk b.v. kan zonder moeite geconstateerd worden, dat zij wel haar bijdrage levert aan het wakker houden der nationale gevoelens, doch weinig neiging vertoont, liet regime naar de mond te praten.
Dat zij geestelijk en materieel zwaar geleden heeft onder de Duitse terreur, spreekt vanzelf, Poolse hervormde predikanten zijn in de concentratiekampen omgekomen. De verhalen van hen, die de beproevingen der bezetting overleefd hebben, doen de buitenlander begrijpen, waarom de 20-jarige herdenking der Poolse bevrijding zoveel aandacht in de kerken heeft ontvangen.
De kerk in Warschau was na de val van de stad een ruïne. De eerste officiële kerkdienst in de bouwvallen kon slechts door zes gemeenteleden bijgewoond worden! Inmiddels is men er in geslaagd met de geringe ter beschikking staande middelen en met hulp van buitenlandse zusterkerken het gemeenteleven nieuw op te bouwen. Dat daartoe ook een stuk jeugdwerk behoort, is een hoopvol teken voor de toekomst. De hervormde gemeente te Warschau heeft thans ongeveer 800 leden. De kerk is met de gehele binnenstad herbouwd. Men beschikt in een door het stadsbestuur gratis beschikbaar gesteld gebouw over ruimte zowel voor de eigen administratie als voor de Oecumenische Raad van Kerken.
De Hongaars-Gerejormeerde Kerk in Oberwart.
De Hongaars-Gereformeerde Kerk heeft in het verleden menig contact gehad met ons land. We denken aan de strijd van Michiel de Ruyter om de bevrijding van de tot de galeien veroordeelde Hongaarse predikanten. We denken ook aan het meeleven in de Nederlandse kerken met de beproevingen waarmee de Hongaarse kerk de eeuwen door te kampen had. In de twintiger jaren van deze eeuw zijn verschillende Hongaarse kinderen in Nederlandse gezinnen opgenomen en verpleegd. Er was voorts een theologisch contact tussen Hongarije en Nederland. Het is prof. Szebestien geweest die als aanhanger van Kuyper diens gedachtenwereld in Hongarije (Debrezcen!) bekend gemaakt heeft.
De tweede wereldoorlog en de periode daarna heeft ons het zicht op de Hongaars-Gereformeerde kerk wat doen verliezen. De laatste tijd echter zijn er weer allerlei contacten. De conferenties van de Europese kerken die regelmatig in Nyborg gehouden worden hebben hier ongetwijfeld aan meegewerkt.
In het Gereformeerd Weekblad (Uitgave Kok, Kampen) deelt prof. dr. C. V. d. Woude ons het een en ander over deze Hongaars-Gereform. kerk mee. Samen met de heer G. M. A. Laemoes heeft hij een conferentie in het Jugoslavische Fecetic bijgewoond, en daar heeft hij zich op de hoogte kunnen stellen van het kerkelijk leven in Oost- Europa. In het nummer van 13 augustus schrijft de Kampense kerkhistoricus:
Het belang van de reis, die ik onlangs met de heer Laemoes mocht maken, is, dat we opnieuw met de gereformeerde gezindte in Oost- Europa contact hebben gekregen. Het blijkt, dat we nu niet meer met één kerk maar met vele hebben te doen. De ene Hongaars-gereformeerde kerk van vroeger vindt men nu, behalve in Hongarije zelf, in Oostenrijk, Joegoslavië, Tsjecho- Slowakije, Roemenië en Rusland. Ze verschillen in grootte. In Oostenrijk telt d«ze kerk 18.000 zielen; in Joegoslavië 30.000, in Roemenië niet minder dan 800.000. Behalve in Oostenrijk, waar de „reformierte" kerk ook veel Oostenrijkers en Duitsers onder haar leden telt, zijn het meest Hongaren, die tot deze kerkgemeenschap behoren. In de eredienst is het Hongaars de voertaal. Daarin wordt gepreekt, daarin zingt men zijn psalmen en gezangen. Al deze kerken hebben echter dezelfde belijdenis. En we hebben de indruk gekregen, dat deze belijdenis ook nog een levend iets bij hen is.
De reis naar Fecetic is in enkele etappes gemaakt. Zo is prof. v. d. Woude een paar dagen te gast geweest in de pastorie van de Hongaars-Gereformeerde gemeente in Oberwart, een plaatsje 2V2 uur rijden van Wenen gelegen. De „reformierte" kerk van dit Oostenrijkse stadje is een van de oudste Hongaars- Gereformeerde kerken. Het archief van de kerk bevat nog papieren uit ongeveer 1600. Dankzij een reformatorisch gezinde graaf werd in het midden van de zestiende eeuw daar een gereformeerd predikant beroepen. Prof. v. d. Woude heeft daar een zondag doorgebracht. Over de kerkdienst schrijft hij in het nummer van 27 augustus:
Het meest heeft me echter geboeid de zondagse kerkdienst met de gemeente. Kerk en pastorie stonden op hetzelfde terrein. De kerk was gebouwd in de stijl van de meeste Hongaarse kerken. Een langwerpige rechthoek, met een hoge kansel tegen een van de zijwanden en hoge, smalle gaanderijen tegen de drie andere wanden. Beneden bij de kerkeraadsbanken een zitplaats voor de predikant bij het begin van de dienst, verder een doopvont en een kleine vierkante ruimte, vanwaar bij de avondmaalsviering het brood en de wijn worden toegereikt aan de avondmaalsgangers, die de tekenen in het voorbijgaan ontvangen. Mannen en vrouwen zitten gescheiden; de mannelijke jeugd boven op de gaanderijen, de vrouwelijke beneden in de banken tegenover de kansel. Opvallend is het gezang. Ritmisch zingen kent men nog niet. Breed en krachtig klinken de Hongaarse psalmen op. Men krijgt de indruk dat met name de vrouwen een sterker stemvolume hebben dan bij ons in het Westen. De Hongaarse preek werd door ons niet verstaan, maar boeide door de gloed, waarmee ze werd voorgedragen. De kerk was goed gevuld en de gemeente luisterde met aandacht. In sommige momenten tekende de ontroering zich af op menig gelaat. Het verlaten van de kerk ging in grote orde. Eerst de jonge meisjes tegenover de kansel, daarna de anderen, bank voor bank. Op het grasveld buiten de kerk bleef de gemeente nog napraten. De heer Laemoes, die hier al meermalen op bezoek was geweest, werd als een goede bekende begroet. Merkwaardig is dat men, met Oostenrijkse hoffelijkheid, elkaar niet bij de naam, maar bij de titel noemt. Onze ouddirecteur van het A.K.B, staat hier bekend als „Herr Direktor". Een oude dame nam me na de dienst even terzijde en vroeg: „Wie heiszt der Herr Direktor doch eigentlich? " In de pastorie werd het gesprek in kleiner kring nog voortgezet. Van de „Herr Oberschulddirektor" kreeg ik daar allerlei informatie omtrent het onderwijs.
Een synode vergadering van de Reformed Church in Amerika.
Tenslotte geven wij in deze rubriek het woord aan prof. dr. J. T. Bakker die in hetzelfde nummer van het Geref. Weekblad vertelt over zijn bezoek aan Amerika. Prof. Bakker heeft een synodevergadering bijgewoond in Pennsylvanië van de Reformed Church. Deze Reformed Church dient men wel te onderscheiden van de Christian Reformed Church. Bakker schrijft o.m.
Het is niet zo eenvoudig het verschil weer te geven tussen de Reformed en de. Christian Reformed Church. Over het algemeen probeert men het met omschrijvingen als: hervormd-gereformeerd etc. Toch gaat dat maar gedeeltelijk op, hoewel er een kern van waarheid in zit. De Reformed Church heeft de oudste rechten, ze dateert van de tijd der eerste Nederlandse nederzettingen, toen New York nog Nieuw Amsterdam was en de Nederlandse families Manhattan regeerden. Maar ook in de vorige eeuw hebben de Nederlandse emigranten, die onder Van Raalte de nieuwe wereld opzochten zich allereerst aangesloten bij de Reformed Church, tot het na een korte tijd kwam tot een breuk, die sindsdien bestendigd is. Men keurde o.a. de houding van de Reformed Church tegenover de vrijmetselarij als te toegeeflijk af en was bang, dat de in Nederland verworven zelfstandigheid toch weer verloren zou gaan. Het is een geschiedenis ge weest met misverstanden en kortsluitingen aan beide zijden, maar er hebben ook zeer reële verschillen een rol gespeeld. Zeer grof gesproken kan men stellen, dat de Reformed Church meer open stond voor allerlei invloeden, die van nietgereformeerde origine waren, een grotere mate van tolerantie kent, terwijl de Christian Reformed Churches zeer duidelijk beïnvloed zijn door de opleving van het Nederlandse Calvinisme uit het laatste van de vorige eeuw. Er is een duidelijke onderstroom van methodistische, of zo men wil piëtistische, gevoelens te ontdekken in de Reformed Church. De synodezittingen werden iedere morgen geopend met een gebedssamenkomst en een Bijbelse meditatie. In de toespraak van de president over de toestand van het kerkelijk leven viel een sterk accent op de christelijke levensstijl, m.n. de strijd tegen de alcohol, tabak, de versexualisering van het leven etc. Toch betekent dat niet, dat er geen aandacht bestond voor wat zich buiten de kerkmuren afspeelt. Er is een deputaatschap voor de zaken van kerk en samenleving, dat interessante rapporten aanbood over de doodstraf, de rassenkwestie, de verhouding van kerk en staat in verband met het onderwijs en zelfs een resolutie over het Amerikaanse optreden in Vietnam. Toch bevredigde de behandeling van deze ongetwijfeld zeer actuele onderwerpen nauwelijks. De theologische „onderbouw" van het rapport tegen de doodstraf was uitgesproken mager, werkte met een onhoudbare tegenstelling tussen liefde en recht, O.T. en N.T. en was duidelijk meer geïnteresseerd in de (op zichzelf toe te juichen) conclusie dan in de argumentatie, de daartoe leiden moest. Bij de discussie over het onderwijs bleek de voorkeur van de synode voor het Amerikaanse systeem van de openbare scholen duidelijk. Men was het eveneens over het algemeen eens met de strikte scheiding tussen kerk en staat, die op dit punt in Amerika is doorgevoerd.
Gezien de laatste uitspraken van het Hooggerechtshof vraagt deze scheiding een steeds strikter neutraliteit van de school tegenover elke vorm van religieuze uitingen en manifestaties. In die situatie moest de opwekking om als christenouders invloed te blijven uitoefenen, en de verzekering, dat het beslist mogelijk was om over het christelijk geloof objectieve informatie te blijven verstrekken, toch wel de indruk maken van een poging om de kool en de geit te sparen. Dat men niet bereid is de weg van de christelijke schoolstichting op te gaan is één ding. Maar dan zal men zich toch scherper rekenschap moeten geven van de gronden, waarom men zo kiest, én van de draagwijdte van de secularisatie, die hier op dit terrein optreedt. Nu lijkt het nog vaak, of men opereert met het beeld van een „christelijk Amerika", dat veel meer aangetast is dan men wel zien wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's